‘We gaan het gewoon doen. Niet omdat we het moeten, maar omdat we het willen!’ Gerrit Kleijheeg verkondigde het in die dagen aan iedereen die het maar horen wilde. Drie jaar geleden ontmoette ik de PvdA-wethouder Sociale Zaken van Hillegom voor het eerst in het wit gepleisterde gemeentehuisje van het dorp in de Bollenstreek. We spraken over de fikse nieuwe taken die gemeenten door het Rijk opgelegd kregen, de ‘decentralisaties’. Een man met een groot lijf en een stem als een klok, zo omschreef ik hem. Een aardige kerel, ook al had hij er vroeger als ME’er nog flink op los gemept.
Drie jaar later eet dezelfde Kleijheeg een witte boterham met twee kroketten in een restaurant in Amsterdam. Hij is al een tijdje geen wethouder meer en werkt nu als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties. Er zit trouwens niemand meer van zijn college, zegt hij. De laatste is net gesneuveld in de slangenkuil van de Hillegomse politiek. Gestruikeld over een ruzie rond de aanleg van de oost-westverbinding naar het dorp. Kleijheeg is beslist geen man om te somberen. Maar, geeft hij toe, het overhevelen van de zorg voor kwetsbare Hillegommers is toch wel minder goed gelopen dan hij had gehoopt.
Toch wat anders gelopen
Februari 2016. Ik heb een afspraak met ouderenadviseur Bertine Krewinkel. Drie jaar geleden sprak ik haar al aan het gemeenteloket van Hillegom. Dit keer in het Dienstencentrum Elsbroek, een prachtig nieuw complex met verzorgingstehuis Bloemswaard, een ziekenhuispost, prikdienst, fysiotherapie, maatschappelijk werk, consultatiebureau, kapsalon en restaurant – allemaal onder één dak. Qua voorzieningen heeft Hillegom het goed voor elkaar. Toch moet Krewinkel moeite doen haar teleurstelling te verbergen als de decentralisatie van de ouderenzorg ter sprake komt. Een beetje schuchter vertelt ze dat het allemaal toch wat anders is gelopen dan ze had verwacht.
De ‘keukentafelgesprekken’ zoals Hillegom ze in de aanloop naar de operatie had bedacht – huisbezoeken door plaatselijke hulpverleners bij kwetsbare dorpelingen – bestaan niet meer. De ‘enkelvoudige’ vragen om een scootmobiel of een trapliftje gaan nu van het Hillegomse gemeenteloket direct door naar de regionale sociale dienst ISD: een samenwerkingsverband van vijf gemeenten in de Bollenstreek, gevestigd in Lisse. Dat gaat om grofweg 95% van de gevallen, en de gemeente vraagt een hogere eigen bijdrage dan eerst. Alleen ‘complexe vragen’ komen nog in aanmerking voor een echt keukentafelgesprek met het ‘sociaal team’ van Hillegomse hulpverleners. Zo’n gesprek komt nu nog maar eens in de paar weken voor, zegt Krewinkel.

Fikse bezuiniging
Hillegom was mijn poging het abstracte concreet te maken. Als parlementair verslaggever wilde ik onderzoeken hoe de Haagse politiek doorwerkt op het lokale bestuur. Mark Rutte (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) hadden begin 2013 net hun kabinet beklonken. Zij hevelden belangrijke overheidstaken rond zorg en werk over naar de bijna 400 Nederlandse gemeenten. Een operatie die zijn weerga niet kende. Lokale bestuurder Gerrit Kleijheeg zag het als een ‘uitdaging’. Maar in Den Haag is niets gratis. Met de hervorming ging een fikse bezuiniging gepaard: het moest allemaal een kwart minder kosten. En daar keek de joviale wethouder Kleijheeg aanzienlijk bedenkelijker bij.
Waarom Hillegom? Ik was er nooit geweest en had de plaats (20.000 inwoners, 92 ambtenaren) gewoon geprikt op de kaart. Hillegom kon ook Noorderveld, Elburg of Laarbeek heten. Kleine gemeenten die alleen al vanwege de schaal moeilijkheden zouden krijgen bij het voldoen aan de opdracht van Den Haag. Hillegom was (ik geef het toe) net iets dichter bij mijn woonplaats.
In Vrij Nederland schreef ik er twee grote verhalen over die hopelijk inzicht boden in de gevolgen van de Haagse politiek: hoe Hillegom zich met vallen en opstaan trachtte voor te bereiden op de taken die ‘over de schutting’ werden gekieperd, terwijl Den Haag nog heel lang schimmig bleef over de details. En hoe weinig de lokale politiek nog te zeggen had in de bestuurlijke spaghetti van de regionale besturen en bestuurtjes die Nederland goeddeels regeren.
