Sara Puhto heeft een buik. Hij bolt zachtjes op boven haar onderbroek. Als ze zit, leunt hij op haar dijbenen en vouwt een beetje dubbel aan de zijkanten – laagjes vet die op elkaar rusten. Ze maakt er foto’s van en zet ze op Instagram. Niet echt wat je verwacht van een fitnessblogger, maar daarom heeft ze ook honderdduizenden volgers.

Puhto wil laten zien hoe een lijf er echt uitziet, als het niet in hoeken en bochten wordt geduwd, als het gewoon ontspannen is. Zelfs met haar kleine maatjes springt haar losgelaten buik in het oog. Ik bekijk hem met een haast voyeuristische interesse. Er bestaat namelijk wel zoiets als body acceptance, maar een erg royale plek heeft het niet in onze cultuur: deze buikplaatjes zijn afwijkend. Op het grootste deel van Instagram, op televisie en in advertenties mag de vrouwenbuik slechts bestaan in minimale vorm. Zo plat mogelijk en het liefst ook hard als steen.

Ik weet niet precies waar dit ideaalbeeld zijn wortels heeft, maar ik stel me voor dat de opkomst van aerobics in jaren tachtig en de sportvideo’s van Jane Fonda er een aanloopje voor waren. Dat was toevallig ook de tijd dat vrouwen massaal aan het (betaalde) werk gingen. Schoudervullingen en platte buiken gaven vrouwen een mannelijker voorkomen en deed ze beter invoegen in de masculiene werkcultuur. Maar het was Britney Spears die eind jaren negentig van stalen buikspieren de na te streven standaard maakte. De platte buik die ze in de videoclip van ‘Hit Me Baby One More Time’ onthulde, had ze te danken aan de duizend sit-ups die ze dagelijks deed, zo vertelde ze in interviews.

Ik was toen veertien. En ik weet niet of het ligt aan de blootstelling aan Britney’s navel, maar sindsdien ben ik geloof ik nooit meer tevreden geweest met mijn buik. Wie wel? Deze jaren waren de start van het gouden tijdperk van de zelfperfectionering. De zachte buik werd een falen, een object om te shamen. Er is een scène in de Sex and the City-film van 2008 waarin een van de personages, Samantha, op een feestje arriveert. Terwijl haar jas wordt aangenomen, verschijnt een nauwelijks te detecteren buikrandje onder haar roze top. Haar vriendinnen zijn onthutst en staren er met vieze gezichten naar, totdat een man uitroept: ‘Mother of God! What’s with the gut?’ Mijn God, vanwaar die pens?

Anatomische onwaarschijnlijkheid

Het vrouwenlichaamsideaal is ten opzichte van de jaren negentig iets veranderd: borsten mogen kleiner, billen groter. Halverwege het vorige decennium werd er gesproken van the age of the butt. Het is moeilijk om hier niet weer de Kardashians bij te slepen, die van hun ronde, rondere, rondste billen hun handelsmerk maakten. De bil werd gevierd, gewild en volgespoten als botoxlippen.

De hedendaagse cultuur heeft geen interesse in vrouwen, maar in meisjes.

Maar tegenover de buik staan we onverminderd intolerant. Toen Lena Dunham in de HBO-serie Girls (2012-2017) haar volle buik toonde als wapen van verzet tegen onwenselijke lichaamsnormen, riep dat minstens evenveel afschuw als bewondering op. Normaal werd het sowieso niet gevonden. Bovendien is een weggecijferde buik complementair aan die nieuw gewaardeerde billen: hoe platter de buik, hoe groter de billen lijken. De Kardashian-buikstreek ligt zelfs dieper dan de ribben. Een anatomische onwaarschijnlijkheid, maar hé, kijk maar op haar Instagram.

Ook voor mannen is een wasbord in principe het ideaal, maar voor hen mag het ook anders. In de periode dat Girls werd uitgezonden, deed de term dad bod zijn intrede in het mediavocabulaire. Een ‘papalijf’ heeft een klein beetje overgewicht en een goed vetkussentje over de buikspieren. Met vertegenwoordigers als Leonardo DiCaprio en eenzelfde gezellig stoere connotatie als man bun (mannenknotje) werd de herenbierbuik pardoes acceptabel en zelfs hip gevonden. Mannen konden hun musculus abdominis ontspannen – zij wel.

