Op het kantoor van Maria Westerbos staat een doorzichtige cilinder gevuld met stukjes vervaald plastic. Westerbos gaat ernaast staan en licht van een afstandje het deksel op. ‘Moet je ruiken,’ spoort ze aan. ‘Dit komt allemaal van het strand in Curaçao. En als je hebt geroken moet je héél snel wegwezen. Ruik maar!’ In de paar tellen dat het deksel eraf is, dringt zich een overweldigende geur op. Intens chemisch en braaksel-achtig – hoe het misschien zou ruiken als iemand ziek was geworden in de Action. Puur gif, zegt Westerbos. ‘Dit plastic heeft in de oceaan gelegen en is compleet geërodeerd.’ Net als de stukken plastic van een strand in Hawaii die ze zojuist liet zien, waar vissen zichtbaar van hadden gegeten. ‘Nu moet ik zo mijn handen wassen,’ zei ze toen al – iets wat ze deze ochtend meermaals zal doen.
De cilinder staat naast een houten ‘kast vol verhalen’: consumentenproducten die de wereld vervuilen, zoals een goedkope ballonnenopblazer van Dirk van den Broek; flessen donker water uit de haven van Antwerpen, met handenvol kleine drijvende plastic bolletjes erin; objecten die ze met haar collega’s hier naast het kantoor uit het IJ heeft gevist; plastic van de containerramp bij Terschelling; versmolten draden, ook van het strand in Hawaii. ‘En nu moet ik wel mijn handen wassen, want nu is het echt vies,’ zegt Westerbos en ze loopt weg. Dat krijg je, als je je al bijna twaalf jaar met plastic bezighoudt. Westerbos is directeur van de door haarzelf opgerichte Plastic Soup Foundation, die zich inzet om de huidige plasticstroom een halt toe te roepen. Via juridische weg, en door middel van pr en informatieoverdracht.
Ongelijkheid
De 62-jarige voormalige televisiemaakster heeft iets onvermoeibaars. Ze heeft een grote mond, durft ruimte in te nemen, en is daarmee waarschijnlijk precies wat het plasticprobleem nodig heeft. Westerbos weet van de hoed en de rand. Dat maakt al dat handenwassen enigszins verontrustend. We leven namelijk met plastic, en velen van ons – Westerbos schat 20 procent – leven ook in de wetenschap dát we met te veel plastic leven. De urgentie van het probleem is daardoor misschien niet meer zo voelbaar. Maar die urgentie is enorm, Westerbos kan het niet vaak genoeg zeggen: ‘Het is niet vijf voor twaalf, maar één voor twaalf.’
Bovendien schuilt er grote ongelijkheid achter de plastickwestie. Bijvoorbeeld tussen organisaties zoals die van Westerbos en de enorm krachtige lobby’s van de industrie. Daarnaast zijn mensen met een kleine portemonnee vaker aangewezen op plastic producten, die niet alleen vervuilen, maar ook de gezondheid kunnen beschadigen.
Ondertussen wordt onze aardbol in hoog tempo vernietigd voor de duizelingwekkende winsten van de één procent. Neem bijvoorbeeld de Britse miljardair Jim Ratcliffe, oprichter en eigenaar van chemiebedrijf Ineos. Ratcliffe is een van de rijkste mensen ter wereld en de allerrijkste man van Engeland, aldus een ranglijst van The Sunday Times in 2018. Aanvankelijk stond hij op de achttiende plaats, maar nadat hij had geklaagd bij de hoofdredacteur en de privérekeningen van Ineos had overlegd, werd zijn geschatte vermogen verhoogd van 15,3 naar 21 miljard pond. In 2019, nog geen jaar nadat hij door zijn koningin werd geridderd, verhuisde hij naar Monaco om over dat vermogen geen belasting te hoeven betalen.
‘Zelfs de omgevingsdienst schrok ervan. Die had nooit gedacht dat dit ernstig was. Van die kleine korreltjes, die zie je een beetje liggen, daar denk je niet over na.’
