Niet geheel toevallig reis ik af naar de gemeente Hillegom. Vrij Nederland ‘adopteerde’ die gemeente zes jaar geleden om verslag te doen van de transitie van de zorgtaken. Destijds werd voorspeld dat die maar moeilijk te behappen zouden zijn voor kleine gemeenten. VN-redacteur Jaco Alberts prikte Hillegom willekeurig op de kaart. ‘Het had ook Noorderveld, Elburg of Laarbeek kunnen zijn,’ schreef hij. Vijf jaar na de decentralisatie rijd ik voor Vrij Nederland terug naar het hart van de Bollenstreek.
Dit is een (los) vervolg op een eerdere trilogie van Vrij Nederland over de uitwerkingen van decentralisaties in Hillegom. Lees hier de delen Bollen voor citroenen (2013), Het lek in onze democratie (2014) en Terug naar Hillegom: Hoe de gemeente de zorg niet in de vingers kreeg (2016).
Wethouder Fredje
Op een herfstige dinsdagmiddag zit ik aan de knusse houten leestafel in de Readshop, een grote boekenwinkel waar ook sigaretten en postzegels worden verkocht. Eigenaar Frank Evers is fractievoorzitter van de grootste partij in de Hillegomse raad, BevolkingsBelangen Hillegom (BBH). ‘Je moest eens weten hoe vaak hier mensen met problemen aanschuiven,’ zegt hij precies op het moment dat hij wordt geroepen door een vrouw die net de winkel is binnengelopen. Hij snelt naar haar toe en komt vijf minuten later weer terug. Met een zucht. ‘Die vrouw kwam naar me toe om te klagen. Haar zoon is gehandicapt en wordt elke dag naar de dagbesteding gebracht. Door de nieuwe aanbesteding is er nu een buschauffeur die geen Nederlands spreekt, hartstikke onhandig voor die jongen. Dit valt onder wethouder Fredje. Ik bel hem morgenochtend meteen op. Dat is het voordeel van een kleine gemeente, hè!’
De Hillegomse scène in de winkel van Evers is het schoolvoorbeeld van wat het kabinet Rutte II ooit voor zich zag: lokale politici die direct van inwoners horen wat er aan de hand is.
In 2013, toen er werd onderhandeld over de bezuinigingen op de zorgtaken die overgeheveld zouden worden naar gemeenten, vroeg Nederland zich massaal af: moet ik nu verplicht mantelzorger worden? Het woord ‘participatiesamenleving’ kwam zelfs voor in de Troonrede.
1 januari 2015 was het zover: de gemeenten gingen vanaf dat moment over jeugdzorg, ouderenzorg en sociale werkvoorzieningen. Ze kregen er miljarden voor, maar wel een kwart minder dan de landelijke overheid er voorheen aan uitgaf.
De decentralisatie van de jeugdzorg, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Participatiewet leverde veel meer werk op voor gemeenten als Hillegom – met destijds ongeveer 20.000 inwoners. Hillegom besloot mede daarom in 2017 ambtelijk te fuseren met buurgemeenten Lisse en Teylingen. Met de nadruk op ambtelijk, want van een echte fusie mag van de populaire lokale partijen geen sprake zijn. Alle ambtenaren werken nu dus voor drie wethouders van Zorg, voor drie wethouders van Ruimtelijke Ordening en voor drie wethouders van Financiën. Maar: als je paspoort verlengd moet worden, kun je als Hillegommer gewoon nog naar het oude, vertrouwde loket van Hillegom. Gelukkig maar.
Wirwar
Voor de ingang van de raadszaal van Hillegom staat een grote vlag met de tekst ‘Samen Gezond’. ‘Samen’ is in dit geval een understatement. Naast de ambtelijke fusie met de twee buurgemeenten werkt Hillegom voor de Jeugdhulp samen met twaalf andere gemeenten in de zogeheten regio Holland Rijnland. Ook is er sinds kort een Stuurgroep JeugdzorgPlus in Zuid-West Nederland, en de intergemeentelijke Sociale Dienst voert de WMO uit voor vijf gemeenten uit de Duin- en Bollenstreek. Het is een wirwar van samenwerkingsverbanden.
