Liever luisteren dan lezen? Gustaaf Peek heeft dit stuk ook voor je ingesproken.
Which side are you on boys?
Which side are you on?
Which side are you on boys?
Which side are you on?
– Florence Reece
Een willekeurig voorbeeld. Soldaat van Oranje – De Musical zal na bijna negen jaar nog minstens tot september van dit jaar worden opgevoerd in de inmiddels beroemde TheaterHangaar (‘2450 m2 blackbox’) buiten Katwijk. Pakweg drieduizend voorstellingen zullen dan een kleine drie miljoen bezoekers getrokken hebben. Al die mensen hebben het bombastische verhaal ondergaan van een leliewitte patriciër die heroïsch door de Tweede Wereldoorlog raast en weke politici en lafhartige hoge officieren overklast met een combinatie van boerenslimheid en een nobeler hart.
Individuele belangen en frustraties doen het personage van Erik Hazelhoff Roelfzema de oorlog betreden, zijn verzet, evenals dat van de andere personages, is particulier. Erik is zowel snob als iconoclast, tegelijkertijd gevoelig en doortastend, en aantrekkelijk voor man en vrouw. Fascisme, racisme, bezetting, deportatie: dit zijn geen terugkerende thema’s of inciting incidents in de plot. Wie maalt er om ideologie wanneer er gevochten, gevlucht, gered, gezoend of gezongen kan worden? Wanneer de glorieuze uitkomst voor de ridderlijke hoofdpersoon al vaststaat?
Erik duldt alleen het gezag van koningin Wilhelmina. Zij is dan ook een echte vent: nuchter, rechtdoorzee, edel en onbehouwen. De andere vrouwelijke personages in de musical zijn aankleding en ondersteuning, spotlights die Erik extra laten glanzen. Cast, creative crew en publiek zijn wit. Producent Fred Boot is vorig jaar als ridder opgenomen in de Orde van Oranje-Nassau.
Nederland houdt van zijn verfrissende aristocraten en weerbare vorsten, beloont hun trouwe bewonderaars. Het was slechts een kwestie van tijd voordat een provinciale pummel als Geert Wilders de gunst van de Nederlandse kiezer zou verliezen. Kapitalisme, patriarchaat en witte dominantie. Die drie wil ik alvast genoemd hebben, ik zal er later op terugkomen.
Het verlies van witte waarden
Woensdag 20 maart 2019 behaalde Forum voor Democratie van Thierry Baudet als gevolg van de Provinciale Statenverkiezingen de meeste zetels in de Eerste Kamer en wie daarover verbaasd deed, is onoprecht of lijdt aan een hardnekkige cognitieve dissonantie. Hebben we de afgelopen veertig jaar op iets anders gestemd?
Hoeveel premiers en regeringspartijen hebben we in die tijd al niet meegemaakt die migranten criminaliseerden, die de overheid presenteerden als een terugtredende kracht, die hun zorgen uitten over het verlies van witte waarden, die zich op onze beschaving beriepen en de bewonderenswaardige wortels ervan, die de burger gezeur en oppervlakkigheid verweten, die zwegen over de bronnen die hun campagnes en ideeën financierden, die hulpbehoevenden als schuldenaren beschouwden, die kritiek en onafhankelijkheid als hinderlijk en staatsgevaarlijk afdeden, die een zelfredzame held in het individu wilden vinden, die Europa een verstorende regelgever en geldverslinder noemden, die privacy onwenselijk en verdacht hebben gemaakt, die maatschappelijk geweld negeerden en met deze houding wrok verder hebben aangewakkerd?
Die docenten als klagende werknemers wegzetten, die de werkende mens voor de rentenierende meneer lieten opdraaien, die kunst als hobby van de foute kant afdeden, die deden alsof dakloze kinderen en armoede niet bestaan, die zorg, huisvesting, rechtspraak, onderwijs, voedsel, infrastructuur en milieu aan de markt overlieten, die de achterstelling van vrouwen als een natuurlijk gegeven accepteerden, die zichzelf of naasten tijdens en na staatsdienst aan vette commissariaten, burgemeesterschappen of lucratieve buitenlandse posten hielpen?
Anyone?
