Vrij Nederland deelt dit artikel met jou.
Het zijn tijden voor Vrij Nederland.

Piet Oudolf, de Rembrandt van de tuinen

Mischa Cohen (archief)
De tuin van Piet Oudolf in Hummelo. Foto: Piet Oudolf
Piet Oudolf maakt tuinen als fragiele bloemenschilderijen. Van de High Line in New York tot het nieuwe dakterras van Jeff Koons. Van Chicago tot Parijs. Waarom ontwierp hij de meeste en mooiste tuinen in het buitenland?

Een lichtgroene Cadillac uit de 62-serie en een rode Dodge uit de jaren vijftig staan geparkeerd in de kas waar Piet en Anja Oudolf vroeger hun zeldzame planten kweekten. Allebei strak in de lak en glimmend van het chroom. Het is vroeg in de lente en Piet Oudolf is tussen alle buitenlandse projecten door even thuis in de Achter-hoek. De plantenkwekerij was jarenlang dé publiekstrekker in het dorp Hummelo, waar toch ook Normaal-zanger Bennie Jolink en Oranjespits Klaas-Jan Huntelaar vandaan komen. Een paar jaar geleden werd het te veel, vertelt Anja Oudolf, die de dagelijkse leiding had op de kwekerij. ‘We produceerden duizend verschillende planten, in kleine aantallen. Dat is zo arbeidsintensief, dat konden we niet langer volhouden. We zijn gestopt op onze top.’

De proeftuin in Hummelo is nog wel af en toe open voor bezoekers, als bedevaartsoord voor bewonderaars van het werk van tuin- en landschapsarchitect Oudolf. Hij stond mede aan de basis van de Dutch Wave – behalve architectuur, mode en design zijn dankzij hem ook Nederlandse tuinen internationaal een begrip.

‘Ik heb altijd tegen mijn zonen gezegd: ga maar niet in de planten, het is erg lastig om daar iets mee te verdienen’

Geen compromis

Het is oogsttijd voor Piet Oudolf (69). Hij ontwierp tuinen van Venetië tot Chicago en van Stockholm tot Londen en kreeg vorig jaar de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs. In november van dit jaar ontvangt hij de Rotterdam-Maaskantprijs, vanwege zijn ‘creatieve genie’ en de maatschappelijke betekenis van zijn projecten. Binnenkort opent zijn tuin bij Durslade Farm in het Engelse Bruton, een vroeger boerenbedrijf dat door galeriehouder Iwan Wirth wordt getransformeerd in een centrum voor hedendaagse kunst.

Wirth vroeg hem naar aanleiding van de ‘hortus conclusus’ die Oudolf drie jaar geleden samen met architect Peter Zumthor ontwierp in de Kensington Gardens in Londen. ‘De briefing van Iwan was heel simpel: je krijgt de volledige vrijheid, sluit geen compromissen,’ zegt Oudolf.

Niet alleen ontwierp hij de tuin van zesduizend vierkante meter en vijfentwintigduizend vaste planten, Durslade Farm heeft volgende maand ook de primeur van een tentoonstelling van de tekeningen van Oudolf, die al zijn tuinontwerpen ouderwets met de hand tekent en inkleurt, gecombineerd met een al even mooie legenda.

De tentoonstelling Piet Oudolf: Open Field van deze tekeningen bij galerie Hauser & Wirth, die behalve op het platteland van Somerset ook vestigingen heeft in Londen, New York, Zürich en Los Angeles, kun je ‘misschien wel’ zien als erkenning voor zijn internationale status als kunstenaar, beaamt hij.

Oudolf: 'Een tuin moet een duidelijke functie hebben. Foto: Lenny Oosterwijk
Oudolf: ‘Een tuin moet een duidelijke functie hebben. Foto: Lenny Oosterwijk

De Dodge en de Cadillac zijn trouwens te koop. Ze zijn door zijn oudste zoon Pieter, die handelt in antieke bouwmaterialen, geïmporteerd uit de Verenigde Staten, vertelt Oudolf trots. ‘Ze zuipen benzine maar ze rijden echt heel lekker.’ De andere zoon woont in Ecuador en is daar getrouwd met een indiaanse. Hij heeft zijn zoons afgeraden om hem op te volgen. ‘Ik heb altijd gezegd: ga maar niet in de planten, het is erg lastig om daar iets mee te verdienen.’ Hemzelf lukte dat wel, als mede-eigenaar van Future Plants, dat licenties verkoopt voor het kweken van door Oudolf geselecteerde planten, maar meer nog als ontwerper. En dan vooral in de Verenigde Staten.

