In de tijd dat bij interviews met schrijvers nog niet zo rechtstreeks werd gevist naar autobiografische wetenswaardigheden, schreef de Amerikaanse criticus Edmund Wilson zijn essay The Wound and the Bow (1941). Dat ging over schrijvers die in hun leven ‘gewond’ waren geraakt, net als de figuur van Philoktetes in de Griekse mythologie, zoals onder andere beschreven door Sophocles.

Na de dood van Herakles had zijn vriend Philoktetes zijn pijl en boog gekregen. Op weg naar Troje liep hij een lelijke wond op door de beet van een slang. De wond wilde niet genezen en stonk zo erg dat hij op het eiland Lemnos moest achterblijven. Na foltering door de Grieken, had de zoon van de koning van Troje, Helenus, onthuld dat Troje niet zou vallen zonder de wapens van Herakles. Dus ging Odysseus Philoktetes halen en, zo gaat het verhaal, werd Troje ingenomen.

Het verhaal heeft iets opbeurends omdat de aanvankelijk als oud vuil achtergelaten Philoktetes uiteindelijk de redder van de slag om Troje werd. Genoegdoening. Een wond ten goede aangewend. Dat Wilson bij Philoktetes aan schrijvers dacht met traumatische ervaringen (hij noemt André Gide, John Jay Chapman en Charles Lamb) geeft een zekere allure aan het cliché van de beroerde jeugd (Philoktetes’ wond) als een goudmijn voor schrijvers. Minder plat gaat het om de bron van bewuste of onderbewuste inspiratie. In bijna elke schrijversbiografie (zoals zo ongeveer in elke biografie, van wie ook) zijn spanningen, verschillen in levensvisie, huiselijk geweld, tiranniek gedrag of religieuze conflicten te vinden. Die ‘wond’ of blijvend pijnlijke herinnering kan zorgen voor chronisch ongenoegen, wrok, frustratie, angstgevoelens en behoefte aan literaire vergelding.

Het overweldigende aanbod van pseudo-psychologen, zelfhulpverleners en allerlei spiritueel angehauchte goeroes heeft de bedoeling om de cliënt te verlossen van deze vijandige gedachten en een zuivere en schone geest terug te geven: leegte, van alle zorgen ontdaan.

Philoktetes, in de gedaante van de schrijver, is niet op een schone geest uit, hij gebruikt zijn ervaringen als een soort brandstof om er iets mee te doen dat een symbolische wraak is op die ervaringen. Ongeluk omgesmeed tot iets beters.

levenwekkende potentie van de symbolische wond

Rivka, de hoofdpersoon van Nina Polaks roman Buitenleven, heeft de figuur van Philoktetes zoals Edmund Wilson hem ziet misschien niet voor ogen, maar is wel bekend met de creatieve en levenwekkende potentie van de symbolische wond.

Buitenleven is een roman over een hartstochtelijke en moeizame liefde tussen twee vrouwen en over een levenshouding, een instelling waarin alle grote en kleine dingen in een verhouding culmineren. Die voor breuken zorgen. De ex-professionele basketbalster Esse en de schrijfster Rivka (allebei midden dertig) gaan buiten wonen, in het noorden van het land, in een huis met uitzicht op weiland en groen.

Helemaal vanzelf ging dat niet. Toen ze nog niet zo lang samen waren, moest Esse voor een maand of langer op een coach-cursus in Amerika. Daar kwam ze niet in gezonde geestelijke toestand van terug. Ze berichte Rivka: ‘Lieve Rif, ik kan je nu niet geven wat je verdient’. Rivka moest haar even ‘laten’, wat vier maanden duurde. Wanneer ze elkaar bij toeval weer treffen, zegt Esse tegen Rivka ‘dat ze zichzelf niet geweest was’. ‘Rivka’, schrijft de alwetende verteller, ‘leek zich moeilijk te kunnen voorstellen hoe je iets anders kon zijn dan jezelf, maar ze knikte begrijpend.’

Heel wat boosheid wordt wegggevreën zonder opgelost te worden.

De euforie van de verhuizing verdringt van alles, maar niet Rivka’s verliefdheid. Esse’s lengte en atletische bewegingen maakten van haar een ‘fonkelend schepsel’. De bedoeling van de verhuizing was om in het afgelegen noorden te leren ‘de dingen op hun beloop te laten’. In de stad was Rivka een veel te zelfbewuste schrijver geworden. Maar iemand van de natuur was Rivka niet meteen. Al snel bleek ze een waardeloze tuinier.

Wanneer Virginia Woolf het over planten had, begon ze zich te vervelen, ze werd landerig en ongeduldig als ze het over slakken of motten ging hebben. In haar onnozelheid had Rivka een paar tijdschriften voorgesteld iets over de natuur te schrijven, maar het zat er na herhaald proberen in haar nieuwe schrijfhut niet in. Heel wat boosheid over dit alles werd wegggevreën zonder opgelost te worden.

