Het was Boskalis-topman Peter Berdowski die begin januari de knuppel in het hoenderhok gooide. Als de initiatiefwet Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen door de Kamer wordt aangenomen, dreigde hij, vertrekt de grote baggermaatschappij uit Nederland. De wet, een initiatief van SP, GroenLinks, PvdA en ChristenUnie, verplicht bedrijven om op een verantwoordelijke wijze met zaken als arbeidsomstandigheden en het milieu om te gaan en daarover te rapporteren.
Grootste steen des aanstoots is volgens Berdovski de zorgplicht die wordt opgelegd: daardoor kunnen ceo’s zoals hijzelf via de bestuursrechter persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. ‘Het aanzien van Nederland op het wereldtoneel bladdert af, terwijl de ambities ironisch genoeg, groeien,’ klaagde Berdowski. ‘De dominee preekt internationaal steeds luider van de kansel, maar hij is de koopman, die ervoor heeft gezorgd dat er überhaupt een internationale relatie is, inmiddels vergeten. Niemand luistert meer.’
Berdowski is niet de enige die zich zorgen maakt: ook Ingrid Thijssen, voorzitter van de machtige werkgeversorganisatie VNO-NCW, ageert tegen de initiatiefwet, en stelt dat Nederlandse ondernemingen al ‘verantwoordelijkheid nemen’ en ‘meer impact bereiken door samenwerking’ – een argument waarmee grote bedrijven al jaren proberen scherpere wetgeving te voorkomen.
hand in hand
Zo moest ik opeens weer denken aan een informele bijeenkomst met Jan Peter Balkenende in Slot Loevestein in zijn laatste jaren als premier – het moet rond 2008 geweest zijn. In de ridderzaal van het veertiende-eeuwse kasteel hield hij voor een gezelschap van zakenlieden, CDA-bestuurders, een handjevol academici en ondergetekende een verhaal over het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het was een gedragen christendemocratisch verhaal over de ‘eigen verantwoordelijkheid’: vrntwrdlkhd, zoals Balkenende het uitdrukte, in zijn gebruikelijke tongval. Zo probeerde de premier het heilige geloof in de marktwerking van die dagen in de richting te buigen van het christendemocratische idee van soevereiniteit in eigen kring en de kracht van het maatschappelijk middenveld.
Maar toen al bekroop me de gedachte dat een moreel appèl op de ‘eigen verantwoordelijkheid’ ook iets vrijblijvends in zich droeg, want over de rol die de overheid in het bevorderen van duurzaamheid moest spelen, sprak Balkenende met geen woord. Geloofde de premier nou werkelijk dat het grote bedrijfsleven helemaal uit zichzelf milieubewust en mens- en klimaatvriendelijk zou gaan opereren, in de moordende concurrentie van de wereldmarkt? Kennelijk wel, want dezelfde Balkenende is sinds zijn vertrek uit de politiek al vele jaren voorzitter en uithangbord van de Dutch Sustainable Growth Coalition, waarmee de acht grootste Nederlandse multinationals duurzame groei zeggen te willen stimuleren en Nederland om te willen vormen tot een ‘Sustainable Valley’.
Als je duurzaamheid louter aan het bedrijfsleven overlaat, kun je wachten tot Sint Juttemis.
De ambities klinken prachtig, maar de cijfers zijn tamelijk ontluisterend. Tot nu toe nam slechts 1,6 procent van de meest vervuilende Nederlandse bedrijven deel aan IMVO-convenanten, kan volgens de Nieuwe Economie Index van MVO Nederland niet meer dan 15,4 procent van de Nederlandse bedrijven werkelijk duurzaam worden genoemd en zegt niet meer dan 35 procent de duurzame richtlijnen van de OESO te volgen.
Geen wonder dus dat een heel koor van ngo’s al jaren roept dat de overheid harder moet ingrijpen, met de initiatiefwet tot resultaat: als je duurzaamheid louter aan het bedrijfsleven overlaat, kun je wachten tot sint-juttemis.
De vraag is alleen – en daar hebben Peter Berdowski en Ingrid Thijssen wel degelijk een punt: loopt Nederland dan niet te ver voor de troepen uit? Een beter argument dan dat van die lastige zorgplicht lijkt me het level playing field: als Nederlandse bedrijven op grond van goedbedoelde maar vage criteria hard worden aangepakt met reeksen rechtszaken van ngo’s tot gevolg, dreigt willekeur, profiteert de internationale concurrentie en verplaats je alleen maar het probleem. Dat is ook de strekking van de kritiek van de SER en de Raad van State, die adviseren Europese wetgeving af te wachten.
In dat opzicht speelt het lanceren van de initiatiefwet – ook als ie niet door de Kamer komt – dan weer een nuttige rol: zo wordt er extra druk gezet op de EU om eindelijk met nieuwe richtlijnen te komen, en kunnen de koopman en de dominee toch nog hand in hand de toekomst in.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.