Dat begon met een uitnodiging van de stad New York. Na de aanslagen van 9/11 wilde het stadsbestuur een gedenktuin voor alle slachtoffers aanleggen in de Battery, het zuidelijkste puntje van Manhattan. Op die plaats, van waaruit ooit Nederlandse kolonisten Nieuw Amsterdam stichtten, begon ook Piet Oudolfs verovering van New York – al zou hij dat zelf nooit zo zeggen. Kapsones zijn hem vreemd, hoe enthousiast hij ook is over de deuren die er sinds de opening van de Gardens of Remembrance in de Battery voor hem zijn geopend.

Cruijffiaans

Piet Oudolf is een grote, charmante man, enigszins verlegen maar zelfverzekerd als hij het over zijn vak heeft. Een landman en een kunstenaar. Zijn witte haar valt in een lok half over zijn gezicht zonder hinderlijk artistiek te zijn. Hij vertelt gedreven en laat zich niet afleiden van zijn onderwerp, kort gezegd: het planten van planten.

Als Oudolf het heeft over het belang van het onderhouden van je tuin is dat geen filosofische bespiegeling. Dan gaat het echt gewoon over wieden en snoeien

Sinds de satirische roman Being There van Jerzy Kosinski, waarin elk woord van tuinman Chance (‘Chauncey Gardiner’, in de film gespeeld door Peter Sellers) over de natuur als Cruijffiaanse wijsheid werd opgevat – ‘elke groei heeft zijn seizoen’, ‘zolang de wortels niet worden doorgesneden, is alles in orde’, et cetera – hoor je in de woorden van een tuinman al gauw een metafoor.

Maar als Oudolf het heeft over het belang van het onderhouden van je tuin is dat geen filosofische bespiegeling. Dan gaat het echt gewoon over wieden en snoeien. Verwacht van Piet Oudolf geen lessen over het leven buiten de perken van de tuin, had tuindeskundige Gina Kranendonk al gezegd. ‘Piet is een doener, een spitter. Mensen willen graag zijn wijze woorden horen over genetisch manipuleren van planten, over de opwarming van de aarde, over de neergang van de bijenstand. Daar gaat hij niet op in, hij maakt liever een tuin waar die bijen graag komen.’

Oudolf gaat voor naar zijn recent gebouwde studio, schuin achter de verbouwde boerderij De Koesterd waar hijzelf, zijn vrouw Anja en hun twee zoontjes ruim dertig jaar geleden vanuit Haarlem naartoe verhuisden. Het was destijds een krot, maar wel een krot met ruim voldoende grond voor een tuin en een kwekerij. De eerste jaren waren de Oudolfs vooral bezig met verbouwen; er waren ook nog nauwelijks klanten.

De High Line in New York. Foto: Piet OudolfDe High Line in New York. Foto: Piet Oudolf

Nu staat er behalve de woonboerderij een strak, minimalistisch gebouw van twee verdiepingen met een prachtig uitzicht over de tuin aan de ene kant en de weilanden aan de andere. Beneden is de studio van Piet, boven houdt Anja kantoor. De inrichting is sober maar de spullen zijn met zorg uitgekozen. In de gang staat een originele Eames-stoel. Binnen, voor een wand van ‘witjes’, antieke tegels die door zijn zoon zijn geleverd, brandt een betonkachel van Dick van Hoff.

Midden in zijn studio hangt de reuze-uitvoering van de artisjok-lamp van de Deense ontwerper Poul Henningsen. ‘Soms ruil ik wat tegen een kleiner tuinontwerp,’ zegt Oudolf. Er is geen minimum-formaat voor een tuin van zijn hand. ‘Maar als iemand met een stadstuintje langskomt, kost dat mij dezelfde concentratie als iets groots – juist op postzegelformaat wil je laten zien dat er echt iets gedáán is.’ Het kan ook simpeler, zegt Oudolf.

