https://soundcloud.com/vrijnederland/vn-voorgelezen-prima-ballerina-olga-smirnova-betaalde-een-hoge-prijs-voor-kritiek-op-de-oorlog?utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing

Het is begin maart. Terwijl de oorlog in Oekraïne in de eerste week is en Russische artiesten en festivals wereldwijd gecanceld worden, veroordeelt Olga Smirnova, prima ballerina van het Bolsjojballet, Poetin en zijn oorlog op sociale media. Haar bericht gaat viraal. Niet veel later buitelen internationale media over elkaar heen om nog groter nieuws te melden: Star Ballerina quits Bolshoi Ballet, kopt CNN News. Ballerina quits Russian company over Ukraine war, voegt Al Jazeera toe. BBC News maakt het plaatje compleet: Olga Smirnova: Ballerina leaves Russia for Netherlands after denouncing war. Een Russische danseres die het Bolsjoj verlaat, om politieke redenen nog wel. Het Bolsjoj! Een van de meest prestigieuze gezelschappen ter wereld, en bovendien het onofficiële staatsballet, gezeteld in Moskou, stad van de Doema.

Dit was niet vertoond sinds de legendarische Kirov-dansers Rudolf Noerejev (1938-1993) en Mikhail Baryshnikov (nu 74) achter het IJzeren Gordijn vandaan vluchtten en politiek asiel aanvroegen in Parijs (Noerejev, 1961) en Toronto (Baryshnikov, 1974). Maar zíj kozen vervolgens voor grote, wereldberoemde gezelschappen als het Ballet van de Parijse Opera en het New York City Ballet. Smirnova, een van de grootste dans-sterren ter wereld, koos voor… The Dutch National Ballet.

Ted Brandsen (63), de artistiek directeur van Het Nationale Ballet, is dan ook trots: ‘Olga is een heel bijzondere danseres, absolute wereldtop. Ze trekt je op een verfijnde manier haar wereld in, oprecht en poëtisch. En wat ik heel leuk aan haar vind: ze is heel nieuwsgierig, ze heeft ook echt hele freaky moderne dingen gedaan.’

Smirnova is niet de enige danseres die de afgelopen periode als gevolg van de oorlog in Oekraïne naar Het Nationale Ballet is gekomen. De eerste weken van de oorlog kreeg Brandsen tientallen aanvragen en filmpjes binnen van Oekraïense en Russische dansers en danseressen. Victor Caixeta, een jonge Braziliaan van het Marijinsky Ballet, is als tweede solist bij het gezelschap gekomen. De Junior Company, de kweekvijver van Het Nationale Ballet, heeft drie piepjonge Oekraïense danseressen aangenomen: Polina Loshchylina en Kate Myklukha van de National Opera Of Ukraine en Victoria Glazunova van het Bolsjoj Ballet. En Liza Gorbacheva kwam bij het corps de ballet. Brandsen: ‘Ik heb helaas ook vaak moeten zeggen: je kunt komen en dan zullen we je helpen, je kunt hier trainen. Maar ik heb geen baan voor je. Ik moet ook de kwaliteit en het budget bewaken.’

Olga Smirnova

‘Ongehoorzame’ burgers

‘Ik schaam me er niet voor dat ik Russisch ben, maar ik schaam me wel dat Rusland deze oorlog is begonnen,’ zegt Smirnova nu.

Toen Poetins leger Oekraïne binnenviel, zat ze zich thuis in Moskou te verbijten met een knieblessure. Vanwege haar knie had ze geen lessen, repetities of optredens, en dus was het contact met haar Russische collega’s minimaal. Ze zegt dat veel Russische dansers zich sowieso niet vrij genoeg voelen om onderling te bespreken wat er speelt. ‘Voor sommigen is het misschien onwetendheid, anderen denken: ik ben een danser, ik ben niet geïnteresseerd in politiek.’

