De wereld is oneerlijk, leerde hoogleraar Joyeeta Gupta net als ieder ander kind. Een dooddoener die ze tijdens dit interview meermalen herhaalt. Tegelijkertijd weet vrijwel niemand zo precies wat dat betekent als zij. Ze groeide op in India, vertelt ze aan een klein bureau op de Roeterseilandcampus van de Universiteit van Amsterdam, als dochter van een luchtmachtofficier. Er was weinig geld thuis, haar vader stuurde de helft van zijn loon naar familie in Tripura, een armlastige staat in het noordoosten van India. Ze kan zich van die tijd verder weinig herinneren.

Na een bachelor economie in Delhi studeerde ze rechten aan de Universiteit van Gujarat. Tijdens haar studie overleed haar vader. ‘Daardoor moest ik al jong voor mijn eigen inkomsten zorgen.’ Ze pitchte een verhalenreeks bij een Indiase krant en werd gevraagd elke week een consumentenrubriek in te leveren. Daarmee verdiende ze 300 roepies; grofweg 3,50 euro. Lang niet genoeg om de opleiding te volgen die ze eigenlijk wilde. ‘Mijn moeder wilde dat ik naar Harvard ging omdat ze gek was op de boeken over Perry Mason (een detectiveserie van schrijver Erle Stanley Gardner over een strafrechtadvocaat, red.). Ze zei altijd dat ik moest opkomen voor de mensen die slachtoffer waren geworden van het systeem. Mijn vader probeerde me er voor zijn dood met enige regelmaat van te overtuigen dat dat geen goede keuze zou zijn. Dus ik moest van hem eerst stage gaan lopen.

Tijdens die stage kwam ik terecht bij een ngo die onder meer werkte aan milieuvraagstukken. In 1984 was er een grote ramp bij Union Carbide in Bhopal, waarbij duizenden mensen omkwamen en meer dan een half miljoen mensen gewond raakten. Ik raakte nauw betrokken bij het incident omdat het kantoor waar ik stage liep wilde meewerken aan de acties tegen Union Carbide. Omdat ik die rubriek voor de krant schreef, mocht ik een verslag van de ramp maken.

De droom van mijn moeder om naar Harvard te gaan, werd intussen ook mijn droom, maar ik had nog altijd te weinig geld om de toelatingstoetsen en het inschrijfgeld voor Harvard te betalen. Dus ik schreef ze een brief waarin ik uitlegde dat ik geen geld had, maar ik heb wel het gevraagde essay geschreven. Ik weet nog dat zelfs die brief versturen me een groot deel van mijn salaris kostte. Gelukkig is die brief aangekomen in de Verenigde Staten en werd ik toegelaten. Niet lang daarna kreeg ik een Britse studiebeurs toegekend en ben ik naar Amerika vertrokken. Ik was toen 23.’

Joyeeta Gupta

Zo slinks

Van 1990 tot 1993 werkte Gupta als consultant voor het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Daarna begon ze haar academische carrière, op de Vrije Universiteit Amsterdam, waar ze in 2006 hoogleraar klimaatbeleid en -recht werd. In 2013 ging ze naar de Universiteit van Amsterdam voor haar huidige functie: hoogleraar milieu en ontwikkeling van het mondiale Zuiden.

Vrijwel al haar onderzoek heeft direct of indirect met verdelingsvraagstukken als gevolg van milieuvervuiling of klimaatverandering te maken. Terwijl het mondiale Noorden – met name Europa en Noord-Amerika – vooral verbijsterd naar de hittegolven op eigen grondgebied staren, is het mondiale Zuiden de frontlinie van de klimaatcrisis.

In mei van dit jaar, bijvoorbeeld, werden India en Pakistan getroffen door een hittegolf waaronder bijna een miljard mensen te lijden hadden. Tegelijkertijd was het in het noorden van Kenia al zo lang droog dat hongersnood later dit jaar onafwendbaar lijkt. In Bangladesh stond op datzelfde moment een kwart van het land onder water. Het zijn voorbeelden van hoe klimaatverandering het mondiale Zuiden teistert. Het Noorden kijkt angstig toe, zonder de handen daadwerkelijk uit de mouwen te steken. Die dynamiek fascineert Gupta mateloos.

‘Al vond ik klimaatverandering niet meteen interessant,’ vertelt ze. ‘Ik hield me tijdens mijn masterscriptie aan Harvard, eind jaren tachtig, vooral bezig met medicijnen die in eerstewereldlanden niet waren goedgekeurd en in ontwikkelingslanden toch werden verkocht. Farmaceuten wachten niet tot hun medicijn wordt afgekeurd in het noorden, maar trekken een aanvraag terug vlak voordat die wordt afgewezen. Vervolgens verkopen ze de medicatie in ontwikkelingslanden. Zo slinks. Ik kwam erachter dat dat gebeurde toen ik van India naar Amerika verhuisde voor mijn master aan Harvard; ik mocht mijn astmamedicatie niet invoeren omdat die was verboden in de Verenigde Staten. Toen dacht ik: shit, wat heb ik al die tijd ingenomen?’

