Francio Guadeloupe, Universitair hoofddocent antropologie (UvA) en senior onderzoeker bij het Koninklijk Instituut voor Taal, Land en Volkenkunde

‘Overal ter wereld, niet alleen in Europa, had je het idee dat sommige mensen zijn geboren om te heersen en anderen om overheerst te worden. Om allerlei redenen – gender, huidskleur, etniciteit, religie, noem maar op. Tot er in de achttiende eeuw drie grote revoluties plaatsvonden: de Amerikaanse, de Franse en de Haïtiaanse Revolutie. Deze revoluties vielen alle drie onder de noemer gelijkheid, vrijheid en broederschap/zusterschap. Dit wordt vaak gezien als deel van de “westerse beschaving”, maar is eigenlijk deel van een push naar een wereldbeschaving.

Bij de Haïtiaanse Revolutie (een opstand geleid door tot slaaf gemaakte mensen tegen de Franse kolonisten van Saint-Domingue, dat in 1804 werd tot de vrijstaat Haïti, red.) zie je hoe divers die strijd was. Veel leiders waren moslim. Vrouwen begonnen rechten op te eisen. En het ging om het tenietdoen van het idee “ras”. De Haïtiaanse Grondwet van 1805 refereert alleen aan zwarte mensen, maar met zwart worden ook de mensen van Poolse en Duitse komaf bedoeld die meevochten tegen de Franse onderdrukkers. Dus het Haïtiaanse zwart was: iedereen die vecht voor gelijkwaardigheid. Zwart betekent hier eigenlijk: mens. Dekoloniseren gaat om het tenietdoen van onderdrukkende structuren, en niet om het verstevigen van je identiteit. Daarom moeten we nieuwe feesten ontwikkelen, niet-etnische tradities die mensen verbinden.

Je draagt bij aan dekolonisatie wanneer je probeert om samenlevingen zo op te bouwen dat zij de grondprincipes van gelijkheid, vrijheid en broederschap respecteren. In deze tijd van klimaatverandering zou dit broederschapsidee sterker moeten zijn. Want het treft ons allemaal. En dus moet de strijd tegen religieuze intolerantie gekoppeld worden aan de strijd van jongeren om een huis te kunnen vinden in het rijke Westen, aan ecologisch verantwoord bouwen, en het anders inrichten van je samenleving. Koloniseren gaat niet alleen om het uitbuiten van mensen, maar ook van bepaalde delen van de aarde. Het heeft altijd een ecologische component. Iedereen heeft bepaalde erfenissen van het kolonialisme en iedereen moet proberen zich van die erfenissen te ontdoen.

Hiervoor hebben we non-raciaal onderwijs nodig. Ik snap dat mensen meegaan van “blank” naar “wit”, maar dat soort denken helpt niet. Daarmee behoud je de raciale categorieën en het wij-zij-denken. Als ik lees over een strijd in India tegen het Britse kolonialisme, denk ik: dat is ook mijn strijd, want ik heb ook die toekomstdroom. Solidariteit gaat door de eeuwen heen.’

Lara Nuberg, Historica, schrijfster en gastdocente bij educatief project Koloniale sporen in mijn buurt

‘Het begint met het luisteren naar mensen wier ervaringen nooit in de geschiedenisboeken terecht zijn gekomen en te onderzoeken welke verhalen zijn verzwegen. Om je daarbij ook af te vragen: hoe werkt dat door in het nu? Bekijk documentaires, lees boeken die je eigen overtuiging bevragen, met een open houding. Vraag je af: wie heeft de macht in dit verhaal, en wat heeft de macht eraan om dit verhaal te vertellen?

Ook in de gastlessen die ik geef op scholen en ROC’s, stel ik deze vraag. Ik leg uit waarom ik bepaalde termen wel of niet zelf gebruik. Taal is niet objectief en we blijven leren. Mijn collega zei laatst: in plaats van “discussie over het koloniale verleden” kunnen we het ook hebben over “verzet tegen het koloniale verhaal”. Het belangrijkste doel van dit onderwijsproject is dat leerlingen begrijpen waarom er hier in Nederland Indische mensen zijn, zoals mijn oma, en Molukkers, Surinamers, Curaçaoërs, Arubanen: omdat er een koloniaal verleden is. De leerlingen ontmoeten een buurtgenoot die is geboren in een voormalige kolonie en leren diens verhaal door te vertellen. Om zulk begrip wijdverspreid te maken, moet je als land investeren in geschiedenisonderwijs op alle niveaus. Het kan niet zo zijn dat het historisch besef in een land afhankelijk is van projecten.