‘Fred, luister, ik zei net tegen die journaliste: jeugdzorg decentraliseren, dat was geen goed idee,’ aldus Sander Boschma, het enige raadslid van D66. ‘Jawel!’ zegt CDA-wethouder Fred van Trigt, alias ‘Fredje’ (in vrolijke sokken met gekleurde bolletjes), ‘het Rijk en de provincie hadden geen idee waar het geld naartoe ging, en wij wel!’ De wethouder staat nog steeds vierkant achter de decentralisatie, maar het D66-raadslid is het bepaald niet met hem eens: ‘Als je ziet op welke schaal we nu samenwerken, dan zou je de jeugdzorg net zo goed door de provincies kunnen laten regelen.’
‘Als je ziet op welke schaal we nu samenwerken, dan zou je de jeugdzorg net zo goed door de provincies kunnen laten regelen.’
Alsof de duvel ermee speelt kopt de NOS een paar uur later: ‘Vernietigend inspectierapport over jeugdzorg: kabinet grijpt in’. ‘Kinderen met complexe problemen ontvangen nog niet altijd op tijd de hulp die ze nodig hebben,’ schrijven ministers Hugo de Jonge van Volksgezondheid en Sander Dekker van Rechtsbescherming. De Jonge onderschrijft ook de veelgehoorde kritiek dat decentraliseren en tegelijkertijd bezuinigen niet goed gewerkt heeft. Daarom wil hij een deel van de decentralisaties terugdraaien. Gemeenten blijven gaan over lichte taken zoals maatschappelijk werk op scholen en opvoedkundige taken. Specialistische zorg, zoals bijvoorbeeld jongeren met anorexia, moeten ze overdragen aan de 42 grotere jeugdzorgregio’s.
Als ik wethouder Van Trigt de volgende ochtend vraag naar zijn reactie op dit bericht, mailt hij: ‘Of dit afgedwongen moet worden door landelijke maatregelen, daar heb ik mijn twijfels over. De decentralisatie was juist bedoeld om de jeugdzorg dichterbij te brengen en maatwerk te leveren. Maar: het belang van kinderen staat voorop.’

Kaasschaafmethode
In Hillegom staat – zoals in veel gemeenten in Nederland – van alle gedecentraliseerde zorg de jeugdhulp financieel het meest onder druk. In 2018 becijferde de wethouder een tekort van 675.000 euro. De gemeente legt geld bij uit de reserves. ‘De kaasschaafmethode,’ zegt Frank Evers, die trots is dat ‘zijn’ coalitie de begroting toch maar weer sluitend heeft weten te krijgen.
In november bezoek ik het begrotingsdebat in de raadszaal van Hillegom. Het debat duurt opvallend kort en het woord ‘euro’ valt nauwelijks. De enige vraag die telt, is of de begroting wel concreet genoeg is. Hillegom doet het financieel beter dan de rivaliserende buurgemeente Lisse. ‘Mooi is dat, hè?’ knipoogt Frank Evers. Wethouder van Financiën Anne de Jong constateert dat de echte problemen pas over twee jaar komen. ‘Dan legt het Rijk geen extra geld meer bij voor de jeugdzorg.’ Daarna is het al snel tijd voor de borrel. ‘Wil je bier of wijn?’ vraagt raadslid van Bloeiend Hillegom Ria Heemskerk.
Vermicelli
Wethouder Van Trigt is een sportieve CDA’er, fris van gemoed. Spijkerbroek, bruine schoenen, blauw jasje. ‘Hoi Sanne, hoi Wilma!’ roept hij als hij het Centrum van Jeugd en Gezin binnenloopt. Het gebouw herbergt allerlei hulpverleners – van Vluchtelingenwerk tot psychologen en gezinswerkers. In de gang ruikt het naar groentesoep met ballen en doorgekookte vermicelli, er zit namelijk ook nog een verzorgingstehuis in het gebouw. De medewerkers van het Centrum Jeugd en Gezin spreken de wethouder in de kamer waarin ze ook regelmatig gesprekken met ouders voeren. ‘We bezoeken gezinnen vaak thuis, maar soms is het handig om ouders of kinderen even een-op-een te spreken,’ zegt gezinswerker Sanne Batteram.
