Dit verhaal is dankzij Blendle ook te beluisteren.
‘Ik erger me dood aan die landbouw. Het levert veel vervuiling en weinig banen op.’ Peter Boelhouwer windt er geen doekjes om. Hij is hoogleraar Housing systems aan de TU Delft en buigt zich over het ruimtevraagstuk. ‘In principe hebben we genoeg grond om ons woningtekort op te lossen. Nu gebruiken we ongeveer acht procent van onze grond voor woningen. Daar kunnen we makkelijk negen procent van maken.’
‘Meer dan de helft van onze grond gebruiken we voor landbouw, terwijl we daar maar zes procent van ons Bruto Nationaal Product mee verdienen (1,4 procent met landbouw zelf, en 4 procent wanneer ook de toeleveringsindustrie wordt meegenomen, TdJ). En het is ook niet voor ons eigen voedsel, want het overgrote deel van de opbrengst exporteren we en wordt gebruikt als veevoer. We zijn het tweede exportland van de wereld, waar slaat dat op in een klein land als Nederland? Waarom moeten we hier varkensvlees voor China produceren?’
STAD VAN DE TOEKOMST
Hoe ziet de stad van de toekomst eruit? Meer dan 12 miljoen mensen wonen in Nederland in de stad, en dat worden er alleen maar meer. De stad is een plek waar we wonen, leven en samenleven. Maar ook een plek waar veel van onze maatschappelijke problemen samenkomen. Welke pijn staat de stedelingen te wachten? En: is er een vergezicht waar we ons aan vast kunnen houden? Journalist Tim de Jong onderzoekt de komende maanden hoe de stad verandert en wat ons te doen staat.
Het zit Boelhouwer hoog. Volgens hem moeten we Nederland compleet opnieuw inrichten, waarbij we belangen als de wooncrisis, landbouw, energietransitie, klimaatadaptatie en leefbaarheid naast elkaar gaan afwegen. Al deze opgaven vragen immers om ruimte. Een miljoen nieuwe woningen, duizenden windmolens, meer groen in de stad, lokale en kleinschalige vormen van landbouw en dan ook nog ruimte overhouden voor fijne, leefbare steden.
Dat vraagt om nationale regie. Boelhouwer: ‘Juist omdat voor álles ruimte nodig is, lossen we de problemen niet op als we ze los van elkaar blijven benaderen. Veel Nederlanders hebben liever een woning en natuur dan een hek met koeien of een datacentrum. Ik vind het ongelofelijk dat de gemeenteraad van Zeewolde kan besluiten dat daar een datacentrum komt, in plaats van woningen, natuur of hernieuwbare energie. Zo’n keuze overstijgt zo veel grotere belangen. Als je dat lokaal kan beslissen, krijg je een bananenrepubliek.’
Volgens Boelhouwer hebben we genoeg ruimte in Nederland, maar moeten we gedurfde en slimme keuzes maken. Op nationale schaal. Zoals we het nu hebben ingericht, moeten die keuzes door de politiek gemaakt worden. En juist daar schuilt het gevaar. Want is de besluitvorming daar wel op ingericht?
Vast op het gebaande pad
Een woonwijk met voedselbos er omheen. Of recreatiegebieden met veel biodiversiteit. Dat soort vormen van meervoudig ruimtegebruik, zijn zowel volgens Boelhouwer als het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een belangrijk deel van de oplossing. Het bespaart ruimte en de combinaties geven ook andere voordelen. Wonen in de buurt van natuur zorgt bijvoorbeeld voor meer geluk, ontspanning en verkoeling, en maakt steden beter bestendig tegen het klimaat.
Het enige probleem is dat precies voor dat soort oplossingen, de politiek niet goed is ingericht. Annelli Janssen is transitiewetenschapper bij DRIFT (een onderzoeksinstituut gelieerd aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit). Ze ziet het bij alle grote vraagstukken van dit moment: ‘De politieke dynamiek is in de waan van de dag urgente problemen oplossen. Waarbij één minister verantwoordelijk is voor één deelopgave.’
Die dynamiek werkt volgens haar padafhankelijkheid in de hand. Doordat we bepaalde keuzes maken, creëren we een pad waar we afhankelijk van worden. Vervolgens is het moeilijk om daarvan af te wijken. Snelwegen zijn hier een bekend voorbeeld van. We hebben decennialang geprobeerd om files op te lossen door meer snelwegen aan te leggen. Zodra de files verminderden, werd de auto weer aantrekkelijker, waardoor er weer meer auto’s en daarmee ook nieuwe files ontstonden. Ondertussen hebben mensen geïnvesteerd in een auto, zijn er parkeerplekken aangelegd en zijn er bedrijven (tankstations, garages, etcetera) economisch afhankelijk geworden van de auto. Door dit soort padafhankelijkheden, kunnen betere alternatieven moeilijker of zelfs onmogelijk worden.
