Flatulentie – we moeten het er vroeg of laat toch een keer over hebben. In een serie over peulvruchten kunnen we er niet omheen: bonen maken wind. Het zit zo: in onze darmen leeft van alles, de darmflora. Deze micro-organismen zorgen voor een belangrijk deel van onze stofwisseling. Ze verteren stoffen en produceren daarbij gas, ongeveer een liter per dag. Als we bonen eten, stijgt die productie plotseling explosief. In bonen zitten namelijk ingewikkelde koolhydraten die onze eigen enzymen niet kunnen afbreken tot opneembare suikers. Ze komen dus onverteerd door ons darmstelsel. Daar gaan de darmflora er gretig mee aan de slag, waardoor ze veel meer gas maken.

Dit is deel drie in een serie van culinair journalist Joël Broekaert over hoe bonen ons inzicht bieden in de geschiedenis van de mens. Lees de overige delen hier.

Bonen eten leidt tot winderigheid. Dat is niet alleen een universele waarheid, het is ook een euvel van alle tijden. Ook de Oude Grieken maakten zich er al druk om. Wel of niet bonen eten, dat was een van die grote vraagstukken waar de grote denkers in de Oudheid een antwoord op probeerden te formuleren, terwijl zij de basis legden voor eeuwen aan westerse filosofie.

De eerste Griekse filosofen leefden in de zesde eeuw voor Christus op de Ionische eilanden. Zij werden in hun tijd sophoi genoemd, ‘wijze mannen’. Door latere generaties werden zij aangeduid als ‘liefhebbers van wijsheid’: philosophoi. Deze Archaïsche Grieken waren de voorlopers van de grote Griekse denkers uit de Klassieke Oudheid – Socrates, Plato en Aristoteles. De grote innovatie van hun tijd was dat zij de antwoorden op de grote vragen naar de aard en de oorsprong van het universum niet meer zochten in het goddelijke of bijgeloof, maar dat zij zochten naar een abstracte en mechanische uitleg van het universum. De Ioniërs ontwikkelden daarvoor een abstracte, speculatieve denkwijze waarin de menselijke rede en de waarneming centraal stonden. Zij waren de pioniers van het rationalisme.

Deze nieuwe manier van denken leidde tot grootse ideeën en prestaties die nog steeds weerklinken in de moderne wetenschap. Thales van Milete voorspelde in 585 voor het eerst succesvol een zonsverduistering. Pythagoras na hem ontdekte de wiskundige ordening achter muziekintervallen en iedere middelbarescholier kent hem van de stelling die zijn naam draagt (al is het niet helemaal zeker of Pythagoras daadwerkelijk zijn eigen stelling heeft geformuleerd). Leucippus en zijn leerling Democrites op hun beurt ontwikkelden het idee dat alles in het universum uiteindelijk op het kleinste niveau uit ondeelbare deeltjes bestaat, atomos (oud-Grieks voor ‘niet-deelbaar’).

Bonen eten is moord

Maar de Griekse denkers hielden er ook talloze ideeën op na die wij tegenwoordig verre van rationeel zouden noemen. Enter onze bonen.

Neem de briljante mathematicus Pythagoras van Samos. Hij geloofde dat puurheid van wiskunde de menselijke ziel kon verbeteren, maar hij had er ook andere, meer mystieke ideeën over. Pythagoras leidde een soort hippie-commune in wat nu Zuid-Italië is. Zijn volgers waren strikte vegetariërs omdat zij geloofden in reïncarnatie. Pythagoras zou in het Nabije Oosten of volgens sommigen zelfs in India in contact zijn gekomen met dat idee. Maar anders dan in India, waar bonen een belangrijke vervangende eiwitbron voor vegetariërs waren, aten Pythagoras en zijn volgers ook nadrukkelijk geen bonen.

De overtuiging dat hij geen bonen at, lijkt te zijn gebaseerd op een zin uit een gedicht van een van zijn volgers, Empedocles. Die schrijft: ‘Blijf met je handen van bonen af.’ Welke rol bonen precies gespeeld hebben in zijn leer en waarom hij het eten van bonen al dan niet verboden zou hebben, is niet zeker. Er zijn geen teksten van Pythagoras zelf bewaard gebleven. Maar alles duidt erop dat hij er een sterke mening over heeft gehad – volgens de overlevering zou hij zelf aan zijn einde zijn gekomen toen hij weigerde een bloeiend bonenveld te doorkruisen om zijn belagers te ontvluchten. Hoe het ook zij, de bonen van Pythagoras hebben een groot aantal denkers nog heel wat jaren flink beziggehouden.

Wanneer tuinbonen geroosterd worden gaan ze een klein beetje openstaan. Je hebt niet veel fantasie nodig om daar een vagina in te zien.

