Harm van Dijk, initiatiefnemer van de G1000 in Amersfoort, krijgt een brok in de keel als hij het woord neemt. ‘Dat jullie hier in zo’n grote getale bijeen zijn, op je vrije zaterdagochtend, is fantastisch. Applaus voor jullie zelf!’ Een klaterende ovatie klinkt op in de Rijtuigenloods, een fraaie oude hal van de spoorwegen vol blauwgeschilderde stalen pilaren aan de rand van Amersfoort. Drie dagen na de gemeenteraadsverkiezingen zijn hier zeshonderd burgers bij elkaar zijn gekomen om plannen te maken voor de toekomst van hun stad. Ze zijn door loting geselecteerd. Zesduizend kiesgerechtigde Amersfoorters kregen een uitnodiging, 517 meldden zich aan. Nu zitten ze in groepjes van tien aan tafel met speciaal uitgenodigde politici, ambtenaren, ondernemers en kunstenaars voor een massale brainstorm. Tussen de tafeltjes door lopen ‘blokhoofden’ in gele hesjes. Zij begeleiden de groepjes.
‘Ze nemen steeds minder genoegen met een keuze eens in de vier jaar’
Ook aanwezig: de Vlaamse voorvechter van democratische vernieuwing David van Reybrouck, auteur van het veelbesproken pamflet Tegen verkiezingen en organisator van een eerste G1000 in 2011 in Brussel. ‘Het is mooi om te zien dat ons initiatief een vervolg krijgt,’ zegt hij tegen Vrij Nederland. ‘Onze democratie is een stille democratie geworden. Eens in de vier jaar kleuren mensen een bolletje in, en dan gaan ze zitten mokken via de sociale media. Het is een verademing om hier in Amersfoort een vriendelijk, constructief geroezemoes te horen. Democratie moet meer zijn dan een zure stilte.’
De Nacht van Wiegel
Onze democratie is vermolmd, het politieke landschap versplinterd, bestuurders zijn arrogant, kiezers ongeïnteresseerd, tussen burger en politiek gaapt een enorme kloof. De klachten klinken al decennia. Luidruchtige pogingen om er echt iets aan te doen strandden evenzovele keren. Toch is er nu in Nederland haast ongemerkt een kentering gaande. Door het hele land ploppen initiatieven als dat in Amersfoort op die het doel hebben ons democratische bestel te vernieuwen. En verklaard tegenstander CDA pleit ineens voor burgemeestersverkiezingen. Hoe is die opleving te verklaren? Is Nederland op weg naar een nieuwe democratie?
Volgende week behandelt de Eerste Kamer een voorstel dat goede kans maakt om te worden aangenomen: de invoering van een correctief referendum, waarbij aangenomen wetgeving aan burgers kan worden voorgelegd. Op 18 mei 1999 kwam de vorige poging in diezelfde Kamer net één stem te kort: die van senator Hans Wiegel. De VVD-coryfee kreeg daarmee een eigen nacht op zijn naam: de Nacht van Wiegel. Voor D66 – de drijvende kracht achter bestuurlijke vernieuwing – was het de reden om uit de regerende Paarse coalitie te stappen. Met een halfslachtige, tijdelijke referendumwet wist premier Kok de breuk in zijn tweede kabinet te lijmen, maar in Den Haag raakte democratische vernieuwing steeds meer op de achtergrond. Met het afschieten van de gekozen burgemeester door de senaat in 2005 en het daaropvolgende aftreden van D66-minister Thom de Graaf werd bestuurlijke vernieuwing politiek zo goed als doodverklaard.