Verbale rooksluier
Het is altijd een wensdroom geweest. Het politieke Nederland dat door zijn meerpartijenstelsel en coalitievorming vanzelf in een middenstroom belandt, dat de scherpe kantjes van elk standpunt afslijpt en daarna overgaat tot de orde van de dag. Nederland tolerant land, Nederland gidsland: we hoorden het graag als buitenlands compliment, ons superioriteitsgevoel heeft ons er altijd van weerhouden om die misvatting te nuanceren.
https://www.vn.nl/product/vrij-nederland-nr-5-2019/Het is vooral een exclusief schijnbeeld, in het leven geroepen door een zakelijke en politieke toplaag die zich in mythes moest hullen om het land uit het zicht in eigendom over te hevelen. Het recente etiket ‘Belastingparadijs’ (met dank aan het Europese Parlement) legt een publiek geheim bloot.
We zijn als de gemiddelde sociopaat, we hebben vrede met onze handelingen, maar vrezen dat iemand ons betrapt.
Feit of fictie. De feiten bedreigen ons zelfbeeld, waardoor we fictie steeds ingrijpender inzetten. Neem de overwinningsspeech van Baudet, de verwondering over al het applaus van een publiek dat duidelijk weinig benul had van de inhoud. Maar Baudets opsommerige en opgezwollen referaat van invloeden en inzichten was precies wat zijn publiek, en wij hebben onszelf allemaal tot zijn publiek gemaakt, op dat moment nodig had.
Het misogyne, racistische en autocratische vooruitzicht dat hij schetst, is namelijk niet het probleem, het is de voornaamste reden voor alle aandacht, maar door zijn verbale rooksluier voldoet hij aan ons belangrijkste verlangen: hij houdt onze bedoelingen en handelwijzen weg van ons publieke zelfbeeld. Het is deze 36-jarige gelukt om de vorm te verversen voor de continuering van onze cultuur om iets te zijn zonder het te lijken.
Aansprakelijkheid vermijden
Het is een traditie. Denk aan de puissant rijke kooplieden in sober zwart op de zeventiende-eeuwse portretten, aan machtige premiers op de fiets, een zaklopend staatshoofd, het begrip ‘politionele actie’, de VOC als ‘multinational’, aan de zielige smeekbeden van het grootbedrijf om maar in Nederland te mogen blijven. Ons geweten heeft een zwakke maag, we zijn als de gemiddelde sociopaat, we hebben vrede met onze handelingen, maar vrezen dat iemand ons betrapt. Zo blijft ons bovendien de schaamte van onze vernedering en onmacht bespaard.
Baudet blijkt dan even Hollands als Boer zoekt vrouw, dat opgewekt seksistisch en nationalistisch is zonder het ooit zo expliciet te benoemen. De Luizenmoeder, nog zo’n voorbeeld van een favoriet programma dat net als Baudet behendig aansprakelijkheid weet te vermijden en ons vermaakt zonder onze honger naar racisme en seksisme te opzichtig te onthullen.
Wanneer stijl en vorm essentieel worden om onze cognitieve dissonantie in stand te houden, dan zullen ook politici volledig fictioneel worden, personages, waarbij wij van kiezer in toeschouwer veranderen. De reële band tussen volk en vertegenwoordiger snijden we hiermee noodgedwongen door. In verkiezingstijd kunnen we ons dan alleen nog uiten door middel van applaus of boegeroep, politieke beschouwingen zijn niet meer dan persoonlijke recensies van performances. En de best bevonden acteur, degene die zijn sjabloon het meest voorstelbaar inneemt, gaat naar huis met de hoofdprijs.
De acceptatie van fictie in het politieke debat heeft bovendien geleid tot machteloosheid tegenover kwade trouw. De Ruttes, Buma’s, Wildersen en Baudets van deze wereld hebben hierdoor een permanente uitvlucht gekregen. In de politiek kan en mag kwade trouw niet bewezen worden, alle feiten zijn ook maar meningen en alle meningen zijn gelijk, nietwaar, dus is het nu mogelijk om in de zotste afleidende discussies te geraken, omdat een of meerdere partijen opzettelijk en met nauwelijks verholen plezier het doel van het debat saboteren. Het slaat de tegenstander lam en levert stemmen op. Media tonen uitingen, zelden wegen ze waarheid of moreel gehalte. Onoprechtheid is nog nooit zo lonend geweest.
Gevoel is wat telt. Dit is geen onverwachte uitkomst bij een tanende democratie, wanneer steeds grotere machtsverschillen de verhoudingen bepalen. Onze burgerlijke invloed begint in zijn laatste stadium te arriveren. Vakbonden kwijnen, de collectieve verbanden die ons contexten van overleg en macht verschaffen, lijden onder de hegemonie van de privatisering. We geloven er niet meer in, hoe kan één verband al onze individuele behoeften vervullen?