Backcasting
Het is een dynamiek waar we uit moeten zien te breken, als we het ruimtevraagstuk op willen lossen. Maar hoe? Volgens Janssen moeten we dan verder vooruitkijken dan we nu doen. Backcasten in plaats van forecasten.
Janssen: ‘Nu denken we vanuit bestaande problemen. We hebben een stikstofcrisis en moeten die oplossen. Bij backcasting kijk je tien, twintig of dertig jaar vooruit. Waar wil je dan staan? Hoe wil je dat steden en de ruimte daaromheen er dan uitzien? Waar besteden we onze ruimte aan? Vanuit zo’n toekomstvisie redeneer je stap voor stap terug. Dat klinkt misschien logisch, maar we doen het in de praktijk amper.’
‘Nu wordt er veel geld en tijd in een grote reorganisatie gepompt, worden er allerlei partijen bij elkaar gebracht, maar komen we niet tot slimme oplossingen, waar we decennia mee vooruit kunnen.’
Een concreet voorbeeld van hoe we het nu doen is het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het wordt de grootste ruimtelijke reorganisatie in decennia genoemd. De Rijksoverheid stelt 24,3 miljard euro beschikbaar aan de provincies om een nieuw gebiedsprogramma te maken. Het doel is tot stikstofmaatregelen te komen, waarbij ook wordt gekeken naar de natuur, bodem, water en het klimaat.
Volgens Janssen is het een gemiste kans. ‘Eigenlijk ligt vooral het stikstofprobleem op tafel. Op die manier zal het meeste geld gebruikt worden om boeren uit te kopen, waarbij landbouw overgaat in natuur. Dat gaat voor enorme verschuivingen in de ruimtelijke ordening zorgen, en het is zonde om wonen en mobiliteit daarbij niet mee te nemen. Nu wordt er veel geld en tijd in een grote reorganisatie gepompt, worden er allerlei partijen bij elkaar gebracht, maar komen we niet tot slimme oplossingen, waar we decennia mee vooruit kunnen.’
Losbreken van onhoudbare systemen
Dat het ondanks alle hobbels en politieke dynamiek wel mogelijk is om onze ruimte slim te benutten, laat de gemeente Katwijk zien. Daar ligt nu een verhoogde dijk, waardoor de Zuid-Hollandse kustplaats beter beschermd is tegen de zee. Onder deze nieuwe dijk ligt een garage met 550 parkeerplekken. Deze constructie is bedekt met duinlandschap, waarmee de biodiversiteit is verhoogd en het uitzicht vanaf de boulevard in stand is gebleven.
Het is een lust voor het oog. Als we uit de gebaande paden weten te breken, kunnen we volgens Janssen tot veel meer van dit soort oplossingen komen. Steden waar winkels worden gecombineerd met groen en ontmoetingsplekken, zoals bij het dakpark in Rotterdam. Of speelplekken die bij extreem weer fungeren als waterberging.
‘Als we al toekomstbeelden maken, dan is dat vaak met de gevestigde orde, die zich vastklampt aan onhoudbare systemen.’
Janssen sluit af met een laatste voordeel van backcasting. ‘Als je een toekomstvisie ontwikkelt, kan je daarover nadenken met de partijen die een rol spelen in die toekomst. Bijvoorbeeld innovatieve boeren. Door blind te staren op de waan van de dag, praten we nu vooral met partijen als de Rabobank en boeren die belang hebben bij het huidige pad. Als we al toekomstbeelden maken, dan is dat vaak met de gevestigde orde, die zich vastklampt aan onhoudbare systemen. Met nieuwe belanghebbenden heb je de kans om daarvan los te breken.’
Ze hoopt dat het Nationaal Programma Landelijk Gebied toch nog wordt aangegrepen om een volledig nieuw ontwerp van Nederland te maken. Een indeling waarbij we kijken hoe we met elkaar willen wonen en leven. Op het platteland, maar ook in de stad. Waarbij we met nieuwe belanghebbenden kijken hoe we onze schaarse ruimte het slimst kunnen benutten. De nieuwe ruimtelijke indeling, waar Boelhouwer ook voor pleit.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.