Voor een historicus van emoties zijn emoties niet in alle tijden hetzelfde. Ze veranderen al naargelang de tijd en de omstandigheden. Een achttiende eeuwse emotie was iets heel anders dan in de negentiende. Jaloezie was in de negentiende eeuw heftiger dan in de tweede helft van de twintigste eeuw toen de seksuele moraal veel losser was geworden. Heimwee kwam in de zeventiende eeuw zo weinig voor dat je er nooit over hoorde.
Maar in de twintigste eeuw, waarin het grote reizen en verblijven in vreemde landen begon, wél, zeker onder vluchtingen. Tot het einde van de achttiende eeuw bestond eenzaamheid niet. Wanneer het over alleen-zijn ging wilde dat niet zeggen dat je eenzaam was, maar dat je alleen maar niet met z’n tweeën was. Eenzaamheid begon met de industriële revolutie, begin negentiende eeuw, toen mensen naar de steden trokken om te werken, ver weg van hun dorp en hun gemeenschap. Eenzaamheid hoorde in die tijd ook bij de romantici. Bij hen was het niet altijd een negatieve emotie. Ze zochten de eenzaamheid van diepe emoties en van de natuur op. Die zorgde voor een vruchtbaar isolement waarin de verbeelding en de poëzie hun kans waarnamen.
eigenbelang eerst
In Engeland werd in 2018 een Minister of Loneliness aangesteld omdat negen van de zevenenzestig miljoen Engelsen te kennen had gegeven dat ze last hadden van eenzaamheid. Inmiddels is de minister al drie keer vervangen, maar het ministerie bestaat nog steeds, al is het nu een onderdeel van een ander ministerie. Fay Bound Alberti, de Engelse historicus van emoties, kan er in haar ruim vóór de corona-crisis geschreven Biography of Loneliness niet omheen een verklaring te geven voor die negen miljoen Engelse eenzamen.
De eenzaamheid van die negen miljoen gaat volgens Alberti terug tot het begin van de negentiende eeuw, met het ontstaan van het individualisme in de Romantiek en het vroege kapitalisme. Dat werd al gauw overvleugeld door het industriële kapitalisme. Allerlei sociale en politieke bewegingen probeerden dat in de negentiende en begin twintigste eeuw te temmen, maar dat kon niet verhinderen dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw een update-versie van het kapitalisme in de gedaante van het neoliberalisme bezit ging nemen van de westerse economie en het leven.
De fragmentering van de samenleving werd ingezet met privatiseringen, dereguleringen en de ideologie van ‘eigenbelang eerst’.
De sociale- en politieke bewegingen die mensen bij elkaar probeerden te houden, hadden het nakijken. De fragmentering van de samenleving werd ingezet met privatiseringen, dereguleringen en de ideologie van ‘eigenbelang eerst’. De verzorgingsstaat moest ingeruild worden voor de participatie samenleving. Zo erg als in Engeland werd het in Nederland niet, maar het neoliberalisme liet zich ook in ons land gelden toen zelfs de sociaal-democratie zijn ideologische vleugels afknipte.
lonely in the crowd
Bound Alberti wijt eenzaamheid natuurlijk niet alleen aan de sociaal-economische verharding van de samenleving, al wil ze niet dat de sluipende, maar onmiskenbare verdwijning van vaste banen en de noodzaak om ‘zelfstandige’ te worden onderschat wordt als bron van eenzaamheid. Veel mensen worden de eenzaamheid in gemanoeuvreerd.
De meeste mensen zullen niet vertrouwd met de beneficial side of loneliness, de heilzame kanten van de eenzaamheid. Daar wordt nu met de coronacrisis ineens de nadruk op gelegd, maar was altijd al een gouden uitweg voor wie zich niet door de hectiek van het leven wilde laten opslokken: ‘that inward eye/which is the bliss of solitude,’ zoals Wordsworth schreef. Ook voor artistieke doeleinden is het je terugtrekken altijd goed geweest. Je van tijd tot tijd afzonderen hoort bij bedachtzame levers, het is niet wat de grote massa doet. Voor de massa is het sociaal zijn, je onder de mensen bevinden, de vanzelfsprekendste manier van leven.
De hedendaagse samenleving is crowdy en extrovert, naar buiten gericht: alles is ingesteld op de dynamiek tussen mensen, ook al kan dat betekenen dat ze op elkaars lip zitten. Mensen kunnen zich eenzaam in de menigte voelen, lonely in the crowd.
Alles is ingesteld op de dynamiek tussen mensen, ook al kan dat betekenen dat ze op elkaars lip zitten. Mensen kunnen zich eenzaam in de menigte voelen.
Het is tamelijk paradoxaal dat een samenleving waarin de televisie, de mobiele telefoon en de handzame computer voor zoveel potentiële en reële connectedness zorgen, zoveel mensen zich desondanks juist eenzaam voelen. Historisch gezien is men nog nooit zo met elkaar verbonden geweest. Er zijn dagen dat een miljoen of meer mensen naar dezelfde televisie-uitzending kijken. De volgende dag kunnen ze daar met hun medekijkers over praten, tweeten, instagrammen en facebooken.
