Dit verhaal is ook te beluisteren.

Sinds enkele jaren worden de Filippijnen overspoeld door mijnbouwprojecten. Veruit de meeste mijnen zijn voor nikkel, waarvoor de Filipijnen de op één na grootste leverancier ter wereld zijn. Nikkel is een metaal waar de westerse wereld nogal happig op is, omdat het belangrijk is voor de verduurzaming van onze energiesector. Maar het kent een schaduwkant: veel ngo’s rapporteren de laatste tijd over misstanden rondom lithium– en nikkelmijnen. De oorspronkelijke bevolking wordt van hun land verjaagd, natuur verdwijnt en oppositie voeren tegen mijnen is wereldwijd de meest gevaarlijke vorm van activisme.

In de Filipijnen is dat niet anders: in geen Aziatisch land zijn meer milieuactivisten vermoord, volgens cijfers van Global Witness, een ngo die zich vooral richt op conflicten rondom grondstoffen. De Tampakan-mijn is een sprekend voorbeeld van hoe mijnbouw een ecosysteem én een leefgemeenschap dreigt te ontwrichten.

Over deze kopermijn woedt al decennialang een dodelijk conflict. Er is nog geen schep de grond in gegaan, maar er kwamen al meerdere mensen om het leven bij de acties tegen de komst van de mijn. Het Filipijnse mijnbedrijf Sagittarius Mines, Inc. (SMI) maakte in augustus 2023 bekend dat het project in 2026 tóch van start zal gaan. Dat zou een ramp zijn voor de lokale bevolking en de biodiversiteit, maar voor de rest van de wereld komt de mijn als geroepen: het gaat namelijk om een van de grootste koperreserves wereldwijd. En ook koper hebben we hard nodig om te kunnen voorzien in onze groeiende behoefte aan (groene) energie.

eerder meer dan minder mijnbouw

Op de klimaattop in Glasgow, in 2021, werden de afgevaardigden van ruim 140 landen het erover eens: ontbossing moet een halt worden toegeroepen. En snel ook, voor 2030. Dat is niet alleen noodzakelijk om de biodiversiteit te beschermen, maar ook om broeikasgassen op te nemen en oorspronkelijke bewoners te beschermen, zo staat in het officiële statement. Ook op de COP28 in Dubai, in 2023, werd de noodzaak om bossen te beschermen én te herstellen benadrukt. Bossen krijgen een centrale rol toebedeeld in de strijd tegen klimaatverandering.

Wereldwijd ontploft de vraag naar koper, nikkel en lithium.

Extra pijnlijk dus dat er nog altijd wordt ontbost in de naam van verduurzaming, of het nu over nikkel of koper gaat. Zo brengt mijnbouwbedrijf Sagittarius Mines, Inc. de Tampakan-mijn als een belangrijke spil in de opkomst van groene energie. ‘Recent onderzoek wijst uit dat er voor een groenere aarde eerder meer dan minder mijnbouw nodig is,’ zo werd CEO Roy Deveraturda in de media geciteerd. Koper is nodig in elektrische auto’s, maar ook om elektriciteit van bijvoorbeeld windturbines op zee naar de steden te leiden.

Wereldwijd ontploft de vraag naar koper, nikkel en lithium, vertelt Mark van der Wal, die zich als ecoloog voor IUCN (een internationaal samenwerkingsverband voor natuurbehoud) onder andere bezighoudt met waar de winning van mineralen en natuurbescherming elkaar bijten. ‘De laatste tien jaar zie ik een enorme toename in mijnbouwactiviteit. Die overlapt steeds vaker met natuurgebieden en Inheemse territoria. Dat zorgt voor een groeiend conflict: natuur- en mensenrechtenbeschermers aan de ene kant, de mijnsector aan de andere.’

maakindustrie

Europa gebruikt nu al 25 tot 30 procent van alle metalen die wereldwijd worden gewonnen. Als de energietransitie doorzet, zal onze vraag naar die materialen alleen maar groeien.

De stijgende winstmarges op essentiële metalen zijn ook de Filipijnse president Marcos Jr. niet ontgaan. Hij zet vol in op de mijnindustrie van zijn land. Want, zo stelt hij, dat zal het land uit de financiële dip na de coronapandemie trekken. Door een wetswijziging is sinds december 2021 ook de verwoestende ‘open pit’-methode (ook wel ‘dagmijnbouw’) weer toegestaan in het land. Een duidelijk teken dat de financiële voordelen de ecologische bezwaren overstemmen.

Maar of de massale mijnbouw, naast een aantal prominente families, ook het land ten goede komt, is nog maar de vraag. Ngo’s zijn sceptisch: in 2020 was de mijnbouw goed voor minder dan één procent van het BBP.