Ze sprak alleen met haar man en een handjevol buitenlandse vrienden over wat zich afspeelde. Haar familie stelt geen vragen. Zelf stelde ze die, heimelijk, voor het eerst toen in het najaar van 2020 oppositieleider Aleksej Navalny werd vergiftigd met het zenuwgas novitsjok.
De eerste paar dagen na de inval in Oekraïne dacht ze nog dat het een vergissing was. Maar toen werden Facebook en Instagram door de regering geblokkeerd en werd een wet aangenomen die het mogelijk maakt ‘ongehoorzame’ burgers vijftien jaar op te sluiten. Smirnova zocht naar informatie op Telegram, waar nog ongefilterd nieuws kon binnenkomen. Toen ze las over gebombardeerde huizen en burgerslachtoffers, wist ze genoeg. Ze plaatste een bericht op Telegram, waarin ze de invasie een oorlog noemde in plaats van een vredesmissie, en die veroordeelde.

Haar post deed op dat moment weinig omdat ze nog niet zoveel volgers had. Maar haar woorden logen er niet om: ‘Ik moet eerlijk zijn,’ schreef ze, ‘en zeggen dat ik met heel mijn hart tegen deze oorlog ben. Want naast dat een groot deel van de inwoners van Rusland familie of vrienden in Oekraïne heeft en mijn grootvader uit Oekraïne komt, wat mij zelf een kwart Oekraïens maakt, lijkt het alsof we in de twintigste eeuw leven in plaats van in de eenentwintigste. In onze moderne en verlichte wereld zou ik verwachten dat ontwikkelde samenlevingen hun politieke problemen kunnen oplossen door vreedzame onderhandelingen. Ik had nooit gedacht dat ik me zou schamen voor Rusland. Ik ben altijd trots geweest op de enorme hoeveelheid talent die ons land rijk is en op onze culturele en atletische prestaties. Het is erg pijnlijk om te horen dat er mensen sterven, hun thuis kwijtraken of hun huis moeten achterlaten. En wie had een paar weken geleden kunnen denken dat dit alles zou gebeuren? We bevinden ons dan misschien wel niet in het epicentrum van dit conflict, maar we kunnen onze ogen niet sluiten voor zo’n wereldwijde catastrofe.’ Ze had een gevoel van waarheid in zich, verklaart ze het bericht. ‘Ik wil eerlijk kunnen zijn, je moet me als danser namelijk ook kunnen geloven.’

In allerijl naar Dubai

Een paar dagen later kwam haar echtgenoot Dmitri, bankier bij Goldman Sachs, verontrust uit zijn werk; zijn kantoor werd in allerijl naar Dubai verhuisd wegens het gerucht dat de grenzen binnen 24 uur op slot zouden gaan. Dmitri en Olga zagen maar één oplossing: samen naar Dubai, diezelfde dag nog.

‘Toen Ratmansky mijn boodschap deelde, wist ik: als ik terugkeer naar Rusland, is de kans groot dat ik in de problemen kom.’

Ook Bolsjoj-collega’s Jacopo Tissi en David Motta Soares, met wie Smirnova nog wel contact heeft, verlieten in die periode Rusland. Zij verklaarden zich na hun vertrek op Instagram solidair met Oekraïne. Maar beiden zijn geen Rus, ze verlieten niet hun thuisland. Italiaan Tissi keerde terug naar La Scala in Milaan en Braziliaan Motta Soares ging als solist naar het Staatsballett Berlin.

In eerste instantie was het idee dat Smirnova en haar echtgenoot tijdelijk in Dubai zouden blijven, waar zij kon herstellen van haar knieblessure. Maar toen ze aankwam, vroeg Alexei Ratmansky, een kennis van haar, of hij haar Telegram-bericht mocht delen op Facebook. De in Kiev opgegroeide Ratmansky was van 2004 tot 2008 artistiek directeur van het Bolsjoj en werkt sindsdien als choreograaf overal ter wereld. Op het moment dat Rusland Oekraïne binnenviel, repeteerde hij een nieuw werk met het Bolsjoj.