‘Dekoloniseren kan volgens mij niet zonder meer gelijkheid na te streven en dat betekent dat wij onze welvaart in Nederland moeten inperken.’

Dekoloniseren gaat niet alleen om verhalen van mensen, het gaat ook om het blootleggen van hoe de wereld is opgebouwd. Als je een foto ziet van de klimaattop, zie je dat iedereen een pak met stropdas of een colbertje draagt. Hoe had het beeld eruitgezien als niet mannen uit Europa de wereld hadden gekoloniseerd, maar vrouwen uit India? En waarom spreken we over derdewereldlanden, of lagelonenlanden? “God schiep de wereld met landgrenzen en daarom verdient iemand twintig cent per uur in het ene gebied, en zestig euro in het andere?” Nee, natuurlijk niet. Dekoloniseren kan volgens mij niet zonder meer gelijkheid na te streven en dat betekent dat wij onze welvaart in Nederland moeten inperken.’

Noraly Beyer, Ex-nieuwslezeres (NOS), actrice en bestuurslid van Werkgroep Caraïbische Letteren

‘Door je geschiedenis te kennen, denk ik dat je met meer visie kunt praten over de toekomst. Dat brengt me op de woorden die gezegd moeten blijven worden: dat we niet mogen vergeten wat er is gebeurd. Want anders herhalen we onze fouten, voeren we oorlog, buiten we uit. Blijkbaar zit het in ons mensen dat we onze fouten herhalen als we ze ons niet actief herinneren. En dat is in het dekolonisatieproces, vind ik, te weinig gebeurd.

Ik ben geboren op Curaçao en heb Surinaamse ouders. Mijn ouders zijn in de tijd van de koloniale overheersing geboren en opgegroeid, met Nederlandse normen en waarden die eigenlijk botsten met hun omgeving. Mijn moeder vond dat wij goed haar hadden. Wat is goed haar? Slecht haar was volgens haar kroeshaar. Ik snapte dat niet, ik vond kroeshaar het einde als ik het zag bij andere kinderen. Ik vond het mooi om het aan te raken en te zien hoe het als een veer terugspringt als je het aanraakt. Maar pas veel later ben ik gaan beseffen dat het eigenlijk niet kán, die opmerkingen dat ik blij moest zijn met goed haar. Dat ik dit in mijn opvoeding meekreeg, daar is kolonisatie debet aan. Mensen werden geïndoctrineerd. Al zijn er ook heel sterke mensen die zich vasthielden aan hun eigen tradities of hun eigen geloof, zelfs als daar soms de doodstraf op stond.

Door mensen zich bewust te maken van hun geschiedenis en die van hun maatschappij, kun je afkomen van het idee dat zwarte mensen, zoals het vroeger in de slaventijd was, minder zijn dan witte mensen.

‘Mijn hoop is dat kennis van onze gezamenlijke geschiedenis er met de paplepel wordt ingegoten.’

Het dekolonisatieproces is gaande, al gaat niet van een leien dakje – zie de discussie over de excuses voor het slavernijverleden. Iemand kan wel zeggen: “Het interesseert me niet, want het gaat me niet aan.” Maar de kunst is om te leren begrijpen dat we een gezamenlijke geschiedenis hebben, waar het koloniale verleden van slavernij, uitbuiting en ontmenselijking onderdeel van is. Je kunt hier niet vroeg genoeg mee te beginnen. Dan zal niemand meer tegen mij zeggen: “Hé, hoe kan het dat jij zo goed Nederlands spreekt.” Mijn hoop is dat kennis van onze gezamenlijke geschiedenis er met de paplepel wordt ingegoten. Je kunt dan zelf kijken of je die pap lust of niet, maar je zal voorgoed weten dat die pap er is.’