Was u zich voor die tijd al bewust van de verschillen tussen het mondiale Noorden en Zuiden?

‘Absoluut, en ik ben geen uitzondering. Ook in de klimaatwetenschap werden die verschillen al van begin af aan waargenomen. Natuurwetenschappers zagen bijvoorbeeld al dat de uitstoot van broeikasgassen hoofdzakelijk in het Noorden plaatsvindt, maar de impact in het Zuiden. Het was toen al duidelijk dat Noord en Zuid tegenover elkaar zouden komen te staan en dat tot conflicten zou leiden, bijvoorbeeld over hoe de rechten om te mogen vervuilen zouden worden verdeeld. Dat gaat niet alleen over rijk of arm, maar ook over het verschil tussen stad en platteland, of tussen Polen en Nederland, dat kan op allerlei niveaus.

Ondertussen wil het Noorden niets liever dan oude technologie aan het Zuiden verkopen, en het Zuiden wil die graag kopen. Dat is helemaal geen goed idee.

Het idee was ooit om de uitstoot te verlagen in het Noorden en zo ruimte te maken om meer uit te stoten in het Zuiden: het Noorden zou minder fossiele brandstoffen gebruiken, het Zuiden iets meer, om het daarna te reduceren tot nul. Maar dat is nooit gebeurd. De Europese Unie heeft het geprobeerd, maar Canada en Amerika hebben tussen 1990 en 2020 geen bindende afspraken aangenomen om hun uitstoot te verminderen.

In het VN-Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 staan toezeggingen voor na 2020. In de ogen van het mondiale Zuiden heeft het mondiale Noorden in de tussentijd niets gedaan om de uitstoot te verlagen, waardoor het voelt alsof ze niet serieus worden genomen, of het Noorden het klimaatprobleem niet belangrijk vindt. Het Zuiden is daar heel boos over. In Europa hebben we bijna alle grondstoffen verbruikt. Het Noorden blijft ondertussen natuurlijke bronnen gebruiken, maar we willen niet dat ontwikkelingslanden dat doen. Terwijl zo’n 83 procent van de resterende fossiele brandstof zich momenteel in het mondiale Zuiden bevindt. Het Noorden investeert in die grondstoffen: ze bezitten het, zijn de baas over de infrastructuur, bepalen het distributieproces. Daardoor zijn heel veel van de fossiele brandstoffen in het mondiale Zuiden eigenlijk in handen van het Noorden.’

Wat vindt u daarvan?

‘Het is kortzichtig. Hoe kunnen de vijftien rijkste landen van het Noorden, waaronder Frankrijk, Duitsland en Nederland, zorgen dat ontwikkelingslanden hun grondstoffen niet gebruiken?

Het mondiale Noorden heeft er nooit over nagedacht dat we uiteindelijk niets kunnen forceren. De Europese Unie gaat nu bijvoorbeeld border tax adjustments invoeren, belasting op producten die met fossiele brandstof zijn gemaakt. Maar we hebben te maken met meer dan 150 andere landen, die hun producten wél aan elkaar kunnen blijven verkopen. Wat gaan we daaraan doen?

Het is onzinnig om te denken dat zo’n maatregel zin heeft. Het Noorden maakt daarmee een gigantische fout.

Ondertussen wil het Noorden niets liever dan oude technologie aan het Zuiden verkopen, en het Zuiden wil die graag kopen. Ze willen op ons lijken en oude technologie is goedkoop. Maar dat is helemaal geen goed idee, omdat het Zuiden juist níét hetzelfde moet zijn: niet iedereen moet een eigen auto willen rijden.

Ik was in 2000 in Beijing en daar kon je toen nog overal fietsen, dat deed ook iedereen, en er was een fantastisch metrostelsel. Nu is die stad overspoeld met auto’s, omdat dat is wat mensen willen, terwijl openbaar vervoer eigenlijk veel beter is als je nadenkt over de toekomst van de planeet.’

Probeer mensen daar maar eens van te overtuigen.

‘Dat lukt dus ook niet. Het is misschien een moeilijke boodschap, maar het Zuiden moet niet willen lijken op het Noorden, en in het Noorden moeten we niet streven naar nóg meer welvaart. We kunnen niet gelukkiger worden, Nederland is een van de gelukkigste landen ter wereld. We moeten het geluk wél beter verdelen.

Het draait meer om een hernieuwde verdeling van welzijn of geluk dan om meer welvaart. De Indiase president was laatst in Nederland ter gelegenheid van het 75-jarige jubileum van de Nederlands-Indiase samenwerking. Hij zei toen dat India economisch wil groeien. Dat kan alleen als we de natuurlijke bronnen opnieuw verdelen en onze definitie van welvaart veranderen.’

Hoe doen we dat op een eerlijke manier?