Hoe anders gaat het nu. Onder Alexander Pechtold is bestuurlijke hervorming niet langer een opzichtig speerpunt van D66. Maar de vernieuwers lijken nu in stilte veel meer te bereiken dan toen het nog van de daken werd geschreeuwd. Zonder dat veel mensen het door hadden, verdween in 2012 de Koning uit de formatie van een nieuwe regering. Met een simpele wijziging van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Ook de invoering van een correctief referendum is te vergelijken met een zacht briesje op een kalme lenteochtend. Waarschijnlijk kunnen Nederlanders binnenkort binnen zes weken met 300.000 handtekeningen een referendum aanvragen om een besluit of aangenomen wet ongedaan te maken. Februari vorig jaar passeerde het voorstel zonder veel publiciteit de Tweede Kamer. ‘Het heeft me verbaasd hoe makkelijk het ging,’ zegt Gerard Schouw, het D66-Kamerlid dat het initiatief komende week samen met collega’s van PvdA en GroenLinks ‘aan de overkant’ gaat verdedigen. Schouw was twee jaar geleden ook een van de initiatoren van de nieuwe formatieregels. Het nieuwe referendum is niet bindend maar zal dat volgens Schouw ‘materieel’ wel zijn. ‘Kamer en regering zullen een duidelijke uitspraak van de bevolking moeilijk naast zich neer kunnen leggen.’ Voor een echt bindend referendum moet de grondwet worden veranderd. Die weg is langer, maar daarvoor wordt volgende week in de Eerste Kamer ook de eerste stap gezet. Wie weet gaan we ons als Nederlanders straks in een referendum uitspreken over bijvoorbeeld de omstreden wet die illegaliteit strafbaar stelt, of de wet die de jeugdzorg reorganiseert.
Noodremprocedure
‘Een opvallende revival,’ vindt oud-PvdA-Kamerlid Niesco Dubbelboer, huidig directeur van het Platform voor nieuwe democratie Agora Europa, die in 2005 aan de wieg stond van dit nieuwe referendum. ‘Het is heel lang stil geweest rond democratische hervormingen.’ Maar volgens Dubbelboer zijn politieke partijen in de tussentijd met nieuwe energie naar alternatieven gaan zoeken omdat ze aan ‘steeds heviger kritiek’ bloot komen te staan. ‘Mensen zijn eraan gewend geraakt op allerlei terreinen zelf te kunnen kiezen: hun energieleverancier, telecom, zorgverzekeraar. Ze nemen steeds minder genoegen met een keuze eens in de vier jaar en dan maar afwachten wat er met je stem gebeurt.’
Volgens Gerard Schouw is het nieuwe referendum een verbetering ten opzichte van eerdere referenda die door politieke partijen ‘te pas en te onpas’ gebruikt werden als ‘een verkapte opiniepeiling’ met onduidelijke spelregels. ‘Onzuiver,’ oordeelt het Kamerlid. Gemeenteraden, Provinciale Staten en Tweede Kamer moeten in zijn ogen gewoon hun werk kunnen doen. En dan kunnen burgers in actie komen in een ‘noodremprocedure’. Schouw: ‘Geen gedoe over de vraagstelling. Burgers weten precies waar het om gaat: voor of tegen het genomen besluit.’
Verliesreferenda
Dat de vraagstelling bij referenda belangrijk is, blijkt wel uit de pakweg 145 lokale referenda die sinds 1911 in Nederland zijn gehouden. Beleidsvoorstellen met een ja of nee aan de bevolking voorleggen loopt doorgaans niet zo goed af voor de plaatselijke bestuurder. In 72 procent van die gevallen werd het ‘nee’. In een groot deel van die gevallen ging het om fusievoorstellen met andere gemeenten. De bevolking maakt er meestal gehakt van, ook al konden de te fuseren gemeenten vaak nauwelijks nog op eigen benen staan. Als de omgekeerde vraag wordt voorgelegd: bent u voor een zelfstandig Ruurlo (2003) of Renswoude (2008) zegt de bevolking massaal ‘ja’. Handiger lijkt het voor bestuurders om de bevolking meerdere opties voor te leggen. In Moordrecht koos 56% van kiesgerechtigden in 2006 overduidelijk voor aansluiting bij het dorpse Nieuwerkerk en Zevenhuizen-Moerkappelle (92,8%) en tegen het stadse Gouda (7,2%)
‘Verliesreferenda’ noemt Wim Voermans de volksraadplegingen tegen gemeentelijke fusies. Volgens de hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden zijn referenda niet per se conservatief. ‘Maar als mensen iets te verliezen hebben, zoals hun dorp, willen ze dat meestal niet.’ Wetenschappelijk is het nut van referenda overigens nooit bewezen. ‘Wetgeving wordt er niet aantoonbaar beter, aardiger, efficiënter of legitiemer door,’ zegt Voermans. ‘Een referendum is een geloofsartikel, als je erin gelooft, dan heeft het waarde.’