Dezelfde twijfel valt politieke partijen ten deel: geen enkel programma komt bevredigend overeen met al onze eigen wensen, niets past precies, why bother? De FNV liet zich traditioneel via de ooit machtige PvdA horen in de Tweede Kamer, maar wie verklankt nu hun eisen op die cruciale plek? En wanneer heeft Buma voor het laatst de afkorting CNV in de mond genomen?
Baudet mist de muscle, wie kan hij nou mobiliseren? Bleekneuzen, louche ondernemers en gevallen academici, niemand met wezenlijke beslissingkracht.
Rechts voelt vertrouwd
Onze verkiezingsstem is gedevalueerd. De particuliere uitbesteding van basisbehoeften als energie, telecommunicatie, gezondheidszorg en openbaar vervoer heeft ervoor gezorgd dat we over al deze essentiële zaken niet meer democratisch mee kunnen beslissen. Van burger naar klant. Op Vattenfall, Vodafone of Nationale Nederlanden kan niemand stemmen. De afgelopen decennia hebben we onze overheid voortdurend de kant van markten zien kiezen. Onze economie is even rechtvaardig als de politiek die haar vormgeeft.
Maar wij doen ertoe, wij zijn niet futiel, wij staan hier en we zijn bang om onopgemerkt te blijven. Wie luistert er nog naar ons?
We luisteren naar onszelf en ons gevoel zegt rechts. Ook al beseffen we dat we ons afreageren, rechts moet onze onberedeneerbare hang naar stabiliteit en controle bevredigen. Rechts wil onze oude glorie herstellen. Rechts spreekt de taal van tv en internet. Rechts voelt vertrouwd, we weten ons door rechts gemachtigd. We hopen wat zij beloven, zij geven woorden aan onze wensen en dromen. Zij moeten alles goed maken.
Baudet is de pimp
Wanneer de gedachten zich rond macht en onmacht centreren, moet ik vaak aan Hollywoodklassieker The Godfather denken. De scène in de auto, Marlon Brando als Vito Corleone zit achterin, na de bijeenkomst van de Five Families. Sonny, de heethoofdige zoon van de Don is doodgeschoten en er moet een bestand komen om verder bloedvergieten in de maffiawereld te beteugelen. Het lijkt om een machtsstrijd tussen Corleone en Philip Tattaglia te gaan, maar in de auto onthult de sluwe Corleone wie zijn werkelijke tegenstrever om de macht is. ‘Tattaglia’s a pimp. He never could’ve out-fought Santino. But I didn’t know until this day that it was Barzini all along.’
Dan de analogie: Baudet is de pimp. Een kleine jongen met meer muil dan macht. Baudet mist de connecties, de muscle, wie kan hij nou mobiliseren? Bleekneuzen, louche ondernemers en gevallen academici, rancuneuze oud-militairen, niemand met wezenlijke invloed of beslissingkracht. Mensen die we niet kennen, die ons ook niet interesseren. En om in de analogie te blijven: Rutte, Buma en Segers, met hun partijen, loyaliteiten en corporate vertakkingen zijn momenteel de Barzini’s. Kapitaal en kerk, en dan is Buma ook nog eens van adel. In het hart van de huidige macht leven geen eendagsvliegen.
Kapitalisme. Patriarchaat. Witte dominantie. Dit zijn de communicerende vaten waarin onze rancune stroomt, onze haat en ontkenning, onze angst en sentimentaliteit.
Burgerlijke baldadigheid en Baudets sexappeal zijn nauwelijks onverwachte redenen voor de vele stemmen op FvD. De Provinciale Statenverkiezingen waren voor ons, kersverse aanhang, vooral een leuk uitstapje, entertainment (here we are now, entertain us), weer eens iets anders na steeds dezelfde koppen, Baudet durft tenminste en Rutte moet niet naast zijn schoenen gaan lopen.
Om het in een taal te formuleren die ook Forumstemmers kunnen begrijpen: cui bono? Kapitalisme. Patriarchaat. Witte dominantie. Dit zijn ze, de communicerende vaten waarin onze rancune stroomt, onze haat en ontkenning, onze angst en sentimentaliteit, ons dagelijkse vermaak, ons geïnstitutionaliseerde geluk. Ze zijn gehaaid, omdat ze eeuwen hebben kunnen oefenen, hun fundamenten voelen al veel te uitgehard. Ze hebben de mens niet als middelpunt, dus ze kennen geen compassie of compromis. Ze bieden rechtvaardiging voor onderdrukking, uitbuiting en verovering. Ze bepalen en besmetten. Ze zijn verantwoordelijk voor maatschappelijk daderschap. Alles wat we als mens hebben weten te bereiken, elke vorm van vrijheid, gelijkwaardigheid of schoonheid hebben we met grote offers aan deze drie onttrokken.