Dat alles was in aanloop naar de decentralisaties die op 1 januari 2015 werden doorgevoerd. We zijn nu ruim een jaar verder. ‘De transitie is geslaagd in de zin dat de zorg is gecontinueerd,’ zei Han Noten onlangs in de Volkskrant. De oud-PvdA-senator en burgemeester van Dalfsen is voorzitter van de ‘transitiecommissie’ die het proces moet bewaken. ‘Er zijn geen grote ongelukken gebeurd.’ Maar of de zorg zoals beloofd ook beter is geworden, ‘dat is nog niet zeker’.
Klassen vol probleemjongeren
Een winterse wind giert nog over de dijken, maar sommige bollenvelden rond Hillegom kleuren al geel van de narcissen. Een mooi moment om nog eens poolshoogte te nemen in de Zuid-Hollandse gemeente. Is de decentralisatie inderdaad geslaagd? Zijn grote ongelukken uitgebleven, de verwachtingen waargemaakt?
Hillegom bleek als pars pro toto geen slechte keuze. De kleine gemeente stond drie jaar geleden voor een huzarenstukje. De problemen met jongeren waren er ‘pittig’, vertelde verpleegkundige Gerda de Groot, die er het Centrum voor Jeugd en Gezin coördineerde: vechtscheidingen, geldproblemen, hangjongeren, spijbelaars. Ze schrok toen ik haar vertelde dat uit regionale cijfers bleek dat 183 Hillegomse jongeren jaarlijks met het provinciale Bureau Jeugdzorg te maken hadden. Die werden nu dus ineens een gemeentelijke kwestie. ‘Dat zijn zes klassen vol,’ riep De Groot uit. En Joke Ricke, directeur van de twee verzorgingstehuizen van de Hillegomse Organisatie voor Zorgverlening aan Ouderen (HOZO), vertelde dat met de vergrijzing het aantal dementerenden in Hillegom ‘schrikbarend’ groeit, meer dan elders.
Hoe moest dat straks met die krimpende budgetten? Over de oorzaken achter de stevige problematiek van jong en oud in Hillegom tastten gemeente en hulpverleners in het duister. Misschien was de verklaring te vinden in de geschiedenis van armoede: in de 19de eeuw trok Hillegom duizenden ongeschoolde arbeiders voor het droogleggen van de Haarlemmermeer, later volgden nog talloze bollenwerkers.
‘De laatste van het college uit 2013 is net gesneuveld in de slangenkuil van de Hillegomse politiek.’
Des te opvallender vond ik het enthousiasme waarmee Hillegommers de nieuwe taken begroetten. Het aanstekelijke idealisme van wethouder Kleijheeg klonk ook elders door. Rick Severijns, beleidsmedewerker op het gemeentehuis, zei trots dat Hillegom al langer bezig was met de ‘kanteling’ die de inhoudelijke motivatie achter de decentralisaties vormde: minder kijken naar waar hulpvragers ‘recht’ op hebben, meer naar wat ze ‘nodig’ hebben. Daar kon de zorg zelfs goedkoper van worden: Hillegom had iedereen met een scootmobiel aangeschreven met de vraag of die ook echt nodig was. De gemeente kreeg een kwart van de wagentjes terug.
Beslismachine
Een andere leidende gedachte achter de decentralisaties was dat gemeenten dichter bij de burger staan dan rijk of provincie. Ze kunnen daardoor beter zien welke hulp mensen echt nodig hebben. Cruciaal waren de ‘keukentafelgesprekken’, een begrip dat overal in Nederland begon rond te zingen. Namens de gemeente zou een plaatselijke hulpverlener – liefst niet telkens een ander – bij de burgers op huisbezoek gaan om over de problemen te praten. Achter de vraag om een dure scootmobiel kan immers ook eenzaamheid schuilgaan. En, zou hij vragen, is er echt geen buurman of familielid dat vaker een handje kan toesteken? De ‘participatiemaatschappij’, een ander evangelie dat in die dagen door Rutte en Samsom werd verkondigd.
