Pieter Omtzigt had zijn vertrek uit de formatiegesprekken nog niet aangekondigd, of het zwarte pieten begon al. De drie overgebleven onderhandelaars, die daags tevoren nog in koor hadden geroepen dat ze er alle vertrouwen in hadden dat ze er samen uit gingen komen – gevolgd door doodse stilte van Omtzigt, riepen plots in koor ‘verbijsterd’ te zijn door de onverwachte wending. Onder aanvoering van de Telegraaf kreeg Omtzigt er in de media flink van langs vanwege zijn ‘kamikaze-actie’.

Het hagelde verwijten: uit ‘koudwatervrees’ zou hij op het laatste moment het hazenpad hebben gekozen, en daarmee willens en wetens de kans op een rechts meerderheidskabinet de grond in hebben geboord. Omtzigts argument dat er nieuwe financiële informatie boven water was gekomen die de gesprekken op losse schroeven had gezet, zou niets meer zijn dan een slap excuus om de plaat te poetsen: ‘Kiezersbedrog!’ – alsof alleen een rechts meerderheidskabinet recht zou doen aan de verkiezingsuitslag.

Toen Omtzigt na zijn toelichting in de talkshow van Humberto doodmoe naar Enschede vertrokken was, deed Geert Wilders er nog een schepje bovenop door voor de camera flemerig te verklaren dat hij hoopte dat Omtzigt ‘snel beter’ zou worden, alsof de NSC-leider weer in een burn-out was weggezakt: volgens NSC-bronnen een schandalige suggestie die grensde aan karaktermoord.

De wijze waarop Omtzigt uit de formatie stapte verdient inderdaad geen schoonheidsprijs. In plaats van de media in te schakelen, een appje te sturen aan de informateur en vervolgens aan te schuiven in een talkshow, had hij zijn besluit netjes kenbaar kunnen maken tijdens een gesprek met Plasterk en de andere onderhandelaars.

wel levensvatbaar

Maar wie goed had opgelet, had deze stap van Omtzigt al weken kunnen zien aankomen. Nadat de NSC-oprichter tijdens moeizame gesprekken aan de formatietafel een aantal afspraken over het respecteren van de grondrechten uit het vuur had gesleept, waarbij hij volgens bronnen geheel alleen stond, gooiden PVV en VVD aan de onderhandelingstafel opeens het plan op tafel om de Spreidingswet te demonteren, door eruit te slopen dat onwillige gemeenten desnoods gedwongen konden worden asielzoekers op te vangen – terwijl die passage nu juist de kern was van de inmiddels door beide Kamers aangenomen wet. Voor Omtzigt was dat een onaangename verrassing: zo dun bleken de staatsrechtelijke toezeggingen van de rechtse partijen dus te zijn als het erop aankwam.

Terwijl de onderhandelingen over moeilijke onderwerpen als migratie en de financiën zich voortsleepten en er langzamerhand een bijna onontwarbare kluwen van halve afspraken ontstond, werd er steeds vaker gelekt uit de formatie, onder meer over het amateurisme en het gebrek aan financiële kennis bij BBB én over Omtzigts neiging tot ‘muggenzifterij’, zijn ‘getwijfel’ en ‘terugtrekkende bewegingen’ – een veeg teken. Intussen begonnen de onderhandelaars elkaar via de sociale media met stekeligheden te bestoken, met als klap op de vuurpijl de botte weigering van Caroline van der Plas om afstand te nemen van de dreigementen door Farmers Defence Force-voorman Mark van den Oever aan het adres van minister Piet Adema en NSC-Kamerlid Harm Holman, die niets anders had gedaan dan melden wat iedereen met enig verstand van zaken al jaren hoort te weten: dat inkrimping van de veestapel in dit overvolle land onvermijdelijk is. Zo stapelden de frustraties zich langzamerhand op voor Pieter Omtzigt.

Terwijl het zwartepieten ongetwijfeld nog lang door zal gaan, is de belangrijkste onderliggende vraag: is er nog vertrouwen?

Toen Ronald Plasterk vervolgens een aantal nieuwe financiële stukken van de departementen ter inzage aan de onderhandelaars had aangeboden, waaruit volgens Omtzigt niet alleen bleek dat de financiële situatie een stuk slechter was dan eerder werd aangenomen, maar ook dat Plasterk een deel van die stukken al vele dagen in bezit had gehad terwijl de gesprekken over de financiën al gaande waren, barstte de bom en besloot Omtzigt de gesprekken af te kappen.

In de media verdrongen onderhandelaars en oppositie-politici elkaar om te betogen dat nieuwe cijfers juist een aanleiding zouden moeten zijn om verder in gesprek te gaan ‘want daar moet je uit kunnen komen’, maar volgens bronnen in de top van NSC was dat het punt niet: het ging erom dat Plasterk de stukken dagenlang zou hebben achtergehouden. Voor Omtzigt, die al vele jaren strijdt tegen een overheid die informatie onder de pet probeert te houden, was dat de druppel die de emmer deed overlopen. Als dit allemaal blijkt te kloppen, hebben de andere drie onderhandelaars en Ronald Plasterk heel wat meer boter op hun hoofd dan Omtzigt zelf.

Oud-PvdA-politicus Jacques Wallage, informateur bij de formatie in 2010, legde het van de week helder uit bij Op1. Aan de informatietafel komt een voortdurende stroom van stukken van de departementen voorbij, vol vertrouwelijke informatie, die na het opvragen per direct aan de onderhandelaars dienen te worden voorgelegd. Het zou zo kunnen zijn dat Plasterk vreesde dat de vertrouwelijke onderdelen uit zouden lekken omdat de formatie al zo lek was als een mandje – reden waarom hij besloot ze op te sparen en uiteindelijk alleen ter inzage en onder uitdrukkelijke geheimhouding voor te leggen – maar ook dan heeft Plasterk volgende week volgens Wallage heel wat uit te leggen aan de Tweede Kamer. Hoe zorgvuldig en neutraal is zijn rol als bewaker van het proces eigenlijk geweest?

Terwijl het zwartepieten ongetwijfeld nog dagen door zal gaan, is de belangrijkste onderliggende vraag: is er nog vertrouwen? Zelfs als Omtzigt toch weer bereid is aan tafel te komen in een volgende ronde, zou Plasterk zich bij het schrijven van zijn eindrapport moeten afvragen hoeveel vertrouwen er werkelijk is dat dit viertal ooit een stabiel kabinet kan vormen, en of hijzelf daar nog een vertrouwenwekkende rol in kan vervullen.

Het antwoord lijkt me duidelijk, na de puinhoop van de afgelopen weken: voor zover er ooit enig vertrouwen was, is het nu weg. Als ik Omtzigt was zou ik niet verder willen met dit drietal, en andersom. Hoog tijd om een nieuwe informateur aan te stellen en op zoek te gaan naar een coalitie die wél levensvatbaar is.