Ook te beluisteren.
Elk jaar wordt de urgentie van klimaatverandering onderstreept door Earth Overshoot Day, een door het Global Footprint Network geïnitieerde dag die voor ons land ditmaal halverwege april viel. De dag markeert het moment waarop de zogeheten ecologische voetafdruk van de gemiddelde Nederlander de aarde heeft overvraagd. Vanaf die datum leven we ecologisch ‘op de pof’.
Earth Overshoot Day is een nuttige ‘wat als’-waarschuwing. Het problematiseert met de beste bedoelingen het consumptiepatroon in voornamelijk geïndustrialiseerde westerse landen. Maar het schiet als alarmmoment ook schromelijk tekort.
Dat werd die dag terecht benoemd door de Nederlandse tak van Extinction Rebellion: het initiatief richt zich overmatig op de gemiddelde consument, waarmee het een beeld schetst van een verenigd ‘we’, een optelsom van driftig consumerende individuen die collectief en in gelijke mate verantwoordelijkheid zouden dragen voor het overvragen van de aarde.
Dat zo’n uitgangspunt misleidend is, wordt inmiddels steeds breder erkend. Want de werkelijkheid die achter klimaatverandering schuilgaat, laat zich niet vatten in de verzachtende taal van ‘gemiddelde voetafdrukken’ van ‘gemiddelde inwoners’ of van een zalvend ‘de mensheid’. Het grootste deel van de CO2-uitstoot komt voor rekening van kapitaal: machtige, miljardenwinst makende bedrijven en hun aandeelhouders enerzijds, en een vermogende klasse met een klimaatvijandige leefwijze anderzijds.
Misleidend ‘wij’
Wie dus sussend van een ‘we’ spreekt – bang voor wat inmiddels klimaatpolarisatie wordt genoemd – doet die werkelijkheid geweld aan. Machtige bedrijven zijn verantwoordelijk voor een overweldigende hoeveelheid uitstoot. Sinds de jaren tachtig nemen honderd grote vervuilers – zoals ExxonMobil, BP en Saudi Aramco – het ongekende percentage van 71 procent van de totale uitstoot voor hun rekening.
Een groeiend aantal miljardairs stoten met hun investeringen in vervuilende bedrijven en ongekend consumptiepatroon meer dan een miljoen keer zoveel uit als 90 procent van de wereldbevolking.
In Nederland zijn 132 bedrijven volgens onderzoek verantwoordelijk voor een derde van de totale CO2-uitstoot. En in mei werd geconstateerd dat daar de afgelopen tien jaar geen verandering in is gekomen. Shell staat met stip bovenaan met een uitstoot die zo enorm is dat het jaarlijks elf keer de Veluwe aan bos zou moeten aanplanten om die te compenseren.
Daarnaast wordt een groot aandeel in de uitstoot geleverd door een klasse van (super)rijken wier manier van leven misschien wel het treffendst wordt gevat in het symbool van de privéjet, waarvan de uitstoot alleen al in Europa de laatste jaren is verviervoudigd. Hoe rijker, hoe meer investeringsruimte, hoe meer bezit – huizen, jets, jachten, auto’s – hoe groter de impact op het klimaat. Recent meldde Oxfam Novib dat de rijkste 1 procent meer dan dertig keer zoveel uitstoot als de armste 50 procent.
Wie verder inzoomt, ziet dat een groeiend aantal miljardairs met hun investeringen in vervuilende bedrijven en ongekend consumptiepatroon meer dan een miljoen keer zoveel uitstoot als 90 procent van de wereldbevolking. Nog scherper gesteld: 125 miljardairs stoten jaarlijks net zoveel uit als Frankrijk. Binnen de landsgrenzen komt eenzelfde beeld naar voren: hier stoot de rijkste 1 procent tien keer zoveel uit als de ‘armste’ helft van de bevolking, hoewel die eerste groep veel meer overheidssubsidie ontvangt om hun uitstoot terug te brengen.
Vervuilende luxeconsumptie
Kapitaal en CO2-uitstoot gaan hand in hand. En steeds vaker wordt daaruit de logische conclusie getrokken dat de opwarming van de aarde en ons economisch systeem direct met elkaar samenhangen. Dat systeem is nu eenmaal inherent gericht op het mogelijk maken van de exploitatie van de planeet door miljardenwinstmakende bedrijven. En op het faciliteren van kapitaalophoping in de handen van sociale klassen die hun leefwijze inrichten rond vervuilende luxeconsumptie.
Zo krijgt een discours vorm dat afrekent met de gewoontewijsheid dat klimaatverandering een postmaterieel vraagstuk zou zijn. Gestaag daalt de overtuiging in dat het probleem fundamenteel getekend wordt door klassieke kwesties en dilemma’s rond herverdeling, armoede en rijkdom, ongelijkheid en zelfs klassenconflict, zoals de Zuid-Afrikaanse antropoloog Jason Hickel stelt.