Met die keukentafelgesprekken was Hillegom al ruim voor de deadline begonnen. Medewerkers van plaatselijke welzijnsorganisaties als HOZO en Welzijn Hillegom voerden in 2013 al 245 gesprekken met vooral ouderen die om een voorziening vroegen. Ze trachtten in kaart te brengen wat het achterliggende probleem was en wat eraan kon worden gedaan. Ouderenadviseur Bertine Krewinkel, die ik aan het loket in het gemeentehuis trof, kon er enthousiast over vertellen. Wie problemen snel en effectief aanpakt, kan dure zorg later vaak voorkomen. En het mooie is, legde ze uit, dat ik iemand die van ons een traplift krijgt, kan vragen of zij een eenzame buurvrouw af en toe wil voorlezen. ‘Iemand die iets krijgt, kan ook iets terugdoen.’ Hulpbehoeftigen kwamen uit hun isolement en werden zelf actiever. Wat wilde je nog meer?
Toch bestaan die keukentafelgesprekken drie jaar later niet meer, vertelt Krewinkel als ik haar opnieuw spreek. Maar die mooie gedachte dan? vraag ik. Hulpverlening dicht bij de mensen? Goed kijken naar de onderliggende problematiek? Hulpontvangers die ook iets teruggeven? Daar ligt de focus natuurlijk niet van de regionale ISD die nu 95% van de gesprekken voert. Die kijkt vooral of mevrouw echt aanspraak kan maken op een traplift. Ja, zegt Krewinkel, de ISD is meer een ‘beslismachine’. En die wilde zijn taken niet afstaan. Ook ten tijde van de keukentafels stond de ISD erg op zijn strepen. ‘Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet vinden, maar het voelt wel een beetje als terug bij af.’

Voorgebakken broodje
Op het gemeentehuis ga ik opheldering vragen bij beleidsambtenaar Rick Severijns, die met zoveel vuur over de Hillegomse praktijk vertelde. Hij leidde de ‘projectgroep’ die de decentralisatie van deze zorg (uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, WMO) in de Bollenstreek voorbereidde. Maar Severijns werkt niet meer in Hillegom. Vertrokken naar de gemeente Rijswijk. Dat heeft met die koerswijziging te maken, geeft hij toe als ik hem aan de telefoon krijg. In de regio zou de decentralisatie worden voorbereid waarna elke gemeente haar eigen accenten kon leggen. Het voorgebakken broodje kon daar worden afgebakken, vertelt hij met de metafoor die ik de afgelopen jaren telkens hoorde. ‘Maar dat is een ander recept geworden dan we hadden gehoopt.’ Volgens Severijns waren de ideeën in Hillegom vooruitstrevend, maar is het allemaal ‘min of meer om zeep geholpen’. Daar kon hij als ambtenaar slecht mee uit de voeten en hij vertrok: ‘We waren pioniers, maar zijn door het peloton opgeslokt.’
Volgens Severijns kwam het door de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. Gerrit Kleijheeg besloot te stoppen als wethouder en de stembusuitslag gooide de politieke verhoudingen door elkaar. Een nieuwe coalitie trad aan met de onervaren CDA-wethouder Frits Roelfsema op Sociale Zaken. Die liet zich overdonderen door de plannen uit de regio, is Severijns’ indruk. Daar zit hij als wethouder in het bestuur met wethouders van de andere gemeenten; je moet sterk in je schoenen staan als je het als individuele gemeente anders wilt doen. Terwijl de decentralisaties bedoeld waren om gemeenten een eigen koers te laten varen.
In 2014 sprak ik wethouder Roelfsema daarover. Hij vertelde dat het hem even had gekost voordat hij wist hoe in de regio’s de hazen liepen. ‘Ik zie mijn collega-wethouders in de regio vaker dan mijn collega’s in Hillegom.’ Hij zei ook dat de gezamenlijke Bollengemeenten voor de keukentafelgesprekken ‘een uniforme werkwijze’ in de hele regio wilden en dat hij achter die wens stond. Voor een ‘simpele’ vraag van een burger om een enkele voorziening moesten we ‘niet dat hele circus’ optuigen. Maar Roelfsema vond de hele gemeenteraad tegenover zich. Die maakte zich hard voor een eigen Hillegomse aanpak. Hoe kon dat eigene dan toch zo verdampen?