Wilma Nannes werkte voor 2015 al als gezinsbegeleider. ‘Mensen weten ons nu veel beter te vinden. Vroeger kwam bijna iedereen binnen via Bureau Jeugdzorg.’ In 2015 kregen nog 565 jongeren jeugdhulp in Hillegom, in 2018 waren dat er 680. Wethouder Van Trigt: ‘Je kunt je afvragen of die stijging komt door de laagdrempelige toegang tot de zorg of doordat er nu meer kinderen met problemen zijn.’ Hij waarschuwt zelfs: ‘We moeten opletten dat we niet te snel in de gespecialiseerde modus schieten. Soms kun je ook gewoon zeggen: zet je kind op een sport. Het gevaar is dat we nu alles als een probleem gaan zien.’
‘We moeten opletten dat we niet te snel in de gespecialiseerde modus schieten. Soms kun je ook gewoon zeggen: zet je kind op een sport.’
Het komt voor dat zorg niet meer beschikbaar is omdat alle ingekochte plekken al bezet zijn. Een bekend probleem bij bijna alle gemeenten. Sanne Batteram: ‘Mij gebeurde het laatst toen ik op zoek was naar een psycholoog.’ De wethouder voegt er snel aan toe dat als er echt sprake is van een crisissituatie, er altijd gezocht wordt naar een plek elders in het land.
Hillegom is geen uitzondering. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp groeit sinds de decentralisatie als kool. Sinds 2014 met 15 procent, berekende het CPB. Een op de twaalf jongeren onder de 23 jaar heeft hulp nodig. Daarom luidt de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) al sinds dit voorjaar de noodklok. Door de stijgende vraag zou er 490 miljoen euro structureel bij moeten.
Een beurt
‘O, jij zit ook hier,’ zegt journalist Paul de Vlieger verrast en een tikje geïrriteerd. De perstribune van de gemeente Hillegom bestaat namelijk uit één bureau. Je kan er best met zijn tweeën achter zitten, maar hij is ‘de trouwste bezoeker’ en zit er meestal alleen, zegt hij. Tijdens de raadsvergadering over de evaluatie van de jeugdzorg zitten we er samen. ‘Doe je wel aardig tegen dat meisje?’ zegt D66-raadslid Boschma in het voorbijgaan tegen Paul. Het is de losse sfeer die de gemeenteraad van Hillegom tekent. Ouwe jongens krentenbrood.
Als Jeanne Ruigrok van het CDA een vraag stelt en de voorzitter daarna zegt ‘Jaja, mevrouw Ruigrok, u krijgt straks een beurt,’ ligt de hele raad twintig seconden lang dubbel. Even later begrijpt mevrouw Ruigrok ook waarom dat grappig was, ze lacht. Daarna hoor ik nog iemand schuddebuiken: het is de burgemeester himself.
De Vlieger schreef jarenlang voor het Leidsch Dagblad en schrijft nu voor het Haarlems Dagblad. Hillegommers zien Haarlem als ‘hun stad’, zegt hij. Inwoners van Lisse en Teylingen hebben dat gevoel juist bij Leiden.
Voor mij op het persbureau ligt het rapport Evaluatie Beleidsplan Hart voor Jeugd. ‘Heb je dat helemaal gelezen?’ vraagt De Vlieger. ‘Als ik bij het Haarlems Dagblad aankom met de evaluatie van de jeugdzorg in Hillegom, dan zeggen ze: “Wat moeten we daarmee?” De meeste gemeenten die geëvalueerd worden, vallen onder het Leidsch Dagblad.’ Is er dan helemaal geen lokale journalist die dit document leest? De zorg heeft De Vliegers persoonlijke interesse niet zozeer. ‘Dat scheelt ook,’ zegt hij.
