Tussen de bedrijven door stuurde Mark Rutte van de week een migratienotitie naar de andere EU-lidstaten met zijn inzet voor de Europese top in februari. Het kabinet wil de asielinstroom in Europa beperken met meer geld voor grensbewaking en een snellere terugkeer van afgewezen asielzoekers, en dringt erop aan dat eerder gemaakte asielafspraken nu écht worden nagekomen.

De inzet was ongetwijfeld kordaat bedoeld – Rutte moest laatst aan zijn eigen partij beloven dat hij persoonlijk het voortouw zou nemen in het bedwingen van de ‘ongecontroleerde asielinstroom’ – maar aan de voorstellen was weinig nieuws. Zelfs het ogenschijnlijke nieuwe plan voor een experiment om de asielprocedure af te handelen aan de buitengrens van Europa is al vele jaren oud. Binnen het ministerie van Justitie werd er twintig jaar geleden al over gesproken naar aanleiding van de studie ‘People flow. Managing Migration in a New European Commonwealth’ van de Britse denktank Demos, maar er werd vrijwel niets mee gedaan.

In de notitie van Rutte is ook geen woord te vinden over arbeidsmigratie, terwijl heel Europa te kampen heeft met een reusachtige krapte op de arbeidsmarkt, een kwestie die mede door de vergrijzing de komende jaren alleen maar nijpender zal worden. In plaats daarvan wordt de aandacht weer gericht op symptoombestrijding, en worden asielzoekers te kijk gezet als de veroorzakers van het probleem.

beeld in de media

Intussen wijzen de migratiecijfers de andere kant op. Volgens het CBS bedroeg de totale immigratie in Nederland de afgelopen dertig jaar 5,2 miljoen. Daarvan kwamen 330.000 mensen uit de vijf belangrijkste herkomstlanden van asielzoekers: 6,4 procent. Van die groep verbleven er in 2022 nog 278.000 in Nederland: 1,5 procent van de bevolking. Van alle immigranten in die jaren is in totaal niet meer dan tien procent asielzoeker. De rest bestaat uit arbeidsmigranten, vooral uit andere lidstaten van de EU, en immigranten met de Nederlandse nationaliteit die na een verblijf in het buitenland terugkeren.

Hoe zorgen we ervoor dat asielzoekers zo snel mogelijk aan het werk komen, ook als ze nog met hun toelatingsprocedure bezig zijn?

Daar heeft niemand het over: het beeld in de media en in de politiek wordt bepaald door overvolle azc’s en mensen in tentjes bij Ter Apel, en de suggestie dat de woningnood door asielzoekers zou worden veroorzaakt – zoals laatst nog door minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting werd nagepraat.

In 2020, twintig jaar na zijn geruchtmakende essay ‘Het multiculturele drama’, schreef hoogleraar Paul Scheffer in NRC dat hij het aantal vluchtelingen had overschat en het aantal immigranten onderschat. ‘Destijds was integratie de blinde vlek,’ noteerde hij, ‘nu is immigratie de blinde vlek’, met tot gevolg dat asiel, arbeidsmigratie en integratie door de politiek nog steeds als afzonderlijke kwesties worden behandeld. Vervolgens pleitte Scheffer voor een samenhangend migratiebeleid, waarin niet alleen humanitaire beginselen worden meegewogen maar ook de belangen van het bedrijfsleven én het maatschappelijke draagvlak.

Het is hoog tijd dat het kabinet aan zo’n samenhangende visie gaat werken: hoeveel immigranten hebben we ook op de lange termijn nodig in Nederland? Hoeveel immigranten kunnen en willen we een plek bieden? Hoe faciliteren we tijdelijke arbeidsmigratie, ook in Europees verband? En hoe zorgen we ervoor dat asielzoekers zo snel mogelijk aan het werk komen, ook als ze nog met hun toelatingsprocedure bezig zijn? Daar is niet alleen verbeeldingskracht en inlevingsvermogen voor nodig, maar ook de bereidheid harde keuzes te maken. Alleen zo krijgt de overheid weer greep op migratie.

Dat zou meer zoden aan de dijk zetten dan het eenzijdige gepraat over de ‘ongecontroleerde asielinstroom’ waar de politiek zich in gevangen laat houden.