Ratmansky aarzelde geen moment, en vertrok stante pede met zijn artistieke team uit Moskou, de inval fel veroordelend. Smirnova zei ja tegen Ratmansky: deel maar. Ze besefte dat hij heel veel volgers heeft en haar bericht dus veel mensen zou bereiken. ‘Toen Ratmansky mijn boodschap deelde, wist ik: als ik terugkeer naar Rusland, is de kans groot dat ik in de problemen kom.’

Gedragen door de dansers

Twee maanden na haar onverwachte en veelbesproken komst naar Nederland oogt de dertigjarige Smirnova ontspannen. De eerste weken hier waren ‘insane’: cameraploegen van over de hele wereld kwamen haar interviewen. Ze had weinig tijd zich voor te bereiden op een voor haar nieuwe versie van Raymonda. Na weer een dag met een filmploeg verontschuldigde ze zich bij Brandsen. Door de opnames had ze zich niet kunnen voorbereiden op haar eerste repetitie; ze kende geen pas toen ze de studio binnenkwam en vond dat uitermate onprettig. Ze is gewend zich bij het Bolsjoj vooral zelfstandig voor te bereiden; ze had daar misschien vier repetities voor de hoofdrol in een klassiek ballet.

Het is daar anders, eenzamer werken dan bij Het Nationale Ballet, zegt Brandsen: ‘Ik moest haar echt geruststellen: je hoeft niet vóór de repetitie alles al te beheersen. Wij hebben een andere manier van werken, minder voorstellingen, het is kleiner en informeler, meer een familie dan een bedrijf: negentig of tweehonderdvijftig dansers is nogal een verschil. We zijn hier weken samen aan het knutselen.’ Smirnova: ‘Ik vind het heerlijk, ik kan zo meer de diepte in en dat is wat ik wilde.’

Smirnova – in felgroen trainingspak en zonder make-up – oogt jonger, meisjesachtiger dan op de foto’s die de wereld zijn overgegaan. En ze blijkt opvallend toegankelijk, bescheiden zelfs. Ze verontschuldigt zich voor haar ‘poor English’, waar eigenlijk weinig mis mee is. Zoals ze van zichzelf verwacht dat ze een beweging perfect beheerst voor ze die überhaupt oefent, weegt ze haar woorden zorgvuldig. Zonder aan openheid in te boeten. ‘Ik zeg altijd wat ik vind, ook nu tegen jou. Ik wil altijd direct en waarheidsgetrouw zijn, dan blijft mijn verhaal tenminste eerlijk, altijd.’

Wat enorm helpt: ze voelt zich gedragen door de andere dansers, door hun warme welkom.

Met haar man heeft ze een appartement gevonden en verder is ze vooral in het Muziektheater. Zo wil ze het ook. ‘Het meteen aan een voorstelling werken heeft me in zekere zin gered; het geeft je het gevoel van routine, je hoeft niet al te veel na te denken.’

Wat enorm helpt: ze voelt zich gedragen door de andere dansers, door hun warme welkom. Na haar eerste optreden in de klassieker Raymonda, nog geen maand na haar komst, verzamelden de andere dansers zich op het podium toen het doek viel. En ze begonnen te klappen, voor haar en haar danspartner Victor Caixeta. Uit respect. Het raakt haar nog steeds als ze eraan terugdenkt.

De beste van de klas

Olga Smirnova was elf jaar oud toen haar moeder haar vertelde dat er een auditie was op de Vaganova Academie, een van de meest prestigieuze klassieke dansopleidingen ter wereld. Tot die tijd leidde Smirnova een doodnormaal leven in een buitenwijk van Sint-Petersburg: ze ging naar school, had vriendinnen, las veel boeken en volgde soms pianoles of tekenles en een enkele kinderdansles. Dromen van een toekomst als danseres had ze nooit gedaan, vertelt ze, het befaamde Marijinsky theater kende ze niet. Haar ouders waren geen artistieke mensen, het was toeval dat ze auditie ging doen. Toen ze de school binnenging, keek ze haar ogen uit. Ze was verbluft door de ambiance, door de grandeur van het gebouw: dit sprak iets in haar aan. Ze werd aangenomen.