Controlerende taak
Net als het debat over de begroting gaat het debat over de jeugdzorg nauwelijks over de inhoud. De raad – Dick van Egmond van GroenLinks voorop – wil eerst de roze olifant de raadszaal uit hebben: ‘Ik heb keer op keer het gevoel dat we er als raad geen grip op hebben. We kunnen onze controlerende taak niet uitvoeren.’ Alle fractievoorzitters knikken. Kees Langeveld van het CDA: ‘Het is moeilijk toetsbaar, want er zijn geen concrete doelen.’
De raadsleden hebben de evaluatie van de jeugdzorg duidelijk wel gelezen. ‘Er staat in dat er nu een “andere mindset” heerst, en dat “we elkaar nu beter kennen in de regio”. Is dat nou een resultaat of een jarenlang gebrek? Wanneer is die transformatie eindelijk afgelopen?’ vraagt Joop van Duffelen van BBH zich wanhopig af.
Wethouder Van Trigt begrijpt de kritiek eigenlijk wel. Voor volgend jaar neemt hij zich voor duidelijker te maken wat hij wil bereiken. Alleen VVD’er Louise Pijnacker, zelf manager in de jeugdhulp, stelt nog een inhoudelijke vraag. ‘Kunnen er extra mensen aangenomen worden om de wachtlijsten in de jeugd-ggz te verkorten?’ Wachtlijsten zijn inderdaad een probleem, vindt de wethouder. Maar, waarschuwt hij: ‘We hebben ook een financiële opgave.’
Machtsverschuiving
Voor Klaartje Peters, hoogleraar lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht, is het gebrek aan controle op de decentralisatie een bekend verhaal. ‘Als iedereen recht heeft op “maatwerk”, kun je dat als raadslid alleen maar controleren door bij iedereen afzonderlijk langs te gaan. Dat is onmogelijk. Er zijn wel klanttevredenheidsonderzoeken, maar daar doen alleen mensen aan mee die al zorg krijgen, terwijl de raad juist zou moeten willen weten wie er buiten de boot vallen.’
Een serieus probleem, ook volgens Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultuur Planbureau. ‘Gemeenten hebben soms een blinde vlek voor mensen die de zorg juist het hardst nodig hebben. Bij jongeren geldt dat nog meer dan bij ouderen, omdat jongeren vaak helemaal niet geholpen wíllen worden, die moet je bij hun lurven pakken en bij een hulpverlener neerzetten.’
Frank Evers zit wederom op de praatstoel achter de leestafel in zijn winkel. ‘Onze vragen aan Fred gaan hoofdzakelijk over geld. Als er tegelijk met de zorgtaken nou een zak geld over de schutting was gegooid, dan zou er nu geen probleem zijn geweest; ik heb nu amper tijd om me met de inhoud bezig te houden.’
‘Als er tegelijk met de zorgtaken een zak geld over de schutting was gegooid, dan zou er geen probleem zijn geweest; ik heb nu amper tijd om me met de inhoud bezig te houden.’
Hillegom had voor de decentralisatie al gemeenschappelijke regelingen met de twaalf andere gemeenten in het samenwerkingsverband Holland Rijnland. De inkoop van jeugdhulp is daar sinds 2015 bijgekomen. Hillegom is daarin niet uitzonderlijk: 98 procent van de gemeenten zit in gemeenschappelijke regelingen om de decentralisaties vorm te geven, stellen hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans en promovendus politieke legitimiteit Geerten Waling in hun boek Gemeenten in de genen (2018). Er is de afgelopen tien jaar een ware ‘samenwerkingsexplosie’ geweest in gemeenteland, schrijven ze.
‘Gevolg is dat individuele gemeenten over steeds minder gaan.’ De raad heeft alleen ‘indirecte controle’. Voermans en Waling zien het als een ‘machtsverschuiving’. Een ‘dubbel verlies’ voor gemeenteraadsleden. Het wordt alleen maar moeilijker om besluiten echt te controleren, en als ze dat al doen, dan wordt dat door het samenwerkingsverband gezien als obstructie. Of Frank Evers zijn Hillegomse wethouder goed kan controleren? ‘Moeilijk,’ is het antwoord. ‘Maar Fred doet zijn werk wel goed.’ Hoe weet Evers dat? ‘Omdat er geen dingen fout lopen.’ Wat zou er fout kunnen gaan? ‘Weet ik niet. Het is de wet van de grote getallen. Ze zitten daar met veel mensen in Holland Rijnland, daar zit veel kennis.’