Terwijl het toch juist de vrouwenbuik is waar the magic happens. Waar het leven begint en groeit. Die opbolt en meerekt terwijl hersens, ogen en nieuwe buiken ontstaan. Die maandenlang een schoppend en boksend mensje meetorst. En er daarna al helemaal niet meer uitziet zoals het horen zou.

In het feministische stripboek The Mental Load tekende Emma, zoals de maker zich noemt, een treffend plaatje van zichzelf na de geboorte van haar eerste kind. Daarop staat ze naakt en verward met de resten van haar zwangere buik in haar handen, een verkreukelde en beschadigde zak huid. ‘Mijn oude lichaam had duidelijk zijn biezen gepakt naar de Malediven. Daarvoor in de plaats had ik een lege zak gekregen waar eerst een buik zat.’

Het vangt precies de vervreemding die vrouwen voelen na al die maanden hard werk, waarna de buik definitief is afgeschreven als redelijkerwijs toonbaar lichaamsdeel. De hedendaagse cultuur heeft immers geen interesse in vrouwen, maar in meisjes. Met platte buiken en kale foefjes. Arme buik: zo’n wereldse klus geleverd en dan gecanceld. Tenzij je natuurlijk gelooft de schade snel en op eigen kracht te kunnen herstellen, zoals beroemdheden en influencers plegen te doen.

Gestoorde gedachte

In 2018 duwde Beyoncé daar een beetje tegen terug in een veelbesproken interview in Vogue. ‘Het is belangrijk dat mannen en vrouwen de schoonheid van hun natuurlijke lichamen waarderen,’ zei ze. Na de geboorte van haar eerste kind had ook zij de headlines gehaald door zich in drie maanden van haar postnatale buik te ontdoen. In retrospectief vond ze dat een gestoorde gedachte. ‘Ik geloofde de dingen die de samenleving zei over hoe mijn lichaam eruit zou moeten zien.’

Beyoncé is de samenleving die zegt hoe een lichaam eruit zou moeten zien.

Maar nu was ze voor een tweede keer bevallen, van een tweeling, en ze verklaarde haar lijf ditmaal te omarmen zoals het was: haar vollere armen, schouders, borsten en dijen. En haar mommy pouch. ‘Ik heb geen haast er vanaf te komen, ik vind het real.’ Ze sprak liefkozend over haar FUPA, het acroniem voor ‘fat upper pubic area’. ‘Op dit moment voelt het alsof mijn FUPA en ik zijn voorbestemd.’ In no time was #FUPA wereldwijd trending op Twitter. Een revolutie!

Maar in de docu/concertregistratie Homecoming (2019) is Beyoncés mommy pouch weer superstrak. Daar moest ze onmenselijk hard voor werken, vertelt ze. Ze is eerlijk over hoe zwaar het haar valt, ze toont het lijden. Tegelijkertijd legt ze de lat voor iedereen inhumaan hoog, want ze doet het tóch. En beroemde vrouwen bepalen wat nastrevenswaardig is, maken een blauwdruk voor hoe we vinden dat een vrouw moet zijn. Beyoncé is de samenleving die zegt hoe een lichaam eruit zou moeten zien.

Verademing

Voor de meeste mensen is een buik niet plat te krijgen. Het is een van de voornaamste vetopslagplaatsen van het lichaam, en een van de moeilijkste lichaamsdelen om strak te trainen. Weinigen hebben bovendien een team zoals dat van Beyoncé om ons erbij te helpen. Laatst vertrouwde een jonge moeder me toe dat ze een buikwandcorrectie had laten doen. Het deed me googlen: een simpele ingreep misschien om van je mom bod af te komen? Het blijkt een flinke operatie, met narcose, hersteltijd en een litteken. Klinieken prijzen het aan op hun websites: ‘Vanaf 3400 euro. Zodat je weer lekker in je vel zit.’ En testimonials: ‘Dat die buik nu weg is, dat is letterlijk een verademing.’

Een verademing, dat snap ik wel. De culturele onverdraagzaamheid jegens buiken maakt dat we ze inhouden. Voor de spiegel, de Instagramfoto, in het openbaar. In zo’n ingeperkte torso blijft weinig ruimte over om te ademen. Zo lopen we ver na het Victoriaanse tijdperk nog steeds in een korset. Het zal, vermoed ik, lang duren voor we ons daar net als Sara Puhto van durven te ontdoen.