Dat discours vormt een vruchtbare voedingsbodem voor een ideologie die lange tijd werd gereduceerd tot een stoffig aandenken uit de twintigste eeuw: het socialisme. Niet de stroming die na de val van de muur aan betekenis verloor – of eigenlijk capituleerde in een strijd die plotseling niet meer relevant leek – maar een socialisme in een nieuwe, groene gedaante dat zijn ideeën over de macht van kapitaal, de concentratie van welvaart, centrale overheidssturing en democratisering van de economie nieuwe urgentie ziet krijgen door de existentiële dreiging die de opwarming van de aarde vormt.
Misschien dat de Britse historicus Adam Tooze het enige tijd geleden nog wel het treffendst wist te formuleren door te stellen dat de ‘escalatie’ van de klimaatcrisis die zichtbaar werd in het rapport van het klimaatpanel IPCC uit 2018 (en de waarschuwing dat er vergaande maatregelen nodig zijn om niet boven de 1,5 graad opwarming te komen) overlapte met een nieuw bewustzijn van de tekortkomingen van ons economisch systeem. Dat is dus ook de motor achter een ‘nieuw en groen links’ – een supercharged left – dat vertrekt vanuit de ‘ongemakkelijke waarheid’ dat het niet een abstracte ‘mensheid’ is die de klimaatcrisis voortstuwt, maar een winstgedreven fossiel systeem en een vermogende klasse.
Logische ideologische reactie
Het mag dus geen verrassing heten dat het socialisme juist nu door een keur aan linkse (Amerikaanse) publieke intellectuelen nieuw leven wordt ingeblazen en vooral over de grens – uitzonderingen in Nederland daargelaten – uitwerking vindt in pamfletten met titels als Half-Earth Socialism, A People’s Green New Deal, Climate Change as Class War: Building Socialism on a Warming Planet van de Amerikaanse geograaf Matt Huber en voorop Naomi Kleins This Changes Everything, dat in de nasleep van de Occupy Wall Street-protesten verscheen.
Na decennialange ontwenning aan kritiek op ons economisch systeem en het verdwijnen van een zelfbewuste klassenpolitiek trekt klimaatverandering het socialisme nu definitief uit de sfeer van ideologische luchtfietserij.
De herwaardering van het socialisme loopt bovendien parallel aan de aanzwellende kritiek op het neoliberale eenheidsdenken en de daarmee ontstane ruimte voor systeemkritiek. Er vindt in zekere zin een terugkeer naar het discours uit de jaren zeventig plaats, betogen sommige economen. Het decennium dat overigens ironisch genoeg begon met de klimaatkritiek in het rapport van de Club van Rome (1972) en eindigde met de opkomst van datzelfde marktgerichte neoliberalisme.
Na decennialange ontwenning aan kritiek op ons economisch systeem en het verdwijnen van een zelfbewuste klassenpolitiek – misschien wel de grootste overwinning van het neoliberalisme – trekt klimaatverandering het socialisme nu definitief uit de sfeer van ideologische luchtfietserij en vergezochte oefeningen in verbeeldingskracht. Zo is het een logische ideologische reactie geworden op het uitblijven van adequate antwoorden binnen de grenzen van het huidige systeem.
Microconsumentistische onzin
In het verleden wilden socialisten het economisch systeem dat we kapitalisme zijn gaan noemen stapsgewijs afschaffen of – de historische opdracht die de sociaaldemocraten zich stelden – op zijn minst temmen. Nu het evidenter wordt dat de ‘grote machine’ achter de opwarming van de aarde een op hol geslagen, fossielgedreven kapitalisme is dat achter een vernislaagje van greenwashing op weinig anders gericht lijkt dan het in stand houden van zijn winstmodel en een luxueus consumptiepatroon van rijke mensen over de ruggen van de rest, wint dat streven opnieuw aan kracht.
Tegen die achtergrond bereikt een heel ander arsenaal aan middelen de politieke arena – al verdienen die misschien nog niet allemaal het stempel (eco)socialistisch en zijn ze soms eerder (groen) sociaal-democratisch. Zo vindt er een herwaardering plaats van deprivatisering van diensten en markten – zoals de energiemarkt en het openbaar vervoer – die een publiek belang zouden moeten dienen. Om de opeenhoping van vermogen in de handen van weinigen tegen te gaan, wordt het stellen van een maximum aan welvaart geopperd (limitarisme), naast het beperken van de consumptie van de superrijken en het zwaarder belasten van hun vermogen, zoals de Franse econoom Thomas Piketty betoogt. En de overheid wordt weer in het zadel gehesen als assertieve aanvoerder van grote investeringsprojecten zoals die in de vorige eeuw vorm kregen, bijvoorbeeld de Green New Deal zoals voorgesteld door de links-progressieve Amerikaanse congresleden Alexandria Ocasio-Cortez en Ed Markey.
Die middelen zijn radicaler in vergelijking met de marktgerichte politiek die vooral lijkt uit te gaan van subsidies en de goede wil van de private sector, maar winnen aan sympathie omdat veel alternatieven zo weinig in verhouding staan tot het beleefde gevoel van urgentie. Bovendien markeren ze een harde breuk met de nog steeds in veel opzichten dominante individuele voetafdruk-benadering van het klimaatvraagstuk. En daarmee ook de overmatige focus op wat de Britse bioloog en denker George Monbiot geërgerd ‘microconsumentistische onzin’ noemt: het gehamer op veranderingen in de consumptiepatronen van gewone mensen – elektrisch rijden, andere koffiebekers gebruiken, minder plastic tasjes kopen, minder vlees eten of een paar minuten minder lang douchen.
