Toen Jesse Klaver in september aankondigde niet meer aan ‘scorebordpolitiek’ te willen doen, waarna zijn fractiegenoot Bart Snels in oktober meldde dat GroenLinks álle begrotingen van het kabinet op voorhand zou steunen want GroenLinks wilde niet meer meedoen met ‘politieke spelletjes over de ruggen van politieagenten en leraren,’ vroeg half Den Haag zich af hoe die nieuwe constructieve strategie voor GroenLinks zou uitpakken. Was de Jessias opeens de Grote Gedoger geworden?
In ieder geval in één opzicht voegde Klaver meteen de daad bij het woord, zoals NRC deze week op een rijtje zette: GroenLinks kwam de afgelopen maanden met veel minder zinloze moties en zinloze debataanvragen dan in dezelfde periode vorig jaar, en haalde bovendien negentien aangevraagde debatten van de lijst: een lovenswaardige poging om het eigen politieke effectbejag aan banden te leggen.
Maar de constructief bedoelde houding had ook direct een averechts effect: de oppositie kreeg bij de Algemene Politieke Beschouwingen vrijwel niets voor elkaar omdat het oppositiefront door de onverwachte wending van Klaver uit elkaar viel. Vooral bij de PvdA zijn ze er nog steeds verbolgen over. ‘Als GroenLinks een front met ons had gevormd, hadden we bijvoorbeeld makkelijk tweehonderd miljoen extra voor het onderwijs of de politie kunnen regelen,’ klinkt het in de PvdA-fractie. ‘Nu kwam het kabinet veel te makkelijk weg.’
A Walk in the park
Zo ging het opnieuw bij de Algemene Financiële Beschouwingen in oktober, waar Bart Snels zijn mededeling deed over het vooraf steunen van alle begrotingen. Na afloop van het debat, waarbij Wopke Hoekstra geen moment in de problemen kwam, hoorde ik in de nabije omgeving van de minister zeggen dat GroenLinks hem ‘a walk in the park’ had bezorgd.
Zo wordt de nieuwe houding van Jesse Klaver dus aan de zijde van het kabinet ervaren.
Ook was men er in de coalitie heel tevreden over dat GroenLinks de afgelopen weken tot twee keer toe een lastig Kamerdebat hielp blokkeren. Eerst was er een debat over het gas in Groningen dat gepland was voor 18 december maar met hulp van GroenLinks tot januari werd uitgesteld – tot genoegen van VVD-minister Eric Wiebes maar tot woede van de andere oppositiepartijen (‘Politiek is zo lelijk soms’, twitterde bijvoorbeeld SP-Kamerlid Sandra Beckerman) en tot bittere teleurstelling van de duizenden gedupeerden van de aardbevingen die nu nóg langer moeten wachten op duidelijkheid over de afwikkeling van de schade.
Klaver gaf een ‘signaal’: Snel begon een onderdeel van het probleem te worden.
En vervolgens was er het spoeddebat dat half december door Renske Leijten van de SP werd aangevraagd over de zwartgelakte dossiers in de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Aanvankelijk besloten de coalitiepartijen – andermaal met steun van GroenLinks – dat staatssecretaris Menno Snel voorlopig niet in de Kamer hoefde te verschijnen: eerst moest een ‘onafhankelijke derde partij’ onderzoeken of de zwarte stift wel op de juiste wijze was gehanteerd.
Pas toen de ophef in de media zo groot werd dat het niet meer te houden was, kwam het spoeddebat er alsnog en besloot staatssecretaris Menno Snel af te treden – nadat Jesse Klaver in het weekend persoonlijk een ‘signaal’ had gegeven aan D66-leider Rob Jetten dat Snel een onderdeel van het probleem begon te worden en niet meer van de oplossing.
Trouwe steunpilaar van de coalitie
Zo ontwikkelt de partij van Jesse Klaver zich haast ongemerkt tot trouwe steunpilaar van de coalitie – althans totdat de dynamiek in de media anders vereist. Waarbij de grote vraag natuurlijk is: wat krijgt GroenLinks er eigenlijk voor terug?
Zelf bleek Bart Snels, financieel woordvoerder van GroenLinks, al tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen zeer te spreken over zijn soepele samenwerking met Menno Snel bij de voorbereiding van zijn initiatiefwet tegen Belastingontwijking. Wie de hartenkreet van Bart Snels over het steunen van begrotingen en tegen ‘politieke spelletjes’ beter wil plaatsen, doet er goed aan zich te realiseren dat Snels een decennium geleden als vertrouweling van toenmalig fractievoorzitter Femke Halsema al bekend stond als links-liberale realo, en dat hij bovendien tijdens de mislukte formatieonderhandelingen met GroenLinks in 2017 een vurig verlangen tentoon spreidde om zelf een keer aan de knoppen te zitten.
GroenLinkser Snels zou zijn goede verhouding met de staatssecretaris belangrijker vinden dan zijn rol als kritisch controleur van de macht.
