‘De conservator is niet langer de expert die zijn kennis met het publiek deelt, hij maakt de tentoonstelling samen met mensen buiten het museum,’ ziet curator Jörgen Tjon A Fong. Hij is een van de adviseurs van de tentoonstelling Slavernij, die zodra de musea weer open mogen in het Rijkmuseum is te zien, en niet in de laatste plaats: te horen.
De aandacht van musea voor de voormalige koloniën en de slavernijgeschiedenis heeft bij tentoonstellingsmakers tot een enorme cultuuromslag geleid. Die omslag komt voort uit de behoefte aan maatschappelijk draagvlak en ook uit praktische noodzaak, omdat er hiaten zijn in de collectie en in de kennis over bepaalde objecten. Dat vraagt om een andere benadering.
Als musea tentoonstellingen maken over maatschappelijk gevoelige thema’s, zoeken ze steeds vaker actief naar input van en samenwerking met betrokken burgers en mensen die een specifieke expertise hebben buiten het museum. Tjon A Fong spreekt van de ‘democratisering van het museum’.
Het Tropenmuseum, bijvoorbeeld, maakte Heden van het slavernijverleden, een vaste tentoonstelling met discussieplatform die de verhalen van slaafgemaakten en hun nazaten centraal stelt, in ‘nauwe samenwerking met wetenschappers, activisten en artiesten’, aldus het museum.
De Nieuwe Kerk probeerde zoveel mogelijk Surinamers te betrekken bij het maken van De Grote Suriname-tentoonstelling (oktober 2019-maart 2020).
Het Stedelijk Museum heeft nog nooit zoveel bruiklenen van particulieren ontvangen als voor De Surinaamse School (straks weer te zien, tot 31 mei 2021) en het Rijksmuseum blijft niet achter met de tentoonstelling Slavernij: ‘We hebben nog nooit zo nauw samengewerkt met mensen buiten het museum,’ zegt Valika Smeulders, hoofd Geschiedenis van het Rijksmuseum.

Waargebeurde verhalen
Het is de eerste keer in de geschiedenis van het Rijksmuseum dat er een grote tentoonstelling over 250 jaar slavernij in de Nederlandse koloniale periode is gemaakt. In de tentoonstelling staan tien waargebeurde verhalen centraal van betrokkenen uit Brazilië, Suriname, het Caribisch gebied, Zuid-Afrika en Azië. Deze verhalen gaan over mensen die bijvoorbeeld tot slaaf waren gemaakt of slaven hielden, over mensen die zich verzetten tegen de slavernij en die in slavernij naar Nederland zijn gehaald. Hoe verhielden zij zich tot het systeem van slavernij?
De tentoonstelling valt in twee delen uiteen: in het eerste deel maakt de bezoeker kennis met het systeem van de slavernij, in het tweede deel staat het verzet en de ontworteling van het systeem centraal.
Het is een gevoelig onderwerp binnen het maatschappelijk debat. De tentoonstelling is daarom een spannende exercitie die een heel andere blik op de collectie werpt. ‘Dan heb je zo’n prachtig schilderij van plantage Mariënbosch en dat ziet er allemaal heel idyllisch uit,’ zegt Eveline Sint Nicolaas, hoofdconservator van de tentoonstelling in het Rijksmuseum, ‘maar je ziet niet het leed van de mensen die er moesten werken. Je kunt vertellen wat je niet ziet op het schilderij, dat is al een stap in de goede richting, maar ik realiseerde me tijdens het maken van de tentoonstelling Slavernij ook dat het erg pijnlijk is als je een museum bezoekt en steeds wordt geconfronteerd met wat er níét bewaard is gebleven van je voorouders. Of dat je je voorouders alleen gerepresenteerd ziet in de rol van bediende. De vraag is: hoe completeer je de hiaten in je collectie?’
Hun eigen geschiedenis vertellen
En waar haal je de objecten vandaan om een tentoonstelling mee in te richten? Irene Constandse, freelance conservator van De Grote Suriname-tentoonstelling die van oktober 2019 tot en met maart 2020 in De Nieuwe Kerk te zien was: ‘De Nieuwe Kerk heeft zelf geen collectie, dus is in principe gewend om tentoonstellingen met alleen bruiklenen in te richten. Dat bleek bij deze tentoonstelling lastig. Hij moest in september 2019 af zijn, maar in januari hadden we nog geen enkel object weten te regelen.’
