‘Dit is de fall van de Cabal
Where we go one we go all
Oeps, Wikileaks wekte al de schijn
dat ze kinderen bestelden net als bij de pizzalijn
Een pedonetwerk wereldwijd, vraag niet hoe
Via Hillary Clinton tot de Oranjes aan toe
Er is heel wat losgemaakt
Soms zijn we anoniem soms Janet Ossebaard
Je bent een mens het is logisch dat je je zorgen maakt
Het is de grote schoonmaak van de verborgen plaag’
Deze teksten komen uit het lied ‘Fall Cabal’ van rapper Lange Frans. Het is doorspekt met jargon van de ‘QAnon’-samenzweringstheorie. De kern van die theorie gaat over een wereldwijd netwerk van rijke en machtige elites die kinderen verkrachten en hun bloed drinken.
Het is een directe recycling van oude antisemitische ideeën over Joden die niet-Joodse kinderen ontvoeren om hen te offeren en hun bloed te drinken. De term ‘cabal’ is een afgeleide van de Joodse mystieke Kabbala. ‘Cabal’ is tegenwoordig een antisemitische hondenfluit, verwijzend naar een geheime wereldwijde Joodse samenzwering.
‘Globalisme’ is een verwante term die verwijst naar ‘ontwortelde’ Joden die overal op de wereld hun geheime agenda uitvoeren. George Soros is niet voor niks het vijandbeeld in de huidige theorieën over ‘globalisme’.
Dikke vrienden met Baudet
Lange Frans is dikke vrienden met Thierry Baudet. Maar ook rapper en ‘antiracisme-activist’ Akwasi verwees, toen er ophef was over eerdere uitlatingen waarin hij aan leek te zetten tot geweld, naar ‘pedo’s in de regering’.
De recycling van antisemitische ideeën over kindermisbruik door Lange Frans en Akwasi staat niet op zichzelf. Zowel radicaal rechts als segmenten van progressief Nederland putten uit dezelfde oude antisemitische vooroordelen in onze cultuur.
springlevend
Want antisemitisme is in Nederland, hoewel meestal niet expliciet of openlijk, sowieso springlevend. Te veel voorbeelden om hier op te noemen, maar de Nederlandse overheid subsidieert en faciliteert de meest antisemitische organisaties uit het buitenland, zoals organisaties die het gedachtegoed van de Grijze Wolven uitdragen, onder het mom van ‘integratie in Nederland’.
Wat daar de gevolgen van zijn, is misschien het beste te illustreren aan de hand van de ervaringen van journaliste Natascha van Weezel. Zij doet al jaren dialoogprojecten op middelbare scholen. Van Weezel vertelt hoe het schering en inslag is dat jongeren met een islamitische achtergrond schrikken als ze vertelt dat ze Joods is. Het komt zelfs vaak voor dat ze op haar achterhoofd kijken om te checken of ze hoorns heeft. Want het aloude antisemitische beeld dat Joden hoorns zouden hebben, is wat ze cultureel meekrijgen, met steun van Nederlands belastinggeld.
Ook veel progressieve organisaties – van ‘antidiscriminatiebureaus’ tot politieke partijen – werken innig samen met islamitische antisemieten. Zie bijvoorbeeld de ‘linkse alliantie’ in Rotterdam met de islamitische partij Nida, die banden heeft met onder andere het antisemitische Hamas.
Benoemen dat Nederland een lange geschiedenis van antisemitisme kent, is nog steeds taboe.
Zogenaamde antiracisme-activisten in Nederland hebben er ook een sport van gemaakt om het leed van de Trans-Atlantische slavernij te vergelijken met het leed van de Holocaust. Bagatellisering van het Joodse leed is onvermijdelijk het gevolg: ‘De Holocaust duurde maar vijf jaar en de slavernij vierhonderd jaar. Waarom krijgen zij wel herstelbetalingen en wij niet?’ is dan het discours.
En Baudets vrij openlijke recycling van oude antisemitistische ideeën – van zijn kritiek op ‘atonale muziek’ dat rechtstreeks is gekopieerd van de ‘entartete musik’ van de nazis tot zijn ideeën over ‘globalisten’ en George Soros – blijft ook onvermeld in veel kritische beschouwingen die er over hem en zijn partij zijn.
nog steeds taboe
We zijn het alweer snel vergeten, maar niet zo lang geleden werd je door bijna iedereen in Nederland, van links tot rechts, voor gek verklaard als je opperde dat racisme springlevend is in ons land, weet ik uit ervaring.
Gelukkig is daar inmiddels verandering ingekomen. Maar benoemen dat Nederland een lange geschiedenis van antisemitisme kent, dat dat antisemitisme nooit is verdwenen en dat het wordt omarmd door zowel radicaal rechts als onbewust door segmenten van progressief Nederland is nog steeds taboe.
Geschiedenis
Nederland was een van de landen waar vanaf de zestiende eeuw tolerantie ontstond om de maatschappij te ordenen. Dit had vooral pragmatische redenen. Calvinisten kregen na de Tachtigjarige Oorlog de macht, maar bleven tot ver in de achttiende eeuw een getalsmatige minderheid. Ze hadden er dus baat bij om anderen, zoals de katholieke ‘papisten’ en Joden niet een kopje kleiner te maken, anders bleven er niet genoeg boeren en arbeiders over.
