Op de satellietbeelden had het geleken of het kantoor van Brijbasi Art Press was gevestigd op een met dorre grond omgeven industrieterrein. Zoals zo vaak leek de werkelijkheid er op de grond net iets anders uit te zien.
‘Brijbasi Press is gevestigd in het hart van de kakofonische stad Noida, in de noordelijke deelstaat Uttar Pradesh in India. De stad staat bekend om zijn vastgoedontwikkelaars en pluimveebedrijven. Ook is het de toegangspoort tot Agra, de thuisbasis van de iconische Taj Mahal, ’s werelds mooiste monument voor liefde,’ schreef Shantanu Guha Ray in zijn verslag. ‘In de buurt van het kantoor rijden stinkende vrachtwagens en oude bussen, die al toeterend naar hun bestemming proberen te komen. Langs de weg spelen luidruchtige jongetjes een spelletje ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.’’
Op de foto die Ray appte van het gebouw waar Kleuren op code. Rustgevende kleurprojecten met kleurencode was geproduceerd, stond de stoep vol met tientallen motoren, dicht op elkaar geparkeerd, onder een serie hoogspanningskabels. Dit was het hoofdkantoor van Brijbasi: de plek waar antwoorden te vinden zouden moeten zijn.
Corruptie in de cricketwereld
Nu ik zelf niet naar Delhi kon, was ik via een website waarop internationale freelance journalisten hun diensten aanbieden in contact gekomen met Shantanu Guha Ray, een in Delhi gevestigde journalist met meer dan 25 jaar ervaring. Hij had prijzen gewonnen en verschillende boeken geschreven, over corruptie in de cricketwereld, bijvoorbeeld, en over de centrale Indiase rol in de wereldwijde diamantindustrie.
‘I’m game,’ stuurde Ray terug, zonder al te veel verdere vragen.
Op zijn profielfoto droeg Ray een bril met gouden montuur, waarachter zijn linkeroog net iets lager leek te hangen. Hij had een jaloersmakende, naar rechts golvende bos haar en zijn mondhoeken leken nog iets verder naar beneden te worden gedrukt door zijn stevige snor. Zijn onderkin probeerde hij niet te verbergen. Het leek me een collega die ik altijd wel aan mijn zijde zou willen hebben – voor de echt moeilijke vragen.
Bureaustoelreis
Ik stuurde Ray een bericht met de vraag of hij naar Noida wilde reizen om te kijken of hij daar Saurabh Garg te spreken kon krijgen – de directeur die me had beloofd bij me terug te komen met antwoorden, maar die ik nu niet meer te pakken kon krijgen.
‘I’m game,’ stuurde Ray terug, zonder al te veel verdere vragen.
Op de ochtend dat Ray op pad zou gaan – vanuit Delhi was het een uurtje rijden – zat ik ’s ochtends vroeg klaar. Om het avontuurlijke gevoel van deze bureaustoelreis te vergroten, had ik mijn kantoortje ingericht als een soort zenuwcentrum. Mijn thermoskan vol koffie, mijn telefoon opgeladen en op mijn bureau een extra scherm met daarop de kaart van Delhi en omgeving, zodat ik Ray live zou kunnen volgen. Het beloofde mogelijk spannend te worden. Vanwege de pandemie had je volgens Ray speciale toestemming van de districtsmagistraat nodig om van Delhi naar Noida te reizen. Diverse wegcontroles zouden volgen. Ray had gezegd dat hij me een bericht zou sturen zodra hij op pad zou gaan.
Tot zover het plan. Toen ik Ray na een tijdje wachten belde, bleek alles soepel te zijn verlopen en was hij alweer onderweg terug, naar Delhi. ‘Ik heb zojuist een interactie gehad met mensen van Brijbasi,’ zei hij. ‘Ze zijn tijdelijk gesloten door Covid, maar Saurabh Garg heeft beloofd dat hij me vanavond belt, en daarna vertel ik jou wat hij heeft verteld, oké?’