Wie hun onontkoombare macht ontkent, hoopt van hen te profiteren. Wie zijn lot aan hen verbindt, verandert in een dader. Zwijgen of gedogen maakt alleen maar medeplichtig. Het is leerzaam deze daders en hun medeplegers als een vijand te beschouwen, het verheldert veel van hun handelingen, hun strategieën. Ze testen onze kwetsbaarheden. Het meldpunt voor linkse invloeden op universiteiten was bijvoorbeeld zo’n test. Wanneer na het opperen hiervan vele instituten en collectieven door heel Nederland zich solidair met de universiteiten hadden verklaard, zou de vijand weten dat hij op dit punt weinig te winnen had. Maar deze solidariteit bleef uit en nu hebben universiteiten hun zwakke plek in de samenleving verraden.
Genoeg uitleg nu. Een mens kan alle kapotte onderdelen van het bestaan tot bloedens toe duiden zonder een stap verder te komen. Bevestiging is nog geen verbetering.
Vrijheid, rechtvaardigheid en gemeenschap: dit zijn de wachtwoorden voor de toekomst.
Vierkante plaksnorren
Waar wachten we op? (Ik richt me nu tot degenen die nog aarzelen, die zich onzichtbaar denken, machteloos, die in een uiterst geval hopen zich achter hun huidskleur te kunnen verbergen, wat staat er ook op het spel, ook dit gaat weer over, waarom moet ik me schuldig voelen, het gaat toch goed, ik stem wel D66 of geef de PvdA nog één kans, zo erg is Rutte trouwens niet, hij houdt figuren als Baudet tegen, vroeger had je niet van dit soort problemen, et cetera.)
Wachten we tot onze politici een uniform aantrekken? Tot ze hun vierkante plaksnorren opplakken en allemaal met hun rechterarm omhoog gaan staan?
Wat is er nog nodig? Boekverbrandingen? Gebiedsverboden voor bepaalde bevolkingsgroepen? De vervolging van kunstenaars en journalisten? Hoeveel aansporing hebben we nodig voordat we in verzet komen? Bubbels bestaan niet, ze zijn de zoveelste zelfbedwelmende truc voor het laffe geweten. Er bestaan machtsverschillen en standsverschillen, die klinken inderdaad lang niet zo onschadelijk.
Dus wat is er aan de hand? Waarom lijken we eerst helemaal zeker te moeten weten of iemand een fascist/racist/seksist is? Durven we niet te beseffen dat dergelijke vragen hun luxe verraden, dat deze benamingen in fascistische/racistische/seksistische samenlevingen pleonastisch zijn? De distincties strekken zich alleen maar uit over individuen en hebben daardoor uiteindelijk weinig betekenis, want de machtsstructuren blijven intact. Het draait niet om afzonderlijke vijanden, maar om vijandige systemen. Systemen die serieuze slachtoffers eisen, die sociale verstandhoudingen terroriseren met heilloze hiërarchieën, die levens fnuiken en talent verspillen. De concentratie van macht is nu tot zo’n spitse punt geslepen, dat groot persoonlijk succes niet mogelijk is zonder collectief verlies.
In verbinding met de kwetsbaren
Natuurlijk zal een dader niet bevestigen dat hij ergens schuldig aan is (denk aan het rendement van onoprechtheid), dus treed in verbinding met de kwetsbaren, de slachtoffers. Vraag het de slachtoffers. Luister naar hun ervaringen en ervaar hoe bedoeld hun pijn en angst zijn, hoe hun lot beoogd is.
Laten we dan onszelf bevragen. Hoe vrij ben ik? Wat is doorslaggevend in mijn wereld: macht of recht? Wie ben ik werkelijk? Ben ik vrij om dat te onderzoeken? Engagement. Iedereen die ooit van een ander heeft gehouden, weet wat het woord inhoudt. Het is niet eng en het doet geen pijn, noch is het een carrièrekiller. Wanneer het gemeend is, voelt het als de normaalste, natuurlijkste zaak op aarde. Hoe het zich uit is onbelangrijk, wezenlijker is de verandering die tot stand komt doordat we emotioneel in een ander zijn getreden, waardoor de rest van het leven in een nieuw licht komt te staan.