De hoogleraar refereert aan het enige landelijke referendum tot nu toe, die over de Europese grondwet. In 2005 keerde 61,6 % van de kiezers zich daartegen. ‘Ik was voor de grondwet, maar het referendum was een feest. Burgers konden stoom afblazen, schoppen tegen het establishment. Een beetje raar voor een jurist om te zeggen misschien, maar dat had waarde op zich.’
De mythe van het maagdenvlies
Vorige maand pleitte de jonge rechtse denker Thierry Baudet in de plenaire zaal van de Tweede Kamer nog voor een automatische volksraadpleging bij het afstaan van bevoegdheden aan de Europese Unie. Zijn voorstel haalde het niet. De Kamerleden stemden negen moties weg. Alleen een boterzacht voorstel van het CDA-Kamerlid Omtzigt werd aangenomen: de Kamer vraagt de Raad van State advies over waarborgen bij eventuele overdracht van bevoegdheden.
Baudet maakte gebruik van de mogelijkheid van ‘een burgerinitiatief’, een tamelijk recente democratische vernieuwing die in 2006 door toenmalig PvdA-Kamerlid Niesco Dubbelboer werd geïnitieerd. Met 40.000 handtekeningen onder hun arm kunnen Nederlanders een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer krijgen. Baudet deed het, kreeg aandacht in de media en noemt zijn actie geslaagd. ‘We hebben de politiek aan zijn jasje getrokken.’ Wel vindt hij het ‘jammer’ dat er niet genoeg steun voor was in de Kamer. Hij ziet kansen in de nieuwe referendumwet. ‘Ik kan me goed voorstellen dat we weer bij elkaar komen om alsnog een referendum te organiseren over de Bankenunie of andere kwesties waarbij bevoegdheden aan Europa worden overgedragen.’
Waar Thierry Baudet erin slaagde een onderwerp op de Haagse agenda te krijgen, mislukten vele anderen. Een door Vrij Nederland opgevraagde lijst van de Kamer toont aan dat van de circa vijftig voorgenomen burgerinitiatieven de afgelopen jaren slechts zeven daadwerkelijk het Binnenhof hebben gehaald. Het gros van de initiatieven sneefde al voordat de aanvraag het licht zag. Vaak bleken de eisen te hoog. Plannen rond een ‘ouderschapsdiploma’, ‘hygiëne in de horeca’ en meer voorlichting over de ‘mythe van het maagdenvlies’ kwamen niet uit de startblokken. Maar ook wél ingediende burgerinitiatieven voorzien van voldoende handtekeningen gingen niet door. De Kamercommissie die de initiatieven moet beoordelen, zette een dikke streep door burgeracties voor een verbod op vuurwerk (2009), actieve donorregistratie (2010) en een verbod op dierenproeven (2011). Zij sneuvelden op de voorwaarde dat het onderwerp twee jaar lang niet in de Kamer aan de orde mag zijn geweest.
Bekende Nederlanders
En de zeven initiatieven die het wel haalden? Het lijkt te helpen als er bekende Nederlanders bij betrokken zijn, zoals Frits Bolkenstein bij de versoepeling van euthanasie of Antoinette Hertsenberg bij een informatieplicht voor artsen. Maar meestal kwamen de onderwerpen pas na jaren soebatten in de Tweede Kamer op de plenaire agenda. Nog nooit leidde een burgerinitiatief tot een stevig Kamerbesluit. Het hoogst haalbare was tot dusverre dat de Kamer beloofde een initiatief ‘te betrekken bij’ toekomstige wetgeving, zoals de euthanasievoorvechters onder de vlag ‘Uit Vrije Wil’ in 2012 overkwam.
