Deze column is ook te beluisteren.
In Hongarije, door Geert Wilders gezien als het beloofde land in Europa, is de man geboren die voor velen de essentie van de ‘grote transformatie’ heeft beschreven. Karl Polanyi, auteur van de klassieker uit 1944 met dezelfde naam, beschrijft een alternatief voor dominantie van de markt in de samenleving. Zijn inzichten blijven actueel, vooral vlak voor de Europese verkiezingen. Polanyi’s stelling is dat de markt niet de natuurlijke staat van onze samenleving is, zoals vaak wordt beweerd. De markt is juist ingebed in maatschappelijke structuren en afhankelijk van wet en regelgeving. In een tijd waarin bijna alles markt is, zijn we vervreemd van het idee dat er ook een alternatief kan zijn. Alles moet eigendom van iemand zijn, niets van ons allemaal. Dat is de dominante maatschappelijke structuur.
De Europese Unie is hierop gefundeerd. De Europese integratie, met het vrije verkeer van arbeid en kapitaal, internationaliseerde en anonimiseerde deze marktbenadering geheel volgens de neoliberale tijdgeest.
Al in 1944 zag Polanyi dit leiden tot een ‘dubbele beweging’, waarin markten steeds meer gedereguleerd worden, terwijl de maatschappij zich steeds meer verzet tegen de excessen van ongebreidelde marktwerking en vraagt om regulering en sociale zekerheid. Deze spanning creëert de dynamiek die we nu in Europa zien.
Europa staat nu voor de uitdaging om een minder technocratische agenda op te stellen, gericht op een gedeeld maatschappelijk belang en ruimte voor lokale verbondenheid.
De vertrekkende Europese Commissie heeft getracht de schadelijkste effecten van marktwerking te beperken met een overvloed aan nieuwe regels ter bescherming van natuur en consument en voor meer transparantie in toeleveringsketens. Dit is echter niet meer dan een technocratische, abstracte agenda, waarin de Europese integratie een marktproject is gebleven. De verbinding tussen markten en lokale gemeenschappen, cultuur en gewoonten wordt nog vaak en gemakkelijk vergeten. Het gaat meer over begrotingsbeleid en door ‘Brussel’ geëiste economische hervormingen dan over een mooiere wereld die een gezamenlijk Europa kan bieden. Bij veel Europese burgers leidt dit tot een gevoel van bedreiging, waarvan migratie het meest zichtbare (en bedreigende) symbool is.
Bij de komende verkiezingen krijgt die dubbele beweging een andere vorm. Zoals Polanyi voorspelde, ontstaat er bij te veel spanning een populistische en zelfs fascistische stroming als reactie op de negatieve kanten. Snelle, maar extreme oplossingen die veiligheid en nabijheid suggereren. Als traditionele politieke partijen blijven volhouden dat de EU vooral een marktproject is, en economische vrijheid het middel tegen onze maatschappelijke kwalen, zullen kiezers daar niet voor warmlopen.
Alleen als Europa een veilig thuis voor hen kan zijn, zullen kiezers terugkeren naar het midden. Minder markt, een minder stringent begrotingsbeleid, en een economie ingebed in en ten dienste van de samenleving. Dat vereist een andere economische agenda, waarin Europa kiest voor veiligheid en sociale waarden in plaats van marktgedreven doelen.
Europa staat nu voor de uitdaging om een minder technocratische agenda op te stellen, gericht op een gedeeld maatschappelijk belang en ruimte voor lokale verbondenheid. ‘Brussel’ als dubbele beweging: wel voor de gemeenschappelijke belangen, maar vooral ook de borging van een economie ingebed in lokale sociale belangen.
Het is een uitdaging waar Hongaren alles vanaf weten.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.