Vandaar ook dat rond het Binnenhof bij het aanvankelijke uitstel van het debat over de zwartgelakte dossiers meteen het gerucht ging dat Snels zijn goede verhouding met de staatssecretaris kennelijk belangrijker vond dan zijn rol als kritisch controleur van de zittende macht.
Een mooi gebaar
Zijn fractiegenote Kathalijne Buitenweg werkte intussen al maanden innig samen met VVD-minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker aan een wetsvoorstel om huwelijkse dwang tegen te gaan, dat eind november naar de Kamer werd gestuurd en in de media door het duo van eendrachtig commentaar werd voorzien. Dat was dus constructieve beleidsdaad nummer twee.
De fractiewoordvoering van GroenLinks wijst op nog een klein lijstje praktische resultaten van de afgelopen maanden: 26 miljoen voor het creëren van een expertisecentrum voor kinderen met complexe problematiek, extra geld voor het aannemen van honderd extra zedenrechercheurs, zeven miljoen extra voor de opleiding van psychologen om de wachtlijsten in de GGZ te verkleinen, en extra geld voor de voedselbanken: een mooi gebaar met de kerst in aantocht.
De resultaten die GroenLinks wél binnenhaalde bleven vrijwel onopgemerkt in de media.
Zo verzamelde GroenLinks de afgelopen maanden dus kleine bouwstenen om het regeringsbeleid te verbeteren. Maar de grootste ambitie van dit najaar – het kabinet dwingen tot ruimere investeringen in natuur en milieu bij de aanpak van het stikstofprobleem – zag Klaver in rook vervliegen doordat het kabinet de steun wist te verwerven van SGP, 50Plus en Henk Otten.
Intussen bleven de resultaten die GroenLinks wél binnenhaalde vrijwel onopgemerkt in de media, in het geweld van de discussie over de miljardentekorten in het onderwijs en de zorg, en de maatschappelijke ophef over de stikstofmaatregelen.
Dat is dus de prijs die je betaalt als constructieve oppositiepartij die niet meer aan ‘scorebordpolitiek’ wil doen: dat je in stilte goede werken kan verrichten, en vervolgens maar moet hopen op waardering van de kiezer.
Papa, jij bent toch Jesse Klaver?
Bij de Algemene Politieke Beschouwingen leidde Jesse Klaver zijn afscheid van de ‘scorebordpolitiek’ in met een anekdote over zijn zoontje, dat in de zomer zou hebben gevraagd: ‘Papa, jij bent toch Jesse Klaver?’ – een existentiële confrontatie die voor de GroenLinks-leider aanleiding zou zijn geweest bij zichzelf te rade te gaan, en te besluiten niet meer aan de genoemde ‘politieke spelletjes’ mee te doen.
Maar Jesse Klaver zou Jesse Klaver niet zijn als op de achtergrond geen electoraal-strategische afweging mee zou spelen. In 2018, na zijn grote overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen, lanceerde hij de ambitie om van GroenLinks een ‘brede volkspartij’ te maken: de partij moest de traditionele rol van de PvdA overnemen, want als Klaver premier zou worden, moest hij dat ook zijn van de fabrieksarbeider en de buschauffeur.
Maar bij de Europese Verkiezingen in mei 2019 werd niet GroenLinks de grootste partij maar de PvdA, onder aanvoering van Frans Timmermans, waarna de Partij van de Arbeid ook in de peilingen voor de Tweede Kamer GroenLinks steeds verder achter zich liet.
Voor een getuigenispartij als GroenLinks is de omslag naar constructieve samenwerking veel lastiger te maken dan voor D66.
Het heeft er alle schijn van dat Klaver van de zomer tegen die achtergrond heeft besloten zich toch maar te richten op een ander model: dat van D66, de partij die tijdens het vorige kabinet onder leiding van Alexander Pechtold grote invloed verwierf als constructieve partner van de coalitie, en door de kiezer beloond werd met een grote verkiezingsoverwinning in 2017.
Het verschil is alleen dat D66 al eerder had geregeerd en altijd al een middenpartij is geweest, en dat Pechtold er bovendien in slaagde grote akkoorden met de coalitiepartijen te sluiten. Voor een getuigenispartij als GroenLinks is de omslag naar constructieve samenwerking veel lastiger te maken.

En daarvoor wordt nu de prijs betaald, getuige de matige peilingen voor GroenLinks en het tanende vertrouwen in Jesse Klaver bij zijn eigen achterban. Wat uiteraard niet hielp is de recente onthulling over het wachtgeld en de onterechte reiskostenvergoeding van GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks. Maar het lijkt er ook sterk op dat Klavers plotselinge pleidooi tegen de ‘scorebordpolitiek’ een paradoxaal effect heeft gehad: juist door te verklaren dat het uit moet zijn met de politieke spelletjes wordt Klaver door zijn eigen kiezers mínder vertrouwd.
De weg van de Jessias die de Grote Gedoger werd gaat niet over rozen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.