‘Het leed dat sinds de jaren zeventig de samenleving doortrekt, is enorm,’ zegt Harald van Veghel. ‘Al die relatiebreuken richten vreselijke pijn aan. Daar is veel meer zorg voor nodig.’

Van Veghel is filosoof, en heeft in zijn hoedanigheid als relatiecoach naar schatting zo’n vijftienhonderd stellen begeleid. ‘De keerzijde van de opengegooide relatie is de enorme schade aan mensenzielen. Als het uitgaat, krijgen we steeds opnieuw een dreun.’

Ik had een oproep geplaatst om mensen die zonder partner wonen te vragen naar hun liefdesrelaties. Maar de vraag was te breed. Alleen al over de hedendaagse datingscene zijn zo tien boeken te schrijven. Bovendien ben ik op dit moment vooral in één aspect geïnteresseerd: hoe gaan singles en latters om met het besef van de tijdelijke duur van hun liefdesrelaties? Want voor altijd zijn de meeste van die relaties natuurlijk allang niet meer. Alleen al van alle huwelijken eindigt een op de drie in een scheiding en bij ongetrouwde samenwoners is dat nog vaker het geval. Veertig procent van de stellen met kinderen gaat uit elkaar. Relaties die daarna komen hebben nog minder kans op langere duur. Op de datingsites zie je dat veel profielen na een paar weken of maanden weer terugkeren. ‘Hé, weer terug?!’ klinkt het dan hartelijk. ‘Toch niet gewerkt met je date?’

Anticonceptie, de economische zelfstandigheid van vrouwen, bijstandsuitkeringen, een veranderende moraal; het bekende riedeltje van de individualisering heeft ook bijgedragen aan het losser worden van de liefde. Door het ontbreken van sociale, morele en financiële lijm worden relaties kwetsbaarder. Waarom zou je het uithouden met iemand als je al eigen kinderen, een eigen huis, een eigen inkomen en een eigen vriendenkring hébt? De tijdelijke duur van relaties is een belangrijke reden dat bijna vier miljoen volwassen Nederlanders tegenwoordig zonder partner wonen. Ze zijn nooit tot samenwonen overgegaan, of er was een scheiding. Men ‘lat’, men ‘date’.

Vervagen of verdampen

‘Een gebruikelijk kenmerk van seksuele en romantische relaties is tegenwoordig het verbreken ervan,’ zegt de Marokkaans-Israëlische sociologe Eva Illouz in Waarom liefde eindigt. Maar het effect daarvan is nog maar weinig onderzocht, ziet ze. ‘Een cultuur die zoveel te zeggen heeft over de liefde is veel stiller over het niet minder mysterieuze moment dat we de liefde kwijtraken, dat degene die ons ’s nachts wakker hield ons nu onverschillig laat, dat we ons weg haasten van degenen die ons een paar maanden of zelfs een paar uur geleden nog opwonden.’

Deze stilte is volgens haar des te raadselachtiger ‘omdat het aantal relaties dat al kort na het begin of op een bepaald moment in het emotionele proces strandt verbijsterend hoog is.’

Illouz vermoedt dat het komt omdat het einde vaak zo onduidelijk is, in elk geval ‘geen plot met een duidelijke structuur’. ‘Sommige relaties vervagen of verdampen al voor of kort nadat ze goed en wel begonnen zijn, terwijl andere eindigen met een langzame en onbegrijpelijke dood.’

De relatie houdt aan zolang de ander in je behoeften voorziet, wetende dat die behoeften, net als die van de ander, elk moment kunnen veranderen.

Ze citeert de Britse socioloog Anthony Giddens over ‘de zuivere relatie’, een omgangsvorm ‘die wordt aangegaan omwille van zichzelf, om wat door ieder individu kan worden gehaald uit een duurzame associatie met een ander; en die alleen wordt voortgezet voor zover beide partijen vinden dat zij ieder individu voldoende bevrediging biedt om te blijven.’

Dergelijke verbintenissen zijn voorwaardelijk. De relatie houdt aan zolang de ander in je behoeften voorziet, wetende dat die behoeften, net als die van de ander, elk moment kunnen veranderen. Illouz schrijft: ‘Als de waarden, belangen en identiteiten van de partners uiteen beginnen te lopen, verliest de relatie haar bestaansrecht en wordt ze onderworpen aan ontbinding.’

