We hadden de vakantie van ons leven, echt waar. We plukten citroenen, keken uit over het dal, aten pulpo, lieten onze kinderen de toren van Pisa zien en lazen Joan Didion.

Maar na een week, op 24 februari, vertrokken we, na opeens nijpende berichten in de kranten over Lombardije, ’s ochtends vroeg uit Toscane, via de kuststrook door Genua, naar Frankrijk. We lieten het huis vol verdwaalde sokken achter en namen per ongeluk twee koffietafelboeken over Lucca mee.

‘Where you live it’s even worse because of all the people from Asia,’ zei ze en sloeg haar armen over elkaar.

De eigenaresse van het huis kwam de sleutels halen. Ze had hennarood haar, een paarse mond en torende boven me uit, terwijl ik met de kinderen op het stoepje bij de buitendeur zat te wachten tot de laatste dingen in de auto zaten. ‘You still breastfeed?’ vroeg ze me en knikte naar de baby op mijn schoot. Ik schudde mijn hoofd. Ze trok misprijzend haar mondhoeken omlaag.