Om meer te weten te komen over wat mijnbouw nu écht betekent voor een land als de Filipijnen, bel ik Steven Poelhekke. Hij is hoogleraar Internationale Milieueconomie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan verschillende onderzoeksinstituten. Zo deed hij onder meer onderzoek naar de effecten van mijnbouw op de handelssector.

Eén procent van het BBP, dat is heel weinig, bevestigt Poelhekke. Maar de industrie wil dat percentage verhogen. Of dat een goed idee is, betwijfelt de econoom. ‘Op de lange termijn is een diverse export heel belangrijk als goede basis voor een gezonde economie. Dat doen de Filipijnen nu eigenlijk heel goed, ze voeren van alles uit. Dat zie je ook terug: de Filipijnen doen het economisch gezien beter dan andere landen in hun regio. Hun economie groeit en de armoede wordt teruggedrongen.’

Als de mijnindustrie groeit, kan dat betekenen dat andere export minder wordt. ‘Als er veel geld wordt verdiend in de mijnbouw, drijft dat de lonen omhoog. En als iedereen liever in de mijnbouw gaat werken, zal de maakindustrie moeite krijgen om daarmee te concurreren. De kosten voor de maakindustrie gaan dan omhoog, en daarmee ook de prijzen van hun producten.’ Tot het voor de consument goedkoper wordt om hun spullen te importeren uit een ander land. ‘Dat kan betekenen dat bedrijven hun winst zien krimpen, of zelfs failliet gaan. Maar dat is pas echt een zorg als de mijnbouwsector heel groot zou worden.’

In de regio kan de opening van een mijn wel voor banen zorgen, als er geen gebruik wordt gemaakt van arbeidsmigranten. Daarnaast is er nog een strategie om een bijdrage te leveren aan de nationale economie: door niet de grondstof te exporteren, maar zelf te verwerken tot meer hoogstaande producten, zoals batterijen en elektronica. Daar gaan ook binnen de Filipijnen al stemmen voor op, maar de middelen zijn er nog niet om dat waar te maken. Veruit de meeste nikkel wordt op dit moment nog als grondstof geëxporteerd naar China, waar veel meer capaciteit is voor energie-intensieve raffinage. Poelhekke ziet meer kansen in de sectoren die de Filipijnen al hebben. ‘Ik denk niet dat de Filipijnen meer grondstoffen hoeven te ontginnen. Als ze zich richten op de maakindustrie die ze al hebben, is dat een veel betere basis voor economische groei dan mijnbouw.’

Jes Aznar/The New York Times Syndication/ANP
orkaangordel

Aan de andere kant van de balans stapelen de maatschappelijke kosten zich op. De Filipijnen lijden zwaar onder de grootschalige ontbossing: het land heeft een van de hoogste biodiversiteitsverliezen ter wereld. Dat is ook voor de mensen niet zonder gevolgen. De Filipijnen liggen namelijk in een orkaangordel, met gemiddeld zo’n twintig cyclonen per jaar. Deze natuurrampen worden frequenter én heftiger door klimaatverandering, en de gevolgen zijn ook heviger door de lokale destructie die mijnbouw met zich meebrengt.

‘Op de lange termijn halen we geen voordeel uit de mijnbouw, maar zullen we wel de gevolgen van klimaatverandering moeten dragen.’

Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het verloren gaan van bos in de Filipijnen, mede door grootschalige mijnprojecten, het landschap gevoeliger maakt voor landverschuivingen en overstromingen. Jaybee Garganera is directeur van de Filipijnse NGO Alyansa Tigil Mina (ATM), en zet zich samen met zijn collega’s in voor de lokale bevolking. ‘Op de lange termijn halen we geen voordeel uit de mijnbouw,’ zegt hij, ‘maar zullen we wel de gevolgen van klimaatverandering moeten dragen omdat we hebben toegestaan dat onze ecosystemen en bergen worden verwoest. En dat allemaal voor een heel minimaal voordeel op ons BBP.’ Ook sectoren zoals visserij, landbouw en toerisme, die een veel groter deel van het Filipijnse BBP uitmaken, worden bedreigd als mijnbouw hele ecosystemen vernietigt en water vervuilt. Uiteindelijk zullen de economie én de werkgelegenheid er door mijnbouw dus eerder op achteruitgaan.

juridische horde

In Tampakan is er vooralsnog geen mijn. Sinds de vroege jaren negentig heeft SMI de concessie in handen, maar tot dusver mag er nog geen bulldozer het terrein op. Het project wisselde een aantal keer van investeerders en eigenaar. Tegenwoordig is het in handen van Filipijnse investeerders. Meermaals maakte SMI bekend binnen een paar jaar te beginnen met mijnen, maar keer op keer werd dit uitgesteld. Er volgde jarenlang juridisch getouwtrek, onder meer over het verbod op dagmijnbouw, de mijntechniek die SMI wil gaan toepassen in Tampakan.

