Namens de boze burger trok Johan Derksen eind vorig jaar in het programma Vandaag Inside van leer tegen Johan Vollenbroek, de milieuactivist die met grote regelmaat de overheid voor de rechter daagt, en er onder meer voor zorgde dat de Raad van State een streep zette door de PAS-regeling, waardoor een groot deel van de bouw stil kwam te liggen.

‘De natuurfreaks hebben de macht hier,’ mopperde Derksen. ‘De hele stikstofproblematiek is voortgekomen uit het feit dat een kevertje en een plantje er last van hebben.’ Derksen is niet de enige die zich druk maakt over geharnaste activisten als Johan Vollenbroek: de irritatie groeit aan de rechterkant van het politieke spectrum over actiegroepen die er in toenemende mate in slagen overheidsbeleid te frustreren.

Maar het echte probleem is niet het juridische activisme – de PAS-regeling wás ook een juridisch gedrocht waarmee de overheid probeerde de Europese stikstofregels te omzeilen – maar de claimcultuur waarmee burgers elkaar het leven zuur maken.

Bijna twintig jaar geleden waarschuwde de Britse socioloog Frank Furedi al in zijn boek Politics of Fear voor het ‘georganiseerde wantrouwen’ dat in de westerse wereld om zich heen greep. In een maatschappij die ieder risico probeert buiten te sluiten, stelde hij, moet schade altijd verhaald worden: pech wordt niet langer geaccepteerd. Zo raken we steeds verder van huis: het toenemend aantal claims versterkt het onderling wantrouwen, met meer claims tot gevolg. ‘Dit soort Anglo-Amerikaanse preoccupaties is steeds meer een wereldwijd verschijnsel geworden.’ zei Furedi in 2001 in Vrij Nederland. ‘Ook Nederland wordt er meer en meer door beïnvloed. We staan nog maar aan het begin van dat proces en zijn nog niet in de buurt van het einde.’

De rechtbanken in Nederland hebben inmiddels te kampen met een stuwmeer aan rechtszaken, mede door toedoen van burgers die veel sneller dan voorheen naar de rechter stappen.

In dezelfde jaren waarschuwde ook een denktank van het ministerie van Justitie voor de claimcultuur tussen de burger en de overheid en burgers onderling: door de toenemende neiging anderen aansprakelijk te willen stellen voor alle vormen van onheil, zou het rechtssysteem onder steeds zwaardere druk komen te staan.

Dat is gebleken. De rechtbanken in Nederland hebben inmiddels te kampen met een stuwmeer aan rechtszaken, mede door toedoen van burgers die veel sneller dan voorheen naar de rechter stappen. Ook de Raad voor de Kinderbescherming kan erover meepraten: steeds vaker laten ouders hun relatie uitlopen op eindeloze vechtscheidingen over de rug van hun kinderen en ten koste van het rechtssysteem.

In een poging om het groeiend aantal rechtszaken en de bijbehorende kosten tegen te gaan, probeerde minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker onder het vorige kabinet de gesubsidieerde rechtsbijstand op de schop te nemen. Het kwam hem te staan op een hausse aan terechte kritiek van de advocatuur en de Raad voor de Rechtsbijstand: juist voor kwetsbare groepen zou het daardoor moeilijker worden toegang te krijgen tot het recht.

Het zou meer zoden aan de dijk zetten als burgers die nu voor het minste of geringste naar de rechter stappen, eerst bij zichzelf te rade gaan.

Hetzelfde geldt voor Johan Vollenbroek. Er is niks mis met dat hij de overheid wil dwingen zich aan haar eigen wetten te houden. Maar het was dezelfde Vollenbroek die van de week rectificatie eiste van Arnout Jaspers, die in zijn boek De Stikstoffuik Vollenbroeks organisatie Mobilisation for the Environment een ‘zelfrijzende procedeermachine noemde’, en dreigde met juridische stappen. Wie er zijn vak van heeft gemaakt anderen de maat te nemen, moet zelf ook tegen een stootje kunnen.