De Nederlandse winters zijn kouder dan die in Siberië. Althans, dat zei eens een Rus die in Nederland aankwam. Hij sloeg zijn jas dicht en keek naar de hemel met een gezicht dat op een uitgeknepen citroen leek. De wind in dit land aan zee is niet droog, maar venijnig en nat.
Ook vandaag regent en waait het onafgebroken. Het is goed weer om tochtstrips te plaatsen. Ik ben in Amsterdam Nieuw-West met Akram van de FIXbrigade, om iets aan de genadeloze, penetrante tocht te doen. In deze buurt lijkt alles altijd al wat guurder dan elders. De huizen zijn flets, snel gebouwd, slecht geïsoleerd, matig onderhouden en de bewoners zitten in de kou.
Dina opent haar voordeur. De eik die voor dit huis staat is ouder dan alle huizen die eromheen staan; het buurtje werd snel na de oorlog gebouwd, in 1950.
Zo snel mogelijk weg
Amsterdammers die de winter het meest moeten vrezen en willen besparen op hun rekening kunnen zich aanmelden en dan komt de FIXbrigade voorrijden met een bakfiets.
Dit idee om huizen beter te isoleren begon ooit bij een werkeloze elektricien die zijn buren hielp. Inmiddels is het tot een succes uitgerold in de hele stad.
Akram is drie maanden geleden begonnen met het werk en heeft ‘voor het eerst een gezellige baan’. Hiervoor werkte hij in de autogarage en ‘daar stonk het’. De vriendelijke maar zwijgzame Akram draagt een petje waarop Deus ex machina staat. Ik ben benieuwd wat er straks gaat gebeuren.
Akram werkt hard, neemt geen pauze, laat zijn thee koud worden en plakt radiator folie, vervangt alle gloei- door ledlampen, kit kieren dicht en controleert de druk van de cv-ketel. Ik help Akram door naar Dina te luisteren.
‘Amsterdam is Amsterdam niet meer. Als je nu mensen groet in de supermarkt kijken ze je raar aan.’
Op haar vensterbank zit een Boeddhabeeldje naar het kunstgras in de achtertuin te kijken. Haar huis is kaal, op een gigantische tv en een bankstel na. Al kijkend naar de tv zegt ze dat ze hier eigenlijk zo snel mogelijk weg wil. Ze woont hier al twintig jaar maar ‘Amsterdam is Amsterdam niet meer. Als je nu mensen groet in de supermarkt kijken ze je raar aan.’
Haar zoon en dochter woonden vroeger om de hoek maar zijn onlangs naar Naarden verhuisd, ‘daar woont veel koude kak’. Ze zou wel in Bussum willen wonen, ‘maar krijg maar eens wat met een pensioen en AOW’tje’.
Op haar kinderen na heeft ze niemand. ‘Ik ben alles kwijt, iedereen is dood. Maar ja, klaar is klaar en op is op. Soms ben ik misschien iets te nuchter… Ook de buurman is dood trouwens, ik vind het zielig voor zijn zoon van 21. Want hij moet nu het huis uit.’ Zelf wacht ze op een uitslag van het ziekenhuis. Ze heeft al een stoma en de toekomst belooft weinig goeds. ‘Maar ik laat m’n leven er niet door bepalen. Het went wel zo’n stoma.’
En dan zegt ze opnieuw: ‘Klaar is klaar, op is op.’
En wendt ze zich weer tot de televisie.
Te druk met werken
Om het dragelijk te houden in de woonkamer vraag ik of Akram z’n eigen huis al heeft geïsoleerd. Hij lacht vanonder zijn pet en zegt dat hij daar nog geen tijd voor heeft gehad. ‘Te druk met werken.’
Normaal gesproken werkt Akram niet alleen, hij is leermeester en doceert anderen het vak. Het zijn allemaal mensen met ‘afstand tot de arbeidsmarkt’. Misschien is dit waar een crisis wél goed voor is: dat ‘iedereen’ een poging kan wagen op de arbeidsmarkt. Uit nood geboren égalité? Een wrange vorm van gerechtigheid? Al is het gewoon een grondrecht. Volgens Artikel 29 heeft ‘eenieder recht op toegang tot gratis arbeidsbemiddeling’. Maar zoals steeds vaker staan grondrechten op de tocht in de praktijk.
De hele dag in het buurthuis
Al is de energiecrisis in volle gang, in het eenpersoonshuishouden van Dina is de rekening slechts met €50,- gestegen. ‘Valt erg mee hé?’ zegt ze. ‘Ik ken mensen die de hele dag in het buurthuis gaan zitten zodat ze thuis niet hoeven te stoken. Nou, dat is mijn lol nog niet.’
En dan zegt ze opgetogen: ‘Het was vanmorgen 17 ° en nu is het 18°!’
‘Werken de tochtstrips nu al?’ vraag ik.
‘Nee, ik denk dat het door jullie komt, dat het daarom warmer is. Willen jullie nog wat drinken?’
‘Mooi werk, maar ik hou m’n luchtroosters wel open hoor, jongen. Anders krijg ik helemaal geen lucht.’
Ik meen daarin te horen dat mevrouw maar weinig bezoek krijgt en het leuk vindt dat we er zijn. Want als ik vervolgens vraag wat ze later vandaag gaat doen, zegt ze dat ze nog even naar de supermarkt gaat. ‘Ik moet er elke dag echt even uit, anders word ik gek.’
En tegen Akram, die alles vlijtig aan het dicht kitten is, zegt ze: ‘Mooi werk, maar ik hou m’n luchtroosters wel open hoor, jongen. Anders krijg ik helemaal geen lucht.’