Voor we verder gaan: nergens wordt gespecificeerd om welke bonen het gaat. In de Oudheid werden rond de Middellandse Zee verschillende peulvruchten gegeten, waaronder linzen en kikkererwten. Maar het is aannemelijk dat het voornamelijk over de tuinboon gaat. De fava was lange tijd de voornaamste boon in heel Europa. Zeker tot 1492 – toen Europeanen voor het eerst in aanraking kwamen met de Amerikaanse soorten – wordt in oude teksten met het woord boon bijna altijd de tuinboon bedoeld.

Maar waarom dan toch dat Pythagorasiaanse tuinbonenverbod? De meest logische verklaring is dat bonen onderdeel waren van die cyclus van reïncarnatie. Een Orfisch fragment stelt: ‘Het eten van bonen en het knagen aan de hoofden van iemands ouders is hetzelfde ding.’ Simpel gezegd: bonen eten is moord. Bonen zouden op de een of andere manier dragers zijn van menselijke zielen. Een moderne verklaring is dat bacteriën op de wortels van bonenplanten een proteïne produceren die zuurstof bindt op dezelfde manier als het hemoglobine in ons bloed. De wortels van bonen zijn ook rood als ons bloed, wanneer je er in snijdt. Op basis hiervan zou Pythagoras hebben kunnen concluderen dat dezelfde levenskracht in het spel was.

De zieldragende boon

De minder moderne uitleg komt van Aristoteles: bonen, waarvan stammen hol zijn en geen nodiën of knopen hebben, waren een directe verbinding naar de onderwereld, waardoor zielen konden worden uitgewisseld. Hij merkt ook op dat bonen op testikels lijken. Volgens sommige geleerden zou ook Empedocles ballen bedoeld hebben toen hij bonen zei. Volgens anderen lijken bonen wel erg op het vrouwelijk geslachtsorgaan. Wanneer tuinbonen geroosterd worden (nog steeds vaak gebruikelijk in Griekenland en het Midden-Oosten) gaan ze een klein beetje openstaan. Je hebt niet veel fantasie nodig om daar een vagina in te zien. Volgens deze gedachtengang staan bonen symbool voor de regeneratie en voortplanting.

Ook in de Indo-Europese taal zie je een duidelijke connectie tussen bonen en het idee van zwangerschap en hernieuwing. Het Griekse woord voor boon is kyamos, dat komt van kyein: opzwellen. Hetzelfde geldt voor het Duitse Bohne van bhouna: dat wat opzwelt. Het woord fava komt waarschijnlijk van bhabha: een zwelling of rondheid. Maar het kan ook heel goed de flatulentie zijn geweest die heeft geleid tot het idee van de zieldragende boon. Zowel in het Grieks als Latijn betekenen de woorden pneuma en anima zowel wind, lucht en adem als geest en ziel betekenen. Het laten van scheten was een teken dat men zielen had geconsumeerd.

Een andere winderige verklaring is dat de onrust die gepaard gaat met het eten van bonen niet verenigbaar is met het filosoferen. Dat klinkt wat futiel, maar het past wel binnen de klassieke opvatting dat een gezonde geest samengaat met een gezond lichaam. Mens sana in corpore sano is een van de beroemdste wijsheden uit de Oudheid. Als Aristoteles schrijft dat bonen ‘schadelijk’ zijn, dan bedoelt hij mogelijk schadelijk voor een gezonde rationele geest, omdat overmatige gasvorming niet thuishoort in een gezond lichaam. De beroemde Romeinse redenaar Cicero schrijft enkele eeuwen later: Dus Plato gebiedt ons naar bed te gaan op het moment dat ons lichaam dermate kalm is dat er niets is dat onze geest zou kunnen afleiden of verstoren. Dat, zo wordt gedacht, is de reden dat het de Pythagoranen verboden is om bonen te eten die aanzienlijke flatulentie veroorzaken en dus de vijand zijn van iedereen die gemoedsrust zoekt.’

De minst leuke, maar misschien daardoor wel meest aannemelijke verklaring is dat Pythagoras helemaal niets tegen bonen an sich had, maar dat hij zijn volgers opdroeg zich afzijdig te houden van de politiek. Bonen werden in de Oudheid dikwijls gebruikt om stemmen uit te brengen (een witte voor ja, een zwarte voor nee).
Hoe dan ook, Pythagoras was een rare snuiter. Er waren vast genoeg filosofen die wel gewoon bonen aten. Zo geloof ik graag dat Diogenes de Cynicus veel bonen at. Die woonde volgens de overlevering in een lege regenton. Dat moet mooie concerten hebben opgeleverd.

Bronnen: Beans, A History van Ken Albala; On Food and Cooking van Harold McGee; Western Civilization van Thomas Noble e.a.;  Early Greek Philosophy van Jonathan Barnes; The White Goddess van Robert Graves.