Lege briefjes
Elma Hulspas is de vrolijkste griffier die ik ooit heb ontmoet. Ze is 64, heeft een heerlijke, rollende r en draagt een flitsende rode jurk met bijpassend jasje. ‘Het is ook zo’n leuke job, ik zit als een spinnetje in het web.’ Elma ziet de worsteling van raadsleden. ‘Ik heb ze geprobeerd te helpen om beter grip te krijgen op Holland Rijnland, maar dat lukte niet.’
Als ik de Hillegomse raadsleden vervolgens op de man af vraag of ze het beleid kunnen controleren, krijg ik elke keer hetzelfde antwoord. Frank Evers: ‘We hebben 4 procent van de stemmen, dan weet je wel wat we in te brengen hebben: lege briefjes!’ D66’er Sander Boschma noemt Holland Rijnland zelfs ‘een gedrocht’: ‘Democratische controle is bijna niet te doen.’
Wethouder Van Trigt begrijpt het gevoel van onmacht van raadsleden wel, maar zo dramatisch vindt hij het nou ook weer niet. ‘De raad hamert steeds op die 4 procent inspraak die we hebben. Maar ik verzeker je, het komt bijna nooit op stemmen aan. Ik trek echt mijn mond wel open als het nodig is.’ Van Trigt zit in het dagelijks bestuur van Holland Rijnland, ‘maar ik kan daar natuurlijk niet alleen maar voor de belangen van Hillegom opkomen.’
Elma Hulspas heeft de werkdruk voor gemeenteraadsleden zien toenemen sinds 2015. Ze krijgt regelmatig telefoontjes van zorginstellingen die een avond willen organiseren voor raadsleden. Meestal zegt ze dan: ‘Over drie maanden ben je de eerste.’
Naast de werkdruk zit ook de versplintering van gemeenteraden de controlefunctie van raadsleden in de weg, analyseert hoogleraar Peters. Kiezers stemmen steeds verdeelder, waardoor fracties kleiner zijn dan vroeger. Zoals de D66-fractie in Hillegom. Boschma is het enige raadslid voor de partij. Hij zit in een appgroep met alle D66-raadsleden in het land die zich bezighouden met jeugdzorg. ‘Je kan je wel voorstellen dat het een drukte van belang is in zo’n groep.’ Boschma kan op deze manier meevaren op de kritische vragen van zijn collega’s uit andere gemeenten. ‘En soms gooien Vera Bergkamp en Rens Raemakers er nog handige punten in vanuit de Tweede Kamer.’
Voermans en Waling constateren in hun boek dat de gemeenteraad ‘bestaat uit amateurs die vaak zeer gedreven en welwillend zijn, maar die dikwijls niet zijn opgewassen tegen de professionals: burgemeesters, wethouders en ambtenaren die fulltime zijn aangesteld en beter zijn ingevoerd en opgeleid.’
Je zou kunnen bepleiten dat tegelijk met de zorgtaken ook medewerkers gedecentraliseerd hadden moeten worden naar gemeenten. Hoogleraar Peters: ‘Ik ben achteraf toch verbaasd dat de Directie Maatschappelijke Ondersteuning op het ministerie van Volksgezondheid nu nog net zoveel medewerkers heeft als voor de decentralisatie.’
Navraag bij het ministerie leert dat die afdeling er sinds de decentralisatie zelfs meer ambtenaren bij heeft gekregen: in 2015 waren het er nog zestig, nu zijn het er tachtig. Volgens een woordvoerder komt dat doordat er sinds Rutte III ook weer nieuwe taken en beleidsprogramma’s bij zijn gekomen, zoals het programma Langer Thuis. ‘Die ambtenaren zijn vaak tijdelijk aangesteld en helpen gemeenten ook op lokaal niveau.’ Hij voegt eraan toe: ‘Dat de gemeenten nu verantwoordelijk zijn voor de WMO en de Jeugdwet, betekent niet dat wij helemaal geen rol meer hebben.’