Oud-premier Dries van Agt mocht vorig jaar in de Kamer een pleidooi afsteken voor de sloop van de muur tussen Israël en de Palestijnen. Geen van de Kamermoties die erop volgde, haalde een meerderheid. Toch vindt hoogleraar Voermans dit burgerinitiatief het enige geslaagde dat hij langs heeft zien komen. ‘Die oude sluwe vos liet de Kamerleden wel zweten.’
‘Het lijkt te helpen als er bekende Nederlanders bij betrokken zijn, zoals Frits Bolkenstein’
Helma Neppérus is Kamerlid voor de VVD en voorzitter van de beoordelingscommissie voor Burgerinitiatieven. Ze erkent dat het moeilijk is ze op de agenda te krijgen. Daarom heeft de commissie vorig jaar besloten soepeler om te gaan met het ‘tweejaarscriterium’. Afgelopen jaar heeft ze drie van de vier burgerinitiatieven toegelaten. ‘Maar dan komt het debat en krijgen initiatiefnemers niet hun zin. Dat is lastig, dat valt ze zwaar. Dan schuurt zo’n burgerinitiatief met ons democratisch stelsel van gekozen volksvertegenwoordigers.’ Die teleurstelling is vaak al in het initiatief ingebakken, geeft Neppérus toe. Daardoor dreigt een averechts effect: doe je als burger een keer je best, krijg je weer het lid op je neus. Mede daarom besloot haar commissie vorige week dit probleem voor te leggen aan de Kamercommissie die zich bezighoudt met de werkwijze. ‘Die moet nu maar eens bezien hoe we verder moeten met het burgerinitiatief.’
Internetconsultatie
‘Een van de boeken die op mij de meeste indruk hebben gemaakt, is Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez,’ zei minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap recht in de camera. ‘Ik ging iedere week, soms wel meerdere keren, naar de bibliotheek. En op een dag vond ik dit boek. Ik heb het verslonden.’
In een YouTube-filmpje uit april vorig jaar deed Bussemaker een dringende persoonlijke oproep. Ze werkte aan een nieuwe bibliotheekwet die ruimte moest maken voor digitale ontwikkelingen en in 2015 van kracht moest zijn. ‘Maar voor het zover is, kunt u meepraten over hoe de wet eruit komt te zien. Ik nodig u van harte uit dat te doen via de website www.internetconsultatie.nl. Help ons met deze nieuwe wet, zodat in de toekomst iedereen in Nederland het leesplezier kan ontdekken!’
Nog zo’n vernieuwing die haast sluipenderwijs is ingevoerd. Sinds 2009 hebben gewone burgers de gelegenheid via internetconsultatie zelf hun stem te laten horen over nieuwe wetten en Algemene Maatregelen van Bestuur. Alle departementen hebben zich verplicht om tien procent van de nieuwe wetten voor consultatie open te stellen. Dat die mogelijkheid bestaat, is nog tamelijk onbekend. Het gemiddelde aantal reacties is sinds 2011 langzaam gestegen van 48 naar 118: geen indrukwekkend getal op 13 miljoen kiesgerechtigden. De grootste uitschieter was de nieuwe wet voor het Passend Onderwijs met 2082 reacties. Een van de stille dieptepunten was de ‘Verlenging algemeenbindendverklaring handel in gewasbeschermingsmiddelen’. Aantal reacties: nul.
Toch kunnen goed geformuleerde bijdragen van burgers wel degelijk effect hebben.
