Toen de Vlaamse politicus, activist en schrijver Camille Huysmans in 1933 burgemeester van Antwerpen werd, dacht hij eindelijk zijn plan te kunnen realiseren waarmee hij al geruime tijd rondliep: een standbeeld oprichten voor Reynaert de Vos, de held en antiheld van de gelijknamige middeleeuwse roman waarvan de bronnen teruggaan tot de twaalfde eeuw. Reynaert was voor Huysmans een politiek dier, links, oneerbiedig, zonder vooroordelen, vrijzinnig, vrijheidslievend, vitalistisch. Het zou niet zomaar een standbeeld worden, maar een torenhoge Reynaert aan de linkeroever van de Schelde. Op de andere oever zou dan een beeld van Tijl Uilenspiegel komen te staan. Het ging niet door. In 1949 was door een soort crowdfunding een flink bedrag vergaard en achtduizend kilo koper wachtte op de mal waarin het gegoten kon worden, maar er kwam toch weer niets van het standbeeld. Ook in 1988 niet toen het beoogde standbeeld nog eens ter tafel kwam.

Dat het in 1949 de Brusselse koekjesfabrikant Victoria wel lukte om een Reynaert Album te maken had te maken met de drijvende kracht achter het idee, Camille Huysmans. Het was de bedoeling dat in het album uiteindelijk honderdzesennegentig door Oscar Bonnevalle getekende plaatjes geplakt zouden worden, geleidelijk verworven door de aankoop van de Brusselse koekjes. Het verhaal van Reynaert stond niet alleen in het Nederlands in het Album, maar ook in een Franse vertaling door, zo wordt gefluisterd, Camille Huysmans.

Het standbeeld en het Album zijn er getuigen van dat de Reynaert de vos al zo’n achthonderd jaar een onmiskenbare populariteit geniet. De ene generatie na de andere raakt er bekend mee. Het is een levende klassieker zoals Max Havelaar.

Op de canonlijstjes staat de ene keer Max Havelaar de andere keer Reynaert op de eerste plaats. Dat komt volgens Frits van Oostrom omdat de Reynaert een ‘open tekst’ is. Een tekst is open als hij steeds weer opnieuw met andere ogen gelezen kan worden. Er zitten kennelijk openingen in de tekst die toegang geven tot aspecten van de roman die niet eerder zijn opgemerkt, of anders gezien kunnen worden. De roman is niet eenduidig en geeft aanleiding tot verschillende interpretaties die toch plausibel zijn. Alleen al de vraag of Reynaert een schurk is of een brave huisvader, een sadist, een libertijn, een psychopaat of een recidivist zorgt voor opwinding.

Wikipedia/Ernest Henri Griset, 1869
Uniek boek

Frits van Oostrom heeft zich letterlijk zijn hele leven in de Reynaert verdiept, te beginnen in 1963 met de uitgave van P. de Zeeuw J. Gzn in de Oud Goud-reeks waarin ook Baron van Münchausen, De reis van Marco Polo en Twintigduizend mijlen onder zee zaten. Van Oostrom sluit na zestig jaar zijn leven met Reynaert nu af met de bijna zeshonderd pagina’s van De Reynaert. Leven met een middeleeuws meesterwerk.

Er ontstonden verschillende Reynaert-richtingen, temperamenten botsten, interpretaties konden hoog oplopen.

Leven met de Reynaert is een uniek boek. Er is niet eerder een boek geschreven waarin één gerenommeerde historische tekst wordt ingebed in de wereld van de mensen die met die tekst hebben geleefd, hem hebben bewerkt, vertaald, eruit hebben voorgelezen, hun filologische acribie op hebben losgelaten, les in hebben gegeven, conferenties over bijwoonden, over correspondeerden. En er in de academische wereld over discussieerden, polemiseerden, er harde meningen over ten beste gaven, bijna slaande ruzie kregen. Er ontstonden verschillende Reynaert-richtingen, temperamenten botsten, interpretaties konden hoog oplopen.