Akram lacht en gaat naar de bovenverdieping. De muren van dit huis zijn dun. Als hij boven bezig is, hoor ik hem tevreden hummen. Dina wijst naar boven en zegt zachtjes: ‘Hij is daar ook alles aan het dichtkitten zeker, maar ik slaap altijd met een raam open.’
Gratis isolatiefolie
Dan verschijnt collega Jannes op de stoep, een opgewekte jongen met een vies spijkerjackie van het werken. Hij legt me uit dat de FIXbrigade gefinancierd wordt met Europese subsidie. ‘Wij nemen woningbouwcoöperaties werk uit handen. En ook de gemeente, want als mensen niet in de schulden komen, dan bespaart dat weer mankracht om de mensen te helpen. Het is allemaal win-win, maar soms schuurt het tussen woningbouw en gemeente, want het is vaak niet helemaal duidelijk wie er verantwoordelijk is voor de huizen en de mensen.’
Dina kijkt Jannes vragend aan en zegt: ‘Gaat dit me wel echt helpen dan?’
‘Als je drie radiotoren isoleert, zou dat zo’n 35 euro per jaar moeten besparen. En een ledlamp plaatsen bespaart zo’n 7 euro per jaar.’
‘Maar die lamp moet wel aan,’ zegt ze wijzend op een halogeenlamp van een paar honderd watt. ‘Ik vind het ook zowat om een nieuwe te kopen. Hoeveel investeer je en wat levert het op?’
‘Goede vraag. Misschien stoot je die lamp nog eens om,’ zegt Jannes. ‘Dan kun je een duurzamere lamp kopen.’
Dina lacht hard en zegt: ‘Dat is ook een optie.’
De hele ochtend keek Dina naar een televisieprogramma over honden. Maar dan komt er reclame van een bouwmarkt voorbij en een sappige stem zegt: ‘Isoleren helpt je besparen, nu gratis radiatorfolie.’ ‘Kijk!’ zegt ze tegen Jannes.
‘Koud, koud!’
In heel Amsterdam Nieuw-West is er slechts één isolatieteam. Per week isoleren ze vier huizen en doen ze vier nieuwe opnames – inventariseren bij mensen wat er moet gebeuren. ‘Eigenlijk zou je dit werk met duizenden mensen moeten doen,’ zegt Jannes.
Die middag doen we twee opnames in een flat. Een glimlachende vrouw doet open terwijl haar telefoon op de speaker staat. Nederlands spreekt of verstaat ze niet. Haar dochter fungeert als tolk en loodst ons door het huis. De vrouw zegt soms alleen: ‘Koud, koud!’ Terwijl ze naar een raam wijst. Er wordt door Akram en Jannes in alle gaten en kieren gekeken, ze speuren naar dat wat onzichtbaar is: tocht. Al zijn de twee vriendelijk en geen enkele bedreiging, het werk is intiem en ik kan het niet helpen om aan een huiszoeking te denken. Ik probeer zoveel mogelijk terug te glimlachen naar de vrouw.
Akram zegt dat de bank een halve meter van de radiatoren af moet staan, om warmte te kunnen verspreiden. ‘Oeh,’ zegt dochter door de telefoon.
Beleefd zegt Akram: ‘Geen zorgen, wij geven alleen advies.’
Deken over haar benen
Bij het laatste huis doet er weer een vrouw open met een telefoon in haar hand. Ze zegt: ‘Sorry, willen jullie je schoenen uitdoen? Mijn zoon is gehandicapt.’ Afwisselend komen haar man en een andere zoon aan de telefoon. Ze spreekt goed Nederlands, maar van cv-ketels heeft ze geen verstand. De zoon geeft in plat Amsterdams advies aan Jannes: ‘Hé, chef, druk eens op dat knopje.’
Deze vrouw is blij met de komst van de brigade, want de gordijnen waaien op in de winter. In de woonkamer zit een bejaarde vrouw met een deken over haar benen voor de televisie. Ze knikt wel, maar zegt niets.
Terwijl de bewoners wachten op de vooruitgang, hebben de tocht en schimmel vrij spel.
De bellende vrouw neemt ons mee naar de badkamer. ‘Mijn zoon heeft een handicap,’ zegt ze weer, ‘daarom doucht hij iedere dag’. De woningbouwvereniging heeft een ventilator in de badkamer geplaatst, want schimmelvorming is anders niet tegen te gaan. Jannes zegt dat de woningbouwvereniging verplicht is om dat overal te doen, sinds 1992, maar ze doen het niet vaak. ‘Vanwege zijn handicap hebben ze het hier waarschijnlijk wel gedaan.’
Eenzaamheid
Als we weer buiten staan, zegt Jannes: ‘Deze huizen zijn zo verouderd, het lijkt het niet waard om ze op te knappen. Ze zullen gesloopt of grondig gerenoveerd worden.’ Ondertussen, terwijl de bewoners wachten op de vooruitgang, hebben de tocht en schimmel vrij spel. Maar dat weerhoudt Akram en Jannes er niet van om monter hun werk voort te zetten. Het is iets dat iedere hulpverlener weet: je kunt de mensheid niet redden, maar een mens wel een tijdje.
Ik kijk naar de flats en vraag me vooral af waar de mannen en kinderen waren in deze wijk, want er leken alleen vrouwen te wonen vandaag. De dochters, zonen en mannen hadden wél een leven elders. Al isoleer of herbouw je huizen nog zo goed, daar los je nog niet mee op dat de mensen verborgen levens lijken te leven. Eenzaamheid is net zo penetrant en niet te negeren als tocht.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.