De fabrieken waarmee de statusgevoelige miljardair zijn vermogen vergaart, zijn sterk vervuilend. Ineos is zojuist begonnen aan de bouw van een zogeheten ethaankraker in de haven van Antwerpen. Daarmee kan ethyleen worden gemaakt, een grondstof voor plastic. De productieketen is van begin tot eind problematisch, vertelt Westerbos. Eerst wordt ergens in Amerika schaliegas gewonnen. Daarbij wordt het gesteente gebroken, waardoor de grond net als in Groningen in elkaar zakt. Dan wordt het gas naar Nederland gebracht met heel grote tankers, zoals Westerbos ze hier vanuit haar kantoor ook weleens voorbij ziet varen op het IJ, met kreten als ‘Oil for a better future’: ‘De olie-industrie kan heel goed doen alsof ze groen is.’
Als die ethaankraker dan met alle giftige uitstoot van dien zijn ding doet, voorziet hij tweehonderd fabrieken in de omgeving van grondstof voor plastic en plastic producten – dingen die nooit meer vergaan. Die kleine bolletjes in die fles donker Antwerps water in Westerbos’ kast, dat zijn nurdles (ook wel pellets genoemd), die tot elk denkbaar plastic product kunnen worden gemaakt. De Zeeuwse kust ligt er ook vol mee, een groot deel ervan blijkt helemaal uit Engeland te zijn overgedreven. De producten die ervan gemaakt worden, gebruiken we vaak maar één keer, daarna gooien we ze weg – of de Belgen gooien ze weg, het effect is hetzelfde. ‘België heeft allerlei afvalverbrandingsinstallaties gebouwd langs de grens met Nederland,’ zegt Westerbos. ‘Vorig jaar nog kwam het schandaal met 3M naar buiten, dat PFAS heeft geloosd in de Westerschelde. Die is zo erg vergiftigd dat je nog maar één keer per jaar één visje veilig uit de Westerschelde zou kunnen eten. Het komt vanuit Antwerpen allemaal ook onze kant op.’
De Plastic Soup Foundation wil die ethaankraker dus tegenhouden. Daarvoor bewandelen ze de juridische weg, met advocaten die ze betalen met gedoneerd geld. De zeshonderd burgers uit de omgeving van de fabriek die bezwaar aantekenden, kregen van de Vlaamse overheid geen gelijk, maar volgens Westerbos is de fabriek vanuit Nederland ook goed aan te vechten omdat Nederland evengoed onder de vervuiling lijdt. Daarbij helpt het dat de Foundation de afgelopen jaren een zogenaamd ‘nurdle-dossier’ heeft opgebouwd, dat aantoont dat de vervuiling al veel te groot is om er nog een vervuiler bij te laten komen. ‘We hebben overal gemeten hoeveel van die korreltjes er liggen. We begonnen in de haven van Rotterdam. We hebben een WOB-verzoek ingediend en zijn zelf gaan meten, om het terrein heen en wat er richting het Maas-Waalkanaal ging. Toen hebben we DCMR, de milieudienst Rijnmond, om handhaving gevraagd bij Ducor Petrochemicals.’
Daarin wordt het bedrijf aangespoord zijn rotzooi op te ruimen. Gebeurt dat dan ook?
‘Dat moet wel, zelfs de omgevingsdienst schrok ervan. Die had nooit gedacht dat dit ernstig was. Van die kleine korreltjes, die zie je een beetje liggen, daar denk je niet over na. In de haven van Rotterdam is de vervuiling al decennialang gaande, dus kun je ook bijna niet meer achterhalen waar ze vandaan komen. Ducor produceert een bepaald soort plastic, dus dat konden we aanwijzen. Maar in de lagen eronder ligt nog veel meer plastic waarvan we de precieze herkomst niet weten.’
Schrikken de bedrijven zelf ook van de rotzooi die ze maken?
‘Nee, maar wel van het feit dat ze betrapt zijn.’
Want ze weten het wel?
‘Ze weten het wel.’
Hoe zijn we hier gekomen, in dit nurdle-bad?
‘Dat ligt aan een industrie die al veel langer weet wat er aan de hand is. Wetenschappers waarschuwden begin jaren zeventig al voor het plastic en de nurdles die ze op stranden vonden.’
‘Vroeger werd plastic gezien als een wereldmateriaal. Je kan het allemaal weggooien, je hoeft het niet af te wassen.’
Westerbos googelt een artikel uit een nummer van Life uit 1955. Throwaway Living, staat er onder een foto van een gezin dat jubelend allerlei serviesgoed en bestek de lucht in gooit. ‘Disposable items cut down household chores.’
