Hoog in de bergen van West-Macedonië kleurt het landschap zwart van de zonnepanelen. De bruinkoolmijnen en vervuilende kolencentrales die Griekenland vanuit hier decennialang van elektriciteit hebben voorzien maken in sneltreintempo plaats voor duurzame energie.

Daarvoor lenen de rotsachtige bergkammen rondom het voormalige mijnstadje Kozani zich uitstekend. In het hooggelegen gebied woont behalve een handjevol herders helemaal niemand. De grond is er spotgoedkoop en de zon schijnt er fel en vaak, wijst zonneparkbeheerder Dimitris Karapatsidis om zich heen aan. ‘Bovendien waait het hier hard genoeg om de panelen te koelen. Dan produceren ze het efficiëntst. Dat totaalpakket maakt het voor energiebedrijven buitengewoon interessant om in West-Macedonië te investeren.’

Zeker op dit moment kunnen zulke investeringen lucratief zijn. In 2019 presenteerde de Europese Commissie haar Green Deal: een megabeleidsplan om de economie te verduurzamen en de CO2--uitstoot in de EU terug te dringen. Sindsdien is er via een wirwar van Europese banken en fondsen veel meer geld dan voorheen beschikbaar voor schone energieprojecten. Het project bij Kozani is gerealiseerd dankzij een royale bijdrage van 75 miljoen euro door de European Bank for Reconstruction & Development (EBRD). ‘Maar we zijn hier niet omdat de politiek dat wil,’ haast Karapatsidis zich te zeggen. ‘Wij hebben hier geïnvesteerd omdat de grond goedkoop was en we op deze manier een bijdrage kunnen leveren aan de transformatie van een voormalige mijnbouwregio in een duurzame energiehub.’

DE GREEN DEAL

In diverse landen in de Europese Unie begint de Green Deal gestalte te krijgen. Journalist Hans Wetzels onderzoekt voor Vrij Nederland met welke uitdagingen dat gepaard gaat. Lees hier de eerste aflevering over Estland, waar de Europese plannen botsen met de geopolitieke realiteit, en hier de tweede over Slowakije, waar duurzaamheidsambities stuklopen op een handig steenkolenbedrijf en de derde over boerenbelangen in Frankrijk.

Monotoon zwart

Vanaf het hoogste punt is de enorme omvang van het zonnepark goed te zien. Bergtop na bergtop is bedekt met eindeloze velden van dicht aaneengesloten zonnepanelen. Wie goed kijkt, ziet tussen het monotone zwart ook bloemen bloeien en vogels nestelen in de schaduw. Dwars door het zonnepark zijn namelijk overal corridors van gras aangelegd, zodat de konijnen, vossen en beren die in de bergen leven vrij kunnen blijven rondlopen.

Dit zonnepark is het grootste van zijn soort in Zuidoost-Europa. Het werd in april 2022 geopend door de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis zelf, en wekt genoeg zonnestroom op om 75.000 Griekse huishoudens van schone energie te voorzien.

‘Wij hebben hier geïnvesteerd omdat de grond goedkoop was en we op deze manier een bijdrage kunnen leveren aan de transformatie van een voormalige mijnbouwregio in een duurzame energiehub.’

Beheerder Karapatsidis houdt kantoor in een grijze bouwkeet op de parkeerplaats. Buiten liggen grote rollen met dikke kabels opgeslagen. Monteurs rijden het terrein rond in kleine jeeps om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren terwijl Karapatsidis gasten ontvangt voor een rondleiding. ‘Natuurlijk was er ook kritiek op zo’n groot project als dit,’ vertelt hij later. ‘Maar dat waren vooral lokale herders die bang waren hun graasgebieden te verliezen. Mensen die dit project nog steeds zonder meer afwijzen, spelen naar mijn mening een politiek spelletje. Want duurzame energie is hoe je het ook wendt of keert de toekomst.’

Oliegigant

Eigenaar en exploitant van het gigantische project is het Griekse olieconcern Helleniq Energy, een conglomeraat bestaande uit verschillende dochterbedrijven die zich bezighouden met gaswinning, plasticproductie, consultancy en technische onderhoudsdiensten.

Maar Helleniq Energy is vooral bekend als de allergrootste olieboer van Griekenland: het bedrijf bezit twee uitgestrekte raffinaderijen ten westen van de havenstad Piraeus en nog een derde in het noorden van het land. Het exploiteert honderden benzinestations en levert via een lange pijplijn direct de vliegtuigbrandstof die nodig is om het internationale vliegveld van Athene draaiende te houden.

Het onopvallende hoofdkantoor zit direct aan de snelweg naar de luchthaven aan de rand van de Griekse hoofdstad. Achter een goed beveiligd hek worden okergele muren omgeven door strak vormgegeven waterpartijen. Binnen staan vitrinekasten vol managementawards.

