In april vorig jaar liep ik nietsvermoedend door Tel Aviv, toen ik een affiche zag met ‘Israel Calling’ erop. Een paar weken later zou het Eurovisie Songfestival in Portugal beginnen. De poster bleek reclame te zijn voor een gratis feestelijke avond de volgende dag, waarop de meeste artiesten die dat jaar meededen waren opgetrommeld om in Tel Aviv alvast hun lied ten gehore te brengen. Als trouwe fan kon ik mijn geluk niet op en mijn reisgenoot voelde de bui al hangen.

Ik houd van het Eurovisie Songfestival, ik schreef er als masterstudent Holocaust- en Genocidestudies zelfs mijn scriptie over. Het is de enige plek waar je zonder ironie een optreden te zien krijgt waar een piano in de fik vliegt, een vampier opera zingt op een dubstepbeat, een groep monsters hardrock speelt of een jaren tachtig-versie van Dzjengis Khan op het podium aerobics doet. Vanavond is het weer zover en mogen we genieten van het festival waar smaak niet bestaat en less is more overschreeuwd wordt door...