Ray wilde al ophangen en ik moest mijn best doen om hem aan het praten te houden. Ik vroeg hoe het contact was verlopen. ‘Gewoon, er waren daar twee managers. Ik heb ze mijn kaartje gegeven en gezegd dat ik een filantroop ben die een kalender wil laten drukken. Ik vertelde ze ook dat ik tijdens mijn research had ontdekt van de blunder met de Hitlerkleurplaat en dat ik daar eerst opheldering over wilde.’
Hij had dus niet gezegd dat hij voor mij werkte? ‘Nee, zo gaat dat hier niet. Maar geen zorgen, ik spreek hem vanavond en dan kom ik bij je terug.’
Ze liegen de hele tijd
Hm. Zelf was ik gewend om met open vizier te werken, over een undercoveroperatie hadden we het niet gehad. Misschien hadden we sowieso betere afspraken moeten maken. Het was al niet het meest doordachte plan en ik merkte nu dat ik niet meer in control was. Ray, de ervaren Indiase journalist, was voortvarend van start gegaan en zou pas bij me terugkomen als hij antwoorden had.
Die avond, het was al middernacht in India, appte ik hem om te vragen hoe het gesprek met Garg was gegaan. Het bleek een dag te zijn verschoven. Dat werd daarna nog een dag. En nog een dag. En nog een dag. ‘Hij zegt dat hij een beetje verkouden is,’ stuurde Ray op dag vijf. ‘Dat is een standaard excuus in India, en nu met Covid-19 werkt het helemaal goed. Maar hij heeft beloofd dat het morgenavond echt doorgaat. Garg is een oude vos, maar ik krijg hem wel aan het praten.’
‘Mensen die iets fouts hebben gedaan, zijn altijd op hun hoede. Ze liegen de hele tijd.’
Het idee dat Garg in mijn opdracht zou worden geïnterviewd, zonder dat hij wist dat hij werd geïnterviewd, begon ik steeds ongemakkelijker te vinden. Zich alsnog bekendmaken als journalist vond Ray geen goed idee. ‘Will nail him first and finally tell him that I’m a journo,’ stuurde hij. ‘In Europa volgen jullie regels, hier in India werkt het precies andersom. Je moet eerst praten, praten, praten voordat mensen iets gaan vertellen. En mensen die iets fouts hebben gedaan, zijn altijd op hun hoede. Ze liegen de hele tijd.’
Good cop, bad cop
Die avond lag ik wakker. Moest ik er maar op vertrouwen dat Ray wist wat hij deed? Het was een Indiaas verhaal en op mijn manier was ik, na maanden proberen, nog geen steek verder. Zou ik misschien good cop, bad cop moeten spelen? Saurabh Garg zelf nog eens benaderen, om hem te waarschuwen voor Ray, in de hoop dat hij dan wel met mij zou willen praten?
Op mijn telefoon zocht ik de Code van Bordeaux op, de internationale verklaring uit 1954 die als standaard van de journalistieke werkwijze geldt. Tot mijn verbazing stond daar niets in over ‘met open vizier werken’. Die ethische norm was alleen opgenomen in de Nederlandse ‘Code voor de journalistiek’ die door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren is opgesteld. Als Garg de weg naar de Raad voor de Journalistiek zou weten te vinden, hoe zou het oordeel dan luiden?
Wel doen? Niet doen?
Historische blunder
Voor twijfel bleek het te laat. Zoals Ray de corruptie in het Indiase cricket had geopenbaard, zo was hij nu onderweg om de waarheid achter Brijbasi Art Press te achterhalen. De volgende dag had ik een gemiste oproep van hem, een berichtje dat hij Garg had gesproken en een paar uur later een compleet verhaal in mijn mailbox.
‘Drie jaar nadat een boek met Adolf Hitler voor verontwaardiging in Europa zorgde, zegt de Indiase uitgever spijt te hebben van deze “historische blunder”,’ zo begon het verslag van Ray.
Het boek was niet alleen in het Nederlands verschenen, maar ook in het Engels, Hindi, Gujarati en Marathi.’
Hij beschreef details die ik nog niet kende. Dat het boek bijvoorbeeld niet alleen in het Nederlands was verschenen, maar in elk geval ook in het Engels, Hindi, Gujarati en Marathi. Het boek zou daarnaast ook in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op de markt zijn gebracht.
