‘U doet dit al een hele tijd,’ snauwt de geïrriteerde woordvoerder van het Witte Huis op 3 februari in reactie op vragen van de Amerikaanse journalist Matt Lee. Die wil namelijk weten of de Russen daadwerkelijk ‘false flag-operaties’ hebben uitgevoerd in Oekraïne en wil graag de onderliggende rapporten zien. ‘Ik doe dit inderdaad al een hele tijd, en ik herinner mij heel veel dingen zoals de zogenaamde massavernietigingswapens in Irak,’ riposteert Lee.
We zijn inmiddels een Russische invasie verder, en hebben zelfs een Russische dreiging met het inzetten van nucleaire massavernietigingswapens (aan het bestaan waarvan niemand twijfelt) meegemaakt. Hoewel de Amerikaanse inlichtingendiensten deze invasie achteraf gezien accuraat voorspelden – vanaf eind vorig jaar begonnen ze met het waarschuwen van zowel Oekraïne als Europese landen voor de Russische troepenbewegingen – hangt de erfenis van de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 als een dikke mist boven Europa.
Hoe is het mogelijk dat Condoleezza Rice – destijds veiligheidsadviseur van de regering Bush – eerder deze week op Fox News instemmend knikte toen de presentator concludeerde dat ‘het binnenvallen van een soevereine staat een oorlogsmisdaad is’? Ook de stevige kritiek van de Turkse president Erdogan – zelf niet vies van het schenden van de soevereiniteit van Irak en Syrië als het gaat om de ‘Koerdische kwestie’ – werd gezien als het zoveelste bewijs van internationale hypocrisie.
De verontwaardiging is begrijpelijk, maar laat tegelijkertijd zien dat internationale politiek ten onrechte wordt beschouwd als iets dat consequent, rechtvaardig en eerlijk zou moeten zijn. Niets is minder waar: internationale politiek is wat nationale staten er onderling van maken. Dat is (groten)deels onderhevig aan nationaal politiek belang en als de situatie het toelaat: opportunisme. Er bestaat immers geen onafhankelijke wereld-Officier van Justitie die volgens een Internationaal Wetboek schendende staten opspoort en voor de wereldrechter daagt om vervolgens in de wereldgevangenis te stoppen. Als dat het geval zou zijn, was de Kim-dynastie in Noord-Korea immers al enige tijd ‘out of business’.
‘Oorlog ontstaat alleen als de spelers ervan overtuigd zijn dat hiermee meer te winnen valt dan met vrede.’
Deze afwezigheid van een toezichthouder of arbiter wordt in de wetenschap aangeduid als ‘anarchie’, al betekent dat niet dat het in de internationale politiek een ongeorganiseerd zooitje is.
Er zijn internationale regels, maar staten moeten er zelf mee instemmen dat ze volgens die regels zullen werken. Precies dat is ook de reden waarom het gebruik van clustermunitie door Nederland veel grotere problemen oplevert dan wanneer Rusland of de Verenigde Staten het gebruiken. Nederland (dat in 1999 nog met met clusterbommen boven Kosovo en Servië vloog als onderdeel van de NAVO-missie Allied Force) heeft het verdrag ondertekend waarin staat dat het ‘onder geen enkele omstandigheid’ gebruik zal maken van clustermunitie, en valt met deze handtekening onder dat ‘regime’.
Rusland zal niet direct verschijnen voor het Internationaal Strafhof (want dat erkennen ze niet), maar wel voor het Europees hof van de Rechten van de Mens (verdrag ondertekend en derhalve erkend sinds 1998). Tegelijkertijd is de inval in Oekraïne volgens het internationaal recht wel degelijk illegaal: Rusland heeft immers Oekraïne in 1994 zelf erkend als soevereine staat, en voor de inval geen toestemming gevraagd aan de Verenigde Naties. Het land speelt dus niet volgens de regels waar het nota bene zelf voor heeft getekend, en heeft tegelijkertijd de inschatting gemaakt hier als grootmacht mee weg te komen (zoals de Amerikanen dat deden met de inval in Irak in 2003).
‘Welke morele kwesties er ook spelen, er is altijd de kwestie van machtspolitiek en die kan niet worden uitgedrukt in termen van moraliteit’, constateerde politiek theoreticus John Mearsheimer in The Tragedy of Great Power Politics. De enige reden dat de Amerikanen ingrepen in de Balkan van de jaren negentig was omdat het Servische regime zwak was en geen nucleaire wapens had. Aan het Russische regime (nucleaire wapens: check) dat op hetzelfde moment grove mensenrechtenschendingen pleegde in Tsjetsjenië, werd niets gedaan. Mearsheimer: ‘Staten zien mensenrechten alleen als een kwestie als dat niet in de weg staat van hun machtsstreven.’