‘Als de lezers van Vrij Nederland een paar vierkante meter van mij in hun tuin of op hun dakterras willen planten, dan kunnen ze zelf hun favoriete gedeelte uit de ontwerptekening op deze pagina’s knippen. Wel eerst even goed kijken wat de zon- en de schaduwkant is. Ik hecht niet aan auteursrecht, laat anderen vooral profiteren van wat ik in al die jaren heb opgestoken.’

Knippen en plakken

Is het terrein van De Koesterd van anderhalve hectare zijn maximum? Wanneer is de schaal te groot en gaat het niet langer over een tuin maar over een landschap, dus meer iets voor ontwerpbureaus als West 8 van Adriaan Geuze of LOLA Landscape Architects? ‘Je moet het zo zien: als ik samenwerk met landschapsarchitecten, ben ik bezig met de kern van het grotere gebied dat zij ontwerpen,’ zegt Oudolf.

‘Een tuin moet een duidelijke functie hebben voor de omgeving en is er niet om alleen met Google Earth naar het mooie patroon te kunnen kijken’

Hij wijst naar de weilanden die grenzen aan zijn studio. ‘Met herhaling kun je een heel eind komen, dus als ik echt de kunstenaar wil uithangen, zou ik kunnen zeggen: ik neem dit weiland en met een paar honderd keer copy/paste plak ik er een tuinontwerp in. Dat zou in principe kunnen, maar het zou wel zinloos zijn. Een tuin moet een duidelijke functie hebben voor de omgeving en is er niet om alleen met Google Earth naar het mooie patroon te kunnen kijken. Bovendien moet er budget zijn om de kwaliteit te handhaven, anders ben je je tuin binnen twee jaar kwijt.’

Toen hij in 2004 werd gebeld door James Corner van het bureau Field Operations schrok Oudolf wel even van de schaal van het New Yorkse project dat hem werd voorgesteld. ‘Nadat ik mijn eerste tuin van twaalfhonderd vierkante meter had gemaakt, dacht ik: dat is toch wel de grens van mijn mogelijkheden, hier kom ik niet overheen.’ Maar de High Line was van een andere categorie, een langgerekt gebied van 2,5 kilometer.

‘Beangstigend lang. Aan de andere kant, stelde ik mezelf gerust, als je 100 meter kunt maken kun je ook 2500 meter maken.’ Field Operations was een van de vijf overgebleven kandidaten, maar ze hadden nog nooit een van hun landschapsontwerpen gerealiseerd. Rationeel gezien zat er dus niets anders op dan ‘nee’ zeggen, wist Oudolf. Toch zei hij meteen ‘ja’, en tekende een overeenkomst waardoor hij nu, tien jaar later, nog regelmatig op en neer naar New York vliegt. ‘Ik werd gepakt door het enthousiasme van de mensen die zich opwierpen als verdedigers van de High Line, het verhoogde spoor voor goederentreinen dat dreigde te worden afgebroken.’

De verbouwde boerderij De Koesterd in Hummelo. Foto: Piet OudolfDe verbouwde boerderij De Koesterd in Hummelo. Foto: Piet Oudolf

Hell’s Kitchen

Het werkte: op een beetje mooie dag zie je meer mensen dan planten op de voormalige spoorlijn. Landschapsarchitect Adriaan Geuze, die de afgelopen tien jaar in New York bezig was met het realiseren van een groot nieuw park op Governors Island, schrijft het slagen van de High Line helemaal toe aan Piet Oudolf.

‘Het is een van de duurste parken ooit gemaakt: een smalle strip die honderden miljoenen heeft gekost. De New Yorkse architecten claimen het ontwerp, maar als ik daar rondloop, zie ik maar één ding en dat is het werk van Piet. De hele High Line is nutteloos zonder die bloemen en die extreme kwetsbaarheid, diversiteit en variatie van effecten van textuur, kleur en geur. Het ontwerp van de tegels, de bankjes en de trappen zijn uitwisselbaar maar Oudolfs ontwerpen niet. Hij heeft de illusie gecreëerd van dat bloemenschilderij, middenin een wereldstad.’

Piet Oudolf beschrijft hoe hij de eerste keer langs de roestige verhoogde spoorlijn liep, van het Meatpacking District naar Hell’s Kitchen. ‘Ik liep te kijken, ik overlegde niet, ik observeerde alleen maar en al wandelend vormde zich een eerste schetsontwerp in mijn hoofd.’ Notities maakt hij nooit meer. ‘Vroeger deed ik dat wel, maar het is als met het opschrijven van dromen, als ik het teruglas, dacht ik altijd: waarom heb ik dit in godsnaam opgeschreven? Alles wat ik bewust of onbewust registreer, komt er op een zeker moment wel uit. En zo niet, dan was het dus niet belangrijk.’

