Beginnend rechercheur Calvin staart naar zijn eerste dode. Een naakte jonge vrouw met op haar torso de grof dichtgenaaide V-incisie van het organenonderzoek. ‘Is ze gestikt?’ vraagt Calvins baas. ‘Absoluut,’ zegt de schouwarts. Hij wijst op verwondingen die duiden op een worsteling: de vrouw heeft zich stevig verzet. ‘Ook zitten er kneuzingen rond de neus en lippen. Verder zat er modder tussen haar tanden, en in haar ogen en neusgaten.’ Iemand moet de vrouw met haar gezicht in de modder hebben gedrukt totdat ze dood was.
Essay
Waarom helden altijd knap zijn (en slechteriken een stelletje lelijkerds)

Het gros van de thrillerauteurs geeft hun protagonisten een knap voorkomen, schrijft Marijn van der Jagt. Gebrek aan uiterlijke schoonheid is voorbehouden aan bijfiguren. Het graatmagere, kalende agentje is een sukkel, de neanderthaler-achtige criminelenbodyguard is dom en de plompe vriendin van een beeldschoon slachtoffer zal wel verteerd zijn door jaloezie. Wat zegt dit over het genre?


