Ik houd van het onderkoelde. Emoties hoeven niet benoemd of beschreven te worden, de feiten spreken voor zich.
Kampliteratuur stelt het onderzoek naar het bestaansrecht van literatuur op scherp – waarvoor dient zij? Wat verheerlijkt zij, misschien zelfs zonder het te willen? Wat wil zij ons leren? Welke hoop wil zij ons ontnemen? In welke wereld wil zij ons achterlaten? Waarvoor is zij bereid te sterven en als zij helemaal nergens voor wil sterven, wat is zij dan meer dan de zoveelste frivoliteit? – en als die kampliteratuur ons telkens weer iets leert, is het wel dat het benoemen van emoties bijna heiligschennis is, op zijn minst ongepast, hoewel het woord ‘onsmakelijk’ eerder op zijn plaats is.
Zo schreef Tadeusz Borowski: ‘Honger is pas echt wanneer een mens naar een ander mens kijkt als naar iets om op te eten.’
Deze observatie, die misschien wel een feit mag worden genoemd, behoeft geen toelichting, het gevoel spreekt voor zich. Wij leven in een wereld zonder echte honger; hoe kijken wij naar elkaar?
Paranoia is naast al het andere de overschatting van de eigen intelligentie.
Toen Ingeborg Bachmann op 17 maart 1959 in Bonn de Hörspielpreis der Kriegsblinden in ontvangst nam zei ze – en dit staat los van kampliteratuur, maar ook weer niet: ‘Die Wahrheit ist dem Menschen zumutbar.’ Ik zou dat vertalen als: de waarheid kan van de mensen worden gevergd. Maar misschien ook: de waarheid kan de mensen worden aangedaan. Ik moet er nu aan denken dat Judith Herzberg dichtte: ‘Liever hoor ik het vernietigendste dan dat je tegen me liegt / want dat is nog vernietigender.’
Vernietigender dan de waarheid is de leugen, al gaat deze gedachte uit van de overtuiging dat de leugen, intuïtief misschien wel, wordt aangevoeld, dat er een dringend vermoeden is van onwaarheid dat overal doorheen sijpelt, maar dit dringende vermoeden kan uiteraard ook paranoia worden genoemd.
Sterke verhalen
Dit is een van de twaalf sterke verhalen uit een speciale VN-uitgave, getiteld (geloof het of niet) ‘Sterke verhalen’. Meer sterke verhalen van onder anderen Minka Nijhuis, H.M. van den Brink en Daan Heerma van Voss lees je hier.
Paranoia is naast al het andere de overschatting van de eigen intelligentie, voor zover intelligentie en intuïtie van elkaar gescheiden kunnen worden. Nooit heb ik mijn intelligentie overschat, daardoor is enig leed me bespaard gebleven.
gesleep met een scherfvest
De zomer van 2008 bracht ik gedeeltelijk door in Italië, onder andere aan het meer van Como. Het hotel lag aan het meer, via een tuin liep je zo het water in.
Kort daarvoor had ik een kleine twee weken in restauratiewagens van de Zwitserse spoorwegen gewerkt, om erover te schrijven uiteraard, iedereen dient zijn eigen god, en tijdens het wandelen langs het meer van Como voelde ik nog weleens het schommelen van de trein, alsof de hele wereld een trein was die af en toe een scherpe bocht nam.
Als ik nu aan die eerste reis naar Irak terugdenk, zie ik die als een waas voor me, brokstukken, fragmenten van gesprekken, gesleep met een scherfvest.
’s Avonds werd in het hotel pianomuziek gespeeld, om een uur of tien koelde het dusdanig af dat men zich van het terras naar de bar verplaatste waar een typische barpianist – iemand die de weemoed uitstraalt van een man die weet dat hij goed is, maar niet goed genoeg – tot een uur of een in de ochtend populaire en minder populaire deuntjes speelde. Men mocht ook verzoeknummers indienen.
2008 was een druk jaar geweest, in de vroege zomer was ik een paar weken in Irak met het Amerikaanse leger. Als ik nu aan die eerste reis naar Irak terugdenk, zie ik die als een waas voor me, brokstukken, fragmenten van gesprekken, gesleep met een scherfvest.
Mijn geheugen is goed, maar in Irak liet het me in de steek. We patrouilleerden in de hitte, we lunchten bij een sjeik – ik heb ergens nog foto’s van die lunch, dat helpt – en bij het afscheid zei de militair die me al die weken moest begeleiden: ‘Sorry, dat ik zo’n asshole was.’
Dat excuus was niet nodig geweest; ik ging weg, hij moest verder.
Terwijl ik in Irak in de hitte patrouilleerde, was mijn vriendin, mijn toenmalige vriendin moet ik zeggen, iets begonnen met een man, maar het was niet serieus.
Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat de reeks van afgebroken relaties tegen me gebruikt wordt, een stuk of acht min of meer serieuze relaties tel ik, maar op een bepaald moment kan je hele leven tegen je worden gebruikt tenzij je erin geslaagd bent je geheimen goed te bewaren en als ik iets wilde was het juist mijn geheimen niet goed bewaren. Ten dele is dat mijn literaire project, en daarmee mijn leven: het niet bewaren van geheimen.
In Irak deden de voortijdig afgebroken relaties er nog niet toe, belangrijk was dat mijn leven niet voortijdig werd afgebroken.
Ten dele is dat mijn literaire project, en daarmee mijn leven: het niet bewaren van geheimen.
Ik weet nog goed dat ik vanuit Irak met mijn vriendin probeerde te telefoneren – er waren openbare telefoons op de basis, het mobiele netwerk was onbetrouwbaar en werd regelmatig platgelegd in de strijd tegen bermbommen – en een officier tegen me zei: ‘Hier heeft een soldaat gisteren zich door de mond geschoten, je kunt de bloedspetters nog zien. Hij had te horen gekregen dat zijn vrouw een ander had.’
De bloedspetters waren inderdaad nog zichtbaar, waarbij moet worden gezegd dat een bepaald soort officier de buitenstaander, de journalist, de schrijver, graag op de kast jaagt met gruwelijke verhalen die in het leger dikwijls echt zijn gebeurd. Oorlog als een gruwelkabinet.
De ietwat romantische gedachte luidt nog altijd dat alleen de dood een einde mag maken aan de relatie, maar soms komt er iets vóór de dood, het leven duurt te lang.
Aan het meer van Como was Irak ver weg, het leek een ander leven, een week of zes daarvoor had ik nog met mijn scherfvest door de woestijn gesjokt op zoek naar een verhaal. Het ging me niet om de vrijheid, ik was niet gestuurd, ik had mezelf gestuurd, ik zocht het verhaal, wat misschien een andere manier is om te zeggen: ik zocht het geheim en dat betekende denk ik dat je wilt weten wat niet goed voor je is om te weten, want vernietigender dan de vernietigendste waarheid is de leugen.
Maar aan het meer van Como, daar was even niet alleen Irak maar de hele wereld ver weg, daar was slechts de waarheid van het meer en die kon niet vernietigend worden genoemd, met de beste wil van de wereld niet.
twee goede vriendinnen
Op een avond zat ik in de bar, mijn vriendin was naar bed met hoofdpijn, de pianist speelde verzoeknummers die mij niet konden bekoren en naast me zat een stelletje, twee vrouwen van eind dertig. Ze hadden al een paar dagen naast ons op het terras zitten dineren en ons elke avond vriendelijk toegeknikt zoals je mensen vriendelijk toeknikt met wie je wel een gesprek zou willen beginnen.
In de bar op die avond in augustus 2008 nam het gesprek eindelijk een aanvang maar hoe het begon, dat weet ik niet meer, de pianist, het meer, het eten, god, hoe beginnen gesprekken als er geen hond of baby in het spel is? Onopvallend, zoveel is zeker, de kunst van het gesprek beginnen is niet te veel aanstoot geven.
De twee vrouwen bleken geen relatie te hebben maar goede vriendinnen te zijn, ze kwamen allebei uit Duitsland. De een was arts, de ander architect, de architect had jarenlang in Amerika gewoond. Nu was ze weer terug.
De architect zei: ‘Hij hield niet van de mensen, maar hij hield wel van mij.’
We praatten, dronken, ik bestelde grappa, het leven leek eeuwig te duren en daarom bestelde ik meer grappa, niets zou ooit echt ophouden. Irak kwam ter sprake, de Zwitserse restauratiewagen, elk verhaal leek bedoeld te zijn om te eindigen in een paar zinnen in een hotel aan het meer van Como.
Op een gegeven moment moest de arts naar bed, maar de architect bleef zitten, ze wilde nog thee, groene thee. De pianist speelde door en ze vertelde dat ze een huis had gebouwd voor haar vriend, een Amerikaan, ik weet niet meer waar, ergens in de leegte van Amerika. Wisconsin, Idaho, Montana? Ik ben het vergeten, ik weet alleen nog dat ze dat huis had gebouwd voor hem, en voor haar, gemodelleerd naar hun wensen, naar hun verlangens.
De architect zei: ‘Hij hield niet van de mensen, maar hij hield wel van mij. Zijn kinderen zag hij amper.’
Dat zijn zinnen die je bijblijven, ook tien jaar later.
de pianist speelde verder
In de natuur, in de prachtige natuur, waar niets was, helemaal niets, tientallen kilometerslang niets, alleen een weg en dat huis, waar ze woonde met hem, de Amerikaan die niet van mensen hield maar wel van haar. Ik vroeg niet hoe oud hij was, oud vermoedde ik. Soms moet je geen vragen stellen.
