Zonder precies te weten wat ze er mee wil, koopt Valeria, een moeder van twee kinderen van amper twintig en met een man van de conventionele soort, op een dag een schrift. Diep in zich moet ze wel weten waarom ze het doet, maar ze kan er nog niet bij, haar huismoederschap zit haar nog in de weg. Er wroet iets aan opstandigheid. Ze gaat er haar gedachten en observaties in schrijven. Die mogen haar man en kinderen beslist niet onder ogen komen. Maar ze heeft geen eigen kamer en geen eigen bureau, zoals haar kinderen. Waar moet ze dan haar geheime schrift laten? Onder in de wasmand? Achter in de keukenla? Onder het bed? Op de linnenkast? Tussen de schone lakens? In de rommelkast op het balkon? In haar handtas? Achter de spiegel? Onder het matras? In de bureaula op haar werk als secretaresse?
Op bijna alle 318 pagina’s van Verboden schrift van Alba de Céspedes zoekt Valeria een plaats om het schrift te verbergen. Het probleem lost zich niet op. Het is al lastig voor haar om ongemerkt in het schrift te schrijven, dat moet op momenten dat niemand thuis is of wanneer iedereen slaapt. Ze staat elke dag doodsangsten uit dat het schrift gevonden zal worden. Ze verstijft van angst als iemand in de buurt komt van de plaats waar ze het heeft verborgen. Het verbergen van het dagboek zorgt op zichzelf al voor een vreemde spanning in de roman. De inhoud kan haar leven op losse schroeven zetten.
Verboden schrift is een dagboekroman waarin naïviteit, emancipatie, zelfbewustzijn, bedrog, opoffering, inschikkelijkheid, conventie, listigheid, larmoyantie en hypocrisie door elkaar heen lopen in Valeria en de mensen om haar heen. Ze raakt los van twintig jaar dagelijkse routine als huismoeder. Ze heet in het gezin niet Valeria of mam, maar Mama, een naam die haar aan het gezin kluistert. Ze geeft haar dochter ervan langs omdat ze openlijk contact onderhoudt met een man die iets ouder is dan zij, terwijl zij zich zelf laat meeslepen in haar verliefdheid op haar baas.
Haar gevoelens willen geëmancipeerd worden, maar haar instelling in het leven nog niet.
Valeria is even naïef als doortrapt, even burgerlijk conventioneel als ten prooi aan de cliché-verlangens uit de damestijdschriften. Haar gevoelens willen geëmancipeerd worden, maar haar instelling in het leven nog niet. Ze heeft wel gestudeerd (‘literatuur, muziek, kunstgeschiedenis’), maar leest nooit een boek (‘te moe’). Ze heeft fantasieën over de reizen die ze met haar baas zou willen maken die de vakantiefolders niet overstijgen. Het wordt niet duidelijk waarvoor zij een eigen kamer zou willen hebben. Ze blijft heel aardig tegen haar man, maar tegen haar kinderen niet. Ze is bijna heksig onaardig, alsof ze jaloers is op hun jeugd.
weerbarstige linkse journaliste
Alba de Céspedes behoort tot de schrijfsters die in de jaren vijftig van de vorige eeuw een zelfstandige toon ontwikkelden met romans die braken met de conventies van de Italiaanse samenleving, zoals Elsa Morante, Dacia Maraini en Natalia Ginzburg. Die stonden na de oorlog en in de jaren vijftig op één lijn met Alberto Moravia, Cesare Pavese, Italo Calvino, Eugenio Montale en Elio Vittorini.
In 1940 veroorzaakte Céspedes de nodige commotie met de roman Geen weg terug (Nessuno torna indietro) waarin het leven van de beschreven studenten niet representatief genoeg zou zijn voor de fascistische ethiek van Mussolini. Céspedes moest vijftien keer op het matje komen bij het ministerie voor Populaire Cultuur. Maar het boek werd in een paar jaar tijd twintig keer herdrukt en in dertig talen vertaald. Daar was niet veel tegen te doen. Céspedes was de dochter van een Italiaanse moeder en een Cubaanse diplomaat die in 1933 de eerste president van de Republiek Cuba werd (terwijl diens vader in 1869 de onafhankelijkheid van Cuba had uitgeroepen en ‘Padre de la Patria’ werd genoemd). Na de oorlog redigeerde Céspedes vier jaar (1944-1948) het tijdschrift voor binnen- en buitenlandse intellectuelen Mercurio waarin onder meer Sartre en Hemingway schreven. Ze was in de jaren vijftig literair redacteur van La Stampa.
Om niet al te zeer met de vrouwenzaak te worden geïdentificeerd wilde Céspedes zichzelf geen feminist noemen.