Sinds 2006 heeft het concern ook een duurzaamheidstak: Helleniq Renewables. Die is verantwoordelijk voor de uitrol van windturbines, zonneprojecten en in de toekomst hopelijk ook waterstof, zegt algemeen directeur Sotiris Kapellos. ‘Oliebedrijven als wij hebben bij uitstek de technische kennis in huis om ook duurzame energie-infrastructuur aan te leggen. Wij weten hoe je gaspijpleidingen geschikt maakt voor waterstof, en hoe je zonneparken op het elektriciteitsnet aansluit. De Green Deal is heel erg ambitieus en om ambitieuze doelen te verwezenlijken heb je grootschaligheid nodig. Dan kun je eigenlijk niet zonder de kennis en het kapitaal van bedrijven als wij.’

Machtige lobby

Toen de Europese Commissie eind 2019 haar Green Deal presenteerde was dat in feite niets meer dan een politiek beginselprogramma. Op basis daarvan werd de EU-Klimaatwet aangenomen waarin wettelijk is vastgelegd dat in 2030 de netto-uitstoot van broeikasgassen met 55 procent gedaald moet zijn.

Om daar weer handen en voeten aan te geven, is onder meer het Fit for 55-pakket ontworpen. Dat is een reeks praktische maatregelen die de gewenste daling in CO2-uitstoot moet helpen realiseren. Bijvoorbeeld door een ambitieuzer EU-emissiehandels­systeem (EU-ETS) en het afschaffen van gratis uitstoot­rechten voor vervuilende sectoren, strengere emissienormen voor auto’s en bestelwagens, en de ontwikkeling van duurzame vliegtuigbrandstoffen. Ook zijn de vergunningsprocedures voor hernieuwbare energieprojecten korter gemaakt.

De Commissie wil dat het aandeel schone energie in de Europese energiemix in 2030 is gegroeid tot 40 procent – tegen 22 procent in 2021. Om al die doelen te realiseren is heel veel geld nodig. Dat probeert de Commissie dan weer bij elkaar te krijgen door aan bestaande EU-fondsen allerlei nieuwe klimaat- en duurzaamheidseisen te verbinden. Zo moeten EU-lidstaten voortaan 30 procent van het geld dat ze ontvangen uit het European Regional Development Fund (ERDF) besteden aan groene investeringen en gaat een derde van alle subsidies uit het InvestEU-programma verplicht naar klimaatprojecten.

Publieke financiering is echter niet voldoende en dus rekent de Commissie ook op de private sector om meer te gaan investeren in projecten die bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot. Om voldoende privaat kapitaal te mobiliseren spelen Europese financiële instellingen een belangrijke rol. Zo heeft de Europese Investeringsbank (EIB) inmiddels een heuse routekaart ontwikkeld om het eigen investeringsbeleid in lijn te kunnen brengen met gemaakte internationale klimaatafspraken en om genoeg nieuw geld bijeen te brengen van bedrijven en investeerders. Volgens de EIB en de Commissie is er tot 2030 namelijk in totaal een biljoen euro (dat is 1.000.000.000.000) nodig om de Green Deal te verwezenlijken.

Ook de in Londen gevestigde European Bank for Reconstruction & Development (EBRD) zal daaraan bijdragen. De EBRD is een grote ontwikkelingsbank die in 1991 werd opgericht met als missie de voormalige communistische landen in Oost-Europa te helpen hun staatsbedrijven te privatiseren en zo de transitie naar een markteconomie te ondersteunen.

Aandeelhouders van EBRD zijn de Europese Unie, de EIB, en meer dan zeventig nationale overheden van over de hele wereld. Over de jaren is het mandaatgebied van de bank flink uitgebreid tot ver buiten Oost-Europa. Na meermaals in verschillende landen betrokken te zijn geraakt bij milieuschandalen streeft de bank er tegenwoordig naar om in 2025 de helft van de investeringen in duurzame projecten te doen. ‘Al onze aandeelhouders moeten hun mening geven over een nieuwe strategie voor die publiek gemaakt wordt,’ legt Grieks EBRD-bankier Harris Damaskos uit. ‘Het is dus niet zo dat de EU de Green Deal goedkeurt en ze ons vervolgens opdragen dat we die als leidraad moeten nemen in ons werk.’ 

Critici zijn het er niet mee eens dat topvervuilers als Helleniq via de EBRD toegang krijgen tot miljoenen euro’s die bestemd zijn voor het verminderen van de CO2-uitstoot.