Verwachting

Wat de bestendigheid van een liefdesrelatie ook geen goed doet, is de specifieke verwachting ervan. Het gaat, zeggen relatiedeskundigen als Harald van Veghel, tegenwoordig vooral om de kwaliteit van de emotionele connectie. ‘Hebben we echt contact met elkaar of niet?’ ‘Verbinding’ is in de liefde al een tijdje een veelgebruikt woord.

Dat geldt ook voor mij, lees ik terug in een artikel dat in 2019 bij Vrij Nederland verscheen. Ik beschreef daarin hoe de liefde 2.0 eruitzag na een twintigjarige relatie met de vader van mijn kinderen, en de daaropvolgende dood van mijn nieuwe partner. Ik was gaan daten, en schreef daarover: ‘Ik wist precies wat ik zocht. Het soort verbinding dat je eigenlijk alleen kunt hebben in een liefdesrelatie, een ruimte waarin de grenzen van intimiteit tot in het oneindige kunnen worden opgerekt. Een beetje zoals de Amerikaanse psycholoog John Welwood schrijft in Liefde geven, liefde ontvangen: “Wanneer we onszelf aan onze partner openbaren en ontdekken dat dit eerder genezing dan schade met zich meebrengt, doen we een belangrijke ontdekking – dat een intieme relatie een toevluchtsoord kan bieden uit de wereld van façades, een heilige ruimte waar we onszelf kunnen zijn, zoals we zijn.”’

‘Ik wil liefde niet van buiten naar binnen vormgeven,’ schreef ik. ‘Niet vanuit verwachtingen en verplichtingen, maar van binnen naar buiten. Spelenderwijs uitvinden wat het kan zijn, zo’n intiem contact met iemand anders. Het laten ontvouwen als een bloem uit de knop. “Through the awakening of love we get a glimpse into the infinity of things…” zegt zenfilosoof D.T. Suzuki. Dat klinkt vaag, en toch is het zo,’ besloot ik.

Vier jaar later, en een paar relaties verder, sta ik versteld van mijn onbevangenheid toen. Ik zie ook nog iets anders: door deze vorm van contact krijgt de individualist in een gefragmenteerde samenleving contact met het bovenpersoonlijke. Voor mij is de ander kennelijk de toegang tot het mysterie. Religie heeft zich verplaatst van de kerkbanken naar het bed.

‘Wil je van een dergelijke liefdesrelatie iets bestendigs maken, dan vergt dat heel veel onderhoud, dan vergt dat elkaar tot een prioriteit maken,’ stelt Van Veghel. En dit ziet hij dus steeds fout gaan. Wel die kwaliteit willen, niet snappen wat dat vergt. Zeker bij jongere mensen. ‘Starters in de liefde hebben nog de verwachtingen van relaties van vóór de jaren zeventig,’ ziet hij. ‘Namelijk: het duurt voor eeuwig en we hoeven er niks voor te doen. Jonge stellen lopen er als blinde kippen in, alsof het nog 1920 is.’

Die gevoelsmatige verbinding erodeert namelijk al snel in de drukte van het dagelijkse leven, meent hij. ‘En dan “is het gevoel weg”, en ook daar is dan “niks aan te doen”. De naïviteit is verbazingwekkend.’ In een daaropvolgende relatie is er volgens hem al iets meer bewustzijn, ‘maar ook dan sneuvelt de emotionele connectie op den duur onder de druk van samengestelde gezinnen en gehaast voor de supermarktkassa. Pas in een volgende relatie, als we een stuk ouder zijn, kunnen we het hopelijk een beetje.’

Impermanentie

Wat heeft die impermanentie van de liefde, behalve op gezinnen, op welvaart, op huisvesting, voor gevolgen voor ons gevoelsleven? Wat heeft het besef van de grote kans op het einde ervan voor effect op hoe we daten, liefhebben, en hoe we ons daaronder voelen? Op hoe we zo’n relatie inschatten, op hoe we omgaan met die wisselingen? De erotische liefdesrelatie raakt immers aan ‘onze diepste leemlaag’, zoals Harald van Veghel dat noemt.

‘Waarom lukt dit mij toch niet?’ ‘Misschien ben ik er gewoon niet voor gebouwd.’ De gerede kans dat straks die dreun weer zal komen, is voor sommige van mijn single vrienden en vriendinnen reden om er maandenlang, zelfs jarenlang de brui aan te geven. Vermoeid, ontgoocheld, en met het gevoel gefaald te hebben. ‘Alsof ik opnieuw voor de test voor het succesvolle volwassen leven ben gezakt,’ sprak een vriend van mij laatst moedeloos toen zijn relatie bezweek.