Opium van het volk
Daar komt nog iets bij. Waar het socialisme in het verleden vaak werd verweten te traag en te weinig dynamisch te zijn, lijkt het argument nu omgekeerd: het is juist het kapitalisme dat te log is, niet wendbaar genoeg omdat het te veel beheerst wordt door de belangen van kapitaal om economie en samenleving op tijd in de richting van een duurzaam alternatief te bewegen.
Het zijn de belangen van kapitaal – de fossiele industrie en haar investeerders voorop – die een soort vetomacht uitoefenen over (snelle) verandering. En die op de rem trappen, misleiden of zich beroepen op wat nu eenmaal de dicterende realiteit van de markt zou zijn als die macht wordt uitgedaagd. Zo bezien is het idee van een kapitalisme dat zichzelf disciplineert, zichzelf in staat acht triljoenen aan winst in de grond te laten en niet of weinig winstgevende maar wel duurzame technologie te ontwikkelen een zuivere fantasie.
Ondanks de grote ambities raken internationale afspraken zelden aan de basis van het economisch systeem en zijn daardoor te vrijblijvend, te ongevaarlijk en te afhankelijk van de goede wil en creativiteit van private partijen.
En wat dat betreft dienen de weliswaar met de beste bedoelingen gemaakte internationale afspraken over te behalen duurzaamheidsdoelen, voorop die uit het Akkoord van Parijs van 2015, als aflaat. Ondanks de grote ambities raken ze zelden aan de basis van het economisch systeem en zijn daardoor te vrijblijvend, te ongevaarlijk ook en te zeer afhankelijk van de goede wil en creativiteit van private partijen.
De jonge Japanse filosoof Kohei Saito, bestellerauteur van boeken als Karl Marx’s Ecosocialism en Capital in the Anthropocene waarin hij zich uitspreekt voor een economie zonder massaconsumptie en -productie, noemt het zelfs niet veel meer dan een vorm van ‘opium van het volk’: een manier om mensen een rad voor de ogen te draaien met fraaie doelstellingen die niet gerealiseerd blijken te kunnen worden omdat ze niet tornen aan de fundering van het systeem.
Ideologische bedding
Welbegrepen biedt het socialisme in zijn nieuwe groene gedaante potentieel een nieuwe ideologische bedding voor linkse politiek in Nederland. En een nieuwe manier om zowel een electoraat te mobiliseren als het publieke debat langs nieuwe ideologische lijnen te organiseren – ruimte die ook wordt geboden doordat de enige landelijke, in naam socialistische partij, de SP, blijft hangen in een ouderwets, vaak tegen een rechtse cultuurconservatieve agenda aanschurende protestpolitiek.
Het biedt links de mogelijkheid om betekenisvol te polariseren en de gedachte van een knuffelbaar ‘wij’ los te laten die het klimaatvraagstuk nog steeds depolitiseert. Daarbovenop creëert het ook momentum om de valse, door rechts vaak van stal gehaalde tegenstelling die nu vaak het klimaatdebat bepaalt te doorbreken: die tussen ongeduldige idealisten en activisten die visionaire vergezichten verwachten en CO2-reductiedoelen willen halen enerzijds, en een onzekere groep die nu al moeilijk de eindjes aan elkaar kan knopen maar wel dient mee te betalen aan de energietransitie.
Vooralsnog is de ideologische reactie in de vorm van een nieuw socialisme in Nederland nog niet veel meer dan een potentiële bedding. Het debat moet welbeschouwd nog beginnen. Want het is zonder meer een ideologische stroming die dilemma’s kent, al zijn die niet anders dan de uitdagingen die het socialisme in het verleden heeft gekend. De botsing bijvoorbeeld tussen meer op hervormingen gerichte krachten binnen de grenzen van het bestaande systeem en radicalere bewegingen die mensen mobiliseren rond de gedachte dat er een wezenlijk alternatief is. Die botsing is vergelijkbaar met de tegenstelling uit de negentiende en twintigste eeuw tussen een oorspronkelijk socialisme en zijn gematigde sociaaldemocratische vertakking (en concurrent).
Een groen antikapitalistisch programma is niet hetzelfde als een publieke investeringsagenda, zoals de Green New Deals vaak worden genoemd.
Maar dat alles staat los van het feit dat – ongeacht de richting die het neemt – het nieuwe socialisme een niet te missen voorzet geeft aan links. Om de politiek die het misschien te lang heeft laten verstoffen, die van sociaaleconomische systeemkritiek, van overheidssturing en klassenpolitiek, weer nieuw leven in te blazen. Klimaatverandering fungeert als een soort stroomstoot voor een politiek op links die lang ingetogen en zelfverontschuldigend is geweest. Je zou zeggen dat het dan alleen nog maar wachten is op de partijpolitieke formaties die daar gehoor aan geven.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.