Leven met Reynaert is een veelzijdig boek. Het gaat over de Reynaert van Van Oostroms jeugd, over de inspirerende ‘Meneer De Zoeten’, over de geschiedenis van de handschriften, wanneer en waar en door wie ze (het Comburgse en Dyckse handschrift) gevonden zijn. Over de ‘medioneerlandici’ die zich in de loop van de tijd in de Reynaert vastbeten, zoals Jan Frans Willems, Stijn Streuvels, Isidoor Teirlinck,  J.W. Muller, K.H. Heeroma en Gerard-H. Arendt. En over Van Oostroms leermeesters A.L. Sötemann en W.P. Gerritsen. En over het moeizame aandeel van de Amsterdamse hoogleraar W. Gs. Hellinga. Zijn kennis van de Reynaert mocht ‘briljant’ zijn, menigeen dacht als eerste aan zijn ‘duivels karakter.’

grandioos vernuftige listen

De complete tekst van de Reynaert met gedeeltelijke vertaling in de marge begeleidt Van Oostrom met een uiterst leesbaar en erudiet commentaar van bijna driehonderd pagina’s. Daarin wordt al Van Oostroms kennis van de Reynaert soepel samengevat. Daarin worden ook veel oude problemen opgelost. Hij gaat in op de grandioos vernuftige listen van Reynaert en op zijn complexiteit, zijn narcisme en psychopathie.

De Reynaert was een eeuwenlang succes op school in een gekuiste versie, maar ook voor volwassenen was het in zijn alles behalve zoetelijke gedaante een stilistisch hoogstandje dat steeds weer gelezen wilde worden. Vandaar dat Jan Ligthart, Gerard Walschap, Willem Elsschot, Louis Paul Boon, Menno ter Braak, Tom Lanoye en Gerrit Komrij tot de liefhebbers behoorden. Sinds de uitgave van Jan Frans Willems in 1834 verschenen er meer dan tweehonderd nieuwe versies van de Reynaert.

Nadat Reynaert zijn lange rij zonden heeft gebiecht grijpt hij als eerste goede daad de eerste de beste vette haan die in zijn ooghoek verschijnt. Zogenaamd omdat hij niet anders kan.

‘Een afgewogen Reynaert-visie zal altijd een weefwerk zijn,’ schrijft Van Oostrom. Dat wil zeggen: er zijn zoveel aspecten aan het karakter van Reynaert dat er geen afgeronde persoonlijkheid uit te voorschijn kan komen. Reynaert is een mozaïek met losliggende stukjes die verschoven kunnen worden. Wanneer Reynaert zijn huisvaderlijke gezicht opzet zie je onmiddellijk ook de gewiekste vossensnuit voor je wanneer hij liegend en bedriegend voor koning Nobel staat, die er voluit intrapt. Het heet dat Reynaert op zulke momenten als ‘eenzaam individu tegenover de macht’ staat, of ‘de weerbare vrijdenker’ is die zich door niets laat weerhouden te strijden voor de vrijheid.

‘Meer reinaerdie’

Wat bedoelde Menno ter Braak toen hij in 1933 tijdens een lezing in Brussel (met Camille Huysmans onder zijn gehoor) zei dat ‘meer Reinaerdie de meeste mensen geen kwaad zou doen’? ‘Reinaerdie’ wil zeggen: niet gauw onder de indruk zijn van autoriteiten, zich niet altijd angstig aan de regels houden, ongehoorzaam durven zijn, niet altijd met de moraal voor de dag komen, een libertijnse instelling hebben, satirisch-kritisch kunnen zijn. Dat is wat ‘Reynaerdie’ inhoudt.

Let wel, in deze Reynaerdie zijn andere eigenschappen van Reynaert even vergeten en zo gaat het opvallend vaak: het feit dat hij Bruun de beer en Isengrijn de wolf zo aftuigt dat de vellen van hun vacht erbij hangen, wordt even vergeten. Reynaert bijt Cuwaert de haas zijn kop af en doet hem in een zak als cadeau voor de koning. Nadat Reynaert bij Grimbeert de das zijn lange rij zonden heeft gebiecht grijpt hij als eerste goede daad de eerste de beste vette haan die in zijn ooghoek verschijnt. Zogenaamd omdat hij niet anders kan, ‘hij moet doen wat hij niet laten kan’.