Pas na een paar jaar op de opleiding groeide het idee dat danseres worden echt een optie was. Tot die tijd hield ze zichzelf voor dat ze ‘gewoon’ de beste van de klas wilde zijn. Smirnova: ‘Ik hield van alles: de lange dagen, de geur in de kleedkamer, de reverence aan het einde van een les. Ik was trots dat ik daar de hele dag mocht zijn.’

Onder de indruk

Ted Brandsen ontmoette Smirnova voor het eerst toen ze eindexamen deed op de Vaganova Academie, iets meer dan tien jaar geleden. Hij woonde een les bij, altijd op zoek naar talent, en was direct onder de indruk van ‘dat hertachtige schepsel’. Brandsen: ‘Ze was toen al de meest wonderbaarlijke danseres die ik ooit heb gezien. Ze deed een technisch vreselijk moeilijke les, maar met een vanzelfsprekendheid!’

Toen de achttienjarige Smirnova na de eindexamenles de studio uitliep, sprak Brandsen haar aan, complimenteerde haar en zei: ‘Mocht je ooit, om welke reden dan ook, geen zin meer hebben in Rusland, dan kun je altijd in Amsterdam terecht.’ Olga zei beleefd: ‘Dank u wel’, en Brandsen dacht: gaat niet gebeuren. Maar tien jaar later, in maart 2022, kreeg hij opeens een telefoontje van een wederzijdse Russisch-Amerikaanse kennis. ‘Ted, het is geheim, maar wil je Olga Smirnova spreken? Ze gaat weg bij het Bolsjoj.’ Brandsen: ‘Ik dacht alleen maar: YES!, ook al was de aanleiding triest.’

Smirnova, inmiddels uitgegroeid tot een internationale ster, had goede dingen gehoord over Het Nationale Ballet, over de veelzijdigheid van het repertoire en de onderlinge sfeer. En een beetje kennisgemaakt had ze al tijdens de coronapandemie. Ze vond de online lessen van het Bolsjoj nogal eentonig en stuitte op YouTube onder meer op op de lessen van Ernst Meisner van Het Nationale Ballet; die waren gevarieerder, avontuurlijker. Ze appte Brandsen, of ze konden zoomen. Snel. Smirnova was toen al even in Dubai. ‘Tijdens die zoom met Ted voelde ik een soort chemistry, het was alsof iets me naar hem leidde, alsof het zo moest zijn. Ik vroeg al tijdens het gesprek wanneer ik kon komen. Ted zei: “Volgende week?”’ Brandsen, lachend: ‘Ik dacht: eerst zorgen we dat het gebeurt, en dan kijken we wel hoe.’

Olga Smirnova

Een tweede leven

Het lijkt een sprookjesachtig toeval dat Smirnova uitgerekend voor Het Nationale Ballet koos. Maar wanneer je in de geschiedenis van het gezelschap duikt, leer je dat het zeker niet de eerste keer is dat Het Nationale Ballet een veilige haven is voor dansers die om welke reden dan ook niet in hun eigen land kunnen dansen.

Het meest opvallende verhaal is dat van de Amerikaanse zwarte danseres Raven Wilkinson, die in 2018 op 83-jarige leeftijd overleed. Tegenwoordig heeft ze, zeker in de VS, een iconische status. Ze was lange tijd niet zo mededeelzaam over wat ze gedurende haar carrière meemaakte, tot de makers van de documentaire Ballets Russe (2005) haar aan het praten kregen.

De klassiek geschoolde Wilkinson werd in 1955 aangenomen bij het toen zeer populaire Ballet Russe de Monte Carlo, dat voortgekomen was uit het legendarische Ballets Russes van Sergej Diaghilev. Wilkinson was de eerste fulltime werkende zwarte danseres bij een belangrijk Amerikaans gezelschap. Al in haar tweede seizoen mocht ze de wals in Les Sylphides dansen en werd ze gepromoveerd tot tweede soliste.

Toen de nacht viel, zag Raven Wilkinson door het raam iets oplichten: een brandend kruis.