Toen de ban op dagmijnbouw in 2021 werd opgeheven, was dat een stap dichter naar de vernietiging van de fragiele ecosystemen op de eilanden. In augustus 2023 maakte Sagittarius Mines, Inc. Inderdaad bekend dat de mijn in 2026 écht open zal gaan. Daarvoor moeten nog wel wat juridische hordes genomen worden, waaronder de goedkeuring van de Inheemse bevolking die zal moeten wijken voor het project, maar SMI laat weten alles volgens de regels te doen. ‘Kwaadwillende commentaren die online worden gepubliceerd of geplaatst en die SMI beschuldigen van illegale of ongeoorloofde handelingen zijn lasterlijk en strafbaar,’ zo liet het bedrijf recent weten via een persbericht. En: ‘[..] SMI zal alle beschikbare rechtsmiddelen aanwenden om haar rechten en reputatie te beschermen.’

Ondanks de juridische dreigementen krijgt het project veel (kritische) aandacht. Tienduizend hectare aan oorspronkelijke bos zullen volledig verwoest worden door de dagmijnbouw. Het gebied wordt een grote put, waarbij al het leven in de bovenste lagen van de aarde verloren gaat. ‘Restauratie na het sluiten van de mijn zal zeer kostbaar en waarschijnlijk zelfs onmogelijk blijken,’ zegt ecoloog Mark van der Wal.

Naast het enorme verlies aan biodiversiteit zal de aanleg van de mijn mogelijk ook in de omringende regio’s het landschap ingrijpend veranderen. De Tampakan-mijn wordt namelijk aangelegd op een berg, oorsprongsgebied voor water in de wijde omgeving. Van der Wal: ‘Als je die toppen en de vegetatie vernietigt, verwoest je ook waterbronnen en dat kan honderden kilometers stroomafwaarts nog impact hebben. Dan zit je met een landschap dat geen water meer kan vasthouden en dus ook de rivieren niet voedt. Dat kan op de lange termijn een hele negatieve impact hebben op de zoetwatervoorziening of juist leiden tot grote overstromingen.’

Het is een fenomeen dat hij al in verschillende gebieden wereldwijd heeft gezien: de mijn onttrekt zoveel grondwater dat putten voor drinkwater en irrigatie droog komen te staan. Van der Wal: ‘Boeren hebben dan vervuild of geen water meer en kunnen geen landbouw meer bedrijven, daar komen aanzienlijke kosten uit voort en er kunnen voedseltekorten ontstaan. Dus wat is verstandig als je drie generaties verder kijkt? Voor een relatief korte periode kunnen sommige mensen veel geld verdienen aan een mijn, maar de landbouw kan nog honderden jaren monden voeden.’

Het oerwoud wordt niet alleen beschermd vóór de mensen die er afhankelijk van zijn, maar ook dóór deze oorspronkelijke bewoners.

Als het gaat om ontbossing, is ook de bescherming van Inheemse gemeenschappen van belang. Dat mes snijdt aan twee kanten. Het oerwoud wordt niet alleen beschermd vóór de mensen die er afhankelijk van zijn, maar ook dóór deze oorspronkelijke bewoners. Naar schatting wordt 80 procent van de biodiversiteit wereldwijd beschermd door Inheemse gemeenschappen, hoewel zij slechts zo’n vijf procent van de wereldbevolking uitmaken. In bijvoorbeeld het Amazonewoud blijken Inheemse landrechten een effectief middel te zijn om ontbossing tegen te gaan, en wagen oorspronkelijke bewoners dagelijks hun leven om hun bos te beschermen. Dat doen de Inheemse gemeenschappen wereldwijd niet alleen voor zichzelf, ze helpen er ook de rest van de wereld mee.

Want de beste manier om klimaatverandering tegen te gaan, is het behouden van de bestaande bossen. We hebben deze bossen nodig om onze uitstoot op te vangen. Als we gemijnde metalen gebruiken voor de electrificering van onze samenleving, betekent dat misschien dat we binnen onze eigen grenzen minder uitstoten, maar zorgen we wereldwijd wel voor meer uitstoot en minder koolstofopname.

afrekeningen

In de bergen van Tampakan, waar SMI wil gaan mijnen, leeft de B’laan stam. Als de mijn er komt, zal ook de Inheemse manier van leven verloren gaan. Volgens de site van SMI zelf zullen uiteindelijk zo’n duizend huishoudens verplaatst moeten worden. Het gaat om het territorium van vijf clans die lange tijd als een verenigd blok tegenover SMI stonden. Omdat het officieel hun land is, heeft SMI hun toestemming nodig. Lange tijd werd die geweigerd, maar door de jaren heen zijn ten minste twee clans gezwicht. De beloofde banen en faciliteiten zoals educatie en zorg lijken hen over te hebben gehaald. Van één is niet helemaal duidelijk of zij hun goedkeuring hebben gegeven, maar de twee laatste clans verzetten zich nog altijd, samen met wat lokale boeren.