Maar dat moest wel zodanig gebeuren dat die andere groepen altijd hun plek kenden, geen toegang kregen tot machtsposities en hun andersheid niet uitdroegen in de openbare ruimte.
Formalisering van tolerantie
Het gevolg was een toenemende formalisering van tolerantie in Nederland. Voor de groepen die getolereerd werden, was het meestal geen pretje. Ze hadden minder rechten dan de ‘echte Nederlanders’, in die tijd meestal aangeduid als ‘Hollanders’ of ‘Bataven’. Ze waren regelmatig het doelwit van hetzes en haatcampagnes, en fungeerden als zondebok bij rampspoed.
In de negentiende eeuw was er een politieke uitbuiting van de antisemitische cultuur van Nederland.
Politicoloog en historicus Siep Stuurman beschrijft het treffend als het gaat om Joden: ‘De gangbare praktijk was dat Joden op zijn best gedoogd werden, veelvuldig extra belasting moesten betalen, regelmatig vervolgd werden, en in grote delen van Europa in het geheel niet werden toegelaten.’
Eeuwenlang werden synagogen in de Europese cultuur, ook in Nederland, voorgesteld als ‘haatpaleizen’ die de ‘nationale eigenheid’ bedreigden.
In de negentiende eeuw was er ook een politieke uitbuiting van de antisemitische cultuur van Nederland. Oud-premier Abraham Kuyper heeft bijvoorbeeld vele geschriften op zijn naam staan waarin hij uitlegt: ‘Het Arische karakter [van Nederland] kan worden bedreigd door Joden […] door Joodse invloed zou bij de volkeren van Europa een ongewenschte karakterverzwakking voor den deur kunnen staan.’
Kuyper ontkende tegelijkertijd resoluut dat hij anti-Joods was. Want, zei hij ‘ik wijs Joden niet af enkel en alleen om hun Joods zijn’. Nee, legde Kuyper uit, het probleem was volgens hem dat Joden zich meer dan christenen aanpasten aan gevaarlijke maatschappelijke ontwikkelingen zoals liberalisering, secularisatie en modernisering.
Bovendien, zei Kuyper, ‘sommige van mijn beste vrienden zijn Joden’. De manier waarop Kuyper zijn virulente antisemitisme ontkent, is tegenwoordig waar te nemen bij veel mensen in Nederland die racistische retoriek bezigen: ‘Ik kan geen racist zijn, want ik heb ook allochtone vrienden.’
aloude vooroordelen
In 1997 studeerde historicus Paul Hendriks aan de Universiteit Leiden af op antisemitisme in Nederland. Onder andere op basis van de geschriften van Kuyper concludeert Hendriks in zijn scriptie dat Nederland betrokken dient te worden bij het vergelijkend historisch racisme-onderzoek omdat ‘aloude vooroordelen immers ook in Nederland blijken te leven’.
De historicus legt uit: ‘Wanneer talloze [Nederlandse] autoriteiten in dit vak er herhaaldelijk op wijzen dat Nederland, met de beste wil van de wereld, niet als antisemitisch te betitelen valt, sta je als doctoraalstudent voor een zware taak.’
De hartekreet van Hendriks, die verder geen carrière heeft kunnen maken in de geschiedwetenschap, gaat over de Nederlandse blinde vlek over het eigen antisemitisme. Inclusief de onbespreekbaarheid van de zeer antisemitische houding van de meeste Nederlanders voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.
Op school leren Nederlandse kinderen bijna alleen over Anne Frank en het verzet. Maar in werkelijkheid was het Nederlandse antisemitisme in die jaren zo sterk, dat zelfs de Duitse bezetter ervan schrok, zoals bijvoorbeeld blijkt uit bronnen over de duizenden Nederlandse politie-agenten die vrijwillig op ‘Jodenjacht’ gingen.
De boeken van Nanda van der Zee, Ad van Liempt en wijlen Evelien Gans zijn zeldzame uitzonderingen die wel inzicht in geven in de ware houding van Nederland.
Anders gezegd: het Nederlandse zelfbeeld dat antisemitisme vooral een buitenlands verschijnsel is dat ons kortstondig door de Duitse bezetting is opgelegd, zorgt ervoor dat het gerecycled antisemitisme – zoals uitgedragen door QAnon-aanhangers, Baudet, Akwasi en progressief Nederland – vandaag de dag ongestoord door kan gaan.
Antisemitisme is, met andere woorden, de laatste vrijbrief voor haat in Nederland. Hoog tijd dat we daar iets aan gaan doen.
Correcties en aanvullingen:
- In een eerdere versie van deze column stond dat Akwasi sprak van een ‘pedonetwerk in de regering’, maar hij had het over ‘pedo’s in de regering’.
- Waar stond dat Nederland de Grijze Wolven subsidieert, is dat aangepast naar “organisaties die het gedachtegoed van de Grijze Wolven uitdragen”.
- Waar van “vrij openlijk antisemitisme” van Baudet werd gesproken, is dat aangepast naar “openlijke recycling van oude antisemitische ideeën”.
- Waar werd gesproken van omarmen van antisemitisme door progressief Nederland, is dat aangepast naar het onbewust omarmen door segmenten daarvan.
- Een passage over een “antisemitische intellectuele alliantie tussen extreemrechts en een significante vleugel van de zogenaamde antiracismebeweging” is vervangen.
Thijs Broer is een weekje met vakantie en schrijft volgende week weer een column.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.