‘Vroeger werd plastic gezien als een wereldmateriaal. Je kan het allemaal weggooien, je hoeft het niet af te wassen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de industrie ruim baan, we moesten samen het land, de wereld weer opbouwen. Dat is uit de hand gelopen, het gaat nu alleen nog maar om winst maken en de aarde uitputten, en die industrieën laten zich niet stoppen. Ze hebben zoveel invloed op overheden, kijk naar die Ineos-fabriek, waaraan toch gewoon een vergunning wordt verstrekt. Ondertussen gaan mensen voor de lol naar de Action en de Primark om hun consumptiedrang te stillen en met tassen vol naar buiten te komen. Ik speelde zelf als kind met houten steps en leren voetballen, niks met plastic. Ik herinner me dat mijn vader op een dag, hij werkte toen bij DSM, met grote plastic emmers en bakken thuiskwam. Van die hele grote rode tobbes die decennia later nog in de oceaan werden gevonden. Onverwoestbaar plastic.’

Allemaal gifstoffen
Het zou nog lang duren voordat Westerbos daar het probleem van zou inzien. Na de middelbare school ging ze eerst journalistiek studeren. Ze stapte over naar sociale wetenschappen en ging als wetenschapsjournalist werken aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna wachtte een carrière in de televisiewereld, die eindigde met een eigen bedrijfje. Voor het laatste programma dat ze daarmee maakte, vroeg ze een journalist te onderzoeken welke oplossingen er waren voor de grote problemen van deze tijd. ‘Hij kwam terug met allemaal oplossingen: extra sterke luchtturbines waar vliegtuigen omheen kunnen, manieren om zout water zoet te maken en de hele wereld eten te geven. Maar er waren twee problemen waar hij geen oplossing voor kon vinden: de bijen en de plasticsoep. Dat was in 2008, ik had nog nooit van plasticsoep gehoord.’
Ze dacht terug aan die grote ronde tobbes waarmee haar vader ooit was thuisgekomen, en zag de hele plastictijdlijn voor zich, de stapel die steeds groter was geworden. ‘En al die tijd heb ik me nooit afgevraagd waar al dat plastic was gebleven. Toen de journalist me vertelde dat plastic niet vergaat en bovendien allemaal gifstoffen in zich draagt en dat dat dus allemaal op die oceaan drijft, toen dacht ik: dat kan niet. Dat kán niet.’
Haar bedrijf ging failliet en Westerbos ging op wereldreis, waarbij ze in Los Angeles ook Charles Moore bezocht, de oceanograaf die in de jaren negentig de Great Pacific Garbage Patch ontdekte en als eerste de enorme plasticvervuiling van de oceanen onder de aandacht bracht. Op zijn aanmoediging keerde ze terug naar Nederland om de Plastic Soup Foundation op te zetten.
De Foundation heeft een andere aanpak dan die van Boyan Slat, die wereldberoemd werd met The Ocean Cleanup.
‘Ik zeg altijd tegen Boyan: wat jij opruimt, dat houd ik tegen aan de bron. Wij draaien de kraan dicht, hij dweilt het op. Ik heb veel respect voor Boyan en denk dat hij op de rivieren verschil kan maken met zijn interceptor. Maar in opruimen op de volle oceaan geloof ik niet.’
Waarom niet?
‘Plastic zit in de hele waterkolom; wat je ziet drijven, is maar één procent. Het ligt op de bodem, in de diepste delen van de oceaan, een bed van plastic.’
‘Er bestaan al 150.000 soorten plastic. Die worden allemaal geregistreerd en elke keer zit er een andere samenstelling van chemische additieven in, waardoor al die plastics ook niet meer samen te recyclen zijn.’
Vreest u ook dat het idee van opdweilen maakt dat we de kraan makkelijker open laten staan?
‘Zeker! Zo heeft de plasticindustrie dat ook heel slim geframed. In de jaren zestig en zeventig is al bedacht dat als deze goudmijn een keer als een boomerang terug zou komen, ze het over recycling zouden gaan hebben.’
Ik hoorde u eens zeggen dat nog geen negen procent van al het plastic wordt gerecycled. Een frustrerende gedachte voor wie netjes zijn plasticafval scheidt.