Gebaat bij stabiliteit
Waarom zouden grote landen met nucleaire wapens – zoals de Verenigde Staten, Rusland en Frankrijk – zichzelf dan überhaupt onderwerpen aan het juk van zelf opgelegde internationale regels? Omdat internationale samenwerking voordelen heeft voor zowel grote als kleinere landen.
Grote landen zijn gebaat bij stabiliteit, voorspelbaarheid en dus gedeelde regels waar ook machtsconcurrenten zich aan hebben te houden. Zonder deze regels is het immers altijd maar gissen naar wat de intenties van andere landen zijn. Je moet je misschien onderwerpen aan spelregels, maar je concurrent moet dat ook.
Voor kleinere landen zijn internationale verdragen een manier om grotere machten in toom te houden, want ook hier geldt: de spelregels gelden voor iedereen, groot en klein. Als iedereen weet waar hij aan toe is, is er een kleinere kans op conflict.
Deze spelregels zijn – gek genoeg – nooit zo belangrijk als tijdens een conflict.
Onzekerheden over iemands intenties (zoals de bereidheid op de rode knop te drukken) of militaire middelen (een rode knop met nucleaire raketten eronder) worden in de literatuur steevast aangewezen als hoofdschuldigen van oorlog. ‘Oorlog ontstaat alleen als de spelers ervan overtuigd zijn dat hiermee meer te winnen valt dan met vrede,’ vatte politicoloog Geoffrey Blainey het in zijn boek Causes of War (1973) samen.
De verwachting dat er te winnen valt, is altijd omgeven door onzekerheden en ruis. Zo kunnen de raketlanceringen op de Noord-Koreaanse staatstelevisie een afschrikwekkende werking hebben, maar als ze gebaseerd zijn op pure blufpoker, werkt de afschrikking totdat de eerste militair met zijn vinger door de kartonnen parade-tanks heen prikt.
Dit soort ruis is een inherent onderdeel van internationale politiek, maar kun je als bondgenoten onderling tijdens een crisis – zoals een dreigende nucleaire tsaar aan de oostgrens – missen als kiespijn. Daarom weten Europese landen feilloos van elkaar tot welke ‘club’ ze behoren: we weten in tijden van crisis langs welke lijnen andere landen werken. Nederland is lid van zowel de Europese Unie als de NAVO, maar er zijn ook Europese landen die wel lid zijn van de NAVO, maar niet van de Europese Unie (of andersom).
Een voor allen, allen voor een betekent dat niemand van de dertig musketiers op het moment suprême de snor kan drukken.
Sommige Europese landen hebben op het gebied van veiligheid zelfs nog meer in de melk te brokkelen, omdat ze naast ‘gewoon’ lid van de Verenigde Naties (VN) ook nog eens permanent lid zijn in de VN Veiligheidsraad en hier een veto kunnen uitbrengen (zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk). Om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken, staat het landen ook vrij om buiten de NAVO, de EU en de VN om met elkaar samen te werken op het gebied van crisisbeheersing en militaire missies.
De internationale politieke realiteit hangt dus aan elkaar van instituties, met ieder zijn eigen protocolletjes, regels en blauwdrukken. Het zorgt er misschien wel voor dat politici weten hoe ver ze kunnen gaan, maar is voor een buitenstaander heel lastig te doorgronden. Dat levert een onnodige Babylonische strategie-spraakverwarring op tussen burgers en politiek.
In de berichtgeving over het conflict in Oekraïne botst de institutionele wereld daarom steevast met legitieme zorgen van burgers, zoals in een uitzending van Op1 verwoord door presentatrice Fidan Ekiz, die vicepremier Sigrid Kaag (D66), belichaming van de institutionele wereld, vroeg: ‘Worden we niet een oorlog ingezogen?’
Het ministerie van Defensie liet namelijk direct na de inval weten ‘twee F35’s te sturen naar Oost-Europa’, en twittert al weken foto’s van volgeladen vliegtuigen, vertrekkende militairen van de Luchtmobiele Brigade, filmpjes van piloten in gevechtsvliegtuigen tot spierbal-emoji’s aan toe. Leg deze aankondigingen naast die van Poetin, die duidelijk liet weten de nucleaire optie niet te schuwen, en het is niet vreemd dat mensen de neiging krijgen om al Doe Maar-neuriënd blikken bruine bonen in te slaan bij de lokale supermarkt. Hoewel het antwoord van vicepremier Kaag in diplomatieke oren volstrekt helder klinkt, is ‘voldoen aan bondgenootschappelijke verplichtingen’ niet voor iedereen een begrijpelijk antwoord op de vraag of we ‘een oorlog worden ingezogen’.