Maar eind jaren vijftig nam het racisme in met name de zuidelijke staten van Amerika toe. Omdat Ballet Russe altijd op tournee was, ook in de zuidelijke staten, vroeg de directie de vrij licht getinte Wilkinson om zich tijdens optredens zo blank mogelijk te schminken en niet aan de grote klok te hangen dat ze zwart was. Volgens de segregatiewet mocht ze namelijk niet het podium delen met witte dansers, laat staan met hen in een hotel of restaurant verblijven. Wilkinson ging akkoord, maar nam voor zichzelf het besluit dat ze niet zou liegen als iemand ernaar vroeg. Het ging voor het eerst mis in Atlanta, Georgia, in 1957. Een hotelmanager zei tegen Wilkinson: ‘We hebben je baas gevraagd of er een zwarte in het gezelschap is. Hij zegt van niet. Maar een zwarte liftbediende zegt dat jij zwart bent. Are you a negro?’ Toen ze bevestigend antwoordde, moest ze naar een ander hotel.

Op diezelfde tour deed het gezelschap Montgomery, Alabama aan. Tijdens een optreden stormden leden van de Ku Klux Klan het podium op. Ze gingen groepjes dansers af en vroegen: ‘Where is the negro?’ Niemand antwoordde, niemand verroerde een vin, ook niet toen de KKK-leden voor Wilkinson stonden. Ze dropen af.

Een andere avond in Montgomery moest Wilkinson zich in haar kamer opsluiten om zichzelf in veiligheid te brengen, terwijl haar collega’s zonder haar optraden. Toen de nacht viel, zag ze door het raam iets oplichten: een brandend kruis.

De directie besloot dat het niet langer veilig was om haar in het zuiden te laten meedoen; Wilkinson kon steeds minder optreden. Drie jaar later was ze doodop en teleurgesteld. Toen haar balletmeester zei: ‘Ach Raven, je had toch niet verwacht dat je Het Zwanenmeer zou kunnen dansen, je bent zwart! Waarom begin je geen Afrikaanse dansschool?’ brak er iets in haar. Ze verliet het gezelschap in 1960 en kwam in de VS niet meer aan de bak.

Sylvester Campbell, een vriend van haar, benaderde haar halverwege de jaren zestig. Wilkinson had toen al zeker vijf jaar niet meer op een podium gestaan. Campbell daarentegen danste al jaren zonder enig probleem in Nederland, bij Het Nationale Ballet. Hij was de favoriete danspartner van publiekslieveling Olga de Haas en kreeg alle grote solistische rollen, ook op tournee, ook die van prins in Het Zwanenmeer. Kom hierheen, zei hij tegen Wilkinson.

In 1967 deed ze dat. Tot haar grote geluk kreeg haar carrière een tweede leven: tot halverwege de jaren ’70 danste ze bij Het Nationale Ballet als tweede soliste en ze werd lovend gerecenseerd. Ze stopte op haar 38ste, waarna ze terugkeerde naar Amerika. In de korte documentaire Stillness Broken (2015) zegt Wilkinson over haar komst naar Het Nationale Ballet: ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat ze daar meer geïnteresseerd waren in wie je was dan wat je was.’

Bruine spitzen

‘Je kunt wel zeggen dat het in ons DNA zit, dat we ons best doen er te zijn voor anderen,’ denkt Brandsen. Sinds zijn aantreden als artistiek directeur in 2003 zijn er twee wereldberoemde voorbeelden: dat van de Sierra Leonees-Amerikaanse Michaela DePrince, en dat van de Syrische stateloze vluchteling Ahmad Joudeh.

De nu 27-jarige DePrince kwam in 2013 bij The Junior Company. DePrince had toen al een veelbewogen leven achter de rug. Als peuter verloor ze tijdens de burgeroorlog in haar geboorteland Sierra Leone beide ouders. Ze groeide op in een weeshuis, waar ze nauwelijks aandacht kreeg: DePrince lijdt aan de huidziekte vitiligo en de melkwitte vlekken die zich over haar lijf verspreidden, deden de medewerkers denken dat ze een kind van de duivel was. Niemand wil jou, leerde ze.

