Het contrast is groot, wanneer ik van het centrum van Damascus, waar de winkels en markten open zijn en zo langzamerhand alweer opstoppingen en files ontstaan, langs de oostrand van de stad rijdt. Daar ligt de ghouta, het uitgestrekte oasegebied met talloze dorpen en stadjes, dat in 2011 in opstand kwam en pas eind 2018 door het Syrische leger werd heroverd. De verwoesting is er compleet, geen gebouw staat nog overeind.

Toen ik twee jaar geleden in de oostelijke wijken van Aleppo was, heb ik ook grote verwoestingen gezien. Flatgebouwen waren er als de spreekwoordelijke kaartenhuizen in elkaar geklapt. Overal dwaalden gedesoriënteerde inwoners door de puinhopen, omdat ze hun straat niet herkenden en hun huis niet konden terugvinden.

Maar in de ghouta leek het alsof een grote leren laars een peuk had willen doven door hem geheel in de grond te stampen, alsof hij niet had bestaan. In de manier waarop het gebied met de grond gelijk was gemaakt, zag ik iets van de bijzondere woede...