‘Racisme is gekoppeld aan het kolonialisme. Deze tentoonstelling zal laten zien hoe het systeem ervoor heeft gezorgd dat racisme nog steeds bestaat.
Uiteindelijk kwam het met het nodige kunst- en vliegwerk goed, maar dat vereiste de nodige research. Mede-conservator Marlies Kleiterp: ‘Vanuit een wit perspectief kun je elk onderdeel van de geschiedenis verbeelden en vertellen. De vastlegging en interpretatie van de geschiedenis heeft vooral vanuit een westers perspectief plaatsgevonden. Vanuit een zwart perspectief ligt dat ingewikkelder. Bovendien hebben slaafgemaakten niet veel kunnen nalaten.’
De makers van De Grote Suriname-tentoonstelling zien hun tentoonstelling, waar een recordaantal van 183.000 bezoekers op afkwam, als ‘de kick-off’ voor de golf aan aandacht voor Suriname en de andere voormalige koloniën van Nederland in musea. Ze verbeeldden onder meer wat je in de westerse koloniale kunstgeschiedenis níét te zien krijgt, door bijvoorbeeld achter een diorama met een prachtig uitzicht op een plantage een zweep en twee handboeien te tonen.
Kleiterp: ‘Er heeft een gigantische verschuiving plaatsgevonden in musea, waarbij andere middelen worden ingezet om verhalen te vertellen. Je kunt daarbij niet meer voorbijgaan aan de mensen om wie het in de tentoonstelling gaat.’
Constandse ging daarom naar Suriname om nazaten van slaafgemaakten te interviewen voor een film die op een prominente plek in de tentoonstelling te zien was. ‘Ik wilde dat Surinamers zelf hun eigen geschiedenis zouden vertellen. Als witte, niet-Surinaamse vrouw wilde ik op geen enkele manier de indruk wekken dat ik hier de Surinaamse geschiedenis eens zou gaan uitleggen. Ik zag mijn eigen rol als die van coördinator die de kennis bij anderen ging ophalen. Dit project vroeg om een heel journalistieke werkwijze, waarbij ik vooral op zoek moest naar goede objecten en zuivere bronnen en verhalen.’

Persoonlijke connectie
Valika Smeulders zegt dat ook het Rijksmuseum met het maken van de tentoonstelling Slavernij een cultuuromslag heeft doorgemaakt: ‘Ik denk dat het museum zich meer bewust is geworden van wat er maatschappelijk relevant is en meer oor heeft voor de samenleving. Dat vertaalt zich onder meer in mijn aanstelling. Ik heb een Curaçaose achtergrond en ben al langer met het onderwerp bezig. Vervolgens hebben we er voor de tentoonstelling Slavernij voor gekozen om het veel breder te trekken. We zijn ongekend veel samenwerkingen aangegaan met andere instanties, historici en mensen die iets konden toevoegen aan de kennis die het museum al heeft, zodat dit een breed gedragen en goed geïnformeerde tentoonstelling zou worden. Daarbij draait het niet langer alleen om expertise, maar ook om een persoonlijke connectie met het onderwerp.’
‘Slavernij moet je vanuit het perspectief van de eerste persoon beleven,’ zei de Amerikaanse mensenrechtenactivist en hoogleraar rechtsgeleerdheid Bryan Stevenson in een interview met CBS over The Legacy Museum in Montgomery, het eerste slavernijmuseum in Amerika en wereldwijd een voorbeeld als het gaat om het tentoonstellen van een pijnlijke geschiedenis. Slaafgemaakten en nazaten vertellen in The Legacy Museum verhalen via tekst, audio, video en zelfs hologrammen.
Als je een onderwerp als slavernij bespreekbaar wilt maken, draait het, kortom, om het delen van de ervaring, ziet ook Jörgen Tjon A Fong. Hij begeleidde de conservatoren bij de conceptuele ontwikkeling van de tentoonstelling in het Rijksmuseum en maakte de audiotour. Hij omschrijft zijn functie als ‘tentoonstellingsdramaturg’.