Kennemerduinen

Goed kijken leerde Piet in het café van zijn ouders. Hij groeide samen met zijn broers op in Bloemendaal, in en rond café-restaurant Rusthoven van zijn ouders, bij de ingang van de Kennemerduinen. ‘Mijn vader was daar een bekende horecafiguur, we hadden ’s avonds een druk caféleven. Ik stond als jongetje in de deur te luisteren naar de mensen aan de bar, ik wilde zien hoe de gasten daar bezig waren. Zelf zei ik nooit wat, ik was te verlegen. Nog steeds ben ik niet graag het middelpunt.’

Als ze niet naar school gingen of in de duinen rondzwierven – ‘als avontuurlijk type vond ik dat struinen in de natuur leuk, maar ik had niets met planten’ – hielpen Piet en zijn broers in de bediening op het terras. ‘Niet echt tot mijn plezier, maar ik verdiende er een leuk zakcentje mee.’ In 1968, hij was 23, werd hij op datzelfde terras verliefd op de negentienjarige Anja. ‘Daar was het dan wel weer goed voor, dat terraswerk.’

‘Ik heb de hele tuin van mijn moeder omgegooid met allerlei wilde fantasieën’

De verliefdheid en de erop volgende verkering leidde het einde in van zijn horecacarrière. ‘Ik had tot die tijd niets anders gezien dan het café. Toen het aan raakte met Anja, vroeg ik aan mezelf: ga ik dit dan mijn hele verdere leven doen? Anja werkte in het café, bij de midgetgolfbaan, mijn broer werkte ook nog in de zaak. Ik dacht: als ik er nu niet uitstap, lukt het me nooit meer.’

Het was het begin van een reeks losse baantjes, bij de Hoogovens en in een visfabriek. ‘Ik zocht een doel in mijn leven, ik had het onbestemde gevoel dat ik iets kon, maar ik wist nog niet wát.’ Tenslotte kon hij terecht bij een tuincentrum om met de kerstbomen te helpen tijdens de kerstdrukte. ‘Na afloop vroegen ze me of ik nog een maandje op de kwekerij wilde werken.’ Al snel begon hij planten voor zichzelf te bestellen die hij plantte in de tuin bij het café. ‘Ik heb de hele tuin van mijn moeder omgegooid met allerlei wilde fantasieën.’

Op de kwekerij kwamen hoveniers, vaak mannen die ook lunchten in het café-restaurant van zijn ouders. ‘Eentje vroeg: Piet, kom je bij mij werken? Ik ben dus hovenier geworden – net als een van mijn broers trouwens, die nog steeds een hoveniersbedrijf heeft. Toen ik na vier jaar klaar was met mijn avondopleiding, zei ik tegen mijn baas: ik begin voor mezelf, kun je mij niet een paar klanten meegeven? Nee dus. Als ik een nieuw pad insla, verwacht ik dat alles en iedereen meewerkt aan het idee dat ik voor me zie, de realiteit is soms anders.’

Oudolf: 'Als lezers van Vrij Nederland een paar vierkante meter van mij in hun tuin of op hun dakterras willen planten, dan kunnen ze zelf hun favoriete gedeelte uit de ontwerptekening op deze pagina's knippen.' Tekening: Piet Oudolf Oudolf: ‘Als lezers van Vrij Nederland een paar vierkante meter van mij in hun tuin of op hun dakterras willen planten, dan kunnen ze zelf hun favoriete gedeelte uit de ontwerptekening op deze pagina’s knippen.’ Tekening: Piet Oudolf

Vinexkindjes

Het is een zaterdag eind mei en landschapsarchitect Adriaan Geuze komt vrolijk aangestept door zijn zelfontworpen Máximapark, driehonderd hectare groen tussen de Utrechtse wijken Vleuten en Leidsche Rijn. ‘Het duurt een jaar of twintig voor zo’n park ergens op lijkt en het is nooit af,’ zegt hij. Voor de opening van de Vlinderhof, de tuin die Piet Oudolf in zijn park heeft ontworpen, komt hij graag even kijken. Zo vaak gebeurt het niet dat er een Oudolf-tuin wordt geopend in Nederland.