Geen grip
Hoogleraar Klaartje Peters slaat aan op het woord ‘grip’ dat GroenLinks-raadslid Van Egmond gebruikt om te omschrijven wat hij mist als raadslid: ‘Dat woord komt naar voren in talloze lokale Rekenkamerrapporten.’ En inderdaad, ik kom dat woord keer op keer tegen. Zo schreef de Rekenkamer van Culemborg in februari 2019: ‘Raadsleden ervaren een gebrek aan grip op samenwerking.’ In een rapport van de Hilversumse Rekenkamer staat dat bij raadsleden het gevoel overheerst ‘te weinig grip te hebben op samenwerkingsverbanden’. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Ook vóór de decentralisatie worstelden raadsleden al met hun controlefunctie. ‘Maar nu gaat het om zaken die het leven van mensen direct raken. Lokale zorg controleren is toch iets anders dan het controleren van de afvalverwerking,’ zegt Peters.
Ook de controlerende functie van de journalistiek is tegenwoordig minimaal. ‘We hebben een positief-kritische relatie met Paul van de regionale krant, met de nadruk op positief,’ zegt wethouder Fred van Trigt. Is dat een probleem? ‘Hahahaha,’ een harde, lange lach. ‘Dat is toch geen probleem?’
Het past bij de joviale opmerkingen die heen en weer gaan van de perstribune naar de raadsleden en het college. Eerder kwam Omroep Bo nog wel eens buurten, de omroep van de Bollenstreek, herinnert Frank Evers zich. ‘Maar ja, er gebeurt hier gewoon nooit iets spannends.’
En dan is Jos Draijer er nog. Een fenomeen in Hillegom. Draijer schrijft de column ‘Notenkraker’ in huis-aan-huisblad De Hillegommer. De CDA’er was twaalf jaar actief in de Hillegomse politiek, en in de wandelgangen wordt gezegd dat hij stiekem zelf nog wethouder zou willen zijn. Draijer was topambtenaar bij het ministerie van Volksgezondheid en ging daarna voor de tabakslobby werken. ‘Paul en Draijer durven ons wel af te rekenen op onze verkiezingsbeloften,’ zegt Evers. ‘Maar het diepe graafwerk, dat gebeurt hier niet.’
De lokale journalistiek staat de laatste jaren zwaar onder druk. Vorig jaar schreef het Commissariaat voor de Media nog dat eenderde van de lokale omroepen zware financiële problemen heeft. ‘Wie bewaakt de bewaker?’ vragen Voermans en Waling zich daarom af in hun boek. ‘Journalisten die zich bekommeren om gemeentepolitiek zijn zeldzaam en dikwijls niet goed ingevoerd of uitgerust.’ Terwijl die tegenkracht ‘van onschatbare waarde’ is.
Op Lisse pisse
‘Pas op wat je zegt!’ roept wethouder Van Trigt als ik hem vraag of Hillegom, Lisse en Teylingen ooit écht zullen fuseren. Hoewel hij er zelf ook grappen over maakt, wil hij toch graag de gevoeligheid toelichten. Jeugdwerkers Sanne Batteram en Wilma Nannes luisteren mee. ‘Lokale partijen zijn altijd tegen een fusie. Dat vind ik een merkwaardige reflex, want wat doe je als een fusie het beste blijkt te zijn voor je gemeente?’
In 2018 bleek uit onderzoek van Berenschot dat 16 procent van de Nederlandse gemeenten deel uitmaakt van een ambtelijke fusie. Volgens hoogleraar Peters gaat het na een paar jaar vaak wringen omdat gemeenten verschillende redenen hebben om met de ambtelijke fusie in te stemmen. Journalist Paul de Vlieger herkent dat: ‘Hillegom doet het om vooral niet te hoeven fuseren met andere gemeenten. In Lisse was een meerderheid van de raad voor een volledige fusie.’
‘Lokale partijen zijn altijd tegen een fusie. Dat vind ik een merkwaardige reflex, want wat doe je als een fusie het beste blijkt te zijn voor je gemeente?’