In zijn verhaal citeerde hij anonieme bronnen. ‘Medewerkers van Brijbasi Art Press zeggen dat het incident het bedrijf in verlegenheid heeft gebracht, en dat vanwege de internationale ophef werd gevreesd dat de Indiase regering het bedrijf een boete zou geven.’
Sorry, sorry, sorry
Ook directeur Saurabh Garg kwam aan het woord. Hij maakte op verschillende manieren zijn excuses. ‘Het was een vergissing, een onbedoelde fout die binnensloop omdat de personen die het boek hebben gemaakt niet erg voorzichtig waren. Hitler had niet in het boek moeten staan,’ zou hij hebben gezegd. En: ‘Het idee was om namen en afbeeldingen van de grootste leiders ter wereld te verzamelen. Toen de selectie werd gemaakt, heeft iemand de grove fout gemaakt en Adolf Hitler toegevoegd, omdat het een grote naam was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit was een erg, heel erg, stomme beslissing. Een gevaarlijke vergissing, waar ik tot op de dag van vandaag spijt van heb.’
Volgens Garg waren ‘er enkele studenten ingehuurd’ voor de productie van het boek. Een van hen zou hebben gedacht dat ‘Hitler een held was, een van wereldklasse’. In het verslag van Ray staat dat de directeur niet meer weet wie die studenten waren, maar dat ze na het incident nooit meer met hen hebben gewerkt. Bovendien is de werkwijze aangescherpt, zijn er extra controles en is al het personeel duidelijk gemaakt dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Het verhaal eindigt met excuses: ‘Tegen de wereld zeg ik sorry, sorry, sorry.’
Schuldig
Eindelijk, na bijna een jaar proberen, was ik via Ray bij de bron van dit verhaal gekomen. Het bracht alleen niet de voldoening die ik had verwacht.
Ik voelde me schuldig tegenover Saurabh Garg, die tegenover Ray onnodig diep door het stof leek te gaan.
Ik voelde me schuldig tegenover Saurabh Garg, die tegenover Ray onnodig diep door het stof leek te gaan. Bovendien waren zijn verkoudheidsklachten geen smoes: in het verslag las ik dat Garg thuis was omdat hij was besmet met het coronavirus, zoals er tegen het einde van de zomer al miljoenen besmettingen waren gemeld in India. Het was ook onduidelijk of Ray uiteindelijk had gezegd dat hij journalist was. Volgens Ray was het Garg uiteindelijk wel duidelijk geworden, want op een gegeven moment had hij de hoorn erop gegooid.
Slordigheden
En er zat me nog wat dwars. Veel van wat Ray schreef kwam overeen met eerdere bevindingen, maar er waren ook wat slordigheden. In plaats van Saurubh stond er bijvoorbeeld Subhas. Hij schreef dat Brijbasi Art Press meer dan zestig jaar bestond, terwijl het al bijna honderd jaar was. Er stond dat er zo’n vijfduizend exemplaren van het boek naar Europa waren gestuurd, maar ik wist van de exportdocumenten dat er alleen al voor de Nederlandstalige markt 25.560 exemplaren waren verstuurd.
Hij schreef dat Hitlers autobiografie in India was verboden, wat niet waar was. En was dat laatste citaat niet te mooi, voor iemand die niet weet dat hij wordt geïnterviewd? En waren er in de buurt van Brijbasi wel echt kinderen ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet’ aan het spelen, of kwam dat omdat ik had gehamerd op wat couleur locale?
Opeens besefte ik wat ik had gedaan: ik had mijn werk geoutsourcet, zoals ook ooit de productie van het kleurboek was uitbesteed. Aan iemand in een land duizenden kilometers verderop, in een totaal andere cultuur, voor wie dit ook maar gewoon een klusje was. Met alle risico’s van dien.
Dankzij Ray was het einde in zicht. Na de lange zoektocht kon ik nu voorzichtig beginnen met het formuleren van een antwoord op de vraag wat er nou écht was misgegaan met de Hitlerkleurplaat. Maar ik moest niet vergeten wat ze bij Kleuren op code. Rustgevende kleurprojecten met kleurencode wel waren vergeten: de kwaliteitscontrole.
In de volgende aflevering: check, check, dubbelcheck.
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.