Er zijn op werkgebied altijd modetermen die enige tijd als de heilige graal worden gezien. Balans is er een van. We lijken een perfect evenwicht na te jagen in alles wat we doen: we streven naar een gebalanceerd dieet, er moet balans zijn tussen werk en privé, zelfs onze emoties moeten in balans zijn.
Soms lijken we er dichtbij te zijn, en dan voelen we ons het volgende moment weer gefrustreerd omdat we ‘uit balans’ zijn geraakt. Waanzin, volgens boswachter, tv-persoonlijkheid en auteur Arjan Postma, met wie ik over de Eilandspolder nabij zijn woonplaats Driehuizen slenter. ‘Mensen denken ook altijd dat er zoiets bestaat als een natuurlijk evenwicht. Maar als iets in de natuur een balans begint te naderen, betekent dat meestal dat het aan het doodgaan is.’
Balans als doodvonnis. Ik moet meteen aan de zogenaamde ‘sleur’ denken, waar wij mensen in dreigen te komen als een te groot deel van ons leven voorspelbaar wordt. Toch veronderstellen we dat er een moment zal komen dat alles zo is als het zou moeten zijn.
Volgens Postma is dat vooral in Nederland een manier van denken, zowel over onszelf als over de natuur. ‘We zijn in Nederland gewend om alles te managen,’ zegt hij. ‘Grote delen van ons landschap zijn door de mens gecreëerd. Het is mooi als we iets kunnen aanjagen, maar we moeten ook leren om de natuur weer zijn gang te laten gaan. Van te veel management wordt de natuur arm.’
Hij vergelijkt het met ouders die hun kinderen te veel willen beschermen en controleren. ‘Daar knapt je kind ook niet van op. Die moet juist kunnen experimenteren en dat kan je als ouder stimuleren, terwijl je af en toe bijstuurt. Het leven gaat met vallen en opstaan en steeds weer inspelen op zich voordoende situaties.’
Meebewegen
In plaats van zoeken naar balans pleit Postma voor in beweging blijven en verandering omarmen. Want niet balans, maar dynamiek is de basis van een gezond landschap – en een gezonde mens. Hij wijst naar een rietkraag langs de sloot. ‘Neem riet. Het kan op ontzettend veel plekken groeien en overleeft het meeste natuurgeweld. Dat is niet omdat het zo standvastig of uitgebalanceerd is, maar juist omdat het zo goed mee kan bewegen. De bladeren van het riet kunnen 180 graden om de stengel heen draaien. Als het stormt, draait het riet zijn bladeren met de windrichting mee.’
Een divers en dynamisch natuurgebied is ook beter bestand tegen veranderende omstandigheden. Terwijl grote bomen die in hun eentje aan de weg of op een weiland staan alle wind vangen en omvallen, blijven het woud en het riet staan.
De pioniersmier
De mens is een denkend riet, schreef filosoof Blaise Pascal ooit. ‘De mens is niet meer dan een zwak riet, maar het is een denkend riet. (…) zelfs als de natuur hem wil verpletteren, is de mens nog steeds edeler, want hij kent het overwicht dat het universum over hem heeft. Het universum weet daar niets van.’
Postma herkent hierin het denken over de natuur zoals we dat eeuwenlang hebben gedaan. ‘Dieren zagen we als wezens die puur op instinct varen. De mens daarentegen was intelligent en stond daarom boven de andere wezens.’
Inmiddels weten we steeds meer over diergedrag, en zien dat het veel complexer is dan voorgeprogrammeerd instinct. Tegenwoordig willen we ons ook niet meer verheven voelen boven de natuur: we willen dichterbij onze ‘eigen natuur’ komen en zien de natuur als bron om ons eigen gedrag te begrijpen en legitimeren.
‘Het is niet mijn bedoeling om bewijs te vinden voor waarom mensen iets op een bepaalde manier doen. Ik hoop vooral te inspireren: zo kan het ook.’