Pravini Baboeram, Dekoloniaal denker en community organizer

‘Als je wilt dekoloniseren, moet je allereerst de schade van het koloniale project inventariseren – materiële en immateriële. En die schade moet gerepareerd worden. Land is uitgeput, gestolen of bezet, in sommige gevallen tot op de dag van vandaag. Identiteiten van mensen zijn gewist, denk aan die van tot slaaf gemaakte mensen.

Als nazaat van Hindostaanse dwangarbeiders ben ik volledig losgerukt van het thuisland van mijn voorouders.

Er zijn al concrete voorstellen voor reparaties. Zo is er het initiatief dat nazaten van tot slaafgemaakte mensen gratis hun door de kolonisator opgelegde naam kunnen veranderen.

Hoe je op een goede manier met de dekolonisatie van cultureel erfgoed om kan gaan, zag ik bij het Nationaal Archief, toen ik de totstandkoming van een expositie over Curaçao analyseerde. Een van de aandachtspunten is de rol van kleur en hoe je kritisch naar jezelf kijkt. Er was een Curaçaose gastcurator met een duidelijke visie, die eerder niet altijd als waardevol werd gezien maar in de context van dekolonisatie als onmisbaar.

De norm, die door het kolonialisme is gevormd, wordt uitgedaagd en begint te rafelen. Hoe kunnen we meer mensen hierin meenemen? Dat begint bij een ongemakkelijk gesprek in een veilige setting, bijvoorbeeld aan de keukentafel. Zo’n gesprek is noodzakelijk om kritisch te reflecteren en te bedenken: welke rol moet ik pakken in dit proces?

Als we willen dekoloniseren, moeten we ook onze geest dekoloniseren. Hoe komt het dat zoveel witte mensen zo ongevoelig zijn voor zwarte pijn? Dat relateer ik echt aan een gekoloniseerde geest die zichzelf wijsmaakt dat iedereen gelijk is, maar daar in de praktijk niet naar handelt.’

John Samson, Politiek redacteur van Caribisch Netwerk (NTR)

‘Hoe kun je dekoloniseren als je nauwelijks basisrechten hebt? En de politiek je eigenlijk niet vertrouwt? En als de Nederlandse media jou niet als gelijkwaardige Nederlander zien? Ik heb het specifiek over Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, sinds 2010 “bijzondere gemeenten” van Nederland. Officieel heten ze “openbare lichamen”. Voor veel inwoners klinkt dat alsof hun eiland een prostituee is geworden van Den Haag, en zo voelt het ook. Want ze hebben niet dezelfde rechten als andere Nederlanders. Zo hebben inwoners van Bonaire geen recht op WW, terwijl je vanuit Europees Nederland wel je WW-uitkering mee mag nemen naar Bonaire. De minimumlonen en uitkeringen zijn veel te laag om goed van te leven, terwijl het leven op de eilanden véél duurder is.

Bovendien klopt de politieke vertegenwoordiging niet: Den Haag heeft relatief veel macht over deze gemeenten, terwijl ministeries helemaal niet gewend zijn om gemeenten te besturen. Het kabinet weet heel goed dat er armoede is – ongeveer veertig procent van inwoners van Bonaire moet elke dag zien te overleven – maar wil maar geen grote stappen nemen. Er is angst voor een “aanzuigende werking” van “uitkeringstrekkers” en uitkeringen mogen niet naar een leefbaar niveau worden opgehoogd, want stel dat de economie een klap krijgt. Al twaalf jaar lang zegt Den haag in feite tegen mensen in armoede: nog even geduld.

Pas als de inwoners van deze Nederlandse gemeenten echt als inwoners van Nederland worden beschouwd, zullen mediaredacties hun problemen aan de kaak stellen.

Een ouder echtpaar vertelde me tijdens een protest op Bonaire in 2022 dat ze, naast hun werk, moeten vissen en zelfs een vogelval in de tuin hebben om geen honger te leiden. Stel dat zo’n situatie voorkwam op Texel, dan was het direct groot nieuws. Het probleem is dat deze gemeenten zevenduizend kilometer ver weg liggen, je kunt dan niet even naar het Malieveld of met een trekker de snelweg op.’