Die audiotour, die gratis wordt aangereikt aan de bezoeker, is leidend in de tentoonstelling Slavernij, die is opgebouwd rondom tien historische figuren. Smeulders: ‘Bij alle tien de verhalen ontmoet je een hedendaagse verteller die vanuit zijn eigen geschiedenis reflecteert. Zoals bokser Remy Bonjasky. Zijn grootouders leefden op plantage Palmeneribo in Suriname, net zoals Wally, over wie we in de tentoonstelling vertellen. Daar kwamen we bij toeval achter door een aflevering van het televisieprogramma Verborgen verleden. Remy Bonjasky kijkt naar zijn persoonlijke familiegeschiedenis. Hij vraagt zich af: wat zie ik terug in mijzelf? Heb ik die kracht van mijn voorouders geërfd?’
Geuzennaam
Ook jurist Arthur Kibbelaar (1966, Curaçao) is een van de tien vertellers. Hij heeft zich regelmatig geroerd in het racismedebat en kan niet genoeg onderstrepen hoe belangrijk hij het vindt dat er aandacht is voor ‘dit deel van onze geschiedenis van het koninkrijk in een gezaghebbend en centraal instituut als het Rijksmuseum’. ‘Racisme is gekoppeld aan het kolonialisme. Deze tentoonstelling zal laten zien hoe het systeem ervoor heeft gezorgd dat racisme nog steeds bestaat. De verwachting bij de Afro-Caribische gemeenschap is enorm,’ denkt hij.
Kibbelaar zal het verhaal vertellen van slavenleider Tula, ook wel Rigaud genoemd. Tula werkte op de plantage Knip, net zoals Kibbelaars voorouders van moederskant, de Ricardo’s. In 1795 nam de slavenleider het initiatief om met veertig à vijftig medeslaven zijn werk neer te leggen en naar zijn ‘eigenaar’ Caspar Lodewijk van Uytrecht te gaan om voor vrijheid te pleiten. Dat leidde tot een grote slavenopstand. Onder de bezielende leiding van Tula trokken uiteindelijk tweeduizend slaven naar Willemstad om hun zaak bij de gouverneur te belpleiten. Kibbelaar: ‘Tula streed in de geest van de Franse revolutie voor liberté, egalité, fraternité: vrijheid, gelijkheid en broederschap.’
Uiteindelijk werd hij verraden door een mede-slaafgemaakte van Caspar Lodewijk van Uytrecht en ter dood veroordeeld nadat hij een valse verklaring had moeten afleggen dat het zijn eigenlijke doel was om alle witte eilandbewoners te vermoorden.
Kibbelaar is er trots op dat hij uitgerekend het verhaal van Tula mag vertellen, die in 2010 werd uitgeroepen tot nationale volksheld van Curaçao. Maar hoe zit het eigenlijk met de naam Kibbelaar, van vaderskant? Die suggereert immers ook opstand? Hij lacht: ‘We hebben met stamboomonderzoek zeven generaties terug kunnen gaan. Uit de overlevering blijkt toch wel dat ik uit een recalcitrant, opstandig geslacht kom dat zich altijd heeft verzet. Ik zie mijn naam als een geuzennaam.’

Dichter bij de mens
Naast eigentijdse orale bronnen maakt het Rijksmuseum voor de tentoonstelling ook gebruik van historische orale bronnen. Valika Smeulders is trots op de interviews met nazaten van tot slaaf gemaakten die twee antropologen op Curaçao in de eerste helft van de twintigste eeuw opnamen: ‘De mensen die daarin te horen zijn, waren soms al over de honderd jaar oud en geboren ten tijde van de slavernij. Zij vertellen weer wat zij van hun grootouders hebben geleerd. Dus via de verhalen van de grootouders ben je al midden in de achttiende eeuw. Het is heel bijzonder dat je zo ver kunt komen, via de ervaring van die mensen van toen en hoe zij dat hebben willen doorgeven: wat vonden zij belangrijk om door te geven van die geschiedenis? De archieven die bewaard zijn gebleven, zijn opgesteld door administrateurs. Daarin worden mensen omschreven als bezit, of als rebellen die zich tegen de slavernij verzetten en zich tegen de rechtstaat keren. Maar als je kijkt naar de mensen om wie het gaat, dan zouden zij zichzelf heel anders hebben omschreven. Je komt dichter bij hun veerkracht en hun geloof dat het ooit beter zou worden.’
