Liever luisteren dan lezen? Blendle heeft dit verhaal ingesproken.

Tijdens één van mijn eerste lessen staatsinrichting op het gymnasium hield de geschiedenisleraar ons voor dat er iets dramatisch was scheefgegroeid in de democratische verhoudingen. Terwijl in de loop van de twintigste eeuw de ministeries waren uitgedijd tot bureaucratische molochen van duizenden ambtenaren, moesten de 150 Tweede Kamerleden het nog steeds doen met anderhalve medewerker. Voor het parlement, stelde de leraar vast, was het vrijwel onmogelijk geworden haar controlerende taak naar behoren uit te voeren.

Inmiddels zijn we enige decennia verder, en is er aan scheve verhouding tussen parlement en ministeries nog helemaal niets verbeterd. Integendeel: nog altijd moeten de parlementariërs hun werk zien te doen met anderhalve medewerker, terwijl de departementen alleen maar nóg machtiger zijn geworden, en talloze grote bedrijven en belangenorganisaties inmiddels hele legers lobbyisten op het Binnenhof hebben rondlopen. Met tot ontluisterend gevolg dat regelmatig moties en zelfs wetsteksten kant en klaar door belangenclubs worden aangedragen en in de Kamer worden behandeld. Het parlement als doorgeefluik: daar gaat de democratische controle.

Zakkenvuller

In een hele reeks onderzoeksrapporten werd het probleem gesignaleerd, zoals in het verslag van de Stuurgroep Parlementaire Zelfreflectie in 2009. Er werd niets mee gedaan. Want het treurige is: rond het Binnenhof weet iedereen al jaren dat de parlementaire controle tekort schiet, maar geen Kamerlid durft aan de bel te trekken. Wie zijn oor te luisteren legt in de wandelgangen kan het talloze parlementariërs horen zeggen: ja, we hebben te weinig ondersteuning, alleen: sinds Pim Fortuyn durft niemand er in de Kamer over te beginnen uit angst om als zakkenvuller te worden weggezet.

Het parlement als doorgeefluik: daar gaat de democratische controle.

Maar sinds kort lijkt er eindelijk verandering in de komen. Het was Alexander Pechtold die in oktober in zijn grote afscheidsinterview in Vrij Nederland de kat de bel aanbond, en betoogde dat niemand in de Kamer over meer ondersteuning durft te praten: ‘De gemiddelde lobbyist die in de Kamer langskomt, heeft tegenwoordig meer ondersteuning dan Kamerleden zelf. Anderhalve medewerker heb je, en daar moet je het mee doen tegenover ministeries met duizenden ambtenaren. Zo hol je de democratie langzaam uit.’

Leeg bureau

De hartenkreet van de vertrekkende D66-leider werd in januari integraal overgenomen in het rapport van de Staatscommissie die zich onder leiding van oud-minister Johan Remkes boog over de toekomst van het Parlementaire Stelsel, begeleid door een stevig pleidooi voor extra ondersteuning voor Kamerleden, in ieder geval voor de vaste Kamercommissies.

Sindsdien durven individuele Kamerleden zich hier en daar wat steviger uit te spreken over het gebrek aan ondersteuning. Toen Hugo de Jonge, de dynamische minister van Volksgezondheid, in februari een fotootje twitterde van een groep ambtenaren die Kamervragen zit te beantwoorden, stuurde ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers prompt een fotootje terug van een groot, leeg bureau: ‘En hoe ziet ondertussen de ondersteuning voor de Kamerleden in datzelfde debat eruit? Nou, zo dus.’ Waarna Hugo de Jonge reageerde: ‘Méér ambtelijke ondersteuning zou écht een goede zaak zijn. En de Kamer kán daarvoor kiezen. Do so!’

De vraag is nu wat er met de motie gebeurt, want het zal niet de eerste keer zijn dat de resultaten van zulk onderzoek in de la verdwijnen

En zo kon het gebeuren dat D66-Kamerlid Joost Sneller, voorheen jarenlang fractiemedewerker onder Pechtold, vorige week tijdens een Kamerdebat over de begroting van de Kamer de gebrekkige ondersteuning van de Kamerleden ter sprake bracht, en tot zijn eigen verbazing prompt werd bijgevallen door verschillende andere fracties. Uiteindelijk kwam Selçuk Öztürk van DENK met een motie waarin het presidium wordt verzocht ‘te onderzoeken of en op welke manier de fractieondersteuning uitgebreid kan worden.’

Vrees voor boze burger

In de Kamer leidde het tot enig wenkbrauwfronsen dat de motie werd ingediend door uitgerekend Öztürk, die het regelmatig aan de stok heeft met Kamervoorzitter Khadija Arib omdat hij van het fractiebudget graag tendentieuze filmpjes maakt waarin collega’s van andere fracties over de hekel worden gehaald. Maar de Heer kent nu eenmaal wonderlijke instrumenten: bij de Stemmingen van deze week werd de motie ondersteund door een ruime Kamermeerderheid.

Lees ookMacht op vrijdag: Hoe BFF’s Trump en Netanyahu het Midden-Oosten op scherp zetten21 juni 2019

De vraag is nu wat er met de motie gebeurt, want het zal niet de eerste keer zijn dat de resultaten van zulk onderzoek in de la verdwijnen. Maar een paar uur na de stemmingen waar de motie-Özturk van de week een meerderheid kreeg, belandde ik op het terras aan het Plein bij toeval aan tafel bij een klein gezelschap dat zich heeft voorgenomen de Kamer op de huid te blijven zitten over betere ondersteuning.

Op initiatief van lobbyist Oliver van Loo, die zich naast zijn commerciële opdrachten regelmatig inzet voor zaken van publiek belang, waren aangeschoven: Tom Kunzler van de Open State Foundation die een manifest schreef voor betere ondersteuning van Kamerleden en een petitie lanceerde, gesteund door tientallen maatschappelijke organisaties, historicus Geerten Waling, die met journalist Berend Sommer al een tijdje van plan was een burgerinitiatief van die strekking te organiseren en nu een burgerpetitie op touw heeft gezet via steundekamer.nl, en Arco Timmermans, hoogleraar Public Affairs in Leiden, die klaar staat om internationaal vergelijkend onderzoek voor de Kamer te doen.

Het is een wonderlijk gegeven: dat een gelegenheidsgezelschap van wetenschappers, journalisten en lobbyisten de Tweede Kamer moet aansporen om betere ondersteuning voor zichzelf te organiseren. Hoog tijd dat de parlementariërs hun vrees voor de boze burger laten varen, en er zelf de schouders onder zetten