Toen ze op vierjarige leeftijd onverwachts werd geadopteerd door een Amerikaanse familie uit New Jersey, ging ze op balletles. Ze was al jong vastbesloten ballerina te worden. Maar dat bleek zelfs in de 21ste eeuw, veertig jaar na Wilkinson, moeilijker dan gedacht. Op achtjarige leeftijd kreeg ze te horen dat ze de rol van Marie in De Notenkraker niet kon krijgen, omdat ‘Amerika nog niet klaar was voor een zwarte ballerina’. Een leraar legde aan haar moeder uit ‘dat het zinloos is om in zwarte dansers te investeren’. Bruine maillots en spitzen zijn nog altijd niet gangbaar, waardoor de lijnen van een zwarte danseres korter lijken, minder aantrekkelijk. DePrince zette door. Na haar afstuderen aan de American Ballet Theatre Jacqueline Kennedy Onassis School in New York bleek het nog steeds moeilijk een plek in een fatsoenlijk Amerikaans gezelschap te vinden. DePrince had de verkeerde huidskleur, het verkeerde lijf, en dan ook nog die vlekken. Maar toen kwam Ted Brandsen haar op het spoor…

Madonna

De Syrische danser Ahmad Joudeh (32) was in 2016 onderwerp van een Nieuwsuur-reportage. Zijn moeder is Syrisch, zijn vader geboren in een vluchtelingenkamp en dus stateloos. Omdat vrouwen volgens de wet geen nationaliteit doorgeven, groeide Joudeh op als stateloze vluchteling. In de reportage was te zien hoe hij vreest voor zijn leven wanneer IS Yarmouk, de buitenwijk van Damascus waar hij dan met zijn moeder woont, inneemt. We zien hoe hij danst op de brokstukken van zijn wijk, terwijl er om hem heen geschoten wordt. Joudeh vertelt hoe hij bedreigd wordt met de dood, puur omdat hij danst, optreedt en dansles geeft aan weeskinderen. Volgens strenge interpretaties van de islam is dansen voor publiek een doodzonde. Maar Joudeh kan niet zonder dans. Hij hoopt de dienstplicht die boven zijn hoofd hangt te ontlopen door in het Westen dans te studeren… Had hij het geld maar.

Brandsen zag de reportage en kwam in actie. Binnen no time was het Dance for Peace-fonds opgericht dat Joudeh niet alleen naar Nederland kon halen, maar hem kon laten studeren aan de Nationale Balletacademie en trainen bij Het Nationale Ballet.

Zowel DePrince als Joudeh vonden in Nederland, bij Het Nationale Ballet, een omgeving waarin ze zich konden ontwikkelen. DePrince klom op tot tweede soliste en werd wereldberoemd toen ze met haar adoptiemoeder Elaine haar levensverhaal Taking Flight publiceerde – niemand minder dan Madonna wil het verfilmen. Een zware blessure en de druk een rolmodel te zijn hielden haar vanaf 2019 enige tijd aan de zijlijn. Het bleek een periode van bezinning. Na acht jaar bij Het Nationale Ballet keerde ze terug naar de VS. Ze wil zich richten op diversiteit en inclusie in haar tweede thuisland en is aan de slag gegaan bij het Boston Ballet.

Joudeh verliet het gezelschap in 2018 om te gaan freelancen als danser en choreograaf en als ambassadeur voor de VN. In 2021 kreeg hij de Nederlandse nationaliteit. Voor het eerst in zijn leven heeft hij nu rechten.

Raven Wilkinson werkte de laatste jaren van haar leven als mentor van danseres Misty Copeland en maakt zo alsnog het voor haar onvoorstelbare mee. De zwarte Copeland danste in 2015 voor het eerst de hoofdrol in Het Zwanenmeer; Wilkinson was erbij, in de coulissen, en bracht na het vallen van het doek een grote bos bloemen het podium op. Niet veel later werd Copeland gepromoveerd tot eerste soliste, als eerste zwarte danseres in de geschiedenis van het American Ballet Theatre.