‘Er bestaan al 150.000 soorten plastic. Die worden allemaal geregistreerd en elke keer zit er een andere samenstelling van chemische additieven in, waardoor al die plastics ook niet meer samen te recyclen zijn. Daardoor zit plasticreductie soms ook de recycling in de weg. Zo heeft Albert Heijn nu folietjes op bakjes gedaan in plaats van dekseltjes, om plastic te besparen. Maar dat folietje is een ander plasticje dan het bakje, en daardoor zijn ze allebei niet meer te recyclen.’
Dus we hoeven niet al te blij te zijn met die reductie?
‘Albert Heijn is een echte plasticvreter. De stappen die zij zetten, gaan alleen om gewicht. We hebben met de Foundation eens geteld hoeveel van hun producten in plastic zijn verpakt, en we kwamen uit op 80 procent. Dan zeggen ze: het is transparant en hygiënisch, je kunt er doorheen kijken en voedsel blijft langer vers. Maar wat het oplevert, is dat een doos komkommers langer kan worden bewaard en pas in de winkel wordt gelegd als ze duurder zijn. We moeten ook eens stoppen te zeggen dat het zo hygiënisch is. Het is een plasje olie! Je biologische komkommer zit in een plasje olie verpakt.’
De Foundation ontwikkelde de Beat the Microbead-app, waarmee je makkelijk kan zien of er plastic in cosmeticaproducten zit. Daarmee zetten jullie in 2012 samen met andere ngo’s Unilever onder druk om microbeads – kleine plastickorreltjes – uit hun producten te halen. Heeft Unilever dat ook gedaan?
‘Ja, ze hebben de microplastics uitgefaseerd, alleen nu gebruiken ze micro- en nanoplastics, met nog kleinere deeltjes. Dus hebben wij die app verder ontwikkeld. Nu kan hij meer dan vijfhonderd soorten plastic lezen.’
Een kat-en-muisspel. Wordt u nooit moedeloos?
‘Nooit. Want elke keer winnen we iets, als bijvoorbeeld zo’n Ducor zijn gedrag moet gaan verbeteren. Zolang we resultaat blijven boeken, blijft het te doen.’
Een paar dagen voor dit interview zette u een filmpje op Twitter waarin een meisje steeds als ze door een zelfgeknutselde koker kijkt, ziet waar allemaal plastic in zit. Het is werkelijk overal: in het voedsel van mensen en dieren, in plantjes en (in overstelpende mate) op het strand.
‘En in kinderen.’
Heeft het nog nut rondslingerend plastic op te ruimen?
‘Ik raap zelf liever geen plastic meer op van straat. Covid hecht aan plastic, het kan er drie dagen overleven. Plastic kun je dus beter even niet met je blote handen aanraken, of daarna heel hard je handen wassen in de hoop dat het eraf gaat.’
‘Say no to single use plastic’ staat er aan het eind van het filmpje. Ik vind het lastig dat de verantwoordelijkheid steeds bij de consument wordt gelegd. Zelfs als redelijk bewuste consument ben ik een wandelende plasticramp.
‘Je kan niet om plastic heen, dat is onmogelijk. Ik koop mijn groenten graag onverpakt op de markt. Maar als er geen markt is, ga ik ook naar de supermarkt. Dan probeer ik Marqt of EkoPlaza, waar minder plastic wordt gebruikt. Maar de meeste mensen kunnen dat niet betalen.’
‘Zet geen plastic in de magnetron, kook niks in plastic, drink niet uit plastic flesjes en maak je omgeving plasticvrij.’
Plastic is eigenlijk altijd de meest betaalbare optie. Waarom is plastic zo goedkoop?
‘Omdat het maakproces zo goedkoop is. Het is heel makkelijk om plastic te maken uit olie. We produceren zo’n vierhonderd miljard kilo plastic per jaar op de wereld, en daarvoor hebben we slechts 8 procent van de gehele olieproductie nodig. Het kost bijna helemaal niks. Als je het van gas maakt ongeveer een dubbeltje de kilo.’
Moet dat dan niet heel hard belast worden?
‘Als je alleen al een euro op duizend kilo zou belasten, of 2 euro of 5 euro op duizend kilo. Moet je eens kijken hoeveel je dan hebt op 400 miljard kilo. Al die nullen, moet je eens kijken hoeveel geld je zou hebben om stranden op te ruimen en een recyclingindustrie in het leven te roepen die wél functioneert.’
