Gevraagd naar hoe zij zich ontspande, zei de in Berlijn levende ontwerpster Hella Jongerius: ‘Door in de zomer naar de Weissensee te fietsen, een meer middenin de stad, waar je je fiets neergooit en een duik neemt na het werk.’ Ze sprak over ‘de sensatie van het water en van de zwaartekracht opheffen, die lichtheid en de vrijheid en alles wat er onder je is, maar wat je niet kunt zien’. ‘Op je rug zwemmen,’ zei ze, ‘en de hemel, en het water.’

Het is me in mijn interviews met kunstenaars en ontwerpers voor onder meer dit blad opgevallen dat veel hardwerkende creatievelingen zwemmen. De architect Rem Koolhaas zwemt dagelijks, waar dan ook ter wereld, net als ontwerper en computerwetenschapper Koert van Mensvoort. Als hij in Nederland is, zwemt Van Mensvoort tot de winter de eilanden in de Vinkeveense Plassen rond, om zo te komen tot wat hij ‘een droomstaat’ noemt, ‘van waaruit je sprongen kunt nemen in de verbeelding.’ ‘Die verbeelding wordt onderschat...