Zo is het van belang om te weten dat de Nederlandse F35’s die boven Oost-Europa vliegen, de vergroting van de troepenmacht in Litouwen en de Luchtmobiele Brigade die is vertrokken voor een training allemaal in lijn liggen van de Russische verwachting. De NAVO is immers opgericht als militaire collectieve verzekering tegen Russische nucleaire agressie, zoals vastgelegd in de afspraak dat ‘een aanval tegen een een aanval tegen allen’ is (artikel 5). Nederland heeft dit zelfs opgenomen in de Grondwet: de krijgsmacht is er voor het verdedigen van het Koninkrijk, en het grondgebied van bondgenoten. Dat betekent dat ‘ons’ grondgebied in principe niet ophoudt bij Baarle of Vaals, maar bij Uśmierz (Polen) en El Paso (Verenigde Staten). Dus als Rusland een land grenzend aan NAVO-grondgebied (Oekraïne) binnenvalt, dan is de gemeenschappelijke reactie om Rusland te laten zien dat ze in de buurt zitten van een NAVO-grens een logische. Feitelijk wordt met de oefeningen en de vliegbewegingen in Oost-Europa het signaal afgegeven dat artikel 5 geen papieren tijger is, maar een intentie die ook Nederland bereid is uit te voeren.
Dat is ook precies de reden waarom er in Brussel opgelucht adem werd gehaald toen NAVO-enfant terrible Turkije – niet vies van het kopen van Russische wapensystemen en warme banden onderhoudt met Moskou – de invasie in Oekraïne ‘onacceptabel’ noemde. Een voor allen, allen voor een betekent dat niemand van de dertig musketiers op het moment suprême de snor kan drukken.
Conflictvermijdend
Tegelijkertijd neemt dit niet weg dat Europese lidstaten van de NAVO, of NAVO-leden in het algemeen – onderling van mening kunnen verschillen over de verdere aanpak. Zo sturen van de dertig lidstaten twaalf landen (waaronder Nederland) militaire middelen naar Oekraïne ter ondersteuning. De NAVO zal als organisatie geen wapens sturen, want dat zou een escalatie betekenen: een bondgenootschap dat gericht is op zelfverdediging moet zich niet vervolgens zelf over de eigen grenzen heen gaan bemoeien met een conflict, want zal hiermee (met alle dertig leden) óók onderdeel worden van dat conflict.
Opvallend was dan ook de ronkende boodschap van de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen die aankondigde dat de Europese Unie militaire middelen naar Oekraïne zou sturen. Hoewel met name de EU-adepten hier blij mee waren, is het de vraag wat de implicaties zijn van een Europese Unie die hiermee een derde partij wordt in een conflict. Het is een tactische ingreep (wapens sturen), maar de achterliggende strategie is niet duidelijk. Die strategie is bij de NAVO wél heel strikt, duidelijk en voorspelbaar (en daarmee vanuit het oogpunt van internationale theorie zelfs conflict vermijdend te noemen), namelijk: gemeenschappelijke afschrikking.
Het tonen van gemeenschappelijk Europees optreden door vanuit de EU wapens te leveren, kan worden gezien als de next best thing: militaire eenheid tonen vanuit Europa, zonder NAVO-escalatie. Maar het geeft óók strategische ruis.
Zo waarschuwde hoogleraar internationale politiek Tom Sauer in Bureau Buitenland voor ‘havikengedrag’: ‘Vanuit de EU is dat opmerkelijk. Ursula von der Leyen heeft vanaf het begin van haar ambtstermijn de EU op de kaart willen zetten en gebruikt dit conflict om haar agenda door te duwen. Het is niet zuiver alleen Oekraïne, er zijn ook andere agenda’s die spelen’.
Hij vraagt zich af of de EU wel beseft welk signaal ze hiermee afgeven en niet de ‘belangen, emoties en historische trauma’s van Rusland chronisch onderschatten’. Het zorgt in ieder geval ook voor gesteggel binnen de Europese Unie. Niet geheel toevallig riepen de acht Europese lidstaten aan de oostgrens (die – gelet op hun geografische positie – de Russische dreiging sterker voelen en hier al jaren voor waarschuwen) aan de Europese Commissie ook vooral haast te maken.