‘Ik weet niet of dat mogelijk is. Er is al discussie over wat het eindpunt moet zijn, hoe de wereld eruit zou moeten zien, daar zijn we het niet over eens. Daar zullen we dus eerst voor moeten zorgen: consensus over hoe de maatschappij eruit zou moeten zien. Als het Noorden morgen bepaalt dat we niet meer handelen in fossiele brandstoffen vanwege de vervuiling, dan kunnen we ook onze universiteit of gezondheidszorg niet meer betalen. Zo verweven is de fossiele industrie met onze welvaart. Er moet dus eerst goed worden nagedacht over waar we eigenlijk naartoe willen voordat we kunnen denken over hoe we de wereld eerlijker kunnen maken. Maar we komen tijd tekort.’

Kunnen we het klimaatprobleem dan wel oplossen?

‘Laat ik beginnen met een hoopvolle anekdote. De titel van mijn proefschrift uit 1996 was From Conflict to Consensus? Er was een Klimaatverdrag getekend (in 1992 werd tijdens de Earth Summit in Rio de Janeiro een VN-verdrag ondertekend met als doel de uitstoot van broeikasgassen te reduceren, red.).

Voorafgaand aan mijn onderzoek dacht ik daarom: fantastisch, er is consensus. Maar tijdens mijn onderzoek hoorde ik dat iedereen wel wat aan te merken had op de inhoud van het verdrag. Dat maakte me wanhopig. Toen ik dat tijdens een etentje ter gelegenheid van de verdediging van mijn PhD vertelde aan een hoogleraar uit Bangladesh, vertelde die dat hij altijd had gedacht dat de Engelsen Bangladesh nooit zouden verlaten. Op een dag werd hij wakker en waren ze ineens verdwenen. Zijn wereld veranderde in één nacht, zo snel ging het in zijn waarneming. Soms is er niet meer nodig dan een gelukkige samenloop van omstandigheden om een grote verandering teweeg te brengen.

Tijdens Covid hebben we ook gezien dat het leven in een dag kan veranderen. Er kon veel meer hybride worden gewerkt dan we dachten. Tegelijkertijd zie je door de oorlog in Oekraïne nu hoe slecht Europa voorbereid was, de energieafhankelijkheid speelt ons parten. Ook Nederland had geen plan liggen om snel van het gas af te kunnen. Angstaanjagend. Maar ik wil geloven dat een gunstige samenloop van omstandigheden kan leiden tot de schok die nodig is voor verandering.’

Tijdens Covid had de Nederlandse overheid ervoor kunnen kiezen om bijvoorbeeld KLM niet te redden, maar dat hebben ze wél gedaan. Waarom, denkt u?

‘Omdat Nederland biljoenen dollars heeft geïnvesteerd in fossiele brandstoffen. We zijn zo afhankelijk van die sector, we weten niet eens precies hóé afhankelijk we zijn. Daarom kunnen we ook niet in één keer zonder die vervuilende industrie. Stapsgewijs zou het moeten lukken, al hebben we dan wel een revolutie nodig. Zonder revolutie zie ik het niet gebeuren, zie ik het mondiale Noorden niet stoppen met fossiele brandstoffen. De klimaatprotesten vind ik daarom hartstikke goed en belangrijk. We hoeven niet 80 procent van de bevolking te mobiliseren voor een revolutie: als we protesteren, is de Tweede Kamer daar gevoelig voor.

En dan zijn er nog de bedrijven. Die zeggen dat ze CO2-neutraal willen zijn, wat betekent dat ze blijven uitstoten en die uitstoot willen compenseren door, bijvoorbeeld, bomen te planten. Maar dat gebeurt vaak niet in het mondiale Noorden, omdat daar alles is volgebouwd, dus doen ze dat in het Zuiden. Dat gaat ten koste van land en water in het Zuiden, waar bedrijven land en water kopen om te compenseren.’

Hernieuwd kolonialisme.

‘Ja, precies. Momenteel zie ik een trend ontstaan: rijke landen die hun rechten verkopen aan het Zuiden, maar dan laten we ze eigenlijk zitten met hot potatoes, want op den duur zijn die aandelen niets meer waard omdat de moraliteit bepaalt dat we de grondstoffen niet meer mogen gebruiken. Vervolgens lenen we miljarden aan het Zuiden, geld dat nodig is om het land overeind te houden, tegen hoge rente. Dat willen die landen ook, alleen beseffen ze niet dat ze die lening nooit kunnen terugbetalen. Wij hebben te veel geld, zij hebben te weinig, wij investeren in middelen waardoor zij afhankelijk blijven. Kortom: nu het mondiale Noorden rijk is, maken we dat het Zuiden onmogelijk.

In mijn onderzoek wijs ik daar ook op. Het Zuiden heeft miljarden nodig voor infrastructuur. Bedrijven in het mondiale Noorden lenen hen geld. Dat willen die bedrijven het liefst: lenen aan de armste landen, omdat die de hoogste rente moeten betalen vanwege het risico. Die landen wíllen dat ook, ze vragen zelf om meer investeringen, maar wat ze écht nodig hebben is schenkingen. Want kunnen de landen in het Zuiden het geld terugbetalen? Nooit. Die bedrijven zouden nooit een arm persoon twintigduizend euro lenen als ze weten dat die het nooit kan terugbetalen, dat is een slechte leenstrategie. Maar internationaal zien we dat ineens anders.’