Het is in Hillegom nog steeds stoer om te zeggen: ‘Op mijn veertiende vocht ik tegen de Lissenaren. Je kent die kruising bij de McDonald’s? Daar was het!’ Frank Evers lacht er nu om, maar de onderlinge rivaliteit tussen Hillegom en Lisse is nooit verdwenen. Sterker nog: er wordt nog steeds gevochten. Jeugdwerker Wilma Nannes hoort wel eens verhalen over onderling geweld op de kermis. Nannes: ‘In Lisse woonden vroeger de bollenboeren, in Hillegom de knechten. In de ogen van Hillegommers lopen Lissenaren altijd met hun borst vooruit.’
‘Ik mis het fietsen naar de grens Hillegom-Lisse en dan aan de kant van Hillegom staan en op Lisse pisse…’ noteerde journaliste Marca Bultink ooit, en dat gevoel leeft nog steeds. ‘Een echte fusie is door de ambtelijke fusie nu van de baan, maar ik weet niet voor hoe lang,’ zegt GroenLinks-raadslid Van Egmond aan een tafeltje tijdens de borrel. Zelfs fervent fusietegenstander Frank Evers geeft dat toe: ’Het zal me niets verbazen als de commissaris van de Koning over een jaar of tien druk gaat uitoefenen. Ik beloof je bij deze: dan stap ik uit de politiek. Ik heb echt geen zin om beslissingen te nemen over Lisse, dat interesseert me toch geen moer!’
100.000+ gemeenten
Rutte II had een grote verbouwing van het lokaal bestuur in gedachten. Er moest niet alleen gedecentraliseerd worden, gemeenten moesten ook worden samengevoegd, met als mantra de ‘100.000+ gemeenten’. Hillegom had toentertijd ongeveer 20.000 inwoners. Hillegom, Lisse en Teylingen zijn samen goed voor zo’n 85.000 mensen.
Ronald Plasterk was als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de fusies, maar zag ervan af omdat gaandeweg bleek dat zelfs coalitiepartijen VVD en PvdA er niet achter stonden.
‘Er werd op het religieuze af gesproken over schaalvergroting en bestuurskracht,’ schrijven Voermans en Waling. Terwijl uit buitenlands onderzoek volgens hen blijkt dat gemeenten na herindeling helemaal niet efficiënter worden en nog net zoveel – of zelfs meer – geld uitgeven.
Ook volgens hoogleraar Peters is de maat van een gemeente niet bepalend voor het succes. Wel zegt ze: ‘Het enige waar een bestuurlijke fusie voor werkt, is dat de democratische controle overzichtelijker wordt voor raadsleden. Dan hoeven ze niet meer te vechten tegen besluiten van meerdere wethouders.’
Er moet geld bij
Was decentraliseren en bezuinigen tegelijk misschien niet zo’n goed idee? ‘Dan vraag je het nog heel netjes,’ zegt zelfs de altijd optimistische griffier Elma Hulspas. ‘Het is onvoorstelbaar dat de VNG zo eager was om die taken te krijgen. De gemeenten hadden die bezuiniging nooit moeten accepteren.’ Hulspas verwoordt precies wat bestuurders uit Rutte II niet met naam en toenaam in dit artikel willen laten optekenen. Uit die hoek valt te horen dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) al jaren vóór de decentralisaties zei: ‘Laat ons het doen, wij kunnen het voor minder geld!’
Een woordvoerder van de VNG zegt nu: ‘Als de vraag naar jeugdhulp gelijk was gebleven, dan hadden we die bezuiniging uit 2015 ook gewoon netjes kunnen halen. Maar nu we dichter op de mensen zitten, is de vraag enorm toegenomen – en die groei zet alleen nog maar door. Daardoor komen gemeenten in financiële problemen.’
Wethouder Van Trigt hoopt op meer geld voor Hillegom. Eerder dreigde Van Trigt in het Leidsch Dagblad met het teruggooien over de schutting van de zorgtaken. ‘Wanneer het Rijk niet met voldoende middelen komt, dan moet bekeken worden welke mogelijke stappen genomen kunnen worden. Het opnieuw onderbrengen van de jeugdhulp bij het Rijk is dan een optie, ook al zou ik dat heel jammer vinden,’ liet hij dit voorjaar optekenen. Zo hard zegt hij het nu niet meer. ‘Maar er moet wel echt geld bij!’