De ontwerper zelf staat er een beetje afwezig bij, hij houdt niet zo van feestjes, zeker niet als hijzelf het middelpunt is en er partytenten en toespraken aan te pas komen. Hij wandelt liever even door zijn tuin, die hier met hulp van tientallen vrijwilligers uit de buurt is aangelegd. ‘Het stroomde van de regen en toen kregen we van Piet te horen dat we álle planten er weer uit moesten halen omdat ze te ondiep waren gepoot,’ vertellen ze enthousiast.

Oudolf laat de lagen zien waaruit zijn tuinen bestaan, de herhaling van motieven, het belang van de grassen. Twee blonde Vinexkindjes die naast het pad rennen en een pas geplante Aster Spectabilis dreigen te vertrappen, wijst hij resoluut maar vriendelijk terecht. De tuin is er gekomen dankzij het initiatief van een buurtbewoner, die de bewonderde ontwerper brutaalweg benaderde. ‘Meestal zeg ik dan dat ik geen tijd heb, maar drammers weten altijd een kier te vinden.’

De opdracht luidde: ontwerp een tuin die minstens driehonderd dagen per jaar mooi is om naar te kijken, vertelt Oudolf. ‘Ik heb eerst een plantenlijst van een kleine honderd planten gemaakt, zodat ik een ruim palet had. Vanaf dat moment is het ontwerpproces moeilijk uit te leggen. Als je die lijsten van planten en bloemen eenmaal hebt, voelt het als een soort bouwpakket met onderdelen waarvan je intuïtief weet hoe je ze in elkaar moet zetten.’

‘Ik zie de planten als toneelpersonages, als mijn acteurs die in elke nieuwe tuin een andere rol kunnen spelen’

Piet is een typisch mannelijke ontwerper, had Gina Kranendonk over hem gezegd. ‘De tuinbusiness was altijd nogal wijverig en Piet heeft dat veranderd. Bij hem is alles stoer en groot, het groeit allemaal recht omhoog, er is geen roosje te ontdekken.’ Dat mannelijke, dat ziet Oudolf niet zo van zichzelf. ‘Het is wel een hiërarchisch proces. Je begint met grassen of lang bloeiende planten die domineren, die het beeld bepalen, die moet je verdelen over de hele ruimte. Je maakt zo’n tuin niet perk voor perk maar je werkt over het hele canvas heen in een ritme, een samenspel.’

In tuinen gaat alles altijd over controle, zegt Oudolf. Hij gebruikt planten die wild lijken maar eigenlijk heel goed zijn te beheersen. ‘Ik probeer het overweldigende gevoel dat je kunt hebben in Amerikaanse natuurreservaten en prairies en andere heel sterke natuurbelevingen te vertalen naar een tuin of een park.’ Inmiddels heeft hij een lijst opgebouwd van enige honderden planten, bomen en heesters die hij graag gebruikt.

‘Ik zie die planten als toneelpersonages, als mijn acteurs die in elke nieuwe tuin een andere rol kunnen spelen. Echte favorieten heb ik niet, of althans steeds andere. Ik kan nu tegen je zeggen: ik ben gek op Koninginnekruid en op Vernonia. En Miscanthus gebruik ik helemaal niet meer. Maar in mijn volgende tuin kan het precies andersom zijn. Als ankerpunt gebruik ik de ene keer Duizendblad maar soms ook Panicum, lid van de grassenfamilie.’

The New Whitney

‘Een tuinman is een schepper, een schilder met kleuren, niet van verf maar van planten,’ sluit landschapsarchitect Adriaan Geuze zijn korte openingstoespraak af. ‘Piet geeft de visie door van God. Piet is een Rembrandt van onze tijd.’ De Vlinderhof is er gekomen dankzij een buurtinitiatief, begint Oudolf, als hij toch ook iets moet zeggen. ‘Ik ben blij dat ik hier nu lig, maar alles hangt nu af van jullie als vrijwilligers, want met de tuinmensen valt of staat mijn werk.’