Ook het 130 miljoen euro kostende zonnepark van Helleniq Energy is gerealiseerd dankzij een bijdrage van 75 miljoen uit het GET-Framework (Green Economy Transition) dat de EBRD hanteert om duurzame projecten te financieren. ‘Ons project in Kozani is een pilotproject,’ vertelt Kapellos. ‘De productie van olie daalt immers al jaren en duurzaam heeft nou eenmaal de toekomst. Helaas is het financiële rendement op hernieuwbare energie nog erg klein. Dat maakt het verantwoorden van grote investeringen lastig. Toen wij hoorden dat de EBRD een deel van hun kapitaal zou gaan besteden aan groene energie hebben we meteen bij hen aangeklopt om te helpen dit idee te verwezenlijken.’

Volgens een EBRD-woordvoerder zijn er heldere afspraken gemaakt met Helleniq Energy om te voorkomen dat de voor duurzame projecten bedoelde EBRD-financiering terecht zou komen bij de fossiele activiteiten van het concern. Critici als beleidsanalist Nikos Mantzaris van milieuorganisatie The Green Tank vinden die garantie echter onvoldoende en zijn het er niet mee eens dat topvervuilers als Helleniq via de EBRD toegang krijgen tot miljoenen euro’s die bestemd zijn voor het verminderen van de CO2-uitstoot.

Niet in de laatste plaats omdat de machtige fossiele-energielobby in Brussel juist om het hardst heeft gevochten om klimaatmaatregelen uit de Green Deal juist te blokkeren. ‘Cynisch genoeg hebben precies de bedrijven die nu zoveel geld opstrijken er ook alles aan gedaan om wetgeving tegen te houden. Op die manier wordt zo’n zonnepark nooit meer dan gewoon een leuk financieel extraatje voor wat in de essentie een gigantische fossiele onderneming blijft.’

Mantzaris zit namens de Griekse milieubeweging regelmatig aan tafel bij de Europese Commissie. Om duurzaamheidsdoelen te realiseren in Griekenland is een rappe omschakeling van bruinkool naar schone energie noodzakelijk, en zonneparken spelen daarin ook volgens hem een belangrijke rol. Zolang de duurzaamheidstak binnen Helleniq Energy piepklein is, zet hij echter vraagtekens bij de klimaatwinst die zulke investeringen onder de streep opleveren.

Voorwaarde zou volgens Mantzaris moeten zijn dat grote energiebedrijven daadwerkelijk stappen zetten om hun fossiele portfolio af te bouwen. ‘Maar Helleniq Energy investeert op dit moment flink in seismisch onderzoek naar nieuwe olie- en gasconcessies op zee,’ vertelt hij op het dakterras van een museum voor oudheden tegenover het kantoor van de EU-delegatie in Athene. ‘Iedereen is het erover eens dat een verschuiving van bruinkool naar schone energie een goede zaak is die investeringen verdient. Maar het geeft een fossiel concern als Helleniq ook de perfecte gelegenheid om zichzelf als groen te presenteren terwijl ze dat in feite niet zijn. Want als je naar de cijfers kijkt, zie je dat hun totale uitstoot helemaal niet daalt.’

De EBRD is niet gediend van alle kritiek en probeert uit angst voor reputatieschade de publicatie van dit artikel tegen te houden. In een gesprek benadrukt bankier Damaskos dat het helemaal geen uitzondering is voor fossiele concerns om groen geld te ontvangen: ‘Wij zien meer grote olie- en gasbedrijven aan de slag gaan met hernieuwbare bronnen. Hoe meer investeringen je kunt aantrekken in deze sector hoe beter dat is voor de Green Deal.’

Littekens

Wie vanuit de bergen afdaalt naar de vallei waarin Kozani ligt, ziet overal de littekens van decennia bruinkoolmijnbouw. Tegen een imposant decor van groene hellingen staan verlaten graafmachines in een wijds maanlandschap.

Van de kolencentrales die ooit de trots van de regio waren, is er nog maar eentje open: in 2019 kondigde de Griekse regering aan alle centrales binnen vier jaar definitief te zullen sluiten. In een verlaten dorpje liggen straathonden verveeld uit te rusten voor nagenoeg lege winkels. De dorpsbewoners hebben zich jarenlang en met succes verzet tegen de plannen om het kolenbekken onder hun woonplaats af te graven. Velen van hen zijn alsnog vertrokken.

Tegen de berghellingen duiken steeds meer zonneparken op. Sommige zijn kleinschalig en in handen van lokale gemeenschappen, andere worden in sneltreintempo uit de grond gestampt door energiebedrijven die van West-Macedonië een duurzame elektriciteitshub willen maken.