Het probleem lijkt ook dat mensen wel plastic móéten kopen.
‘Het is een pushmarkt.’
Het meest nog voor wie weinig geld heeft.
‘Mensen met een laag inkomen kunnen geen houten speelgoed kopen. Het verschil moet altijd in eerste instantie komen van hoogopgeleide mensen, en met name vrouwen. Vrouwen zorgen voor hun kinderen, dus die veranderen de wereld. Helemaal aan het begin van de Plastic Soup Foundation ging ik op braderieën staan om mijn verhaal te doen. Iedereen die bij mijn stand langskwam, was vrouw.’
Jullie leggen er sinds een paar jaar ook sterk de nadruk op dat plastic niet alleen slecht is voor de gezondheid van rivieren en zeeën, maar ook voor die van mensen.
‘DDT, asbest, het gat in de ozonlaag – we kunnen alles keren zodra het onze eigen gezondheid raakt. Het kan weinig mensen schelen dat een vis ergens aan doodgaat, en wat in de oceaan dobbert is te ver van hun bed. Maar als het hun eigen kinderen en hun eigen gezondheid betreft, dán zijn ze er gevoelig voor. En plastic lijkt in sommige opzichten ook op asbest. Net als asbest adem je plastic in en legt het laagjes in je longen. Wat mij ongelofelijk irriteert en boos maakt, is dat we al heel lang weten dat al die additieven die in plastic zitten om het hard, zacht of rekbaar te maken, dat die ons ziek maken. En iedereen negeert het. De industrie negeert het, overheden negeren het, het wordt niet verboden. De lobby is te sterk.’
En de regelgeving te traag?
‘En de regelgeving niet. Niet!’
In hoeverre lijkt de plasticindustrie op zoiets als de tabaksindustrie?
‘De plasticindustrie gebruikt exact dezelfde marketingtechnieken. Ze framen plastic als gezond en veilig, ook al zit er covid op, ziekten, bacteriën. Cholera kan van India naar Nederland reizen door zich te nestelen op plastic. Plastic trekt chemicaliën als DDT aan en stoot ze weer uit, het wordt een steeds grotere gifbom. Het zit in je hersenen, in je bloed, in je borstmelk, in je baarmoeder.’
Dus iemand als Ratcliffe verdient en wij betalen met onze gezondheid. En vrouwen moeten het oplossen?
‘Nee, híj moet gestopt worden. Maar ook Amazon die alles in plastic verpakt, de kledingindustrie die onze kleding voor 69 procent van plastic maakt en op zo’n manier dat we het na zes wasbeurten moeten weggooien. Dat ademen we ook in, die kleine vezeltjes. Daar worden we ziek van, dat durf ik wel te zeggen. Wetenschappers nog niet, die zeggen: we weten het bíjna zeker, Maria. Zelf wijs ik nog geen specifieke bedrijven aan. Ik vermoed dat we dat over twee, drie jaar wel kunnen gaan doen, en dat we dan ook kunnen onderbouwen dat er sprake is van ecocide.’
En dan?
‘Dan kan ik aangifte gaan doen.’
En tot die tijd?
‘Op je eigen gezondheid letten. Zet geen plastic in de magnetron, kook niks in plastic, drink niet uit plastic flesjes en maak je omgeving plasticvrij. Geen pvc-vloeren, geen plastic tapijten, doe het nou allemaal niet. En denk terug aan je oma en overgrootmoeder. Mijn oma had gietijzeren pannen, glazen flesjes.’ Ze wijst naar een potje met een witte vloeibare substantie op haar bureau, het lijkt op geschifte yoghurt. ‘Dit is zelfgemaakte plasticvrije deodorant van een van mijn collega’s, dat schijnt goed te werken.’
U heeft het zelf nog niet uitgeprobeerd?
Ze schudt het potje, de substantie klotst. ‘Nee, ik ben… ik weet dat allemaal nooit zo. Dit vind ik allemaal zo ingewikkeld. Een soort melk die je dan onder je oksels moet smeren.’ Ze lacht.
We hebben nog een lange weg te gaan, om één voor twaalf.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.