Ik vraag het PvdA-raadslid Annemieke van Dijk. Zij bestookte de wethouder in 2014 met moties en amendementen om de lokale werkwijze vast te leggen en de Hillegomse keukentafels te beschermen. Die werden allemaal unaniem aangenomen. Maar dat verzet van de gemeenteraad is begin 2015 ‘als een nachtkaars’ uitgegaan, zegt ze. Toen maakten de coalitiepartijen een draai en volgden de wethouder in zijn regionale koers. Hoe dat kwam, heeft ze nooit kunnen achterhalen. Misschien omdat het allemaal zo lang duurde voordat het regionaal voorgebakken broodje lokaal was afgebakken, misschien omdat Roelfsema de belofte deed dat een deel van de gesprekken wel ‘Hillegoms’ zou blijven. Uiteindelijk bleek dat dus om niet meer dan 5% te gaan. Van Dijk zegt ‘erg teleurgesteld’ te zijn.
Sprong in het diepe
Bij de zorg voor jongeren is de ‘keukentafelgedachte’ in Hillegom wél overeind gebleven. Niet zozeer dankzij de gemeenteraad, maar omdat de regionale bestuurders dat zo bedacht hebben. Ik spreek na drie jaar opnieuw met coördinator Gerda de Groot. Destijds schrok ze van het grote aantal probleemjongeren dat vanuit de provincie naar de gemeente zou afdalen. Begin 2015 was het dan ook snel duidelijk dat er meer formatie moest komen voor het Jeugd- en Gezinsteam (JGT) van Hillegom dat huisbezoeken ging afleggen. Het team bestaat nu uit 12 veelal parttime medewerkers.
Janina Varenhout, één van hen, is ook aangeschoven. Het was ‘een sprong in het diepe’, vertelt ze, een enorme klus. Nu pas hebben de leden van het team tijd om elkaar beter te leren kennen en kunnen ze zien wie waarin het beste is. Om reden van expertise en veiligheid gaat ze altijd samen met een collega bij gezinnen langs. En alle actuele gevallen worden wekelijks in het hele team besproken onder begeleiding van een coach die ook arts is.
Het landelijke beeld over jeugdzorg is ongunstig. Vertrekkend kinderombudsman Dullaert waarschuwde eind oktober dat door besparingsdrang bij gemeenten niet alle kinderen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Vorige week meldde de Monitor Transitie Jeugd dat het vorig jaar 472 klachten had verzameld. De route naar jeugdhulp zou ‘lang, onduidelijk en onaangenaam’ zijn.
Voorzitter Han Noten van de transitiecommissie verweerde zich al eerder tegen dit soort berichten. Dergelijke onderzoeken zouden wel klachten verzamelen, maar niet aantonen dat de situatie slechter is dan vroeger. De hulpverleners in Hillegom herkennen zich evenmin in de kritiek. De Groot hoort van ouders juist dat ze zich serieuzer genomen voelen dan vroeger, dat het fijn is om een aanspreekpunt te hebben dat dichter bij huis is. De regio scoorde onlangs een 8,6 in de monitor die klantentevredenheid meet. Varenhout werkte voorheen zelf bij het provinciale bureau Jeugdzorg. Bij de gemeente gaat het nu allemaal veel sneller, zegt ze. En het komt minder vaak voor dat hulpverleners van elkaar niet weten wat ze doen. Er zijn nog steeds wachtlijsten voor doorverwijzing naar gespecialiseerde hulp, maar mensen met gezinsproblemen hebben dan al wel iemand van het JGT op bezoek gehad.
Ouders houden graag de regie zelf in handen, maar er zijn situaties waarin dat niet langer kan. Vorige week vertoonde Zembla een schokkende documentaire over de dood van de achtjarige Sharleyne uit Hoogeveen. Het meisje viel in juni 2015 uit de tiende verdieping van de flat waar ze met haar moeder woonde. Al jaren waren er signalen van verwaarlozing, geweld en drankmisbruik door de moeder, maar het gemeentelijke Centrum voor Jeugd en Gezin leek ze niet serieus te nemen. Het is de nachtmerrie van hulpverleners in de jeugdzorg. Het Hillegomse JGT kan ingrijpen als een situatie onveilig is of dreigt te worden en zegt dat ook te doen. Bij de ‘Jeugdbeschermingstafel’ in Leiden vraagt het dan bijvoorbeeld om een onderzoek dat kan leiden tot dwangmaatregelen. Laatst nog over een kind met psychiatrische problemen die door de ouders weer thuis was genomen, maar een zware wissel trok op de jongere kinderen in het gezin.