Dat bleek bijvoorbeeld bij de Bibliotheekwet van Bussemaker. Via de internetconsultatie kwamen 225 reacties binnen: 60 procent van particulieren, 37 procent van medewerkers van bibliotheken en 3 procent van belanghebbende organisaties. In de Memorie van Toelichting bij de wet is te lezen dat verschillende suggesties werden overgenomen, zoals de vermelding in de wetstekst van ‘ontmoeting en debat, kunst en cultuur’ als maatschappelijke taken van de bibliotheek. Ook het schrappen van de verplichting voor bibliotheken om hun leden automatisch bij de landelijke digitale bibliotheek in de schrijven, was een suggestie uit de internetconsultatie: het wordt een vrijwillige keuze van ieder lid.
Koudwatervrees
Beïnvloeding van wetgeving door particulieren met slimme suggesties, het is een ongekende vorm van directe inspraak. Geen wonder dat er in de ambtenarij aanvankelijk koudwatervrees bestond: gewone burgers die zich met wetgeving bemoeien, wat levert dat op? Maar Aad van Tongeren, plaatsvervangend hoofd Informatie- en bibliotheekbeleid op het ministerie van OCW, zegt aangenaam verrast te zijn geweest door de kwaliteit van de reacties. ‘Ik heb nu voor het eerst met internetconsultatie te maken gehad, en vind het een heel goed instrument,’ zegt hij. ‘Op grond van de reacties is in het definitieve wetsvoorstel het hele systeem voor lidmaatschap opnieuw opgezet. Iedereen kan zelf kiezen hoe hij of zij lid wordt: alleen fysiek, alleen digitaal of fysiek en digitaal. De bibliotheekwet maakt het mogelijk dat daar een speciale pas voor komt. Dat was misschien niet gebeurd als we deze internetconsultatie niet hadden gedaan. De wet is er gebruiksvriendelijker van geworden, en dus beter.’

Toch valt er nog van alles te verbeteren aan deze vorm van internetconsultatie. Departementen mogen zelf bepalen welke wetten ze ter internetconsultatie aanbieden, zodat maatschappelijk omstreden wetgeving in de luwte kan worden gehouden. En de keuze welke suggesties wel en welke niet worden overgenomen en waarom is weinig transparant en dus lastig te controleren. Bij de Bibliotheekwet werd in de Memorie van Toelichting de omgang met de suggesties in grote lijnen beargumenteerd, maar andere ministeries maken zich er soms wel heel makkelijk vanaf. Bij de Wet normering Topinkomens bijvoorbeeld meende het ministerie van Financiën te kunnen volstaan met de mededeling: ‘Algemene teneur is dat men het eens is met de strekking van de wet. Daar waar men het niet eens is met de strekking van de wet, zijn de argumenten om normering af te wijzen van arbeidsmarkttechnische aard.’
Daar moesten reageerders als P. Peereboom uit Hurdegaryp en R. Vermeer uit Uden het mee doen. Het is de reden dat hoogleraar Wim Voermans – als adviseur betrokken bij de opzet van internetconsultatie – teleurgesteld is in de uitvoering. In Nederland gebeurt veel te veel ‘achter de luiken’. Volgens de Leidse rechtsgeleerde heeft dat te maken met de enorme versplintering van ons politieke landschap, die hij zelfs als ‘vergruizing’ omschrijft. Nederland mag dan wel hoog scoren op de lijst van meest transparante landen van de Verenigde Naties, maar dat is volgens Voermans een papieren werkelijkheid. Nederland is in het echt niét transparant. ‘In Nederland moeten we steeds compromissen sluiten, en dat gebeurt altijd achter gesloten deuren. Daarom wordt bij internetconsultatie niet precies opgeschreven waarom iets wel of niet wordt meegenomen en waarom. Net zoals de roep om de invloed van lobbyclubs op wetten inzichtelijk te maken. Dat lukt ook maar niet.’ Wat hem betreft moeten departementen bij internetconsultaties verplicht worden op iedere inzending te reageren. ‘De Europese Unie doet veel fout, maar dit doet ze goed. In Brussel publiceren ze een lijst van alle reacties én melden ze per voorstel waarom het wel of niet is overgenomen.’
