Op de smalle dijk tussen de felgekleurde bollenvelden rijden twee auto’s met daarin het voltallige college van burgemeester en wethouders van Hillegom. Het is mei 2013. Gele, rode en paarse tulpen glanzen in het heldere lentelicht. Op kleine weggetjes in de verte staan witte campers van bollenwerkers.
Het gemeentebestuur gaat vandaag op de foto. Dus heeft wethouder Gerrit Kleijheeg een wit bordje met het opschrift ‘Hillegom’ uit de opslag van het gemeentehuis gehaald en achter in zijn auto gegooid. Bij de gemeentegrens met Lisse stapt iedereen uit. Gerrit Kleijheeg en collega Ton van Rijnberk houden het bordje Hillegom pal voor dat van Lisse. Alsof Hillegom zojuist de rivaliserende buurgemeente heeft geannexeerd.
De anderen kunnen er niet om lachen. Zulke grapjes liggen gevoelig bij kleine gemeenten die aan hun onafhankelijkheid hechten. De prille samenwerking tussen gemeenten in de Bollenstreek is nog broos. Burgemeester Jan Broekhuis schuttert. Hij bromt stijfjes dat hij er niet bij wil staan. In Lisse zullen ze dit niet leuk vinden, mompelt gemeentesecretaris Ger van Lierop. Jaren geleden speelde net als nu een discussie over een fusie van Bollengemeenten. Toen plakten Hillegommers op de bordjes onder de naam Lisse bij wijze van 1 aprilgrap het opschrift: gemeente Hillegom. Woedend waren ze in Lisse.
Fusies onontkoombaar
Den Haag wil af van kleine gemeenten. Eind 2012 besloot het kabinet-Rutte II dat gemeenten drie zware taken toebedeeld krijgen. Ze moeten de volledige zorg voor jongeren organiseren, ze worden verantwoordelijk voor grote delen van de ouderenzorg en ze moeten gehandicapten aan het werk zien te krijgen. Een te zware klus voor gemeenten met minder dan 100.000 inwoners, stond er in de Haagse analyses. Fusies waren onontkoombaar. On-middellijk klonk scherp protest en het kabinet haalde bakzeil. Fuseren is nu niet langer verplicht, maar kleine gemeenten moeten wel veel nauwer met elkaar gaan samenwerken.
‘Hebben de raadsleden wel door waarmee ze precies instemmen?’
Daarbij stuiten ze op een probleem. Vanaf 2015 hevelt het Rijk miljarden naar gemeenten over, maar toch een kwart minder dan er nu aan die taken wordt uitgegeven. Kunnen die gemeenten dat wel op tijd organiseren? En lukt dat zonder onderweg de lokale democratie om zeep te helpen? Cruciale kwesties, zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen begin maart.
Vrij Nederland keek een jaar lang rond in zo’n kleine gemeente. Het werd Hillegom, met amper 20.000 inwoners en 92 ambtenaren, in het uiterste noorden van Zuid-Holland, ingeklemd tussen Haarlem, Haarlemmermeer en Leiden.
Twaalf minuten
Na het fotomoment bij de gemeentegrens van Lisse stapt Gerrit Kleijheeg samen met zijn collega’s vrolijk tussen de rode tulpen door. De 62-jarige PvdA-wethouder Sociale Zaken is een joviale kerel met een groot lijf en een stem als een klok. Een ‘mensenmens’, zegt hij zelf. Je moet echt je best doen om je voor te stellen dat Kleijheeg in de jaren zeventig als ME’er op betogers mepte. En nog eens, als ze weer opstonden. Het besturen van een gemeente is voor hem aan burgers vragen hoe het met ze gaat. Waar anderen problemen zien, ziet de zoon van een Schiedamse tuinman ‘kansen’.

Hij praat in slogans, maar hij meent ze. We gaan het gewoon doen, zegt Gerrit steeds over de nieuwe zorgtaken die Hillegom op zijn dak krijgt. Niet omdat we het moeten, maar omdat we het willen. Groot organiseren, maar klein inrichten. De burger moet makkelijk naar een loket voor jeugd- en ouderenzorg kunnen. Maar achter die loketten moet een flinke organisatie worden opgetuigd. En met die uitgangspunten bleek de gemeenteraad het in maart unaniem eens. De behandeling in de Hillegomse raadszaal duurde precies twaalf minuten.
Die flinke organisatie erachter is alleen wel een probleem. Wat Gerrit Kleijheeg betreft zouden de dorpen in de Bollenstreek tot een grotere gemeente moeten fuseren. Dan heb je meteen de massa die nodig is voor alle nieuwe taken. En een gemeenteraad die alles op een democratische manier kan controleren. Maar de weerstand onder de bevolking tegen zo’n fusie is groot. Deze middag schittert de spitse toren van de Maartenskerk van Hillegom in de zon. En zo hebben alle dorpen in de Bollenstreek hun eigen karaktertrekken. In al die dorpen hechten mensen aan hun eigenheid. Zoals die in eeuwen is gegroeid.
Drinken, vechten, losse zeden
Jonkheer Frederik van de Poll, lid van de Tweede Kamer, was deftig gekleed voor het werk dat hij op het punt stond te verrichten daar aan de oever van het Haarlemmermeer. Heel Hillegom was uitgelopen op deze vijfde mei in 1840. Hoe vaak zag het volk nu zoveel dure heren uit Den Haag? Met een ferme beweging stak Van de Poll een spade in de grond. Gejuich klonk uit de kelen van de Hillegommers. Eeuwenlang had de ‘Waterwolf’ bij storm op hun kust gebeukt. Nu kwam daar een einde aan: het Haarlemmermeer zou worden leeggepompt. Om het water op te vangen, moest allereerst een Ringvaart van zestig kilometer om het meer gegraven worden. Met de hand. Te beginnen bij Hillegom. Het ‘landelijk gastmaal’ op de nabije hoeve aan de kust duurde nog de hele middag.