Wanneer heeft zich dat ooit op deze schaal in de geschiedenis voorgedaan? Alleen de oplagen van bepaalde kranten komen in de buurt. Ondertussen wordt voortdurend gevraagd om ‘verbinding’, want die zou verdwenen zijn door de individualisering. Er is meer dan ooit verbinding. De mobiele telefoons staan voortdurend met iemand in contact. Vroeger was ‘stand by-zijn’ bedoeld voor uitzonderlijke gebeurtenissen, nu is men altijd bij de hand. Men is ten prooi aan FOMO, aan het ‘fear of missing out’-syndroom, niets te willen missen.
Sociale media zijn alleen maar zinvol wanneer er al echt contact in de werkelijkheid is, anders ontstaan er virtuele vervreemdingsverschijnselen. Sociale media vullen het echte contact aan, kunnen het niet vervangen. Het thuisblijven vanwege het coronavirus is heel draaglijk wanneer je, als aanvulling op echte contacten, de hele buitenwereld in je broekzak hebt.
de duizenden gedaanten van de eenzaamheid
Het blijft in A Biography of Loneliness niet bij aandacht voor de grote ontwikkelingen waar een individu zelf weinig invloed op heeft, zoals nu met het coronavirus. Bound Alberti moet voortdurend switchen omdat de biografie van de eenzaamheid zoveel verschillende eenzaamheden bevat, positief, negatief en alles er tussenin.
De melancholicus wil helemaal geen eenzaamheid, maar de burn out-patiënt verlangt ernaar om na een tijdje als herboren weer tevoorschijn te komen. De puber zoekt in zijn recalcitrantie naar eenzame afzijdigheid, de egocentricus wentelt zich in arrogante eenzaamheid, de dichter trekt zich terug in existentiële eenzaamheid, de introvert valt samen met het alleen zijn. De eenzame wandelaar heeft alle tijd voor zijn overpeinzingen. De boze mens sluit zich op in zijn solitaire wrok. Iemand die een geliefde verloren heeft is ten prooi aan eenzame verstening. Iemand die geen contact kan maken met anderen. De verlegen eenzame.
Er moest op afroep eenzaamheid voorhanden zijn
Bound Alberti heeft het uitvoerig over de eenzaamheid in de biografie van de dichteres Sylvia Plath, schrijfster Virginia Woolf en de Engelse koningin Victoria. Als lid van de Bloomsbury Group was Virginia Woolf altijd wel en niet omgeven door familie en vrienden. Die afwisseling, van op jezelf zijn, en onder vrienden, was voor Woolf een ambivalent genoegen. Ze kon niet zonder dat gezelschap, maar moest zich er ook hardhandig van losmaken om haar romans, haar brieven, essays en dagboek te kunnen schrijven. Er moest op afroep eenzaamheid voorhanden zijn.
Sylvia Plath was vanaf het begin zozeer met haar eigen rol bezig dat andere mensen, vooral vrouwen, niet als vrienden, maar als concurrenten werden gezien. Ze stortte zich in de studie, maar wist nauwelijks vrienden te maken. Die rivaliteit bedierf ook de verhouding met haar man Ted Hughes. Plath had niemand om haar hart bij uit te storten (‘to pour myself into’).
De eenzaamheid en rouw van koningin Victoria duurden veertig jaar, vanaf de dag dat haar echtgenoot prins Albert in 1861 overleed. De uitgestreken sombere blik op de foto’s en de zwarte kleren die ze altijd droeg zorgden ervoor dat de Victoriaanse tijd inderdaad zo spreekwoordelijk somber en benauwd werd. Maar zo begon het niet. Victoria was twintig jaar met Albert getrouwd en was met hem de gelukkigste vrouw van Engeland. Ze adoreerde en bewonderde hem, elke dag met hem was een feest. Ze vond hem mooi, geestig, attent en een groot minnaar. Ze kregen negen kinderen.
Queen Victoria was twintig jaar met Albert getrouwd en was met hem de gelukkigste vrouw van Engeland.
Tijdens de huwelijksnacht in 1840 ging een wereld voor haar open, zoals ze in haar dagboek schrijft: ‘I have NEVER NEVER spent such an evening!!! MY DEAREST DEAREST DEAR Albert…his excessive love & affection gave me feelings of heavenly love & happiness I never could have hoped to have before! He clasped me in his arms, & we kissed each other again & again! His beauty, his sweetness & gentleness – really how can I ever be thankful enough to have such a Husband!…to be called by names of tenderness, I have never heard used to me before – was bliss beyond belief! Oh! This was the happiest day of my life!’
Na zijn dood sliep ze in zijn nachthemden, liet ze elke dag zijn kleren klaarleggen, deed ze alsof hij er nog was. Tot haar dood veertig jaar later in 1901. In haar dagboek heeft ze het over haar ‘awful misery and loneliness.’
Voor ‘The History of an Emotion’, zoals de ondertitel van A Biography of Loneliness luidt is het boek te weinig strak opgebouwd. Het gaat alle kanten op en blijft daardoor in de hoeveelheid steken. Bound Alberti is wel duidelijk. Ze wil niets weten van eenzaamheid die aangeboren zou zijn. Eenzaamheid komt voort uit omstandigheden en niet uit het bloed. Het is ook niet besmettelijk. Slecht hoeft het ook niet altijd te zijn, integendeel, een tijdje alleen zijn kan heel revitaliserend zijn. Even terug naar af.
A Biography of Loneliness. The History of an Emotion door Fay Bound Alberti is uitgegeven door Oxford University Press.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.