Het Rijksmuseum toont objecten die niet eerder in relatie tot slavernij getoond zijn.
Hoofdconservator Eveline Sint Nicolaas vult aan: ‘Aan het begin van de tentoonstelling laten we liederen uit Zuid-Afrika, Curaçao en Suriname horen, waarin de ervaring van tot slaaf gemaakten wordt gedeeld. Hiermee willen we aangeven dat dit een belangrijke bron is als je je wilt verdiepen in slavernij. Dan kom je dichter bij de mensen dan wanneer je je beperkt tot de schilderijen of objecten die we in de collectie hebben.’ Ze vertelt over het Zuid-Afrikaanse lied, waarin een tot slaaf gemaakte vertelt hoe hij van de ene slavenhouder naar de andere wordt gestuurd en daarmee zijn familie of net gemaakte vrienden moet achterlaten, en over zijn angst voor een straf.
‘Maar we hebben nog meer listen achter de hand,’ zegt Smeulders. ‘We hebben bijvoorbeeld ook experts bij de tentoonstelling betrokken die meer weten over de orale geschiedenis. Als je met die experts onze depots ingaat, dan weten zij verhalen te vertellen over onze collectie die wij nog niet kenden, dus het maakt onze collectie en de kennis erover rijker. Het brengt ons dichter bij de mens.’
Verbeelding prikkelen
Het Rijksmuseum toont objecten die niet eerder in relatie tot slavernij getoond zijn. Eveline Sint Nicolaas: ‘We hebben bijvoorbeeld een heel mooi zilveren kistje in bruikleen van het Kunstmuseum in Den Haag. Het is gemaakt door Hendrik Rennebaum, zilversmid in Batavia, nu Jakarta. Uit zijn boedelbeschrijving weten we dat hij allerlei mensen in slavernij had die voor hem werkten op heel hoog niveau. Het kistje is gemaakt in die tijd dat January van Bengalen bij Rennebaum in slavernij in het atelier werkte. Zo kom je ontzettend dicht bij de hand van iemand die dat kistje maakte in slavernij. Dan krijgt dat object toch een andere betekenis. Er zijn geen andere objecten van hem te zien in de tentoonstelling, maar in de catalogus haalt mijn collega Maria Holtrop een archiefstuk aan dat zich in het Nationaal Archief in Jakarta bevindt en waarin January en zijn gezin in de boedelbeschrijving van Hendrik Rennebaum worden vermeld. In diezelfde zaal vertellen we ook het verhaal van Marij die op Bandang nootmuskaat moest plukken. Van het Nationaal Museum van Wereldculturen krijgen we een nootmuskaatplukker in bruikleen. Door gereedschap te laten zien dat mensen in slavernij gebruikten, kun je ook een deel van hun verhaal vertellen. Daarmee maak je dat die verhalen dichterbij komen en completer zijn.’
Het voorbeeld dat ze aanhaalt, is geïnspireerd op een bezoek van de conservator aan het Museo Afro Brasil in Sao Paulo, waar een heel grote opstelling van gereedschap van slaafgemaakten te zien was. ‘Je kunt daarnaar kijken met de blik van “o, wat erg allemaal”, maar je kunt je ook focussen op de kennis en kunde die deze slaafgemaakten hebben voortgebracht. Het waren per slot van rekening die mensen die wisten hoe je suikerriet moest verbouwen. Dat vind ik ook heel krachtig. Dat maakt het geen mooier verhaal, maar door het uit de anonimiteit te halen, krijgt het betekenis. Dat zie je ook met zo’n kistje.’
‘Verteller’ Kibbelaar: ‘Wat ik spannend vind aan deze tijd, is dat het in musea niet langer alleen om objecten draait. Het gaat om de verhalen. Met relatief weinig kun je toch de verbeelding enorm prikkelen.’
Contradictie
Daarom is de audiotour zo belangrijk. Tjon A Fong: ‘De opdracht van de audiotour is om te laten zien dat de kracht van de tien personages en vertellers centraal staat. Het toont een historisch perspectief, maar laat door de verbanden die hedendaagse vertellers leggen ook de connectie met de huidige samenleving zien. Het is een biografische tentoonstelling, waarbij we veel aandacht hebben besteed aan andere perspectieven.’