The Northern Spur. Foto: Piet OudolfThe Northern Spur. Foto: Piet Oudolf

Dat zou een reden kunnen zijn dat de meeste tuinen van Piet Oudolf in het buitenland zijn te vinden, al heeft hij dan recent in de Rotterdamse haven het groen op het Leuvehoofd en de Westerkade ontworpen. ‘Het is niet toevallig dat we in Nederland onze parken en openbare ruimte vaak door taakstraffers laten onderhouden,’ zei tuindeskundige Gina Kranendonk eerder.

‘Dat zegt iets over onze cultuur, werken in het openbaar groen vinden we kennelijk een straf. Maar om het ingewikkelde lagensysteem van Piets tuinen te kunnen onderhouden, moet je kennis van zaken hebben. Op de High Line of in Lurie Park in Chicago, dat Oudolf ook heeft ontworpen, zetten ze echt geen taakstraffers in.’

Piet Oudolf is net terug van de High Line, waar de levering van een lading planten vertraagd bleek. Terwijl hij wachtte – uiteindelijk kwamen die planten helemaal niet door – had hij er genoeg te doen. Hij is op Manhattan bezig met de uitbreiding van de tuin in de Battery: de Battery Bikeway Gardens. Volgend jaar opent the New Whitney, het museum van Renzo Piano vlakbij het begin van de High Line, dat dan 550 miljoen euro zal hebben gekost. Oudolf heeft de tuinen van het museum ontworpen, net als die bij de tweede New Yorkse galerie van kunsthandelaar David Zwirner. En dan zijn er nog de particuliere projecten, zoals de daktuin van Jeff Koons.

‘In de architectuur hebben we Koolhaas, in de mode Viktor & Rolf. Wereldtop. Piet Oudolf is dat óók, alleen weet niemand dat in onze culturele sector’

Documentairemaker Tom Piper, die een film maakt over het werk van Oudolf, heeft in de tuin in Hummelo timelapse-camera’s staan, net als op de High Line en de Lurie Garden in Chicago. De daktuin van Koons wil hij ook filmen en dat is de reden dat Oudolf aarzelend besloot om door te gaan met dat project. ‘Ik ben voor die opdracht gekoppeld aan een klassieke landschapsarchitect die niet zo goed begrijpt dat mijn werk autonoom is. Dat is niet pretentieus hoor, als je weet dat je de komende vijf à tien jaar met iemand samenwerkt, moeten de verhoudingen meteen duidelijk zijn. Zo niet, dan zeg ik beleefd “nee”. Als de opdrachtgever me vervolgens vraagt: “Weet je misschien iemand anders die het óók zou kunnen?” is dat het bewijs dat ik de juiste beslissing heb genomen.’

Dutch Wave

Die vrijheid is essentieel, zegt Oudolf, vandaar ook dat hij meestal alleen werkt. ‘Ik was altijd panisch dat ik opdrachten zou moeten aannemen om mijn personeel te kunnen betalen.’ De eerste jaren werkten Oudolf en zijn vrouw wel samen met Romke van der Kaa, de tuinpublicist die head gardener was geweest van de beroemde Great Dixter-tuinen in East Sussex, Engeland.

‘Wij reisden stad en land af in Engeland, Duitsland en Denemarken om te zien wat daar gekweekt werd. In Duitsland vonden we planten die je in tuinland Engeland niet zag: robuuste hoge vaste planten, veel grassen. Maar de kwekerij was nooit het einddoel, planten zag ik steeds als een gereedschap.’

Hij kwam in contact met geestverwanten als Rob Leopold, een tuinfilosoof met kennis van wilde plantenzaden, en kunstenaar Henk Gerritsen, oprichter van de Prionatuinen in het Overijsselse Schuinesloot. Die tuinen worden tegenwoordig beheerd door Gitta Luiten, voorheen directeur van het Mondriaanfonds. ‘Oudolf en Gerritsen zijn de twee grote namen van de Dutch Wave,’ vertelt ze. ‘Piet is een rustige, bescheiden, aimabele man. Henk, die zes jaar geleden overleed, was lastiger. Hij liet als eerste dooie planten gewoon staan in zijn tuin en zei: moet je eens kijken hoe mooi dat is.’