Hoe onnodig zelfkastijdend deze opmerking is, zal ik verderop uitleggen. Maar het laat wel zien dat het verhaal van de eeuwigdurende romantische liefde een van de allerlaatste grote verhalen is die we nog aanhangen. Waar we onszelf en anderen kennelijk nog steeds op afrekenen. ‘Dit is het verhaal waarin de meesten van ons nog geloven,’ schrijft ook de Duitse sololever Daniel Schreiber in zijn boek Alleen: ‘Het niet hebben van een liefdesrelatie wordt meestal als een persoonlijk falen gezien, als een gevolg van een gebrek aan aantrekkingskracht, aan economisch succes, aan geestelijke fitheid.’ Schreiber ziet die aannames in de blikken van andere mensen, ‘hun schaamte of hun heimelijke vreugde dat het met henzelf beter gaat.’

Een deurtje verder

Omdat er, anders dan een paar decennia geleden, geen voorspelbaar en stabiel scenario wacht, brengt een nieuwe romantische relatie chronische en structurele onzekerheid. Je kent elkaars verwachtingen niet, elkaars voorwaarden evenmin, en daarom is liefde in de woorden van Illouz zo ‘verontrustend ongrijpbaar’ geworden. ‘En net zoals de persoon zichzelf niet definitief schenkt aan de ander, zo heeft hij zelf ook geen definitieve aanspraak op iets.’

Na de afname van het biochemische bombardement van de verliefdheid worden verschillen en uiteenlopende verwachtingen zichtbaar. Behalve emotionele gehechtheid is er dan weinig om de twee samen te houden. Het verlangen heeft geen zwaartekracht, wordt niet gereguleerd door wederzijdse verplichtingen, en maakt zich los als een vlinder van een bloem.

Volgende tuintje.

Of, zoals een kennis laatst zei over een date die niets meer van zich liet horen: ‘Hij is vast weer een deurtje verdergegaan.’

Dergelijke opengegooide omgangsvormen zorgen voor heel veel schakeringen in samenzijn. Zo kan er met gemak zoiets ontstaan als daten tijdens het daten. Je bent van de een nog niet zeker, de ander stuurt een bericht, en je denkt: waarom niet? Zo kreeg ik ooit ’s ochtends aan het ontbijt van de ene man een glas glühwein toegeschoven, en ’s avonds in de winterse straten van een naburige stad een sneeuwbal tegen mijn hoofd van een ander. Bedrog is een groot woord, hield ik mezelf voor, want die eerste wist het ook allemaal nog niet zo, qua relatievorming met mij.

In Illouz’ boek heet dat een ‘situationship’, consensuele manieren om niet-relaties te hebben, of in elk geval relaties die zich in een onzekere schemerzone bevinden. En zo zijn er heel veel termen die tinten en gradaties van de liefdesvorm aanduiden. Er is de dwarrel, de scharrel, de kwarrel, iets dat potentie heeft wordt een ‘eventuela’, en voor de rela komt de prela.

Permanente angst

De prijs die hiervoor moet worden betaald, is volgens Illouz een toestand van ‘ontologische onzekerheid’: permanente angst. Ik illustreer dit met een eigen voorbeeld. Mijn verkering belde onlangs. We bespraken wat zakelijkheden, maar toen hij informeerde hoe het met me ging, vroeg ik met nauwelijks verhuld ongeduld of we die avond konden verder praten, ik was aan het schrijven. Meteen daarna sloeg de onzekerheid toe. Straks vond hij me snibbig! En was hij daar niet juist gezien zijn geschiedenis heel gevoelig voor?! Snel appte ik een verontschuldiging. De daaropvolgende uren checkte ik honderd keer mijn WhatsApp – niks. Een stille paniek maakte zich van mij meester. Zou dit voor hem een reden kunnen zijn om te denken: toch maar niet? Want je hebt geen idee, natuurlijk, in zo’n pril verband.

Maar toen ik mijn hand op zijn rug legde, schrok het in hem op als een zwerm jonge vogels.

Dat is een ander aspect van de onzekerheid in de liefde; dat we elkaar ontmoeten in de virtuele anonimiteit van apps, en meestal niemand in de omgeving van de potentiële geliefde kennen, en helemaal niks van iemands geschiedenis. Het is geen collega die je hebt kunnen gadeslaan, geen bekend gezicht van de schoolborrels, geen vriend van een vriend. Een algoritme of psychologische test doet profielen oplichten, berichten gaan over ‘voldoende raakvlakken’, of ‘onvoldoende aanknopingspunten om verder te gaan.’ Wat zich onder de oppervlakte bevindt, kan onverwacht hard toeslaan.