Met een wijder perspectief zijn we vatbaarder voor pijn, voor confronterende ervaringen, maar omdat de kring is vergroot blijkt er meer mens om die te dragen. Hoe groter de gemeenschap die ons stut, hoe meer ruimte en veiligheid voor persoonlijke reikwijdte. En blijdschap resoneert langer en luider.
Miljardairs zijn zijn niet blind voor de fatale gevolgen van de systemen die hun de winsten opleveren waarmee ze hun ontsnappingspogingen bekostigen.
De voorwaarden voor ons bestaan
Het verhogen van autonomie en het verkleinen van angst. Dat is wat we gezamenlijk voor een ander en onszelf kunnen doen. Hiervoor moeten we ons gemeengoed, de gedeelde voorwaarden voor ons bestaan, heroveren en ontdoen van de ideologieën die onze angst en afhankelijkheid beogen, ons de belofte van onze levens ontzeggen.
Neem voedsel bijvoorbeeld. We moeten eten om te blijven leven. Toch behoort voedsel niet tot onze rechten. Het recht van de voedselproducent om ons voedsel te onthouden reikt verder dan onze aanspraak op het meest essentiële van ons bestaan.
Huisvesting dan. Zonder dak boven ons hoofd raakt ieder van ons in een vrije val, maar niemand heeft het recht om te wonen. Van aannemer tot ontwikkelaar en van huisjesmelker tot bank, weer liggen de rechten op een basisbehoefte bij particuliere machten.
Gezondheidszorg. Hoewel onze naoorlogse overheid ooit tot nationale gezondheidszorg heeft besloten, vond blijkbaar niemand het nodig om de omstandigheden te beheersen die onrechtvaardige invloed zouden kunnen uitoefenen op de kosten. De farmaceutische industrie bijvoorbeeld is ongemoeid gelaten. Nu zorg winstafhankelijk is gemaakt, zullen er nog meer ziekenhuizen sluiten en nodeloze tekorten op kwetsbaren worden afgewenteld. Levensreddende pillen of behandelingen, ook op deze delen van ons gemeengoed kunnen wij geen rechten laten gelden, zo valt te lezen in de kleine lettertjes van de almachtige verzekeraar.
Communicatie is belangrijker dan ooit geworden, de technologische infrastructuur die regelt hoe we elkaar bereiken en informeren heeft zich onmisbaar gemaakt. Internet is zogenaamd van niemand maar zeker niet van ons. Onze privacy is handelswaar, in de digitale industrie zijn de gegevens van onze levens een gratis grondstof. Dagelijks dragen we bij aan dit onontbeerlijke domein zonder hiermee medezeggenschap te verwerven. Zolang bijvoorbeeld sociale media niet onder democratisch gezag staan, zullen deze saboteurs van debat en gemeenschap blijven.
Geen enkel recht op leven is iets waard wanneer de aarde ons niet langer kan dragen. Ons grootste gedeelde goed is ons meest noodzakelijke. Klimaatverandering is het verraderlijke eufemisme voor de klimaatdestructie die zich nu onder onze ogen afspeelt. Er is een reden waarom meerdere miljardairs momenteel bezig zijn met ruimteprojecten of de bouw van bunkers, zelf zijn ze niet blind voor de fatale gevolgen van de huidige systemen, die hun de winsten opleveren waarmee ze hun ontsnappingspogingen bekostigen.
Onze invloed is beslissend
We wurgen wat ons in leven houdt. We willen het niet weten, niet horen, ik begrijp het. Het is te groot, we kunnen hier onmogelijk verantwoordelijk voor zijn. Maar we zijn al lang niet meer als de vroege mens die zich machteloos voelde tegenover de bliksem en de regen, tegenover de onverklaarbare willekeur van de aarde. Er zijn geen geheimen meer, onze invloed is beslissend. Hoe succesvol is een economie nog die ons de adem beneemt, ons water vervuilt en ons voedsel vergiftigt, die ons slachtoffert aan natuurlijke verstoringen als overstromingen en stormen?
Het idee van democratie als een systeem van winner takes all begint gevaarlijke vormen aan te nemen. Democratie als volkswedstrijd en wie wint, mag het zeggen.