Met zijn tweeën stonden Oudolf en Gerritsen aan het begin van een nieuwe, wereldwijde stroming in de tuinarchitectuur. ‘Hun ideeën hebben de grootste verandering van de Engelse tuincultuur in eeuwen veroorzaakt. In Nederland is hun invloed minder zichtbaar. In de architectuur hebben we Koolhaas, in de mode Viktor & Rolf, in het ontwerpen Droog design. Wereldtop. Piet Oudolf is dat óók, alleen weet niemand dat in onze culturele sector.’

The High Line in New York. Foto: Piet OudolfThe High Line in New York. Foto: Piet Oudolf

Jongleren

In de tuin in Hummelo vallen de magnolia, de kersenboom en de moerbeiboom op deze vroege lentedag meer op dan de grassen en de planten die nog niet in bloei staan. ‘Toch wordt het planten van bomen wat overschat,’ zegt Oudolf, die internationaal ook bekend staat als aanjager van de ‘New Perennial movement’, de vaste plantenbeweging. ‘Het is mooi dat mensen ooit zullen zeggen: geweldig dat die man daar een eeuw geleden een eik heeft geplant. Maar ik oogst ook graag waardering terwijl ik er zelf nog bij ben.’

Het ingewikkelde van snel groeiende vaste planten is dat je niet alleen de vier seizoenen in je ontwerp moet meenemen maar dat je ook jaren vooruit moet denken. Welke planten kunnen andere gaan overwoekeren, welke zijn sterk, welke zijn kwetsbaar? ‘Je probeert het op papier vast te leggen, maar dat is per definitie onmogelijk: het verandert voortdurend, het beweegt in de tijd.’

Geïnspireerd door Henk Gerritsen laat hij in zijn tuinen behalve de bloei ook het verval zien in de herfst en de winter. ‘Ik heb toen de schoonheid van de imperfectie ontdekt, dat was echt een tuinrevolutie. Daarvoor werd alles wat dood of uitgebloeid was zo snel mogelijk verwijderd.’

Oudolf heeft zich voorgenomen om door te werken tot hij erbij neervalt, een moment dat iets dichterbij komt nu hij de zeventig nadert. ‘Vroeger kon ik bukkend een hele tuin doorwerken. Als ik nu een dagje buk, heb ik een week lang pijn in mijn rug. Dat is geen ramp, hoor, het schoffelen en snoeien is vooral therapeutisch interessant en daar heb ik niet zoveel behoefte aan. Het kijken in de tuin is voor mij belangrijker dan het spitten.’

De legenda van een van Oudolfs tuinontwerpen. Tekening: Piet Oudolf
De legenda van een van Oudolfs tuinontwerpen. Tekening: Piet Oudolf

Hij kan nu juist de vruchten plukken van zijn praktische leerschool, tientallen jaren experimenteren op de kwekerij en in zijn proeftuin. ‘In het begin ging er vaak iets fout en moest ik een tuin soms na een paar jaar aanpassen. Inmiddels doorgrond ik de meeste planten en hun eigenschappen en kan ik met mijn materiaal jongleren. Toch denk ik voor ik aan een nieuwe opdracht begin elke keer weer: kan ik het nog wel? Dat is ook nodig, omdat ik steeds verder wil en elke keer een nieuwe grens wil oversteken. Als je zeker van je zaak bent, wordt het routine en dan sta je stil. Dankzij mijn twijfel, blijf ik in beweging.’

De privétuin van Piet en Anja Oudolf in Hummelo is open op 26, 27 en 28 juni van 11 tot 16 uur en van 1 augustus tot en met 18 oktober op donderdag, vrijdag en zaterdag van 11 tot 16 uur. Verder alleen op afspraak. Zie ook www.oudolf.com

De Vlinderhof is onderdeel van het Máximapark in Utrecht. Dichtstbijzijnde parkeerplaats: Alendorperweg 44, Vleuten

Word abonnee vanaf € 4,99 Sluit je aan
X
Het zijn tijden voor Vrij Nederland
Het zijn tijden voor
Vrij Nederland
Goede journalistiek kost tijd en aandacht. Om de verhalen te kunnen maken die jij graag leest, vragen we je abonnee te worden. Sluit je nu aan.
Om de verhalen te kunnen maken die jij graag leest, vragen we je abonnee te worden van VN.
Het platform voor progressief Nederland
Voor cultuurliefhebbers en kritische volgers van de actualiteit
Onafhankelijke journalistiek: van maandblad tot video, van podcast tot blog
En: jaarlijks vier thema-specials

Advertentie

Advertentie