De ‘decentralisatie-paradox’
‘Beslissen, betalen, genieten.’ Het lijkt de slogan van een reisbureau, maar het blijkt een bestuurlijke term te zijn. Rienk Janssens is strateeg sociaal domein bij de VNG en gebruikt de zinsnede om aan te geven dat het Rijk de gedecentraliseerde taken nu echt eens los moet laten en zich alleen moet bemoeien met de randvoorwaarden. Aan de ene kant proberen gemeenten alles op orde te krijgen, aan de andere kant komt het Rijk constant met ‘actieplannen’ omdat het niet snel genoeg gaat. Dat werkt averechts. Janssens noemt het de ‘decentralisatie-paradox’.
Het raakt aan het dilemma waar SCP-directeur Kim Putters het kabinet tijdens de formatie al voor waarschuwde. ‘Het is onduidelijk wat de landelijke politiek wil. De zorgtaken zitten stuck in the middle tussen verschillende bestuurslagen. Dat klinkt technisch, maar de vraag hoe overheden zich tot elkaar verhouden, is fundamenteel voor onze democratie.’
Alle taken weer teruggeven aan het Rijk lijkt Putters geen optie. ‘Ik zie regio’s in het noorden van Nederland, in Zuid-Limburg en in Zeeland waar echt andere problemen spelen dan in de rest van het land. Dan moet je niet weer 100 procent gaan centraliseren.’
Opvoeden is loslaten
Komt de participatiesamenleving enigszins van de grond? Frank Evers twijfelt eraan. ‘Mensen zijn individualistischer geworden. Ik zie het niet gebeuren dat ze ineens beter voor elkaar gaan zorgen.’ Wel is iedereen het met wethouder ‘Fredje’ eens dat de zorg ‘dichterbij’ gekomen is: kijk maar naar de hoge instroom en het succes van gezinswerkers als Sanne Batteram en Wilma Nannes.
Maar hoe lossen we het gebrek aan grip van raadsleden op? Volgens Voermans en Waling moeten samenwerkingsverbanden zoals Holland Rijnland op tijd luisteren naar inwoners en raadsleden. ‘Daar ontbreekt het vaak aan; als er beleid wordt gemaakt, is de bereidheid om daarop terug te komen erg klein.’
Volgens Kim Putters zal dit altijd een lastig punt blijven. ‘Als je het democratisch tekort wilt oplossen, zullen gemeenten moeten fuseren, en daar is veel verzet tegen. Deels terecht, want daarmee creëer je juist weer afstand tot burgers. Elk systeem heeft nadelen. Je zou wel aan creatieve oplossingen kunnen denken, bijvoorbeeld de mogelijkheid om directeuren van zorginstellingen uit te nodigen in de democratische arena van de gemeenteraad.’ Putters vraagt zich hardop af of we beter af zouden zijn als er niet was gedecentraliseerd. ‘Tot nu toe heeft het voor bijvoorbeeld mensen met een arbeidsbeperking nog niet tot iets positiefs geleid.’
Na de decentralisatie lijkt er helemaal niemand meer volledig in control. De landelijke overheid heeft de controle aan de gemeenten gegeven, maar raadsleden verklaren dat ze te weinig grip hebben op de lokale zorg. Wethouders hebben vaak te weinig geld en voelen de hete adem van de landelijke overheid in hun nek, die elk moment een deel van de decentralisaties terug kan draaien. En is de zorg nu echt dichterbij? In Hillegom lijkt dat in het geval van de jeugdzorg wel zo: huisartsen, basisscholen en jeugdwerkers werken beter met elkaar samen. En inwoners komen klagen bij raadsleden aan tafel. Het advies van gemeenten als Hillegom aan de landelijke overheid – verpakt in een gevleugelde jeugdzorgterm – is dan ook: opvoeden is loslaten.
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.