Financiële tijdbom onder de jeugdzorg
In de Hillegomse jeugdzorg lijken de problemen zich net als elders vooral toe te spitsen op gebrek aan geld en capaciteit. Curium, een Leidse instelling die onder meer helpt bij eetstoornissen of ADHD, stond nogal wat medewerkers af aan plaatselijke Jeugdteams zoals in Hillegom. En nu kan het zelf niet alle doorverwijzingen meer aan. Maar ook de budgetten voor dit soort gespecialiseerde hulp zijn te snel op. Holland Rijnland, een regionale samenwerkingsverband van 14 gemeenten rond Leiden, koopt elk jaar een vooraf bepaald bedrag van dit soort zorg in bij diverse instellingen. En bij veel gecontracteerde instellingen was het potje in november leeg, zegt Varenhout. Dat is nog wel te regelen, zegt ze, omdat je de aanvraag dan uitstelt tot januari. Maar als er zo een stuwmeer ontstaat, is het geld elk jaar eerder op.
‘Ouderen moeten langer thuis wonen, maar er is steeds minder geld voor steeds minder zorgverlening.’
Een financiële tijdbom onder de jeugdzorg? Ik vraag het na bij Holland Rijnland dat in 2014 zelf ook moord en brand schreeuwde over dreigende tekorten. Volgens projectleider Paul Grob is het vorig jaar tegen de verwachtingen in meegevallen. Grob is verantwoordelijk voor de contracten met gespecialiseerde instellingen waar gemeenten hun jongeren naar doorverwijzen. Die instellingen klaagden al vroeg in het jaar dat het geld opraakte. Dus zette Holland Rijnland een ‘expertteam’ op dat extra aanvragen moest beoordelen, want zorg die nodig is, moet worden geleverd. Maar uiteindelijk hebben de zorginstellingen van die faciliteit tot Grobs verbazing nauwelijks gebruik gemaakt. En nu hij de voorlopige cijfers over 2015 voor zich heeft liggen, constateert hij dat de jeugdzorg van de 14 gemeenten nagenoeg binnen het afgesproken budget van 104 miljoen euro is gebleven.
Hoe kan dat nou? Komt dat doordat veel doorverwijzingen uitgesteld werden tot januari? Dat zou kunnen, zegt Grob, daar hebben ze geen gegevens over. Maar hij denkt eigenlijk dat er iets anders aan de hand is: bestonden die tekorten wel echt? Waren ze niet vooral boekhoudkundig van aard? Vermoedelijk hebben de instellingen niet alle zorg die ze vooraf hadden ingeschat ook daadwerkelijk hoeven te leveren, denkt hij. Dat wil overigens niet zeggen dat het de komende jaren geen lastige klus zal worden. De Jeugd en Gezinsteams zoals die in Hillegom zullen steeds meer hulp zelf moeten verlenen, zonder doorverwijzing naar gespecialiseerde instellingen. Want elk jaar krimpen de budgetten voor jeugdzorg verder. Totdat in 2017 met 88 miljoen euro de bodem is bereikt. En voor 2016 hebben de instellingen volgens Grob al weer hoog ingezet, met budgetten die hij nooit zal kunnen honoreren. ‘De transformatie is een goed idee, maar hij moet echt veel te snel.’

Vrijwel alles zelf betalen
Een tiental Hillegomse ouderen kijkt nieuwsgierig naar buiten als ik langs het raam loop. Ze drinken koffie in een zaaltje in verzorgingstehuis Bloemswaard dat tegen het dienstencentrum is aangebouwd. Het is dagopvang in huiselijke sfeer; boven de tafel gezellige lampen en een quasi-marmeren schouw in de hoek. Twee tot vijf ochtenden in de week, vooral voor dementerende bejaarden die nog thuis wonen, vertelt directeur Joke Ricke van HOZO. Om eens andere mensen te zien, actief te zijn, mantelzorgers te ontlasten. Vroeger kwamen er bij de ‘dagverzorging’ ook ouderen die alleen maar eenzaam waren, maar dat kan niet meer. Het aantal dementerenden stijgt snel en zal in 2030 zijn verdrievoudigd. Volgens Ricke zijn daardoor dit soort dagbestedingsgroepen steeds zwaarder geworden. Eenzame ouderen kunnen wel in Bloemswaard terecht voor een losse activiteit, een kopje koffie, of om in het restaurant te eten.
Boven bezoeken we alzheimerpatiënten in een verder gevorderd stadium van de ziekte. Sommigen zitten in een gesloten afdeling. Een oude man hangt scheef in zijn stoel en wordt gevoerd door een verpleegster. Je hoeft geen boekhouder te zijn om te snappen dat zorg hier duur is. Op drie locaties in Hillegom heeft HOZO 160 plaatsen voor intramurale zorg, als gevolg van opgelegde bezuinigingen 56 minder dan twee jaar geleden. Maar de wachtlijst is intussen razendsnel gegroeid, zegt Ricke. Nu wachten 55 bejaarden op een plaats in een verzorgingshuis. Dat gaat nu nog wel, want die mensen krijgen thuiszorg of hebben een plaatsje buiten Hillegom gevonden. ‘Maar de rek is er helemaal uit.’