Waar de westelijke elites op zoek zijn naar een nieuw geopolitiek elan vanuit Brussel en zichzelf als grootmacht willen presenteren, zoeken de oostelijke met name bescherming tegen die ene grootmacht in Moskou.
Het doet denken aan het gemor onder de Oost-Europese NAVO-lidstaten toen de NAVO – zeker na 9/11 – ineens drukker was met anti-terreurmissies in Afghanistan, dan met de Russische dreiging. ‘De oude NAVO-lidstaten zijn op zoek naar een nieuw soort NAVO, de nieuwe NAVO-lidstaten willen juist graag de oude NAVO terug,’ constateerde een Amerikaanse diplomaat destijds.
Eenzelfde situatie tekent zich af binnen de Europese Unie. Waar de Westelijke elites op zoek zijn naar een nieuw geopolitiek elan vanuit Brussel en zichzelf als grootmacht willen presenteren, zoeken de Oostelijke met name bescherming tegen die ene grootmacht in Moskou.
Nog meer ruis ontstond er toen Von der Leyen ook liet weten dat wat haar betreft Oekraïne welkom is als nieuwe EU-lidstaat. Een opvallende uitspraak, aangezien de Europese Commissie moet toezien op het (meestal jarenlang slepende) toetredingsproces en hiermee als toezichthouder openlijk vooruitliep op een positieve uitkomst. De Europese Unie gaf er vooral het signaal mee af Oekraïne tot Europa te rekenen – passend bij de geopolitieke aspiraties – maar het is de vraag of de soep in Brussel zo heet gegeten zal worden.
Zo publiceerde de Europese Rekenkamer in september jongstleden nog een kritisch rapport waarin het constateerde dat ondanks de Europese steun ‘oligarchen en belangen nog altijd de Oekraïense rechtsstaat en ontwikkeling ondermijnen’. De Rekenkamer adviseerde een ‘efficiënte strategie’ om de invloed van oligarchen te verminderen.
In Den Haag haastte premier Mark Rutte zich in de Tweede Kamer te melden dat wat hem betreft ‘de toetreding van Oekraïne tot de EU niet aan de orde’ is. Deze de-escalerende woorden dat het allemaal niet zo een vaart zal lopen, kwamen waarschijnlijk te laat: de aankondiging van mogelijk lidmaatschap is door Oekraïne gretig opgepikt als pressiemiddel in het conflict. Zo tekende de Oekraïense president Zelensky na het klappen van de eerste vredesonderhandelingen met Rusland de aanmeldformulieren voor EU-toetreding. Een symbolische daad, maar daarmee niet minder van betekenis.
De Macron-Scholz-tandem
Tot slot is het belangrijk te vermelden dat momenten van Europese eenheid in de geschiedenis van de Europese eenwording vaak een product waren van competitie op natiestaat-niveau. Het conflict in Oekraïne markeert ook het einde van de vanzelfsprekendheid van een ‘speciale relatie’ tussen Washington en Londen. Daar waar Groot-Brittannië tijdens de oorlogen in Irak (2003) en Libië (2011) het centrum vormde van de Amerikaanse plannen, liggen de post-brexit zwaartepunten deze keer in Parijs en Berlijn. De Franse president Macron riep Moskou de afgelopen weken op tot de-escalatie, en herinnerde Poetin eraan dat ook Frankrijk een nucleaire macht is (volgens de nucleair wapenexpert van de VN Pavel Podvig een kwestie van ‘nuclear dick swinging’, oftewel: een onhandige escalatie).
De nieuwe bondskanselier van Duitsland, Olaf Scholz, liet weten het staande beleid van nooit wapens naar conflictgebieden sturen te herzien, 100 miljard euro extra te investeren in de krijgsmacht en vanaf 2024 minstens 2 procent van het bruto binnenlands product te zullen besteden aan defensie. EU Observer sprak al van de ‘Scholz-Macron Tandem’, want ‘Olaf Scholz trad met een korte maar standvastige speech op de voorgrond van Europese democratische leiders. Ervan uitgaande dat Emmanuel Macron zijn tweede termijn wint, zal de Macron-Scholz tandem de dominante lijn vormen in de Europese Unie’.