In een prachtig hoofdstuk doet Van Oostrom alsof Reynaert een gewoon mens is, hij neemt hem zogezegd ‘antropomorf de maat’. Hij kan er dan niet onder uit om Reynaert ‘een intens perfide personage’ te vinden.

Er doen zich bij de lezer van de Reynaert vreemde loyaliteitsgevoelens voor, die hij bijna niet in de hand heeft. ‘Achter een masker van charme, welbespraaktheid en innemendheid voert Reynaert zijn slachtoffers meedogenloos richting de pijnbank; en het kennelijke plezier dat hij daaraan heeft, duidt op een sadistische inborst’, schrijft Van Oostrom. ‘En toch’, citeert hij de rechtschapen pedagoog en onderwijzer D.L. Daalder, ‘zijn we het hele verhaal door op zijn hand’. Dat is een onthutsende observatie of conclusie: al die personages in de Reynaert (Tibeert de kater, Hersinde de wolvin, Grimbeert de das, Cuwaert de haas, Cantecleer de haan) veranderen in de buurt van Reynaert in lulletjes, brave snoetjes, gezagsgetrouwe burgertjes.

in de literaire wachtkamer

We moeten, als het om de beoordeling van de vos Reynaert gaat, er rekening mee houden dat in dierenverhalen ‘goed en kwaad tendele buiten de orde’ zijn. Afwisselend krijgt Reynaert iets nobels en iets schurkachtigs. Nobel is dat Reynaert bezig is de pretenties van koning Nobels onderdanen door te prikken. Het gaat volgens Van Oostrom uiteindelijk niet om de vos tegen de wolf Isengrijn, of de vos tegen Bruun de beer, maar om Reynaert tegenover koning Nobel, tegenover de staat, het gezag, het establishment.

Toen Goethe in 1765 als zestienjarige Reineke der Fuchs las, vielen hem de schellen van de ogen.

‘Vooral dankzij zijn superieure autonomie wordt Reynaert voor ons bewonderenswaardig, benijdenswaardig en zelfs navolgingswaard. Al was het maar in onze literaire dromen,’ schrijft Van Oostrom. Daarmee zet hij de sadist, de leugenaar, de bedrieger, de overspelige, de onrechtvaardige Reynaert even apart, in de literaire wachtkamer. Die komt van zelf wel weer tevoorschijn. Zo werkt literatuur. ‘Zó is de wereld,’ schreef Carry van Bruggen in Prometheus en hield Reynaert voor de ‘intelligentie’ die met de zotheid en de slechtheid van de anderen zijn voordeel doet.   

Toen Goethe in 1765 als zestienjarige Reineke Fuchs las, een Hoogduitse navertelling van de Reynaert door Johann Christoph Gottsched, vielen hem de schellen van de ogen: ‘Hoe kan dit verhaal eeuwenoud zijn?’ riep hij uit. ‘Der Stoff ist ja von gestern und heute!’ Dat de stof van vroeger en tegelijk van nu is moet alles te maken hebben met de dubbelzinnigheid die aan Reynaert kleeft, met het schemergebied van goed en kwaad, met de ambiguiteit van het verhaal.

Precies op dat schemergebied kwam Benjamin van Tourhout van het Sint Hendrikscollege in Deinze uit toen hij zijn leerlingen vroeg Reynaert de vos te zien naast de helden, schurken en antihelden van Netflix. Door het schemergebied van goed en kwaad, leerde Tourhout van zijn leerlingen, houdt Reynaert ‘ons nog steeds een morele spiegel voor. Dat Reynaert daarenboven entertainment combineert met ethiek is misschien wel de grootste troef van dit middeleeuwse verhaal’. Die combinatie hield Van Oostroms aandacht ook zestig jaar gevangen.

De Reynaert. Leven met een middeleeuws meesterwerk door Frits van Oostrom is uitgegeven door Prometheus.