Op de zaal met de landschappen op de tentoonstelling Alle Rembrandts in het Rijksmuseum hangt helemaal alleen op een van de wanden het schilderij met de brug, officieel Landschap met stenen brug geheten. Het is niet groot (42 centimeter breed), maar niettemin imposant door de donkere wolkenlucht, het onweer dat zich aankondigt of wegdrijft, de zon die desondanks nog een deel van de bomen beschijnt, het boerenhuis dat verstopt ligt tussen de bomen, de bootjes die in het halve donker bezig zijn op het water en de man die minimaal verlicht de verleidelijke herberg negeert. Hij zal zijn weg over de brug vervolgen. De brug ligt er zo prominent en vanzelfsprekend bij dat hij een allegorisch gewicht krijgt, als plaatsvervanger van alle bruggen.
Dit sferisch uitgekiende schilderij is een van de slechts zes geschilderde landschappen van Rembrandt: hij hield het vooral bij tekeningen en etsen als het om het landschap ging. De tedere robuustheid van dit schilderij is heel iets anders dan het losse en schetsmatige van zijn tekeningen, of de fijnzinnigheid die in elke arcering van zijn etsen zit.
Op Landschap met stenen brug is half verborgen een van de vele oude boerderijtjes te zien waardoor Rembrandt werd aangetrokken. Het is verbazingwekkend hoe vaak en met hoeveel genoegen en geduld hij lichtelijk in verval zijnde boerenhuizen rond Amsterdam tekende en etste. Hij tekende ze niet één keer, maar wel tien keer, zoals met Een boerderij aan de Amsteldijk, gezien uit het zuidwesten. Als het niet zo argeloos goed geëtst of getekend was zou je bij het tafereel niet stilstaan. Om dezelfde reden (een zwak voor verval, voor rimpels, voor ervaring, voor geleefd hebben) schilderde of tekende Rembrandt met recalcitrante vasthoudendheid bij voorkeur oude vrouwen en baardige oude mannen. Zijn naakten waren om die reden niet altijd de mooist denkbare vrouwen.
Wild en vernieuwend
De landschappen zijn maar een onderdeel van alle Rembrandts in het Rijksmuseum: 22 schilderijen, 60 tekeningen en 300 etsen. Rembrandt was geen veelzijdig kunstenaar (het zou een dooddoener zijn dat te zeggen), maar een alzijdig kunstenaar die het hele leven bestreek, van hoog tot laag (van Jan Six tot bedelaars), van profaan tot religieus (seksuele scènes tot bijbelverhalen). Daarnaast portretten van patriciërs, rabbijnen, dominees en zelfportretten, realistische figuren en uit de fantasie voortkomend, naakten, groepsportretten, familieportretten. Wie al die mensen op de schilderijen waren is te zien op de tentoonstelling in het Rembrandthuis die gewijd is aan iedereen waarmee Rembrandt in zijn leven te maken heeft gehad: zijn social network van familie, vrienden en opdrachtgevers.
Het is verbazingwekkend hoe vaak en met hoeveel genoegen en geduld hij lichtelijk in verval zijnde boerenhuizen rond Amsterdam tekende en etste.
Rembrandts alzijdigheid zet zich voort in de genres die hij beoefende (schilderijen, tekeningen, etsen) en in de stijl: van uiterst gedetailleerd (zoals de nu naast elkaar hangende portretten van Jan Wtenbogaert en Maria Trip), tot ruw en fors. Zo fors dat zijn eerste biograaf Arnold Houbraken in 1718 dacht dat hij met ‘een troffel van een metselaar’ had gewerkt (voor de handen op het Portret van Jan Six, of de manchetten op het Portret van een oude man in het Mauritshuis). Maar ook al ging hij voor anderen ‘wild’ en vernieuwend te werk, hij wist wat het effect was als men er van een afstandje naar keek.
De alzijdigheid van Rembrandt zit hem ook in zijn vermogen om leven in alles te brengen, niet in het minst in de gezichten van degenen die hij schilderde, tekende of etste. Hij beeldde zich de emoties van mensen zorgvuldig in, zoals Houbraken al schreef. Hij mag dan een ruw karakter hebben gehad (zijn befaamde ‘koppigheid’, ‘opvliegendheid’ en ‘een hekel hebben aan iedereen’), hij kon tegelijk ongekend fijnzinnig zijn, zoals in de tekeningen en etsen van zijn vrouw Saskia.
In het bijzonder de vroege zilverstift-tekening van de glimlachende Saskia met strooien hoed, drie dagen na hun verloving in juni 1633. Of de Saskia met rode hoed op Saskia en profil in rijk gewaad, voltooid na haar dood in 1642 en nu te zien in het Fries Museum op de tentoonstelling Rembrandt & Saskia. Toen Rembrandt in 1652 financieel in de problemen kwam werd het portret van Saskia gekocht door Jan Six.
