In een tijd waarin autoritaire, maar democratisch gekozen regimes als Hongarije, Polen, Slovenië en Turkije Europa al geruime tijd onveilig maken, is steeds meer aandacht voor Machiavelli (1469-1527), alsof het een met het andere te maken zou hebben.
Je zou inderdaad kunnen denken dat een lofrede op De heerser van Machiavelli wel in het straatje van die regimes zou passen. Dit politieke traktaat is immers zo bekend geworden omdat het staat voor het ‘machiavellisme’, het kille en berekenende politieke handelen dat met misleiding, corruptie en manipulatie doelen probeert te bereiken. Dat is iets waar die autoritaire Europese regimes niet bepaald vrij van zijn.
Maar die nieuwe aandacht is nu juist niet bedoeld om nog eens de cynische realist Machiavelli naar voren te schuiven. In de biografie De glimlach van Niccolò van Maurizio Viroli wordt Machiavelli ‘niet neergezet als de intimiderende, cynische icoon van de Europese denkwereld, maar als een subtiel, modern en scherpzinnig man wiens glimlach vrienden deed smelten en vijanden ontwapenen.’
In de biografie van Erica Benner, Als een vos, is Machiavelli ‘niet de cynische handlanger van de macht waarvoor hij vaak wordt aangezien’, maar een ‘diepzinnig ethicus die vasthield aan zijn idealen.’
bonobo boven
Het boek van Viroli is van 1998, dat van Benner van 2017, dus was er genoeg tijd voor Rutger Bregman om er kennis van te nemen voor De meeste mensen deugen. Dat is niet gebeurd, vandaar dat Machiavelli er nog op de gebruikelijke manier in verschijnt: ‘Wie macht wil,’ parafraseert Bregman Machiavelli, ‘moet haar grijpen. Je moet schaamteloos zijn. Geen principes. Geen moraal. Het doel heiligt de middelen. Als jij niet voor jezelf opkomt, dan walsen anderen over je heen.’
Daarna citeert Bregman onderzoekers die bij interacties tussen mensen ontdekten dat niet machiavellistische realisten het meeste bereiken, maar vriendelijke, behulpzame mensen die rekening houden met de gevoeligheden van anderen: er is dan sprake van Survival of the Friendliest. Bregmans troefkaart om het deugen van deze mensen aan te tonen is natuurlijk Frans de Waal. In zijn boek Chimpanseepolitiek laat hij de bazige soort, de alfa-chimpansee, met een arrogantie paraderen die lijkt op die van de heerser bij Machiavelli. Het is een macho, een grote manipulator die zich laat omringen door dociele adjudanten. Machiavelli’s heerser heeft het dus niet van een vreemde, kun je zeggen.
Mensen die zich op een of andere manier machtig voelen vertonen lomper rijgedrag, zijn impulsiever, egoïstischer en roekelozer.
Bregman gebruikt Machiavelli’s heerser om het bestaan van een bepaald soort niet zo deugende mensen te typeren. Mensen die zich op een of andere manier machtig voelen vertonen lomper rijgedrag, zijn impulsiever, egoïstischer en roekelozer. Ze blozen niet.
Maar De Waal heeft nog een andere voorvader van de homo sapiens: de bonobo. Die heeft alle agressie afgelegd en vervangen door seks. Bregman: ‘Een bonobo speelt het liefst de hele dag, is de vriendelijkheid zelve en wordt eigenlijk nooit volwassen.’ Niet dat Bregman de mens met de bonobo wil vergelijken, maar de mens heeft wel meer weg van een bonobo dan van een chimpansee.
de echte machiavelli
Het begrip ‘machiavellisme’ zal wel niet verdwijnen, maar de echte Machiavelli komt door het gebruik dat Bregman en Rubin van hem maken niet dichterbij. Dat is wel de bedoeling van Tinneke Beeckman in haar boek Machiavelli’s lef.