Collectieve problemen vragen om collectieve oplossingen. Solidariteit is bevorderlijker en haalbaarder dan ongefundeerde stabiliteit en doelloze controle. Uit de erkenning van gedeelde noden en behoeften volgt de vorming van collectieven, die elke nood of behoefte de kracht van een politieke eis kunnen geven. Jazeker, collectieven. Zoals vakbewegingen en coöperaties. Zodat elk van ons een permanente politieke hoedanigheid krijgt en bij gelegitimeerde vertegenwoordiging voortdurend invloed op beleid uitoefent. Zo kunnen we de democratie naar haar belofte dwingen. Jazeker, democratie.
Baudet zou de laatste verkiezingen hebben gewonnen, maar is het mogelijk om in een werkelijke democratie iets te ‘winnen’? Het idee van democratie als een systeem van winner takes all begint gevaarlijk gestolde vormen aan te nemen. Democratie als volkswedstrijd en wie wint, mag het zeggen. Democratie lijkt alleen nog in verkiezingstijd tevoorschijn te komen en dan hangt haar belang af van het moment in het stemproces. Vóór het rode potlood is zij de stem van het volk, na het sluiten van de stembussen blijkt zij een versteende figuur, aanwezig maar dankbaar zwijgzaam.
In Nederland schuilt democratie in het oog van de waarnemer, elke oneigenlijke incarnatie is mogelijk al naargelang het doel van de discussie. En nooit is de vaderlandse trots op de eigen democratie zo groot als wanneer zij als een stok kan worden gebruikt om een autocratie zonder verder handelsnut mee te slaan. Voorwaar, de vloek van de onoprechtheid.
Geen eenlingen meer
Democratie is geen systeem van eenlingen die hun verhaal aan populaire opvattingen aanpassen om zo veel mogelijk volgers te verzamelen. Een dergelijke dynamiek eindigt zonder uitzondering in de destructieve trechter van kapitalisme, patriarchaat en witte dominantie.
Een systeem wordt pas wezenlijk democratisch wanneer het geen eenlingen meer oplevert die hun persoonlijke zonden en frustraties op een bevolking kunnen botvieren. Een systeem van vertegenwoordiging en verantwoording dat recht doet aan de gelijkwaardigheid van alle mensen. Maar zonder vastbesloten volk kan geen werkelijke volksvertegenwoordiging ontstaan. Een blik op de sociale samenstelling van de actuele Tweede Kamer en de regering voldoet om te beseffen dat een democratie van rechtvaardige vertegenwoordiging meer volharding vereist dan we nu opbrengen. Maar het moet nu. Elk perspectief is nu nodig, iedereen die nog niet eerder aan het woord is gekomen, om te helpen de macht te breken die vanuit één geslacht en één kleur en één productiemodel ons definitief dreigt te reduceren tot ondermensen.
Behoefte voor bevrediging
Een nieuwe politiek vraagt om een andere visie op werk, geld en bestaan, een visie waarin de mens zich met al haar talenten en mogelijkheden kan ontplooien om de toekomst voor zichzelf en haar dierbaren te waarborgen.
Zo’n toekomst vraagt om meer verbeelding dan nu mogelijk lijkt. Pragmatisme, technocratie: deze begrippen klinken zo keurig en kalm, zo neutraal, terwijl het gewoon weer Nederlandse vermommingen zijn voor een ijzeren ideologie die de burger haar politieke dromen moet afnemen, zodat ze zich schikt in haar lot van bezuinigingen en afnemende rechten.
De meeste geestdrift op het Binnenhof richt zich op het verleden, wat weinig verrassend is, omdat repressieve krachten altijd moeite hebben met de open vragen van de toekomst, met de mogelijkheden. Wat als geslacht, huidskleur en hiërarchie toch niet bindend blijken? De vrijheid van onze verbeelding is altijd inzet van politiek geweest, altijd hebben heerschappijen de eigengereidheid van ons voorstellingsvermogen gewantrouwd en deze voor eigen gewin willen manipuleren. Ons bestaan is ten diepste politiek.
Maar we zijn gerechtigd tot het gezag over onze verbeelding, tot het eigenaarschap van onze dromen. Het is aan ons om dit veilig te stellen. Ons vermogen om een ander vanuit solidariteit te benaderen zal doorslaggevend zijn. Stel behoefte voor bevrediging. Jezelf goed voelen zonder goed te doen betekent niets. Verzet is futiel wanneer dit niet aanhoudt. Wees duurzaam en blijf eerlijk en onbevreesd en eigenzinnig en geïnteresseerd en opgewekt en luid en onverzettelijk en lief en boos en gul. Wees te goeder trouw. Blijf duwen.
Ze zeggen dat je slaapwandelaars nooit mag wekken. Maar het zal eens tijd worden, godverdomme.


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.