Opvallend teder is ook een etsje van tien centimeter (in het Rijksmuseum te zien) dat De goudsmit heet. De goudsmit houdt het beeldje van een moeder met twee kinderen waaraan hij werkt vast alsof ze van vlees en bloed zijn. Ook de dieren komen er bij Rembrandt altijd goed af: denk aan de tekening van De leeuw, de ets van Het varken (ook Zeug genoemd) en de vele versies van de etsen van Het opgerolde hondje.
Verstopte stelletjes
Na de dood van Saskia ging Rembrandt niet met veel tact om met zijn huishoudster (en op enig moment geliefde) Geertje Dircks. Maar dat wilde niet zeggen dat het hem op andere momenten in zijn leven ontbrak aan inzicht in gevoelens en verlangens. Dat zie je in de portretten van Titus, Saskia en Hendrickje Stoffels, en natuurlijk in de vele portretten die hij in opdracht maakte.
In een iets frivolere trant zit dat inzicht ook in twee etsen waarin hij liefdespaartjes verborg. Op de ets van De Omval, ‘een meerachtige uitstulping van de Amstel’, zoals Boudewijn Bakker, de kenner van Rembrandts landschappen, het noemt, zien we een man op de rug die staat uit te kijken over de Amstel. Links van hem staat een oude omwoekerde boom waarin Rembrandt twee geliefden heeft verborgen. Daar moet je wel op gewezen worden, uit jezelf zal je het niet gauw ontdekken. Wie lang en goed kijkt ziet dat het meisje een bloemenkrans op haar hoofd krijgt gezet.
Wat op het eerste gezicht alleen maar een ets van drie monumentale bomen lijkt, blijkt bij nadere inspectie een ‘ode aan het leven’ te zijn.
Er zijn door de wol geverfde kunsthistorici die zeggen dat zo’n vrijend paartje in het struweel een vast motief is in bucolische landschappen. Dat zal zeker het geval zijn, maar dat gaat hier niet op. Dit is geen bucolisch landschap, daar is het veel te niet-romantisch en te sober voor. Rembrandt wilde het gewoon om zijn eigen redenen.
Hij hield het niet bij dit stelletje. Hij verstopte er ook een in de grootste ets die hij ooit maakte, De drie bomen (1643). Wat op het eerste gezicht alleen maar een ets van drie monumentale bomen lijkt, blijkt bij nadere inspectie een ‘ode aan het leven’ te zijn, volgens Jonathan Bikker, de schrijver van de Rembrandt-biografie die tegelijk catalogus is van de tentoonstelling in het Rijksmuseum. De twee nauwelijks zichtbare gelieven bevinden zich in het donkere struweel recht onder de bomen, als een zoekplaatje.
Er is nog veel meer leven op deze schijnbaar verstilde ets: een tekenaar rechtsboven op een heuveltje, een kar vol mensen, een visser en zijn vrouw linksonder, boeren die hun vee hoeden, arbeiders die bezig zijn op het veld, paarden die grazen. Zo gezien zou dit een ‘paysage moralisé’ kunnen zijn, een ets die iets zegt over hoe het leven in elkaar zit. Rembrandt maakte de ets een jaar na de dood van Saskia in 1643. Volgens Jonathan Bikker zou deze ‘ode aan het leven’ voor Rembrandt ‘een louterende werking’ hebben gehad.
Weer een jaar later, in 1645, maakte Rembrandt een etsje van 12 bij 13 centimeter waarbij je je afvraagt of het maken ervan nog steeds iets te maken had met de toestand van zijn geest drie jaar na de dood van Saskia. Wat we zien is struikgewas aan de oever van een riviertje dat uitloopt in donker zwart gat, een hol of een grot. Wie goed kijkt onderscheidt in het zwarte gat de plecht van een roeiboot. Vandaar dat deze ets Boat-House wordt genoemd in Rembrandt as an Etcher, het boek van Christopher White. In de achttiende eeuw stond hij bekend als De grot. Op de tentoonstelling van alle Rembrandts heet hij weer anders. En er is nog iets vreemds aan deze ets van zo maar een donker hol. Voor de ‘deur’ van deze spelonk heeft Rembrandt een naambord geplaatst, voorzien van zijn naam en het jaartal 1645. Hier woont Rembrandt, dat is wat er staat. Er hangen rond Rembrandts schilderijen en tekeningen altijd de nodige niet opgeloste raadsels. Dit is er weer een van.
Rembrandt. Biografie van een rebel door Jonathan Bikker is uitgegeven door het Rijks Museum. Tentoonstelling tot 10 juni.
Rembrandt’s Social Network. Familie, vrienden en relaties door Epco Runia e.a. is uitgegeven W Books en Het Rembrandthuis. Tentoonstelling 19 mei.
Rembrandt en het Mauritshuis door Charlotte Rulkens is uitgegeven door Waanders. Tentoonstelling tot 15 september.
Rembrandt & Saskia, catalogus van de tentoonstelling in het Fries Museum Leeuwarden, is uitgegeven door W Books. Tentoonstelling tot 17 maart.




Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.