Het was de RES Vooruit Dag, maart 2023. In Roermond waren honderden raadsleden, bestuurders, ambtenaren, ondernemers en andere belanghebbenden uit Noord- en Midden-Limburg samengekomen om ‘aan de slag te gaan met het energiesysteem van de toekomst’.

We bewogen ons in een donkere congreszaal met weinig zuurstof. Er liepen veel mannen in spijkerbroek, een vrolijk overhemd en gekleurde, nette schoenen. Voor iedereen was er een stuk Limburgse vlaai. Twee tekenaars stonden klaar om de opbrengsten van de dag te vatten in een beeldverslag.

Thijs Kuipers trapte de dag af. Kuipers is wethouder in de gemeente Horst aan de Maas, maar bovenal voorzitter van deze RES-regio, de samenwerkingsvorm die overheden gebruiken om aan de energietransitie te werken.

‘Drie weken geleden kwam het nieuwe IPCC-rapport uit,’ begon Kuipers zijn verhaal. ‘Daarvan krijg je het koud op je rug. Het is een aanmoediging om grote stappen vooruit te nemen.’ Kuipers zette uiteen waarom de energietransitie complex is. Ten eerste gaan we van een landelijk, centraal energiesysteem naar een mix van lokale, decentrale systemen. Daarbij moeten we handelen in onzekerheid. Het pad van a naar b is onbekend en we kunnen daarom geen precieze projectplanningen maken. Bij onzekerheid gaan mensen zich vastklampen. Een windmolen wordt dan al snel óf god óf duivel. Maar de kunst is juist om te leren omgaan met die onzekerheid.

Hij sloot af met een prangende vraag. Een vraag die in een setting als deze niet vaak wordt gesteld. Kunnen we alles wel verduurzamen? In een recente brief van klimaatminister Rob Jetten aan de Tweede Kamer las hij het voornemen om álle industrie te vergroenen. Is dat überhaupt mogelijk, of moeten we ook bespreken welke dingen misschien niet meer kunnen in de toekomst?

Buiten draaide de wereld gewoon door. Waarschijnlijk had geen enkele voorbijganger enig idee van wat er gebeurde op de RES Vooruit Dag.

De RES

De RES staat voor Regionale Energie Strategie. In het Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat Nederland in 2030 35 terawattuur (TWh) aan elektriciteit opwekt aan grootschalige zonne- en windenergie op land. Naar schatting een kwart van de totale Nederlandse elektriciteitsvraag in 2030. De RES is bedoeld om in regio’s aan dat doel te werken.

Gemeenten, waterschappen en provincies konden zelf laten weten wie met elkaar wilden samenwerken. Daar zijn dertig RES-regio’s uit ontstaan. Inmiddels zijn in die samenwerkingsverbanden ook netbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties aangesloten.

‘In 2013 is niet gekeken naar wat maatschappelijk gezien kan en past, maar gezegd: het komt hier, regel dat maar. Dat heeft tot veel weerstand geleid. Dat wilden gemeenten en provincies in ieder geval nooit meer.’

Kristel Lammers is directeur van het nationale programma dat de voortgang van de dertig regio’s overziet. Ook ondersteunt het programma de regio’s en voedt het hen met kennis. Lammers vertelt dat in 2013 ook al plannen waren gemaakt voor de grootschalige opwek van windenergie. ‘Er is toen niet gekeken naar wat maatschappelijk gezien kan en past in bepaalde regio’s, maar gezegd: het komt hier, regel dat maar. Dat heeft tot veel weerstand in de samenleving geleid. Dat wilden gemeenten en provincies in ieder geval nooit meer. Van daaruit is de huidige aanpak met de RES-regio’s ontstaan.’

Ploeteren en misinformatie

Zoals Thijs Kuipers op de RES Vooruit Dag voor de groep stond, zo staat hij ook regelmatig voor de zaal bij inwonerbijeenkomsten. Vooral windturbines zijn ‘altijd een ingewikkeld proces’. Zijn eigen gemeente Horst aan de Maas heeft afgelopen jaren uitgezocht welke locatie de minste overlast zou veroorzaken. Alleen al op een avond waar het voornemen werd gepresenteerd om een specifieke plek verder te onderzoeken, kwamen vierhonderd mensen af.

Kuipers: ‘Dit toont de betrokkenheid van mensen en ook hun zorgen. Veel zorgen van inwoners vind ik volkomen begrijpelijk en die moeten we ook serieus nemen. Bijvoorbeeld de zorg of je ’s nachts wakker ligt van het geluid. Dat moeten we dan serieus onderzoeken en daar een eerlijk antwoord op geven. Wat ik wel lastig vind, is alle desinformatie die daarbij de wereld in wordt gebracht. Mensen die beweren dat je tot 2,5 kilometer van een windmolen wakker ligt van het geluid. Of dat je er kanker van krijgt en er per jaar 180 kilo fijnstof vanaf valt. Dat zit allemaal zo ver van de wetenschappelijke feiten af, dat ik er wel moeite mee heb.’