Het nut van wankelen

Wie ben je, waar kom je vandaan, hoe is je relatiegeschiedenis, waarom ging het uit, wat verwacht je van de liefde, en wat wil je niet? Zelf ben ik na de eerste date met de mens van vlees en bloed achter het profiel zo hol van binnen dat ik steevast langs de sluitende kiosk van het betreffende NS Station loop om me te vullen met de laatste warme snack die in de glazen vitrine ligt, vermoeid ogend in zijn eigen vet, meestal slechts vijf minuten van de prullenbak verwijderd.

Het tedere slagveld van de liefde, en hoe kranig we strijden, hoe moedig we zijn. ‘Hoe zouden jouw vrienden jou omschrijven?’ vroeg ik tijdens een tweede date aan een tengere intellectueel met prachtige ogen. ‘Als iemand die heel veel zelfvertrouwen heeft,’ antwoordde hij. Maar toen ik mijn hand op zijn rug legde, schrok het in hem op als een zwerm jonge vogels.

‘Leer me mijn draaierigheid te vergeten,’ schrijft Marieke Lucas Rijneveld in het gedicht ‘Het nut van wankelen’, ‘leer me te blijven, fier en soms onzeker.’

Pijnlijke gebeurtenissen

Door die wisselingen van partners kan ook om een andere reden schade ontstaan. We treffen in de datingwereld mensen die allerlei pijnlijke gebeurtenissen uit het verleden meedragen en die nog onvoldoende zelf hebben verwerkt, zegt Susan Bögels, hoogleraar Family Mental Health en Mindfulness. Die krijgt de nieuwe geliefde dan op het bord. ‘Valide behoeften zoals dat je beschermd, gezien, bemind wordt, zijn in ons gezin van herkomst niet altijd vervuld,’ stelt Bögels. ‘Als je die pijnlijke stukjes niet in eerdere liefdesrelaties of vriendschappen hebt geheeld, leggen we die ongewild en onbewust bij een nieuwe partner neer. Misschien verwacht je van je geliefde een onmiddellijke beschikbaarheid, of iemand die je steeds opnieuw je kinderlijke woede vergeeft. Maar dergelijke vormen van onvoorwaardelijke liefde kunnen we niet van onze partners eisen, en als we dat toch doen, beschadigen we elkaar daarmee.’

Bögels, zelf een datende sololever, geeft lezingen en retraites over omgaan met alleen zijn. Daarin leert ze deelnemers over hun ‘innerlijke ouder’: het volwassen deel van jezelf dat kan zorgen voor ‘het tekortgekomen kind’. Pas als je zelf in staat bent de wonden uit je kindertijd te verplegen, en die rol niet bij je geliefde neerlegt, ben je volgens Bögels in staat tot een volwassen liefdesrelatie.

‘Je kunt er in de datingscene absoluut niet vanuit gaan dat de ander dat al geleerd heeft,’ zegt ze. ‘De beste test is hoe de potentiële geliefde tijdens de eerste ontmoetingen over een ex praat. Hoe meer de schuld van het einde van de relatie bij de ex wordt gelegd, hoe minder iemand geleerd heeft.’

Daarom, zegt ze, is het in hedendaagse relaties ook belangrijk om je ‘op jezelf terug te kunnen trekken’, op het ‘eiland van jezelf’. Daar verwelkom je al je delen, je kwetsbare, boze, rebelse, en vrije kant, je hele hebben en houden. Je geeft ruimte aan wat weggedrukt is, bijvoorbeeld het vrije kind, door creativiteit, sport, spel, op avontuur gaan, of te lummelen.

Fundamentele onbeschikbaarheid

Het tekent de hedendaagse liefdesrelatie, of misschien wel het hedendaagse leven, dat je eigenlijk een eigen huis moet hebben om er weer van bij te komen.

Hoewel ook dat niet voor iedereen geldt. ‘Willen we uiteindelijk niet gewoon toch iemand waarmee we wél in de nabije toekomst kunnen samenwonen?’ mailt een veertigjarige co-ouder na mijn oproep. Haar geliefde woont in een andere stad, schrijft ze. Omdat de twee om verschillende redenen niet kunnen gaan samenwonen, slaat de twijfel toe. ‘Dat is de reden dat we beiden regelmatig voelen: is dit wel duurzaam? We zijn gek op elkaar, maar deze onvrede speelt regelmatig op en dan staan we op het punt om de relatie te verbreken, en kunnen dat vervolgens toch niet waarna we weer een periode zoekende zijn naar een andere vorm, en in het hier-en-nu leven.’