Die oppositie is niet meer dan begrijpelijk, benadrukt antimijnbouwactivist Jaybee Garganera. ‘De lokale bevolking wil niet dat hun water, hun landbouw en het toerisme worden vernietigd door iets wat zo permanent verwoestend is als mijnbouw.’

Verzet tegen de mijnindustrie is niet ongevaarlijk. In 2022 werden er wereldwijd 177 klimaatactivisten om het leven gebracht, waarvan 35 procent Inheemse bewoners, zo blijkt uit cijfers van Global Witness. De Filipijnen stonden in de top 5 van landen met de meeste vermoorde activisten, zeker elf mensen werden dat jaar om het leven gebracht.

‘Een groot probleem voor de veiligheid van activisten in de Filipijnen is “red-tagging”,’ vertelt Carlos Conde, onderzoeker voor Human Rights Watch in de Filipijnen. ‘Ze worden ervan beschuldigd communistische rebellen of sympathisanten te zijn. En er worden ook activisten aangeklaagd voor terrorisme.’

Red-tagging is het belangrijkste wapen geworden van de overheid om activisten te intimideren, ziet de onderzoeker. ‘In het bijzonder Inheemse mensen en leiders.’ Conde vertelt dat dit al sinds de late jaren zestig en vroege jaren zeventig gaande is, toen er een communistische gewapende rebellengroep opkwam. Tegenwoordig gebruikt de regering het stempel om elke vorm van oppositie de mond te snoeren, vervolgt hij. ‘Red-tagging is bedoeld om de oppositie van de regering angst aan te jagen, mensen die kritiek leveren te intimideren en activisten te bestempelen als doelwit voor de Filipijnse veiligheidstroepen. Het is niet alleen gericht tegen klimaatactivisten maar tegen iedereen die zich verzet tegen overheidsbeleid, ook bijvoorbeeld journalisten en studenten. De regering maakt geen verschil meer tussen rebellen en mensen die legitieme klachten hebben.’

Ondanks alle bedreigingen zijn er nog altijd veel klimaatactivisten. ‘Ik denk dat het er zelfs meer zijn geworden door de gevolgen van klimaatverandering.’

De regering neemt het beschermen van de mijnbouwindustrie heel serieus, vertelt Conde. ‘Er zijn zelfs paramilitaire groepen opgericht om de mijnbouwoperaties te helpen beveiligen.’ Hoewel deze groepen in verband zijn gebracht met geweld tegen gemeenschappen, worden ze nog altijd gefinancierd door de regering, blijkt uit een Global Witness rapport uit 2019. De investeringen zijn groot en veel bedrijven gebruiken de Filipijnse paramilitaire groepen voor hun beveiliging. Dat maakt de mijnindustrie een gewelddadige sector.

Ondanks alle bedreigingen zijn er nog altijd veel klimaatactivisten, vertelt Conde. ‘Ik denk dat het er zelfs meer zijn geworden door de gevolgen van klimaatverandering. Dat neemt niet weg dat ze bang zijn, ze vrezen voor hun leven. Niet alleen red-tagging maakt hun werk gevaarlijk, er zijn ook regelmatig afrekeningen en verdwijningen.’

Jaybee Garganera ziet het van dichtbij gebeuren, ook bij de Tampakan-mijn. In Tampakan werden zeker acht oorspronkelijke bewoners vermoord, terwijl het project nog niet eens van start is gegaan. In andere rapporten wordt er zelfs al over vierentwintig doden gesproken.

Waarom al die gruwelijkheden voor iets wat zo eindig is als mijnbouw? Het lijkt allemaal te gaan om geld. Onze honger naar metalen voor de energietransitie drijft de prijzen op, en daarmee ook de prijs die men bereid is te betalen om de grondstoffen uit de grond te krijgen. Ook de voorraden koper en nikkel zijn eindig, en dat zet de markt op scherp. Als de makkelijk te bereiken ertsvoorraden op zijn, wordt er gedolven naar de moeilijker bereikbare. Hoewel het natuur verwoest die niet meer terug zal komen. Dat weten de mensen in de Filipijnen en in Tampakan, er daarom verzetten zij zich. Hun manier van leven staat op het spel om onze overdadige levensstijl te kunnen voortzetten.

Sagittarius Mines, Inc. Is meermaals om een reactie gevraagd maar heeft daar nog niet op gereageerd.