Beeckman kan er natuurlijk niet omheen dat Machiavelli in De heerser zegt dat het doel onder uitzonderlijke omstandigheden de middelen heiligt, en dat een vorst zich beter gevreesd kan maken dan geliefd. Dat Machiavelli zich achter de wrede figuur van Cesare Borgia schaarde vraagt ook om een verklaring, net als de zweem van Realpolitik die door het hele boek zweeft. Daar staat tegenover dat Beeckman regelmatig iets weet af te doen van de cynisch-realistische Machiavelli. Zoals wanneer ze schrijft dat hij helemaal niet vond dat de Florentijnse elite zulke uitzonderlijke morele en intellectuele kwaliteiten had.
Het gaat met Machiavelli meestal over De heerser, maar Beeckman betrekt er ook zijn Discorsi bij, de verhandelingen waarin hij Livius’ geschiedenis van Rome vergelijkt met zijn eigen tijd en tot een veel bredere kijk op de politiek komt. Dan begrijp je dat Machiavelli de machtshonger van de elite wil intomen, dat hij de ‘gelijkheid’ verdedigt zoals die al bij de Romeinen te vinden was.
De reputatie van De heerser is zo hardnekkig dat het nog wel even zal duren voor Machiavelli zal worden gezien als iemand die vond dat elke macht een tegenmacht nodig had om niet te ontsporen. Het oude Rome had een volkstribunaal dat de adel moest controleren. Het is waar: Machiavelli had niet veel vertrouwen in de geneigdheid tot het goede van de mens, maar daar staat tegenover dat hij vond dat men zijn tegenstander, tegenvoeter of vijand serieus moest nemen en er ‘een goed conflict’ mee moest aangaan.
Spinoza noemde Machiavelli ‘de zeer sluwe Florentijn’. Daarmee wijst hij op de dubbelzinnigheden waarmee de Discorsi en ook zijn Florentijnse geschiedenissen vol zitten. Het bewind van de familie De Medici in Florence was zo afhankelijk van humeuren en temperamenten dat het niet verstandig was je altijd onomwonden uit te spreken. Machiavelli was tegen de feodale verhoudingen, maar zei dat niet ronduit (hij was na 1512 niet meer in de gratie). Hij was overtuigd van de wijsheid van de bevolking en trof daar vaak een common decency aan die Beeckman vergelijkt met de manier waarop George Orwell schreef over het fatsoen van gewone mensen.
denker van het onverwachte en het tragische.
Macchiavelli is volgens Beeckman veel genuanceerder en idealistischer dan men altijd heeft gedacht, eigenlijk is hij een man van het midden. Hij beschouwt conflict wel als de kern van de samenleving, maar dat was een tamelijk zinvolle veronderstelling, al was het niet de bedoeling dat conflicten ook tot polarisatie leidden. Het ging om ‘goede conflicten’, vruchtbare, niet de conflicten die de religieuze fanaat Girolamo Savonarola in Florence in Machiavelli’s tijd aanrichtte. Conflict en tegenslag brachten het beste in de mens naar boven.
Het is tekenend dat men niet zeker weet wat het woord virtù bij Machiavelli betekent: is het burgerlijke deugd of is het politieke daadkracht?
De rehabilitatie van Machiavelli betekent het leggen van andere accenten. Weg met de harde en amorele pragmaticus. Hij vond dat men moest leren te kijken vanuit het perspectief van de andere kant: wat leeft daar aan waarden, verlangens en ‘noodzaak’? Als secretaris van de Tweede Kanselarij van de Florentijnse Republiek (1498-1312) had hij zoveel meegemaakt dat Machiavelli de denker van het onverwachte, de crisis en het tragische werd.
Het is tekenend dat men niet zeker weet wat het woord virtù bij Machiavelli betekent: is het burgerlijke deugd of is het politieke daadkracht? Dat Machiavelli zo hechtte aan het belang van de ‘tegenmacht’, aan oppositie, verlost hem van zijn cynisch-realistische reputatie. Onze tijd, waarin een kakofonie aan tegenstemmen te horen is, zou hem vertrouwd voorkomen.
Machiavelli’s lef. Levensfilosofie voor de vrije mens door Tinneke Beeckman is uitgegeven door Boom.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.