Nog een dikke 500 dagen te gaan voor Amerika naar de stembus trekt, maar nu al vliegen de peilingen ons om de oren.

Wekelijks komen er nieuwe peilingen uit die de 24 Democratische presidentskandidaten rangschikken. Oud vice-president Joe Biden ligt aan kop, senator Bernie Sanders verliest terrein, senator Elizabeth Warren kruipt omhoog. Politieke junkies genieten. Maar eigenlijk is het flauwekul. Peilingen, zo lang voor de eerste voorverkiezing (Iowa in 2020) betekenen niets. Vier jaar geleden, op een dergelijk moment in de campagne, toen de Republikeinse partij een groot aantal kandidaten in de aanbieding had, was Donald Trump een kersverse presidentskandidaat, die, voorspelden de peilingen toen, zou verliezen van Jeb Bush.

Uitgelekte peilingen

Maar niet alle peilingen zijn onzin. Neem bijvoorbeeld de uitgelekte peilingen van de Trump-campagne zelf. Ze toonden aan dat Trump in veel staten van een Democraat zou verliezen. George Stephanopoulis vroeg Trump er naar in een televisie-interview. ‘Niet waar,’ zei Trump, ‘de peilingen tonen aan dat ik overal voorlig.’ Om vervolgens in de volgende zin te ontkennen dat de interne peilingen bestaan.

De schok van die onverwachte nederlaag, speelt tot op de dag van vandaag door.

Hoe slecht staat Trump in de peilingen? In de swing states Michigan, Pennsylvania en Wisconsin is zijn goedkeuring rating met 20 procent gekelderd. Zelfs in Texas, een Republikeinse staat, zegt 43 procent dat ze beslist niet op Trump zal stemmen, en neigt 7 procent in die richting.

‘Peilingtrauma’

Je zou denken dat de Democraten staan te juichen. Nou nee. Net als Trump – die in zijn campagne kick-off in Orlando de verkiezing van 2016 met ‘Crooked Hillary’ herbeleefde – voelen ook de Democraten zich gevangen in de uitslag van toen. Tot het laatste moment leek een zege van Clinton gegarandeerd. Want dat voorspelden de peilingen. De schok van die onverwachte nederlaag is tot op de dag van vandaag voelbaar. Noem het ‘peilingtrauma’. Geen Democratische kiezer die er niet aan lijdt. Dus, hoe mooi de cijfers ook zijn, niemand vertrouwt ze.

Hoe de campagne-industrie met dit wantrouwen om zal gaan, is de vraag. Peilingen zijn de ‘bread and butter’ van een campagne. Maar wat als niemand ze meer gelooft? Of omdat de cijfers slecht uitvallen, zoals bij Trump, of omdat ze te mooi zijn, zoals bij de Democraten. En waarop moeten wij, de politieke junkies, dan onze voorspellingen op baseren?