Wheelen en dealen
Deze gelaagdheid zien we helaas niet terug in Den Haag. Integendeel. Wat politiek wenselijk is, komt niet altijd overeen met wat operationeel of strategisch effectief is. Politici moeten wheelen en dealen met bondgenoten, coalitiegenoten, de partijtop, de achterban en mogelijke kiezers. Ondertussen komen politieke en publieke belangen samen in het werk van militairen. Vanuit het publiek is weinig zichtbaar op basis waarvan dit werk wordt verricht, terwijl het hier toch gaat over de meest existentiële vraag in een rechtsstaat: onder welke voorwaarden wordt er op welke wijze gebruik gemaakt van het geweldsmonopolie?
In politieke discussies wordt er namelijk niet over de instituties gepraat op basis van wat ze kunnen, waar ze voor zijn en welk mandaat ze hebben, maar bepaalt ideologie de institutionele voorkeur. Centrum-rechtse partijen spreken vaker een voorkeur uit voor de NAVO (‘hoeksteen van het veiligheidsbeleid’), terwijl centrum-linkse partijen meer heil zien in een gemeenschappelijke defensie binnen de Europese Unie. Linkse partijen beperken zich in Nederland relatief vaak tot de Verenigde Naties: als we dan toch ingrijpen, dan graag via de VN.
Al met al geeft dit een onjuist beeld: alle veiligheidsinstituties (NAVO, EU, VN en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)) zijn inherent verschillende organisaties die gestoeld zijn op verschillende afspraken, en dus ook allen een eigen, niet vergelijkbare rol hebben. Maar in de Nederlandse politiek wordt niet gekeken naar wat de situatie is en wat er in de gereedschapskist ligt, maar wordt vooraf ideologisch bepaald met welk gereedschap alle veiligheidssituaties te lijf moeten worden gegaan. Dat wil zeggen, op de zeldzame momenten dat we überhaupt zo ver komen tijdens een Kamerdebat.
De remmende werking van internationale instituties in een oorlogssituatie kan alleen bestaan als de politici die ze besturen zich bewust zijn van hun rol, hun positie en verantwoordelijkheden.
Het conflict in Oekraïne wordt – net als de laatste crisis in Afghanistan – vooral aangegrepen als gelegenheid om rond te paraderen op het eigen hobbypaardje. Zo presteerde Jesse Klaver (GroenLinks) het om te vragen of ‘PVV en FvD niet kunnen worden buitengesloten van parlementair vertrouwelijke briefings over Oekraïne’, terwijl Forum voor Democratie (door het beperkte aantal zetels) niet eens in de Commissie Stiekem zit en de informatieplicht voor parlementariërs grondwettelijk is vastgelegd.
Thierry Baudet – nota bene gepromoveerd op het onderwerp soevereiniteit – weigerde opvallend genoeg de evidente illegale Russische actie als dusdanig te erkennen, in een week dat zijn achterban van anti-coronamaatregelenactivisten moeiteloos overschakelde op een pro-Russisch narratief. Ook JA21 bediende de eigen achterban en maakte zich vooral zorgen om de Oekraïense vluchtelingen die naar Nederland zouden kunnen komen, de SGP sloot af met een psalm, de ChristenUnie begon met een gebed en het CDA gooide er een onvervalste Godwin in door het bekende gedicht ‘Bericht aan de levenden’ van verzetsman (en medeoprichter van Vrij Nederland) H.M. van Randwijk te reciteren (‘een volk dat voor tirannen zwicht’). Alleen Wybren Van Haga vroeg minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra (CDA) waar Nederland toe bereid was, naar de scenario’s, en naar de afwegingen in termen van kosten en baten. Het resulteerde in een hakkelende minister.
Terwijl premier Rutte liet weten dat er ‘offers worden gebracht’, is nog altijd niet duidelijk wat die precies zullen zijn. In navolging van Duitsland werd – geheel in Nederlandse poldertraditie – een motie van de D66 aangenomen, die vooral moet worden gezien als een opzet tot een aanzet voor mogelijk extra investeringen in Defensie.
Originele ideeën van hoe Nederland naar de crisis kijkt en welke rol wij op welke manier willen of denken te gaan spelen bleven uit. De remmende werking van internationale instituties in een oorlogssituatie kan alleen bestaan als de politici die ze besturen zich bewust zijn van hun rol, hun positie en verantwoordelijkheden. Waar vanuit de Europese Unie de nodige ruis ontstaat, wheelt and dealt onze Tweede Kamer voorlopig vooral met haar eigen navel.
Hierdoor kan de vraag of we ‘niet een oorlog in worden gerommeld’ niet op ferme en geruststellende toon worden ontkend.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.