Het is een zinnetje dat Ricke vaker uitspreekt. De gedreven hoedster van bejaard Hillegom vond vaak nog wel ergens een potje om de ergste nood te lenigen. Maar dat is voorbij. Ouderen moeten steeds langer thuis wonen, maar zorgverleners als HOZO mogen steeds minder uren zorg verlenen tegen steeds lagere tarieven. ‘Er komt een moment dat ook wij moeten zeggen: die zorg kunnen wij niet meer leveren.’
Ook bij de huishoudelijke hulp voor kwetsbare Hillegommers is de druk enorm toegenomen. HOZO leidt er al jaren verlies op omdat de Bollenstreek een veilingsysteem heeft ingevoerd, wat qua tarieven een race to the bottom heeft veroorzaakt. Maar de gemeente Hillegom heeft van de hulp bij het schoon en leefbaar houden van een huis nu een ‘algemene voorziening’ gemaakt. Anders dan wat die naam doet vermoeden, betekent dat dat ouderen vrijwel alles zelf moeten betalen. Of ze moeten er weer iemand ‘uit hun netwerk’ voor inschakelen.
‘Mantelzorg? De meesten lopen al op hun tandvlees.’
Participatiesamenleving is een mooi woord, zegt Ricke. Maar 1 op de 3 inwoners van Hillegom gáf al mantelzorg. Hier en daar kan er nog wel iets bij, maar ‘de meesten lopen op hun tandvlees’. Haar conclusie is geheel in lijn met recent onderzoek van onder meer socioloog Martijn van Hogerbrugge: een groot deel van nabije familie van ouderen kan of wil niet meer zorg overnemen.
In Hillegom krijgen mantelzorgers als dank jaarlijks VVV-bonnen van 100 euro van de gemeente (dat was vroeger een uitkering van 200 euro). Daar zijn de meesten blij mee. Maar Ricke spreekt geregeld familieleden die zeggen: ‘Het gaat even niet meer.’ En soms worden ze ook echt onredelijk. Een week voor ons gesprek begon de grote renovatie van een andere locatie en verhuisde een groep hoogbejaarde bewoners tijdelijk naar een nieuw appartementencomplex naast Bloemswaard. Het HOZO-personeel had alles geregeld. ‘Het enige wat we aan de familie vroegen, was of ze de dozen wilden uitpakken,’ zegt Ricke. ‘Nogal wat familieleden reageerden daar erg geïrriteerd op. Naar ons als personeel, maar ook naar hun ouders die door die verhuizing toch al zo onthecht en gedesoriënteerd waren. Heel sneu, ja. De rek is er echt uit.’
De systeemwereld
In Amsterdam heeft oud-wethouder Gerrit Kleijheeg zijn boterhammen met kroket op. We drinken nog een kop koffie. Ik vertel hem wat ik aantrof in Hillegom. Kleijheeg is er na zijn afscheid van de politiek blijven wonen; hij spreekt dus wel eens iemand. Ik vind hem eerst nogal laconiek over hoe de decentralisaties zijn uitgepakt. Maar als ik doorvraag, blijkt zijn teleurstelling net onder de oppervlakte te zitten. Die verbergt hij een beetje, zegt hij, omdat hij niet te cynisch wil overkomen. Natuurlijk vindt hij het jammer dat bijvoorbeeld die keukentafels niet de vorm hebben gekregen die hij voor ogen had. Maar hij ziet dit soort hervormingen vaker verzanden. Het blijkt heel moeilijk idealistische veranderingen tot stand te brengen als bestaande belangen van mensen en instituties in de weg zitten. De ‘systeemwereld’ wil zich maar niet aanpassen: ‘Als zo’n medewerker van de regionale ISD bij een overleg met Hillegomse organisaties aan tafel zit, denkt hij: hé, dat gaat over mijn baan. Ook al is het idee nog zo goed. Dat kun je hem nog nauwelijks kwalijk nemen ook.’
Dit was het laatste deel van Vrij Nederlands trilogie over de uitwerkingen van decentralisaties in Hillegom. Lees hier de andere delen Bollen voor citroenen (2013) en Het lek in onze democratie (2014).
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.