Doe-democratie
Burgerinitiatief, internetconsultatie, referenda op lokaal en weldra landelijk niveau: het aantal instrumenten voor het organiseren van inspraak door gewone burgers is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. ProDemos, ‘huis voor democratie en rechtsstaat’, concludeerde vorige maand uit een onderzoek onder gemeenten dat zij steeds meer van dergelijke mogelijkheden bieden. Maar tegelijkertijd gebeurt iets heel eigenaardigs: het animo onder burgers om op lokaal niveau aan formele inspraak mee te doen, daalt, concludeert ProDemos. Terwijl burgers zich wel in toenemende mate informeel tot de gemeenten wenden met verzoeken om ondersteuning bij hun activiteiten.
‘Burgers komen steeds vaker met eigen initiatieven,’ zegt Anna Domingo, begeleider van het onderzoek bij ProDemos: ‘Bijvoorbeeld bij het opknappen van een speeltuintje of meer groen op straat. Ze bewandelen steeds vaker niet de lange formele weg, maar zetten zelf de schouders eronder en vragen de overheid hoogstens om ondersteuning.’ In het hele land schieten coöperatieve energiebedrijfjes, speeltuinverenigingen, kinderopvang en buurtcentra in eigen beheer als paddenstoelen uit de grond.
‘Burgers komen steeds vaker met eigen initiatieven’
Waarom er minder gebruik wordt gemaakt van formele referenda en initiatieven is ongewis. Oud-Kamerlid Niesco Dubbelboer denkt dat de overheid door inspraak beter is gaan luisteren naar burgers voordat ze omstreden plannen doorduwen. Referenda en burgerinitiatieven zijn daarom minder nodig .‘Het beleid is beter afgestemd op wat mensen willen.’
Hoogleraar Wim Voermans heeft een heel andere verklaring: ‘De overheid zegt toch vaak: dit zijn we van plan, zeg maar ja of ja. Burgers voelen dat. Als ze eerst de formele weg hebben bewandeld en er niets gebeurt, zeggen ze de volgende keer: we doen het zelf wel.’
Hoe het ook zij, beide democratie-experts zijn razend enthousiast over de hausse aan informele acties van burgers. ‘Ik zit vijfentwintig jaar in het vak,’ zegt Voermans. ‘Dit is nagelnieuw. Deze mensen luisteren naar de roep: democratie moet je doen. Ze zoeken zelf een weg.’ De hoogleraar refereert daarmee aan de nota ‘Doe-democratie’ van minister Plasterk van vorig jaar. PvdA’er Dubbelboer: ‘Daarin staat dat de doe-democratie op gespannen voet kan staan met de ouderwetse representatieve democratie, maar dat dat niet erg is. Dat besef is vooruitgang.’
Wisdom of the crowd
Een mooi voorbeeld van doe-democratie vindt Dubbelboer ‘Casa Jepi Mekandra’, opgericht door burgers in de Amsterdamse probleemwijk Holendrecht: huizen helpen elkaar. Eerst brachten bewoners in kaart wat ze in de buurt nodig hebben en wat ze zelf kunnen en willen bijdragen. ‘Inmiddels hebben ze duizend mensen bereikt en op eigen kracht al 150 mensen uit de schuldhulpverlening gehaald.’
Een heel andersoortig project heeft Wim Voermans onder zijn hoede. Samen met de universiteit Tilburg wil hij binnenkort de Nederlandse grondwet laten herschrijven door burgers via een Wikipedia-achtig systeem: ‘Het wordt een experiment met the wisdom of the crowd. Meer dan vijfhonderd burgers moeten daarin wijzigingen kunnen aanbrengen. Ik ben heel benieuwd wat daar uit gaat komen.’
