Nederland wil graag geloven in een ‘kritische dialoog’ met Rwanda. Zelfs nu Human Rights Watch een vernietigend rapport over systematische martelingen in geheime detentiecentra heeft gepubliceerd.

Nederland steunt de regering van Rwanda door dik en dun, al jaren. Ook al is president Paul Kagame een autocraat met dictatoriale trekjes, wordt de oppositie stelselmatig tegengewerkt, worden tegenstanders in het buitenland vermoord en is er geen vrije pers. Kortom: alle kritische stemmen worden in gesmoord. In 1994 was Rwanda het toneel van een afschuwelijke genocide, en Kagame wordt door velen gezien als degene die daar een einde aan maakte. Over hem geen slecht woord, is het adagium bij veel diplomaten en ook bij opeenvolgende ministers.

En dus werkt Nederland al jaren samen met Rwanda om het justitie-apparaat op te bouwen. Zo werd er een gevangenis gebouwd, werden rechters opgeleid en wordt het openbaar ministerie ondersteund. Toen een Nederlandse officier van justitie Martin Witteveen daar een tijdje werkte en een kritisch rapport schreef over de gang van zaken tijdens rechtszaken, werd dit rapport knarsetandend ontvangen door zowel de Rwandese als Nederlandse ministeries van Justitie. Witteveens contract werd niet verlengd.

Met stokken, elektrische schokken, verstikking, isolatie, uithongering en schijnexecuties worden gevangen gefolterd in illegale detentiecentra.En ook nu Human Rights Watch met een kritisch rapport komt over geheime detentiecentra waar volop blijkt te worden gemarteld, blijft minister Lilliane Ploumen in haar dying days als minister pal achter het regime in Kigali staan. Ze slaagt er in haar antwoorden op vragen van Vrij Nederland het rapport niet een keer te noemen en blijft pleiten voor een ‘constructief kritische dialoog’ die volgens haar ‘het meeste resultaat’ oplevert.En dat terwijl het rapport van HRW er niet om liegt. In We will force you to confess, torture and unlawful detention in Rwanda staat te lezen dat de militaire inlichtingendienst van Rwanda martelmethoden gebruikt om valse bekentenissen af te dwingen. Met stokken, elektrische schokken, verstikking, isolatie, uithongering en schijnexecuties worden gevangenen stelselmatig gefolterd in illegale detentiecentra.

Advertentie

Advertentie

Illegale detentiecentra

Critici van het Rwandese regime hebben het vaak over het glanzend oppervlak dat een rottende binnenkant verbergt. Dat lijkt ook op te gaan voor het gevangeniswezen. De officiële gevangenissen (dus mede door Nederland gefinancierd) zijn tegenwoordig redelijk op orde volgens HRW. Maar daartegenover staat het bestaan van illegale detentiecentra waar gemarteld wordt, medische zorg ontbreekt en waar vaak honger wordt geleden. Onzichtbaar voor de buitenwereld en dus ook onzichtbaar voor bijvoorbeeld VN-controleurs. HRW noemt minstens zeven illegale detentiecentra en geeft een gedetailleerd beeld wat er zich afspeelt. In het rapport staat uitgebreid beschreven hoe en waar de Rwandese militaire inlichtingendienst martelt. De HRW-onderzoekers spraken met 61 voormalige gevangenen en 160 familieleden van (ex)gedetineerden.

Ook het bestaan van illegale detentiecentra wordt ontkend: wie wordt gearresteerd gaat naar een politiebureau en niet naar een illegale gevangenis, aldus de minister.Het onderzoek van Human Rights Watch dat plaatsvond tussen 2010 en 2016, laat zien dat de militaire inlichtingendienst in Rwanda martelt wanneer zij maar wil. Daarmee gaat zij in tegen haar eigen wetten. In Rwanda is martelen niet toegestaan. Officieel heeft Rwanda – ondanks herhaalde pogingen van HRW – niet gereageerd op het rapport. Maar eerder al beschreef de minister van Justitie, Johnston Busingye, het ‘zero tolerance’ beleid van de overheid wat betreft martelen. Ook het bestaan van illegale detentiecentra wordt ontkend: wie wordt gearresteerd gaat naar een politiebureau en niet naar een illegale gevangenis, aldus de minister. In het rapport staan met naam en toenaam zes militairen die zich schuldig hebben gemaakt aan martelpraktijken. De Rwandese autoriteiten hebben naar hen nog geen onderzoek lopen, aldus HRW.

Het martelen wordt met name gebruikt om mensen te laten bekennen dat ze lid zijn van de FDLR (Forces Démocratiques de Libération du Rwanda), een rebellengroepering bestaande uit voormalige jonge genocidaires die sinds de gebeurtenissen in 1994 actief zijn in Oost-Congo. Zij worden door de Rwandese overheid als dé bedreiging voor de staatsveiligheid gezien. Daarnaast zijn mogelijke leden van het Rwanda National Congress (RNC) een doelwit. Dit is een oppositiepartij in ballingschap: de leiding bestaat uit voornamelijk uit voormalige vrienden van president Kagame. Er worden herhaaldelijk aanslagen gepleegd op leden van het RNC, sommigen met succes.  Volgens de militaire inlichtingendienst werken de FDLR en het RNC samen en zijn ze verantwoordelijk voor een groot aantal granaataanslagen in Kigali tussen 2008 en 2014.

Het is overigens niet de eerste keer dat slechte omstandigheden in Rwandese gevangenissen en transitcentra worden bekritiseerd. Zo berichtte Amnesty International al in een rapport uit 2012 over het bestaan van illegale detentiecentra en martelpraktijken. In zowel een rapport uit 2015 als een rapport uit 2016 schreef de HRW over transitcentra waar vrouwen, kinderen, zwervers en bedelaars zonder pardon en zonder proces werden vastgehouden in bijzonder slechte omstandigheden.

Deze verbeteringen lijken een cosmetische ingreep als martelpraktijken op andere – vaak onzichtbare – plaatsen blijven doorgaan.

‘Constructief kritische dialoog’

Maar minister Ploumen ziet dus geen reden om de relatie met Rwanda te heroverwegen of om de steun op te schorten en pleit voor de eerder genoemde ‘constructief kritische dialoog’. Ze schrijft in antwoord op vragen van Vrij Nederland: ‘De Nederlandse ambassade in Kigali zal bilateraal maar ook als onderdeel van de EU en in samenspraak met gelijkgezinde landen, het gesprek met de betrokken ministers over deze verontrustende berichten blijven voortzetten’. Zij wijst op de situatie met de transitcentra. Daar is na een storm van kritiek vanuit de internationale gemeenschap de situatie inderdaad verbeterd. Maar deze verbeteringen lijken een cosmetische ingreep als martelpraktijken op andere – vaak onzichtbare – plaatsen blijven doorgaan. Volgens HRW is er geen aanleiding te veronderstellen dat er anno 2017 niet meer gemarteld wordt in Rwanda.

Dat president Kagame zich weinig aantrekt van de door Ploumen zo belangrijk geachte  dialoog en bij herhaling roept dat hij lak heeft aan die bemoeizuchtige internationale gemeenschap, rept de PvdA-minister geen woord. Of we van de nieuwe ministersploeg andere geluiden zullen horen blijft de vraag. De beoogde nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Halbe Zijlstra (VVD), liet eerder al weten alles te doen om het belang van Nederland veilig te stellen – lees de vluchtelingenstroom in te dammen. Daar horen ook deals bij met dictators.