Tot ieders verassing ging het kabinet Rutte-IV op Prinsjesdag toch overstag met het instellen van prijsplafonds op elektriciteit en gas, waar de oppositie al het hele jaar op had aangedrongen. De aangekondigde verlaging van de energiebelasting, gaat niet door*.
De exacte plannen werden op 4 oktober bekend gemaakt. De regering wil voor een doorsnee-energieverbruik (2900 kWh elektriciteit en 1200 m3 gas) aan maximumprijzen van 0,40 euro per kilowattuur elektriciteit en 1,45 euro per kubieke meter gas. Die prijzen komen ongeveer overeen met de energieprijzen van vóór de Russische inval in Oekraïne. Daarnaast komen ook bedrijven en zzp-ers met een laag verbruik in aanmerking voor compensatie. Het kabinet studeert nog op een tegemoetkoming in de energiekosten van energie-intensieve bedrijven.
De regering past het verschil met de marktprijzen bij door de energieleveranciers te betalen. Feitelijk subsidieert de regering de elektriciteit- en gasprijzen daarmee tot aan de gestelde maximumprijzen en tot aan het gemiddelde verbruik.
De energieprijsplafonds zullen voor het gros van de huishoudens de energiekosten deze winter beheersbaar houden en daarnaast de enorme ongelijkheid verkleinen die binnen inkomensgroepen is ontstaan omdat mensen een verschillend energiegebruik hebben. Bijvoorbeeld omdat ze een ander energiecontract hebben, in een beter of slechter geïsoleerd huis wonen of zonnepanelen of warmtepompen hebben geïnstalleerd.
Hoewel het eerder aangekondigde koopkrachtpakket de laagste inkomens relatief het meeste zou ondersteunen, kon dat de energieongelijkheid niet verkleinen. Met de prijsplafonds probeert de regering de grootste angst voor onbetaalbare energierekeningen te bezweren. Een nadeel is dat iedereen, ook de hoge inkomensgroepen, ervan profiteren, ook al hebben ze voldoende inkomen of vermogen om hogere energieprijzen te betalen.
De economische gevolgen van de prijsplafonds zijn ingrijpend, en het is de vraag of de beleidsmakers in Den Haag wel goed in de gaten hebben waartoe ze in allerijl hebben besloten.
Openeinderegeling
Om te beginnen gaan de prijsplafonds een lieve duit kosten. De regering schat zo’n 23,5 miljard euro. Dat wordt deels betaald door de voorgenomen verlaging van de energiebelasting te schrappen (5,4 miljard euro). Netto gaat het om ruim 18 miljard euro aan extra uitgaven.
Maar dit kostenplaatje is allerminst zeker. Feitelijk heeft de regering een openeinderegeling aangekondigd; hoe hoger de marktprijzen worden, hoe meer de overheid bijlapt. En die marktprijzen zullen met grote waarschijnlijkheid hoger gaan worden.
Op de energiemarkt wordt het energieaanbod verdeeld over alle vragers via het prijsmechanisme. Diegene die het meeste wil betalen, krijgt de energie. Den Haag ziet de hoge energieprijs als de belangrijkste oorzaak van de koopkrachtellende en wil die prijs daarom omlaag hebben. Maar de hoge energieprijs is een symptoom van een eenvoudige oorzaak: er is weinig aanbod en veel vraag.
Doordat de energievraag deels wordt gesubsidieerd, vallen de prikkels voor burgers om energie te besparen gedeeltelijk weg.
De regering stelt het prijsmechanisme op de energiemarkt nu deels buiten werking. Doordat de energievraag deels wordt gesubsidieerd, vallen de prikkels voor burgers om energie te besparen gedeeltelijk weg, ook al liggen de door de regering aangekondigde prijsplafonds al hoger dan de prijzen die gangbaar waren voor de oorlog in Oekraïne.
De overheid voert de energievraag verder op en daardoor zullen de marktprijzen boven het plafond nóg hoger worden. Daarmee kan de energierekening nog steeds fors toenemen bij een hoger dan gemiddeld verbruik. En miljarden aan budgettaire tegenvallers dreigen. Het verschil met de prijsplafonds gaat de overheid bijlappen voor zover dit onder het gemiddelde energiegebruik valt.
Gillend rijk
Prijsplafonds worden bovendien niet alleen in Nederland ingevoerd, maar ook in veel alle andere EU-landen, zoals Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Spanje. Geen land, ook Nederland niet, houdt rekening met de gevolgen die ongecoördineerde prijsplafonds hebben voor de hele energiemarkt in Europa.