In de meest radicale varianten van burgerparticipatie willen initiatiefnemers zelfs helemaal niets met de overheid te maken hebben. Dubbelboer vindt dat ‘nog interessanter’. Hij noemt de twintig ‘Stadsdorpen’ in Amsterdam. Daar brengen vrijwilligers mensen die hulp nodig hebben in buurten bij elkaar. Stadsdorp Nieuwmarkt heeft bijvoorbeeld al 280 leden. ‘Ik vroeg laatst aan een van de initiatiefneemsters: wat hebben jullie nodig van de overheid? Ze keek me aan en zei: “Helemaal niks. Ik moet er niet aan denken dat de overheid hiermee te maken zou hebben.”’
Voor de overheid is het wennen. Maar het tij is aan het keren. Belangrijke adviseurs als Pieter Winsemius (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) en Jacques Wallage (Raad voor het Openbaar Bestuur) schreven al rapporten waarin de overheid werd opgeroepen ‘minder verkrampt’ om te gaan met maatschappelijke initiatieven van burgers. Een hartenkreet die door minister Plasterk dus werd beantwoord met zijn ‘doe-democratie’ ter stimulering van een ‘vitale samenleving.’
Net een huis
Aan het einde van de middag hebben de deelnemers aan de G1000 in Amersfoort via een speciaal ontwikkelde app gekozen voor tien toekomstplannen. ‘Keigroen, samen doen!’ voorziet bijvoorbeeld in meer natuur en duurzame energie in de stad. ‘Samen zorgen!’ richt zich op mantelzorg in de buurt, ‘De buurtweter’ wil een goed geïnformeerde burger in iedere wijk als aanspreekpunt. En onder het motto ‘dit gunnen we iedereen’ moet er een G100 komen in alle wijken.
Om ervoor te zorgen dat het niet blijft bij praten alleen worden de deelnemers na de slotronde uitgenodigd als vrijwilliger een van de plannen te helpen uitwerken en uitvoeren. Er melden zich bijna tweehonderd mensen. ‘Het enige dat wij nog doen, is een volgende bijeenkomst faciliteren,’ zegt initiatiefnemer Harm van Dijk na afloop. ‘Verder is het helemaal aan de deelnemers zelf.’
Ook in de politiek lijkt de bijeenkomst een vervolg te krijgen. Welbewust hebben Harm van Dijk en zijn medeorganisatoren niet alleen gelote burgers uitgenodigd, maar ook politici en ambtenaren, werkgevers en kunstenaars. ‘Kunstenaars vervullen de rol van de nar die de machthebbers een spiegel voorhoudt en de blik op de werkelijkheid verrijkt. En de politiek, de ambtenarij en de werkgevers zitten dicht bij het vuur, zij hebben de macht om zaken in beweging te brengen. Burgers participeren al. Nu moet de overheid nog leren te participeren.’
De afgelopen jaren merkte Harm van Dijk als adviseur van allerlei overheden dat veel politici gewoon bang zijn. ‘Ze zijn vaak zo hard aangepakt door kritische burgers dat ze de neiging hebben te zeggen: ik laat me niet nog een avond afzeiken. Dat patroon proberen we met de G1000 te doorbreken door ze op basis van gelijkwaardigheid met elkaar te laten praten.’
De dialoog lijkt nog tot resultaten te leiden ook. De fractievoorzitters in Amersfoort beloofden ter plekke de tien toekomstplannen ‘mee te nemen’ in de coalitiebesprekingen in de komende weken. David van Reybrouck is aangenaam getroffen door de sfeer. Hij zegt: ‘Vijftig van de zestig voorstellen bij deze G1000 hebben de eindronde niet gehaald, maar na afloop is er niemand gefrustreerd over. Daaraan zie je dat beslissingen veel meer gedragen worden als burgers zich gehoord voelen. Voor politici is het ook een verademing als ze een keer met burgers kunnen spreken zonder te worden uitgescholden.
De democratie, zegt Van Reybrouck, is net een huis. ‘Zoals de democratie nu is georganiseerd, mogen burgers hooguit een pakketje op de stoep afleveren, in de keuken mogen ze niet komen. Hier bij de G1000 zie je dat het ook anders kan. Dit is een goede stap in de vernieuwing van de democratie. Maar we staan nog maar aan het begin.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.