Deze column is ook te beluisteren.

Tijdens de Italiaanse parlementsverkiezingen van afgelopen september boekte de radicaal-rechtse partij Broeders van Italië een klinkende overwinning. De partij staat onder leiding van Giorgia Meloni, die de meest rechtse regering van Italië vormt sinds de Tweede Wereldoorlog.

In profielen wordt de Romeinse – de eerste vrouwelijke premier van Italië – steeds opnieuw in verband gebracht met Mussolini. Niet alleen vanwege haar jeugdige politieke flirt met de dictator en de neofascistische wortels van haar partij, maar ook omdat ze de bekende Mussolini-slogan God, Vaderland, Familie adopteerde, in een land waar Il Duce nooit echt uit het DNA verdwenen is.

Die lokale verklaring voor Meloni’s succes heeft een verraderlijk relativerend effect, en negeert de wereldwijde golf van gelijkgestemden waarop zij surft. Het is eerder het succes van die internationale beweging die ultraconservatief gedachtegoed heeft genormaliseerd. We zien het bij invloedrijke politici als Bolsonaro (Brazilië), Trump (de VS), Orbán (Hongarije), Akesson (Zweden) en Le Pen (Frankrijk). Ze dragen uiterst rechts cultureel gedachtegoed uit, dat leunt op conservatieve familiewaarden en speerpunten als anti-immigratie, anti-abortus, anti-lgbtqi+-rechten.

Een gedeelde noemer is het platgeslagen vijandbeeld dat in donderpreken wordt verkondigd: een grimmige tweedeling van de samenleving in ‘wij’ versus ‘zij’.

In deze kringen zijn – al dan niet besmuikte – verwijzingen naar omvolkingstheorieën nooit ver weg. Zorgen over teruglopende geboorteaantallen onder de ‘oorspronkelijke’ bewoners van het eigen land, waarmee de witte, christelijke burgers worden bedoeld, worden in één adem genoemd met de ‘ongecontroleerde in-stroom’ van migranten. Een andere gedeelde noemer is het platgeslagen vijandbeeld dat in donderpreken wordt verkondigd: een grimmige tweedeling van de samenleving in ‘wij’ versus ‘zij’, die ervoor zorgt dat individuele burgers, met al hun unieke eigenschappen, langzaam maar zeker in één van twee kampen worden gemetseld.

vrouw, moeder, Italiaanse, christen, rechts

Ook Meloni bakent haar eigen identiteit zorgvuldig af: vrouw, moeder, Italiaanse, christen, rechts. Groepen die deze identiteit willen vernietigen, zijn ‘genderplooiers’, de ‘homolobby’, abortusvoorstanders, ‘globalisten’, moslims, ‘slechte’ migranten en links. Als een keffende bordercollie drijft Meloni haar toehoorders in een van beide kavels – hoe ambivalent of genuanceerd ze zich ook tot deze thema’s mogen verhouden.

De jarenlange gewenning aan ooit extreme standpunten, mede door middenpartijen, heeft de drempel steeds verder afgevlakt voor een breed publiek. De schroom is weg. En het is niet vreemd dat uitgerekend een vrouw nu, ogenschijnlijk, het Italiaanse machismo doorbreekt. Vrouwen zijn altijd belangrijk geweest voor radicaal-rechts gedachtegoed – zolang ze zich conformeren aan de patriarchale familiewaarden met extreme moedercultus, die daarin worden hooggehouden.

Meloni symboliseert een levensvisie die onder conservatieven al sinds mensenheugenis gedijt en met de bredere opkomst van radicaal-rechtse partijen eerder strakker dan losser is geworden. Die grijpt terug naar een wereld die eeuwenlang redelijk zwart-wit was ingericht, een wereld waarin we pas net door de eerste scheuren wat emancipatiestromen hebben zien ontstaan.

Meloni leidt ons er zo naar terug.