Als alle landen zich gedragen als kleine open economieën, en niemand rekening houdt met elkaar, dan leidt het collectief subsidiëren van de energievraag – bij beperkt aanbod – alleen maar tot nóg hogere energieprijzen. Wat de een verstookt, kan de ander niet gebruiken. Zonder coördinatie zullen de oliesjeiks en Poetin nóg meer binnenlopen. Met name gas – dat moeilijk is te transporteren – is in aanbod begrensd. Landen zullen daarom Europese afspraken moeten maken om hun energievraag te coördineren, want er is niet opeens meer gas beschikbaar.
De gigantische maatschappelijke en politieke druk om de gestegen energiekosten te compenseren, zorgt bovendien voor een groot risico dat energiemaatschappijen gillend rijk worden van de subsidies die ze gaan ontvangen van de staat. Om dit te voorkomen, zal de overheid hard moeten onderhandelen met de energieleveranciers. Maar hard onderhandelen gaat niet lukken met een Tweede Kamer voor wie niets genoeg is.
De werkelijke oorzaak van het koopkrachtprobleem – het lage energieaanbod – wordt bovendien helemaal niet opgelost als overheden nu de energierekening voor hun burgers gaan betalen.
Het is daarom zo teleurstellend dat nauwelijks beleid wordt afgekondigd om de energievraag te verlagen en het aanbod te vergroten. Nú is het moment om de vraag naar fossiele brandstof af te bouwen en om te schakelen naar duurzame energie. De regering heeft daarvoor 25 miljard euro gereserveerd in het klimaatfonds. Maar uitgewerkte plannen ontbreken nog altijd.
Prijsplafonds zijn een paardenmiddel met grote, negatieve bijwerkingen in de vorm van hogere energieprijzen, minder energiebesparing en grotere begrotingstekorten.
Ook zou, met grote voorzichtigheid, toch moeten worden besproken of tijdelijk meer gas uit Groningen kan worden gewonnen. Vanzelfsprekend kan dat alleen gebeuren bij ruimhartige compensatie voor de Groningers, die dan ook daadwerkelijk moet geschieden. De circa 450 miljard kuub aardgas die in Groningen nog in de grond zit, is bij de huidige gasprijzen zo’n 800 (!) miljard euro waard. Dat is meer dan de helft van ons totale pensioenvermogen van zo’n 1500 miljard euro. Dit gas zou dan in noodsituaties, zoals een extreem zware winter, tegen gereduceerde tarieven beschikbaar kunnen worden gesteld aan huishoudens en bedrijven.
De invoering van de prijsplafonds voor energie leidt netto tot zo’n 10 miljard euro extra aan koopkrachtondersteuning, inclusief het schrappen van de verlaagde energiebelasting van 5 miljard euro. De 18 miljard voor de energieplafonds komen bovenop de 17 miljard euro aan koopkrachtsteun die al was aangekondigd op Prinsjesdag. De teller tikt dan 35 miljard euro aan.
Rutte IV jaagt daarmee zo’n 3,5 procent van het nationaal inkomen in 2023 in de economie. Dat is veel te veel van het goede. De Nederlandse economie is oververhit met grote arbeidstekorten en botst op haar capaciteitsgrenzen. Rutte IV voert een macro-economisch onverantwoord begrotingsbeleid. De inflatie zal door meer oververhitting verder stijgen en de regering ondermijnt daarmee haar eigen koopkrachtpakket. De regering had een aanzienlijk deel van het eerdere koopkrachtpakket daarom moeten schrappen bij de aankondiging van de prijsplafonds.
Den Haag is in paniek over de koopkracht en heeft in grote haast besloten tot de invoering van prijsplafonds op elektriciteit en gas. Ook al hebben die prijsplafonds als groot voordeel dat de energierekening voor iedereen deze winter is te overzien, het is ook een macro-economisch paardenmiddel met grote, negatieve bijwerkingen in de vorm van hogere energieprijzen, minder energiebesparing, grotere begrotingstekorten, meer oververhitting van de economie en grootschalige herverdeling van schaarse publieke middelen naar energiebedrijven, oliesjeiks, en de Poetins van deze wereld.
Correctie
In het vorige nummer van Vrij Nederland staat een beschouwing over de Miljoenennota van mijn hand. Die beschouwing is geschreven op basis van de tot dan toe uitgelekte plannen van het kabinet. Die zijn na het ter perse gaan van Vrij Nederland ingrijpend gewijzigd. De energieplafonds zijn niet meegenomen in dat artikel. Ook wordt nog gesproken over de verlaging van de energiebelasting, die nu niet meer doorgaat.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.