Er is ook een actiegroep ontstaan om de plannen voor het windpark tegen te houden: Actiegroep Tegenwind. Kuipers had hen uitgenodigd om een stand te bemannen op een gemeentelijke informatieavond. ‘Toen zijn ze ook zo fair geweest om mij de gelegenheid te geven mijn verhaal te doen op hun actieavond. Ik heb daar verteld dat alle vormen van energieopwekking nadelen hebben. Fossiele energieopwekking heeft als grote nadeel dat de aarde opwarmt. Zonne- en windenergie zijn een stuk schoner, maar zon neemt dan weer veel ruimte in beslag en windmolens zorgen voor een zekere mate van geluid. Dat ga ik niet bagatelliseren en ook niet ontkennen. Maar windenergie is wel een veel schonere, relatief goedkope energiebron, die weinig ruimte in beslag neemt. Zeker in combinatie met zonne-energie levert het ook een behoorlijk constante energieopbrengst.’

Tot zijn verbazing kreeg Kuipers na zijn verhaal applaus. ‘Dat vond ik wel mooi. Dat we op zo’n manier met elkaar om kunnen gaan.’

Half op koers

Het ‘geploeter van de lokale democratie’, zo vat Thijs Kuipers het samen. Hij ziet dat in alle RES-regio’s verschillende plannen sneuvelen na gesprekken met inwoners en omdat andere partijen in de tussentijd aan de macht zijn gekomen. Maar ‘verreweg de meeste plannen gaan door.’

Kristel Lammers kan dit beamen. ‘Toen de regio’s in het begin van de RES samenkwamen, was het doel om in alle regio’s plannen te maken, die samen optelden tot tenminste die 35 TWh aan duurzame energie. Tot ieders verbazing kwam daar maar liefst voor 55 TWh aan plannen uit. We hebben toen besloten om het nationale doel niet formeel op te hogen, maar wel te streven naar die 55 TWh. Omdat je weet dat je altijd knelpunten tegen gaat komen en dan in ieder geval het originele doel gaat halen.’

De businesscase van zonne- en windenergie wordt steeds gunstiger en lokale energiecoöperaties profiteren daarvan. Het mooie is dat in deze coöperaties de opbrengsten van duurzame energie in de gemeenschap blijven.

Precies dat is wat er nu gebeurt. Voor het minimum van 35 TWh ligt de RES op koers, maar het streefdoel van 55 TWh raakt buiten beeld. Naast het geploeter van de lokale democratie is netcongestie daar een belangrijke oorzaak van. Zonne- en windenergie opwekken is één ding. Het moet vervolgens ook nog via het net van a naar b getransporteerd worden. Daar is ons net op veel plekken nog niet op ingericht. Op die plekken is meer vraag naar transport van elektriciteit, dan capaciteit op het net en ontstaat er netcongestie. Een soort “file” op het net.

Volgens Lammers is dat op de lange termijn op te lossen door het stroomnet simpelweg uit te breiden. Maar dat kan jaren gaan duren en alleen daarmee red je het niet. Daarom moeten ook andere oplossingen worden bedacht, zeker voor de korte termijn. Lammers: ‘Het is belangrijk om slimmer met het bestaande net om te gaan. Je kan nu bijvoorbeeld als bedrijf netcapaciteit inkopen voor in de toekomst, terwijl je dat nu nog niet gebruikt. Die capaciteit wordt dan vaak wel nu al gereserveerd. Kan dat ook anders? Of ben je als bedrijf bereid om die claim nu even op te geven? Dan kunnen we samen misschien meer doen dan dat we allemaal ons eigen recht blijven ophalen.’

All about the money

Op de RES Vooruit Dag ging iedereen kort na de aftrap van Thijs Kuipers uiteen in verschillende deelsessies. Kuipers zelf ging naar een sessie over de financiering van de energietransitie, getiteld ‘It’s all about the money’.

Daar schetst hoogleraar Mark Sanders (internationale economie) een ander groot knelpunt van de energietransitie: de banken. Banken zijn risicomijdend. Er is genoeg geld beschikbaar, maar dit gaat naar grote projecten met een laag risico. Kleinschalige, onzekere zon- en windprojecten passen vaak niet in de huidige risicomodellen. Om de transitie te versnellen is het hard nodig dat banken met nieuwe modellen komen die passen bij deze tijd. Of dat ze daartoe worden gedwongen.