Olga Smirnova

Oekraïense danseressen

De komst van een danseres als Olga Smirnova straalt natuurlijk ook positief af op Het Nationale Ballet. Én het zet de boel op scherp. Brandsen: ‘Olga’s komst heeft consequenties voor andere dansers. Als je iemand binnen je gezelschap haalt die internationaal zo vermaard is… Dat is een soort reality check: o, dit is het niveau waar we naar streven. Sommigen beseffen: daar sta ik nog niet, al dacht ik misschien van wel. Anderen ontdekken dat dit er überhaupt niet in zit. Dat is hard, maar ook gewoon de realiteit.’

Brandsen: ‘Tijdens de twee minuten stilte zag ik bij een van de Oekraïense danseressen tranen over haar wangen lopen. Dan denk ik: och hemel, je zit er middenin.’

Vanwege de oorlog wil Brandsen de komende tijd nog eens zes extra plekken creëren voor dansers in nood. Hij is met zijn team naarstig op zoek naar geld en is al een eind. ‘Maar het moet kloppen, we moeten het aankunnen, ook qua begeleiding.’ Op 4 mei werd een repetitie onderbroken voor de Dodenherdenking. Brandsen: ‘Tijdens de twee minuten stilte zag ik bij een van de Oekraïense danseressen tranen over haar wangen lopen. Dan denk ik: och hemel, je zit er middenin. Daar is aandacht voor nodig.’

Voor Oekraïense dansers die niet bij Het Nationale Ballet terecht kunnen, is er inmiddels een mooi alternatief. In het oude pand van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag is ruimte voor vijftig Oekraïense balletdansers, die getraind worden door Igone de Jongh, voormalig soliste van Het Nationale Ballet. Zij kwam samen met haar impresario op het idee een tijdelijk Oekraïens gezelschap ‘in ballingschap’ op te richten, United Ukrainian Ballet Company, toen afgelopen winter twee solisten van de Nationale Opera in Kiev meewerkten aan haar voorstelling I – Igone. Alexei Ratmansky, die Smirnova’s Telegram-bericht met de wereld deelde, komt er zijn versie van de klassieker Giselle instuderen.

Smirnova focust zich voorlopig op haar toekomst hier: ‘Ik heb geen contact meer met collega’s van het Bolsjoj, die snappen niets van mijn beslissing. Mijn ouders evenmin. Ik danste bij het Bolsjoj, het belangrijkste dansinstituut ter wereld. Hoe durf ik dat achter me te laten? We praten er maar niet meer over, ik weet dat er een dag komt dat ze het begrijpen, maar nu is niet het moment.’

Spijt van haar beslissing heeft ze niet, zeker niet nu de grip van Poetin op het Bolsjoj verstevigt: westerse balletten werden vervangen door oorlogsballet Spartacus en dirigent Valery Gergiev werd opgedragen te kijken naar een fusie van het Marijinsky en het Bolsjoj. Insiders begrijpen dat Poetin op deze manier Bolsjoj-directeur Vladimir Urin straft: die schreef een open brief waarin hij de oorlog in Oekraïne veroordeelde.

Zelf is Smirnova uit de geschiedenis van het gezelschap verwijderd, zoals destijds ook Noerejev en Baryshnikov overkwam. Smirnova: ‘Het Bolsjoj heeft zo goed als mijn hele carrière van haar site verwijderd. Er staat alleen nog dat ik er ooit danste, maar niets over alles wat ik heb bijgedragen. Het is alsof ik amper heb bestaan, terwijl ik er tien jaar succes heb gehad. Dat is hard. Een deel van mijn leven is opeens weg, zo voelt het. Ik heb geen spijt, maar heimwee en verdriet, ja dat wel.’

Ze vermant zicht en zegt dan: ‘Men noemt mij dapper? Het was voor mij belangrijk om aan de juiste kant te staan. Ik heb een beslissing genomen en de gevolgen horen erbij, die draag ik. De echt dapperen zijn de kunstenaars die zeggen wat ze vinden terwijl ze in Rusland blijven. Ik ben vertrokken.’