Postma ziet ook dat de nieuwsgierigheid naar diergedrag groeit. Hij pleit ervoor om van de natuur en dieren te leren. ‘Het is niet mijn bedoeling om bewijs te vinden voor waarom mensen iets op een bepaalde manier doen. Ik hoop vooral te inspireren: zo kan het ook.’ Het titelverhaal van zijn boek Hoe één gekke mier de wereld kan veranderen, is een analogie voor de werkvloer.
In dat verhaal beschrijft Postma hoe er in een mierenkolonie werkmieren, pioniers en trendsetters bestaan. Van de werkmieren zijn er veruit de meeste. Zij lopen alleen maar in de bestaande geursporen van hun eigen mierenkolonie. Maar wanneer zich een verstoring voordoet, zoals bijvoorbeeld een boom die omvalt en het mierennest van daglicht berooft, heb je niet zoveel aan de werkmieren. Als zij hun pad blijven volgen, blijven ze bouwen aan een huis op een ongunstige plek. Hier komt de pioniersmier om de hoek kijken. Een zeldzame, maar onmisbare soort mier. Hij durft het aan om buiten de gebaande geursporen te treden en nieuw terrein te verkennen. ‘Soms duurt het heel lang voordat iemand anders hem volgt,’ zegt Postma. ‘Net als bij mensen, die jarenlang kunnen rondlopen met een goed idee totdat iemand erin gelooft.’ Uiteindelijk staan er tussen de mieren een paar ‘trendsetters’ op, die de pionier volgen. En achter die trendsetters aan volgt de massa.
Een nieuwe rol
Ook aan de overgang besteed Postma een heel hoofdstuk. In de westerse wereld heerst volgens hem een raar idee over deze fase in het leven van een vrouw: haar tijd zou erop zitten, haar functie zou volbracht zijn. Maar in de natuur bestaat er niet zoiets als uitgerangeerd zijn en toch blijven doorleven. ‘De natuur is hierin niet mild,’ zegt hij. ‘Als je geen taak meer hebt, heb je geen bestaansrecht meer. Sterker nog: je eet het voedsel van je kinderen en bent zo dus een directe concurrent. Sommige dieren, zoals zalmen en mannelijke bijen, gaan direct na het paren dood. Simpelweg omdat ze dood meer waarde hebben voor het nageslacht dan levend.’
‘Boven de 55? Mannen voor de klas en vrouwen aan de macht!’
Reden genoeg om met heel andere ogen naar de overgang bij de mens te kijken. Volgens Postma kunnen we onze veranderende hormoonhuishouding juist inzetten in een nieuwe rol. ‘Waar vruchtbare mannetjes in de natuur vaak de beschermers van de kudde zijn, nemen oudere mannen een meer verzorgende rol op zich,’ legt hij uit. Vrouwelijke dieren daarentegen nemen na de overgang juist vaak een leidende rol op zich, zoals olifantoma’s, die de kudde sturen en helpen met hun levenservaring. ‘De vergrijzing is niet een probleem, maar een oplossing,’ zegt Postma. ‘Boven de 55? Mannen voor de klas en vrouwen aan de macht!’
De natuur kent geen grenzen
Het loopt tegen het einde van de middag en we rijden in de bestelwagen van Postma de Eilandspolder uit. Vanaf de dijk zien we het contrast tussen enerzijds de wildere, natuurlijk ontstane polder en anderzijds de drooggelegde, rechthoekige polders. Volgens Postma leven er in de slootjes aan de drooggelegde kant slechts een paar vissoorten. Aan de overzijde is het een paradijs voor weide- en watervogels als de grutto, kievit, smient en wintertaling, en zeldzame moerasvogels als roerdomp en karekiet. Hoe meer de natuur zelf de ruimte krijgt, hoe diverser de soorten kunnen worden. En een gebied met veel diversiteit is volgens Postma het beste bestand tegen veranderende omstandigheden.
Zit daar misschien een les in voor onze beleidsmakers op asiel- en vluchtelingengebied? Hij lacht: ‘Ja, dat zou best kunnen. De natuur kent sowieso geen grenzen. En de mens eigenlijk ook niet. Stel dat Afrika onleefbaar wordt? Dan moet onze soort toch meebewegen met die verandering. De hele wereld is ons leefgebied.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.