Niet iedereen is daar blij mee. Panagiotis Andrikopoulos studeert werktuigbouwkunde in Kozani. Op zijn telefoon laat hij een regionale kadasterkaart zien vol grote paarse, blauwe en bordeauxrode vlakken. Allemaal zijn het percelen waarvoor bouwaanvragen voor zonneparken zijn ingediend, goedgekeurd of inmiddels gerealiseerd. Op verschillende van die plekken is het inmiddels tot schermutselingen gekomen tussen de politie en dorpsbewoners, vertelt hij. ‘Alweer is er van hogerhand besloten dat deze regio heel Griekenland van energie moet voorzien en daar gaat nu alle EU-geld naartoe. Gewone mensen merken er helemaal niets van, want veel banen leveren al die zonneparken niet op.’

Al dat geld uit Brussel

Nu de Europese Commissie West-Macedonië heeft aangemerkt als transitieregio is er ook geld beschikbaar uit het Just Transition Fund (JTF). Ook daarin ligt de focus onevenredig sterk op het aantrekken van kapitaal en investeerders, vindt Maria Stefanidou van jongerenorganisatie GoAlive.

Decennialang draaide de economie exclusief op de productie van bruinkool. Alternatieven daarvoor komen tot op de dag van vandaag niet van de grond, vertelt ze. De jeugdwerkloosheid in de regio is daardoor opgelopen tot meer dan 50 procent: ‘Wij hebben regelmatig ontmoetingen met de regionale autoriteiten over wat ze nou eigenlijk van plan zijn met al dat geld uit Brussel. Jongeren zien hier geen toekomst en vertrekken naar de Griekse eilanden om onderbetaald seizoenswerk te doen in de toerismesector. Degenen die hier blijven, wonen noodgedwongen bij hun ouders. Zolang niemand naar ons luistert, zie ik daar niet snel verandering in komen.’

Om de stem van jonge mensen beter onder de aandacht te brengen, richtte Stefanidou (eveneens met EU-subsidie) begin 2020 GoAlive op. Het kleine kantoortje van de stichting zit op de eerste verdieping boven een kledingwinkel in het centrum van Kozani. Op de muur hebben vrijwilligers een grote EU-vlag geschilderd en er hangt een schema van conferenties waar ze naartoe willen om samenwerking te zoeken met jongerenorganisaties uit andere landen.

‘Ik denk dat de Europese Commissie naïef is over hoe corrupt Griekenland is. Ze zien niet dat het Europese geld hier vaak gewoon wordt verdeeld tussen lokale politici en zakenlui.’

‘Het merendeel van de EU-subsidies hier gaat naar onderwijsprogramma’s waar niemand iets aan heeft, zakenlunches op het stadhuis of netwerkevenementen voor het bedrijfsleven,’ zucht Stefanidou. ‘Ik twijfel niet aan de goede intenties van de mensen die bij de Europese Commissie werken. Maar ik denk wel eens dat ze naïef zijn over hoe corrupt Griekenland is. Ze zien niet dat het Europese geld hier vaak gewoon wordt verdeeld tussen lokale politici en zakenlui.’

Wantrouwen

Ook buiten Griekenland blijven de kansen die de energietransitie in West-Macedonië biedt niet onopgemerkt. Zo heeft de Duitse energiereus RWE begin 2023 aangekondigd om met 90 miljoen euro aan EU-steun te gaan investeren in vijf zonneparken in de regio.

Mantzaris houdt voet bij stuk dat die eenzijdige focus op energie het draagvlak voor de Green Deal als geheel ondermijnt: ‘Lokale gemeenschappen worden bijna niet betrokken bij de landverkoop aan zulke partijen, en de besluitvorming over wie subsidie krijgt uit allerlei transitiefondsen gebeurt op een schimmige manier. Als vervolgens geen enkel plan materialiseert behalve alles wat met energie te maken heeft, dan leidt dat tot veel wantrouwen. Ik heb de Commissie meermaals gewaarschuwd dat daardoor de hele groene transitie verschrikkelijk in de soep kan lopen.’

Hoog in de bergen bij Kozani is Dimitris Karapatsidis intussen hard aan het werk. Druk telefonerend loopt hij op en neer voor zijn bouwkeet. Verderop worden drie gloednieuwe watertanks geïnstalleerd om de zonnepanelen schoon te houden. Verderop is voorbij een bergkam nog net de rookpluim van de allerlaatste actieve bruinkoolcentrale van West-Macedonië te zien.

Hij glimlacht en kijkt naar de lucht; er komt onweer aan. Toch plaatst ook hij soms vraagtekens bij de manier waarop de Green Deal landt in de praktijk. ‘Kijk, het is natuurlijk niet onze schuld dat er te weinig wordt gedaan aan werkgelegenheid in de regio hier,’ besluit hij nadenkend. ‘Het was ook nooit de bedoeling dat dit zonnepark de plaats van de mijn zou gaan innemen. Ik denk dat we om stappen voorwaarts te zetten realistische politieke doelen nodig hebben. En dan moeten politici toch eens ophouden met alleen luisteren naar bedrijven die zelf geld verdienen aan gas en olie.’

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).