Op de dorpsmarkt in de buurt maken ze kennis met hobbytuinders die cider maken of honing. Zo ook met de honing van Eva Alta, een psychologe en schrijfster van zelfhulpbestsellers. Ze kan het meteen goed vinden met Esse, tot ongenoegen van Rivka die ziet dat Esse zich laat inpalmen door iemand die op de televisie komt en talkshows frequenteert. Rivka zorgt er ondertussen voor dat zij allerlei aangename gedachten heeft die ‘de stem, de geur, de hele penetrante aanwezigheid van Eva Alta verdringen’.

Eva Alta heeft paarden, wezens waar Esse als kind vertrouwd mee is geraakt toen ze samen met haar moeder tochten maakte. Esse dringt zich op om te kunnen rijden, Eva haalt haar naar zich toe. Op de grote omgebouwde boerderij van Eva wonen ook een paar aangespoelde ‘cliënten’ die onderdeel zijn geworden van het reilen en zeilen van therapie, consulten, het schrijven van bestellers en de zoete inval van bezoek.

Op een feestelijke avond wordt op de auto Rivka en Esse het woord ‘Potte’ gekalkt en weten ze hoe ze als nieuwelingen in deze omgeving worden gezien. Een veilig gevoel krijgen ze er niet van. Ze komen er niet achter wie het gedaan hebben. Of het provinciale homohaat is? Kwajongens, ja, denkt Rivka, die het geval relativeert. Esse niet.

gezuiverd en leeg

De spanning van de omgeving, dat hun huis toch niet zo vrij ligt als ze dachten (hun tuin ligt aan het druk bewandelde Pieterpad), de psychische klachten van Esse, de jaloezie van Rivka, de te schrijven roman die niet wil lukken – het maakt dat Esse bij hoog en laag toch zegt dat ze intens gelukkig is daar, en dat Rivka zegt dat ze het nu lang genoeg heeft geprobeerd, maar dat ze er helemaal niet gelukkig van wordt.

Buitenleven is nog breder, gevarieerder en voorzien van meer onverwachte personages dan hier voorgesteld.

Ondanks Esse’s intense geluk bevindt ze zich voortdurend op de rand van een depressie of er over heen. Rivka zou dat niet (willen) zien. Ze is helemaal niet blij dat Esse op aanraden van Eva haar medicatie aan het minderen is. Nee, want Esse heeft nog steeds bizarre angsten, die vragen om medicatie. Waar is Rivka’s ‘emphatie’? vraagt Esse. Rivka verweert zich: ‘Ik kan toch niet de hele tijd exact weten wat er gaande is in jouw hoofd?’ Rivka heeft haar toestand nooit helemaal serieus genomen, zegt Esse, een uitspraak waarbij Rivka denkt dat ze wel eens gelijk kan hebben. Ze vindt Esse te toegeeflijk tegenover zichzelf, ze wentelt zich in de gedachte dat ze helemaal geen controle over haar geest en depressie heeft.

Voor Esse is Rivka ‘een en al brein’. Maar Rivka heeft Esse, en niet alleen toen ze min of meer griep had, aan alle kanten bemoederd en rust gegeven. Maar ze veerde pas op toen Eva langs kwam. ‘Hoeveel rust kan iemand nodig hebben’, vraagt Rivka zich af. Bij Eva moet iedereen gezuiverd en leeg uit de therapie komen, reden voor teleurgestelde patiënten om haar ‘een gevaarlijke vrouw’ te noemen.

Eva noemt Rivka ‘cynisch’ en zegt dat die ‘te bestrijden is’, dat het cynisme verwijderd kan worden ‘als een cyste’. Maar daar heeft Rivka geen behoefte aan, integendeel: in haar ‘semantische veld bevond de cynicus, hoe onsympathiek ook, zich nog altijd in de buurt van de wijze’.

zalvend medeleven

Het is onmiskenbaar dat het buitenleven in het hoge noorden niet de oplossing was voor Rivka. Ook is niet over het hoofd te zien dat Rivka’s erotische fantasieën niet alleen over vrouwen gaan, maar ook over de historicus Siep die in de buurt een geitenfokkerij in stand houdt (maar ze wordt ook ‘boos en geil’ van de blote schouders van de gehate Eva bij een zeiltochtje). Het is onmiskenbaar dat Rivka geen soppende romantica is, dat ze niets moet hebben van het zalvende medeleven. Ze moet vooral niets hebben van Eva’s zuiverheidsleer, die weerhoudt mensen ervan om als Philoktetes productief om te gaan met ervaringen, met fricties, met gebroken harten: ‘De zuiverheidsleer van Eva Alta verbood je om met een gewond hart door het leven te gaan.’

Buitenleven is nog breder, gevarieerder en voorzien van meer onverwachte personages dan hier voorgesteld. Het bevat scherpe dialogen, levendige observaties, prikkelende gedachten en meningen. Rivka doorziet veel – met behulp van een opvallend alwetende verteller. Deze energiek geschreven roman gaat dan ook over het behoud van energie. En over de onwil om iets te zien in feminiene of masculiene zelfvertroeteling.

Buitenleven door Nina Polak is uitgegeven door Prometheus.