‘Zo wordt er steevast gesproken over de “ontdekking” van Indonesië: een beschaving die toen deze door de kolonisten werd “ontdekt” al meer dan tweeduizend jaar oud was!’
Een mooi voorbeeld is volgens Tjon A Fong het levensgrote portret van Dirk van Hogendorp dat in de tentoonstelling te zien zal zijn. Hogendorp was een voormalig VOC-bestuurder die zich keerde tegen slavernij in Oost-Indië. Maar vervolgens ging hij naar Brazilië en liet hij daar wel tot slaaf gemaakten werken op zijn eigen plantage. ‘Dat is een contradictie,’ zegt de tentoonstellingsdramaturg. ‘We hebben in de audiotour gezocht naar mensen die verschillende perspectieven kunnen tonen en inzichtelijk kunnen maken waarom Van Hogendorp tot deze beslissing kwam. De vormgeving draagt bij aan de visuele dramaturgie van dit verhaal. Je kunt ervoor kiezen om zo’n portret aan de kop van de zaal op te hangen, waardoor de aandacht wordt weggetrokken van de verhalen die we vertellen over verzetshelden, van wie geen portretten zijn gemaakt. Het Rijksmuseum heeft er echter voor gekozen om op zaal een aparte ruimte te maken, een net te kleine kamer, om het schilderij op te hangen. Een leuke bijkomstigheid is dat het schilderij ook bij Van Hogendorp thuis in een net te kleine ruimte hing.’
Geen enkele stem is neutraal
Zou Van Hogendorp zelf zo’n groot portret aan de muur ook ongepast hebben gevonden? Tjon A Fong: ‘Ik wil je niet beledigen, maar het is interessant dat jij met jouw achtergrond nou net hierop aanhaakt. Ik denk niet dat zijn motief bekend is, maar dat is ook niet relevant. Op deze manier exposeer je het schilderij op een manier die overeenkomt met de geschiedenis van het schilderij en die door de vormgeving goed bij deze tijd past. Als je aan de slag gaat met een gevoelig thema als slavernij moet je een grote gevoeligheid ontwikkelen. We proberen bewust geen systemen te herhalen door opzettelijk een andere hiërarchie aan te brengen in de objecten die we tonen. Bepaalde dominante narratieven proberen we te doorbreken. Zo wordt er steevast gesproken over de “ontdekking” van Indonesië: een beschaving die toen deze door de kolonisten werd “ontdekt” al meer dan tweeduizend jaar oud was! Hoe kun je iets ontdekken dat al bestond? Het draait allemaal om perspectief en bewustwording.’
Daarover heeft Tjon A Fong veel gesproken met de verschillende disciplines binnen het Rijksmuseum. ‘Wat heel fijn was aan dit project is dat ego nooit voorop stond. We hebben heel open met elkaar gesproken over alle gevoeligheden en het bijbehorende vocabulaire dat dit inzichtelijk kan maken.
Een voorbeeld om duidelijk te maken hoe dat ging, zonder neerbuigend te doen: tijdens een vergadering over de audiotour werd gezegd: “We moeten even kijken hoe we dit gaan aanpakken, want voor het inspreken van de audiotour gebruiken we altijd een neutrale stem.” Op zich een onschuldige opmerking, natuurlijk. Toen zei ik: “Maar geen enkele stem is neutraal.” De stem die het meest overeenkomt met die van jezelf lijkt neutraal, maar juist als je een brede doelgroep wilt aanspreken, is het belangrijk om te weten dat neutraliteit niet bestaat. We hebben het erover gehad en degene die de opmerking plaatste, begreep wat ik bedoelde. Het heeft een fijne samenwerking niet in de weg gestaan.’
Valika Smeulders: ‘Als instelling hebben we voor heel veel gevoelige thema’s jarenlang geen oog gehad. Met deze tentoonstelling slaan we voorgoed een andere weg in. Er is een Afrikaans spreekwoord: It takes a village to raise a child. Deze tentoonstelling is door de hele village gemaakt.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.