Tegelijk zijn er op financieel gebied ook positieve ontwikkelingen. Volgens een van de aanwezigen ‘klotst het geld tegen de plinten bij energiecoöperaties’, de coöperaties van bewoners, die gezamenlijk duurzame, lokale stroom opwekken. De businesscase van zonne- en windenergie wordt steeds gunstiger en lokale energiecoöperaties profiteren daarvan. Het mooie is dat in deze coöperaties de opbrengsten van duurzame energie in de gemeenschap blijven. Vaak worden ze bijvoorbeeld aangewend om huizen te isoleren en zo energie én kosten te besparen.

De olifant in de kamer

De grote olifant in de kamer blijft de vraag die Kuipers bij zijn aftrap van de RES Vooruit Dag stelde. Komen we er wel door zonne- en windenergie op te wekken? Is dat niet waarom klimaatactivisten in steeds groteren getale de barricades opgaan? Blijft het niet dweilen met de kraan open, als we weliswaar steeds meer ‘groene’ stroom opwekken, maar ondertussen geen concrete plannen voor de afbouw van fossiele energie worden gemaakt?

‘Na 2030 zal er vast weer meer duurzame energie nodig zijn, maar dan beginnen we gelukkig niet meer op een leeg blad. We kunnen dan heel goed voortbouwen op de ingeslagen weg.’

Kristel Lammers focust zich vooral op het opwekken van zonne- en windenergie ‘passend in de leefomgeving en met betrokkenheid van mensen’. De afbouw van fossiele energie is volgens haar vooral iets waarbij het Rijk en olie- en gasbedrijven aan zet zijn. ‘Ik heb de indruk dat daar nu wel op door wordt gepakt, maar ik zit daar wat verder vanaf. In de RES-regio’s worden die gesprekken natuurlijk ook gevoerd. Bijvoorbeeld door bedrijven die willen verduurzamen en gaan samenwerken in het opslaan, het transport en het delen van energie. Ik denk dat we nu precies in de fase gaan komen waar dat onvermijdelijk is. Het opbouwen van het nieuwe en het afbouwen van het oude vinden tegelijk plaats. Het moment dat de afbouw gaat doorzetten komt nu denk ik wel in beeld. De druk neemt toe en dan is het aan bedrijven zelf of ze tot nieuwe businessmodellen komen of verdwijnen.’

Heeft ze dan zelf nooit het gevoel dat ze aan het dweilen is met de kraan open? Zo doen we op dit moment meer dan de helft van de milieuwinst die we boeken weer teniet door economische groei.

Lees ookOnze samenleving kan prima zonder economische groei, volgens Paul Schenderling9 augustus 2023

Lammers: ‘Na 2030 zal er vast weer meer duurzame energie nodig zijn, maar dan beginnen we gelukkig niet meer op een leeg blad. We kunnen dan heel goed voortbouwen op de ingeslagen weg. En ondertussen zijn we met elkaar aan het bouwen aan een nieuw economisch en maatschappelijk model. Ik zeg hier tegen iedereen ook altijd je te focussen op je cirkel van invloed en betrokkenheid. Dat is niet altijd makkelijk, maar wel het meest effectief. Zet in op waar je zelf invloed op hebt en vertrouw erop dat anderen dat ook doen. En als dat niet zo is, leg dat dan weer neer bij iemand die daar invloed op uit kan oefenen. Als ik mezelf helemaal stuk laat lopen op dingen waar ik zelf niet direct of indirect invloed op heb, heeft ook niemand daar wat aan.’

Doorploeteren

Wel denkt Lammers dat het nodig is om pijnlijke keuzes te maken, om uiteindelijk tot een duurzame samenleving te komen. Bijvoorbeeld als het gaat over ons industriebeleid. ‘Niet alles kan, zoals Thijs ook aangaf tijdens de RES Vooruit Dag. Dat vraagt om een goed gesprek. Zwart-wit gezegd zijn veel mensen voor het opwekken van duurzame energie, maar bij voorkeur niet bij henzelf in de buurt. Niet iedereen zit er zo in, maar het goed zorgen voor jezelf is vaak wel top-of-mind, in plaats van het goed zorgen voor ons als collectief. Daar zit voor ons allemaal misschien wel de allergrootste transitie.’

Kuipers wil ondertussen vooral door blijven ploeteren. Het baart hem zorgen dat het kabinet is gevallen en heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een dringende oproep gedaan aan de Eerste en Tweede kamer om 2023 niet als een vacuümjaar te beschouwen. ‘De plannenmakerij mag niet stilvallen, dat kunnen we ons niet veroorloven’.