Diffuse verwachtingen, een ontbrekende structuur, een kennismaking vanuit anonimiteit, het gebrek aan verplichtingen; liefde is onbekend terrein geworden. Maar was ze dat niet altijd al? Is het losse ervan niet wat een relatie uiteindelijk de schittering geeft, ook in een partnerrelatie die al decennia duurt? Volgens de Duitse filosoof Hartmut Rosa is het juist de fundamentele onbeschikbaarheid van de ander die onze liefde in stand houdt. Zodra we ons van iets of iemand helemaal meester hebben gemaakt, verliezen we interesse, stelt hij in zijn boek Onbeschikbaarheid. De bereidheid van de ander om van je te houden, is niet afdwingbaar.

Tot zover ook de aanwassende kritiek dat liefde tegenwoordig verziekt wordt door het ‘neoliberale kapitalisme.’ Het mag er door de datingmarkt misschien de schijn van hebben, maar het hart ervan wordt nooit handelswaar.

Relatiecoach Van Veghel zegt zelfs dat het ‘helemaal niet de bedoeling is dat een erotische liefdesrelatie helemaal veilig is’. Eerder wordt er volgens hem in veel zogenaamd duurzame relaties schijnveiligheid gecreëerd, zoals door elkaar te ontzien, zaken te verzwijgen, elkaar te pamperen.

Voor zo’n relatie zou hij zelf niet tekenen, zegt hij. Hij wil een relatie die leeft. ‘Daar is aanspreekbaarheid voor nodig. Zelfkennis en zelfreflectie. Heldere communicatie, bijvoorbeeld door óók te vertellen wanneer je aan het afhaken bent. In een levende relatie ben je steeds opnieuw aanwezig voor elkaar, ga je het steeds opnieuw met elkaar aan.’

De bekende relatietherapeut Esther Perel heeft herhaaldelijk benadrukt het einde van zo’n ‘rela’ niet als een mislukking te betitelen, maar de afzonderlijke episodes om hun intrinsieke waarde te koesteren.

En dat is waar. Het avontuur van kortere relaties brengt een nauwelijks te evenaren opwinding en geluk, momenten van verwondering en ontzag, een kolkende ervaring van in leven zijn, en leidt tot diepe kennismakingen en vriendschappen die het leven ook daarna nog kunnen verrijken. Vooral als ze zijn ingebed in een leven dat als zinvol voelt, met een stevig eigen sociaal netwerk. En het heeft ook voordelen om dan weer vrij te kunnen zijn van wat zo mooi begon maar geen gezamenlijke grond kon worden.

‘Love feasts’ noemt schrijfster Martha Beck die periodes dat we doortrokken zijn van verliefdheid in haar boek The Joy Diet. ‘Vergeleken met andere activiteiten maken liefdesfeesten een rommeltje van je leven,’ schrijft ze. ‘Ze bemoeilijken je loopbaan, putten je uit, maken je gek. Maar ik garandeer je dat als je terugkijkt naar het leven dat je hier op aarde doorbracht, dergelijke feesten van liefde de momenten en jaren zijn die je je met het meeste plezier zult herinneren, en de ervaringen die je blij maken dat je geleefd hebt.’

‘Bij gebrek aan een sociale structuur die zekerheid oplevert, kan liefde op zichzelf geen zekerheid genereren,’ stelt sociologe Illouz kritisch. Maar dat is het hele eieren eten van de hedendaagse samenleving: het kunnen uithouden van de onzekerheid, navigeren op impermanentie. Van werk, woonplaats, en dus ook van de liefde. Dat is de opgave, de puzzel van deze tijd, niets aan te doen. Ik laat me leiden door filosoof Kieran Setiya, die altijd maar in zijn boeken uitlegt dat de intrinsieke waarde van het leven in dit moment ligt – hier, in het nu. Zolang je maar weet, voelt en doet wat voor jou betekenis heeft. Ik laat me ook leiden door dichter David Whyte die stelt: ‘Er is geen weg de moeite waard waarop niet de kans bestaat dat je hart wordt gebroken.’

Meepraten? [email protected]
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds
Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).