Het was een idylle, zoveel was zeker. Af en toe moest ze op reis, ze had immers werk, en dan liet ze hem daar alleen achter, maar ze keerde altijd terug naar dat huis in de leegte van Wisconsin, laten we het maar op Wisconsin houden, waar haar Amerikaan op haar wachtte.
Ik stelde me hem voor als een wat statige maar vitale oudere man, een Amerikaan die je geen groter plezier kan doen dan ’s ochtends vroeg met hem hout te gaan hakken voor de open haard. Een man met geheimen, maar wie heeft geen geheimen? En hij was in staat tot liefde, want hij hield van haar.
De bar werd steeds leger, de pianist speelde verder en de architect vertelde dat ze op een dag wakker werd en van het ene moment op het andere wist dat ze het daar niet uithield, in die leegte, met die man.
‘Het was me te veel,’ zei ze. ‘Het was me te symbiotisch. Ik moest er weg, ik had het huis gebouwd, alles was precies zoals ik het wilde hebben, maar ik kreeg er geen lucht meer. Ik ben nog wekenlang gebleven, en toen ben ik gegaan.’
‘En hoe reageerde hij?’ vroeg ik.
‘Niet,’ zei ze. ‘Hij reageerde niet. Hij zei alleen: “Ik kan je niet tegenhouden.” Ik ben diezelfde dag vertrokken, het kost moed om te vertrekken en ik wist dat ik die moed niet altijd zou hebben. Maar die dag had ik moed.’
Naar menaggio zwemmen
De bar ging dicht, we liepen naar het meer, zij met thee in haar hand, ik met een half glas grappa.
‘Een paar weken later,’ zei ze, ‘stuurde hij me foto’s van het huis. Hij had het verhuurd aan een of ander spiritueel bedrijf, het huis zag er anders uit, verlopen, ontzield. Hij wilde er kennelijk niet meer wonen, ik denk omdat hij wilde dat zijn fantasie daar zou blijven wonen. Zijn fantasie was er achtergebleven, en ik hoopte dat hij me niet net zo zou haten als hij de nonnen haatte die hem hadden opgevoed.’
‘Ja,’ zei ik. ‘Dat hoop ik ook.’
We stonden bij een aanlegsteiger waar soms bootjes aanlegden. ‘Hij heeft me nooit meer iets geschreven, nooit meer gebeld, alleen af en toe stuurt hij een foto van het huis.’
‘Een mooi verhaal,’ zei ik. ‘Echt heel mooi. Zou ik het me mogen toe-eigenen?’
Ze keek me aan.
‘Toe-eigenen? Wat heb ik daaraan?’
‘Je mag je mij toe-eigenen, in ruil voor je verhaal. Schrijvers eigenen zich verhalen toe, misschien niet alle schrijvers, maar ik wel.’
Misschien is dat wie ik ben, iemand die wel naar Irak gaat, maar niet naar Menaggio wil zwemmen.’
Ze keek naar de lichtjes aan de overkant. ‘Me jou toe-eigenen, dat lijkt me onmogelijk. Al houd ik niet van dat woord onmogelijk. Het zou mogelijk moeten zijn, het is eigenlijk ook aantrekkelijk.’
Ze wees naar de overkant. ‘Daar ligt Menaggio,’ zei ze. ‘Zullen we erheen zwemmen?’
‘Te ver,’ zei ik.
‘Het is prima te doen,’ antwoordde ze. ‘Je gaat wel naar Irak, maar je wilt niet naar Menaggio zwemmen?’
Ik twijfelde even. Toen zei ik: ‘Ja, ik kan dat echt niet. Het maakt me bang. Misschien is dat wie ik ben, iemand die wel naar Irak gaat, maar niet naar Menaggio wil zwemmen.’
Ze zette haar thee op de steiger, trok haar jurk en schoenen uit en liep in haar ondergoed het water in. Ze begon te zwemmen.
Ik wachtte nog even of ze zou terugkomen, maar na een minuut of tien vermoedde ik dat ze echt van plan was die nacht Menaggio te bereiken.
De volgende ochtend zag ik de dames niet bij het ontbijt en mijn vriendin en ik zouden aan het eind van de ochtend verder reizen naar het zuiden van Italië.
Ruim tien jaar geleden heb ik me het verhaal van de architecte toegeëigend, het wordt tijd dat ik het kwijtraak, je moet verhalen kwijtraken zoals je giftige stoffen kwijtraakt.
Het andere deel van de transactie, de architecte die zich míj toe-eigent, zal ooit ergens plaatsvinden, desnoods in een parallel universum.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.