Heel lang geleden is het niet dat Mark Rutte beweerde dat windmolens draaiden op subsidie en dat een koe in de wei ook natuur is. Met zulke gemankeerde slogans trok de VVD-premier aan de rem om de klimaatsceptici in zijn achterban te paaien en een ambitieus klimaatbeleid te voorkomen.

Intussen werd tijdens zijn eerste kabinetten zo enthousiast met de stikstofregels gesjoemeld dat Nederland in een stikstofcrisis terecht kwam, waardoor een aanzienlijk deel van de bouw nog steeds is lamgelegd. Maar in de aanloop naar zijn nieuwe en laatste kabinet klonk deze zomer een heel andere Rutte. Opeens zag hij Nederland voor zich als de ‘nummer een in de Olympische Spelen van het klimaat’. Die nieuwe ambitie van Rutte klinkt ook door in het coalitieakkoord dat deze week werd gepresenteerd. Nederland moet op klimaatgebied ‘koploper in Europa’ worden: er komt een speciaal klimaatfonds van 35 miljard euro, nog een fonds van 25 miljard om boeren in de buurt van natuurgebieden uit te kopen en de klimaatdoelen gaan omhoog: in 2030 moet de CO2-uitstoot met ten minste 55 procent worden verminderd.

Het ziet er waarachtig naar uit dat Rutte in zijn laatste kabinet – gedwongen door de omstandigheden – wil gaan goedmaken wat hij de afgelopen jaren aan ellende heeft aangericht.

zonder regie aan de markt overlaten

Daar zijn in het nieuwe coalitieakkoord meer voorbeelden van te vinden, zoals het leenstelsel. Al bij de invoering in 2015 waren de bezwaren algemeen bekend, maar onder de hoede van Rutte werd het plan er toch doorheen geduwd – met hulp van Jesse Klaver van GroenLinks die zó graag bij de grote jongens wilde horen dat ook hij de waarschuwingen negeerde en een deal sloot met de VVD om het ‘sociale’ leenstelsel aan een meerderheid te helpen. Gevolg: honderdduizenden studenten die tijdens het leenstelsel een gezamenlijke studieschuld opbouwden van nu al 12 miljard euro en daardoor nog moeilijker een huis kunnen kopen op de overspannen woningmarkt.

Waarmee we zijn aangeland bij een volgend voorbeeld: de wooncrisis, die niet alleen is veroorzaakt door de lage rente maar ook door het hardnekkige idee van Rutte’s VVD dat de overheid de woningcorporaties jarenlang met de verhuurdersheffing moest afknijpen en de woningbouw wel zonder regie aan de markt kon overlaten. Ook die omissie mag Rutte in zijn nieuwe kabinet proberen te herstellen: volgens het coalitieakkoord komt er eindelijk weer een minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, moeten er jaarlijks 100.000 woningen bijgebouwd worden en wordt de gehate verhuurdersheffing eindelijk afgeschaft.

Eigenlijk is het wel een mooi idee dat hij nu zijn eigen rotzooi mag gaan opruimen.

Ook de les van de toeslagenaffaire, waarbij tienduizenden onschuldige burgers door de overheid onder eindverantwoordelijkheid van Rutte stelselmatig in de hopeloze schulden werden geduwd, lijkt door Rutte geleerd: het toeslagenstelsel gaat op de helling, de kinderopvang wordt vrijwel gratis, de ‘bestuurscultuur’ wordt na de achterkamertjespolitiek en de gehate ‘Ruttedoctrine’ aangepakt. De overheid moet meer oog hebben voor de ‘menselijke maat’ en de rol van de Kamer als controleur wordt versterkt, onder meer door meer geld voor ondersteuning en meer ruimte voor informatie-uitwisseling met ambtenaren.

eigen rotzooi opruimen

Zo ziet het ernaar uit dat Mark Rutte zelf mag gaan puinruimen na elf jaar Rutte, met een kabinet dat niemand wilde, en coalitiepartners die er in het voorjaar niet aan moesten denken hem nog een keer als premier terug te zien. Maar eigenlijk is het wel een mooi idee dat hij nu zijn eigen rotzooi mag gaan opruimen.

Of we hier te maken hebben met een premier die na elf jaar kaalslag werkelijk het licht heeft gezien of met een behendige machtspoliticus die zijn knopen heeft geteld en met tegenzin moet goedmaken wat onder zijn leiding is aangericht, zal nog moeten blijken. De vraag is vooral: gaat Rutte – met tegenzin of niet – de bakens ook echt verzetten in zijn nieuwe kabinet?

Op het eerste gezicht lijken de herstelplannen in het akkoord heel wat, maar wie inzoomt op de cijfers ziet de problemen al opdoemen. Voor de compensatie van de studenten die tijdens het leenstelsel een schuld hebben opgebouwd – in veel gevallen zo’n veertigduizend euro – is nu bijvoorbeeld niet meer dan een miljard toegezegd. Dat komt neer op een fractie van de gezamenlijke schuldenlast – ‘vier bier per maand, over alle maanden dat ze geleend hebben,’ hoorde ik van de week iemand schamper opmerken – zodat de getroffen studenten nog steeds met een molensteen om de nek door het leven moeten. Het puinruimen van elf jaar Rutte is nog maar net begonnen.