Als weerbarstige linkse journaliste kreeg Céspedes, gegeven ook haar wortels, sympathie voor Fidel Castro en Cuba. De politiek van Italië na de oorlog beviel haar niets, daarom maakte ze zich extra sterk voor Van haar kant, haar column over vrouwenzaken in het weekblad Epoca. Daarin ging het serieus toe als ze het had over familiemoraal, psychologie, seksualiteit, echtscheiding, abortus, zelfstandigheid, het vrouwelijke schuldgevoel, gelijkheid en slachtofferschap. In het hevig katholieke Italië woedde een ‘battaglia per la moralità’. Om niet al te zeer met de vrouwenzaak te worden geïdentificeerd wilde Céspedes zichzelf geen feminist noemen.
de dubbele moraal
In brieven aan haar uitgever Arnoldo Mondadori die hier en daar worden geciteerd schrijft Céspedes dat ze in romans als Verboden schrift dezelfde materie aansnijdt als in haar column Van haar kant (die dezelfde titel heeft als een van haar romans: Dalla parte di lei). Ze verplaatst zich in de dagelijkse problemen van de brievenschrijfsters, die ze altijd verbindt ‘met de moraal en de gewoonten van onze tijd.’
Dat is te zien aan Valeria wanneer ze in haar dagboek schrijft dat ze er niet gelukkiger op is geworden sinds ze haar dagboek bijhoudt: ‘Toen is het begonnen.’ ‘Het’ wil hier zeggen: het conflict met de traditionele moraal waar de gevoelens en verlangens voor zorgen die bij haar opkomen door het nieuwe emanciperende denken. Het maakt haar veel verantwoordelijker voor zichzelf. Maar de traditionele moraal geldt voor haar ook nog. Gehoorzamen aan de geboden van de kerk, je opofferen voor het gezin, in de pas lopen met algemene moraal: Céspedes laat zien dat het bij Valeria nog wel degelijk een verleiding is om zich daarin te schikken. Ook al houdt ze zich er zelf niet aan door haar overspel met haar baas, op een bruuske manier probeert ze haar zoon en dochter die oude moraal nog bij te brengen. Ze trekken zich er niets van aan.
De dubbele moraal in Verboden schrift beantwoordt aan de werkelijkheid van begin jaren vijftig. Céspedes laat een glimp zien van de voordelen van het niet zo geëmancipeerd zijn: financiële en emotionele afhankelijkheid maakt het leven makkelijker, overzichtelijker, je komt niet zo voor dilemma’s te staan. De half geëmancipeerde Valeria beklaagt zich permanent over de opofferingen die ze zich voor haar gezin moet getroosten. Ze is altijd ‘moe’.
Valeria mag in haar dagboek over zichzelf schrijven en haar situatie onder ogen zien, heel diep gaat ze niet. Het is een oppervlakkige en ondiepe werkelijkheid, tamelijk eendimensionaal. Dat Valeria kunst en literatuur heeft gestudeerd merk je in haar dagboek niet aan een wat verdergaande reflectie. Zoiets valt eenvoudig buiten haar horizon. Er komt een beetje muziek in de roman voor omdat Valeria’s echtgenoot daar graag naar luistert, maar om welke componisten het gaat? En ze gaan wel eens naar de film.
Valerie kan behoorlijk doorzeuren en in herhaling vallen, vooral over haar verliefdheid op de man van wie je je afvraagt wat die nu aan speciaals heeft, behalve dat hij haar wil. Céspedes laat Valeria regelmatig tegen haar dochter te keer gaan op een manier die, zelfs als het een uiting van jaloezie zou zijn, niet erg plausibel is. Verboden schrift suggereert dat het een emancipatieroman is, een feministische Bildungsroman, maar dat is het niet. Het laat vooral goed de dilemma’s zien waar de vrouwenemancipatie toen mee te maken kreeg, en hoe de traditionele moraal nog werkzaam was.
In 1975, bijna vijfentwintig jaar na Verboden schrijft, publiceerde Céspedes’ collega Dacia Maraini Donna in guerra, ook een roman in de vorm van een dagboek, in het Nederlands vertaald als Dagboek van een vrouw. Maraini pakte het drastisch aan. Van oude morele inhibities is hier nog weinig sprake. Ze geeft het seksuele initiatief in haar roman aan vrouwen, de zinnelijkheid spat er zelfs op een overdreven manier vanaf. Aan zelfstandigheid en vrijheid voor vrouwen in deze roman geen gebrek, al geeft dat de hoofdpersoon ook het nodige te denken en kan ze haar dagboek maar beter niet laten slingeren. De tweede feministische golf is in volle gang.
Verboden schrift door Alba de Céspedes is vertaald door Manon Smits en uitgegeven door Meridiaan Uitgevers.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.