Achter de kleurige façade van de bloembollen heerste ook bittere armoede’
Hillegom zou nooit meer hetzelfde zijn. Het dorpje van boeren en tuinders werd overspoeld door duizenden arbeiders. Van heinde en verre kwamen ze op de openbare werken af. Gespierde, taaie, ruige kerels, zo werden ze omschreven. Het werk aan de ringvaart en later in de drassige polder was zwaar. In de schaarse vrije uurtjes ging het er ruw aan toe. Drinken, vechten, losse zeden, de veldwachters moesten er vaak aan te pas komen. Veel mannen woonden met elkaar in verplaatsbare keten. Arbeiders met vrouw en kinderen zochten een schamel onderkomen in omliggende dorpen als Hillegom.
Het was ook de tijd dat de eerste Hillegomse tuinders overstapten van groente en fruit op bloembollen. Een groot succes. In de eerste decennia van de twintigste eeuw explodeerde de vraag naar bloemen. Opnieuw waren er duizenden arbeiders nodig, nu om bollen te pellen en te vervoeren. Hillegom werd het centrum van de bollenteelt, met meer bollenvelden, transportbedrijven en dagloners dan omringende dorpen. Maar achter de kleurige façade van de bloembollen heerste ook bittere armoede. Zeker toen de crisis in de jaren dertig toesloeg en het werk uit het dorp verdween.
Wat betreft het zielenheil van de snel gegroeide bevolking maakten pastoors en kapelaans de dienst uit – veel nieuwkomers waren uit het katholieke zuiden gekomen. Hoe anders was het in het gereformeerde en chiquere Lisse, waar minder arbeiders woonden en waar op Hillegom werd neergekeken. Of in het rijkere Noordwijk, dat zichzelf graag zag en ziet als een mondaine kustplaats.
De vooroorlogse knokpartijen tussen Hillegomse jongeren en die uit Lisse, op de kermis of bij de gemeentegrens, zijn legendarisch. Journaliste Marca Bultink stroopte ooit het internet af naar voorbeelden van onderlinge rivaliteit en vond de volgende weemoedige zin: ‘Ik mis het fietsen naar de grens Hillegom-Lisse en dan aan de kant van Hillegom staan en op Lisse pisse…’
Lepel in de pap
Burgemeester Jan Broekhuis laat zijn hamer neerkomen op het houten blad van de cirkelvormige tafel in de raadzaal. Het is april 2013. Op de agenda staan 36 ‘strategische afspraken’ met vier andere gemeenten in de Bollenstreek: Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen. Ze gaan natuurlijk over de nieuwe taken zoals jeugd- en ouderenzorg, maar ook over beleidsterreinen als veiligheid, ruimtelijke ordening en economie.
Het gaat uitdrukkelijk nog niet over de vorm van de samenwerking, want dan zou het ogenblikkelijk ruzie worden. De lokale partijen willen best met andere gemeenten samenwerken, maar een fusie: no way. Als een van de raadsleden zegt dat de afspraken op den duur tot zo’n fusie kunnen leiden, sist fractievoorzitter Ria Heemskerk van Bloeiend Hillegom hem toe: ‘Ga je mond spoelen.’
Broekhuis negeert de opmerking. De 69-jarige VVD-bestuurder is een formele man, altijd keurig in pak. Zijn zinnen duren soms wel drie minuten. Aan het eind weet hij niet meer waar hij was begonnen, grappen raadsleden. Maar dat is niet waar. De zinnen van Jan Broekhuis zijn zorgvuldig gebeeldhouwd en komen altijd weer op hun pootjes terecht. Wel is het zo dat de oud-burgemeester van Spijkenisse in die lange zinnen vaak maar weinig zegt. Je kunt beter luisteren naar zijn terloopse opmerkingen. Zoals een paar maanden eerder in de raadszaal, toen de lokale partijen bij het agendapunt politie eindeloos doorzeverden over hondenpoep, pieptonen om hangjongeren te verjagen en de verdelging van de ambrosiaplant. ‘Erg, hè,’ verzuchtte hij toen tegenover mij. De vraag was snel gesteld aan de ervaren burgemeester: is het hier erger dan elders? Ja, zei hij meteen. Dit was de avond dat het debat over de zorgtaken in twaalf minuten gepiept was.
Lokale partijen zijn sterk in Hillegom, ze hebben ongeveer de helft van de stemmen. Maar in het naburige Noordwijk wordt de politiek er nog meer door gedomineerd. Het wordt nog spannend vanavond, want alle raden zijn tegelijk bijeen in hun eigen gemeentehuizen om hun fiat te geven aan de 36 afspraken. Tegen de wand van de raadszaal volgt de jonge beleidsambtenaar Maaike Pippel met een laptop op haar schoot de beraadslagingen elders. ‘In Noordwijk is het vuurwerk,’ sms’t ze me. De raad daar neemt tal van moties en amendementen aan. In een schorsing kruipt ook wethouder Ton van Rijnberk achter de laptop van Pippel: ‘Noordwijk gooit zand in de machine.’
Zonder veel gemor schaart Hillegom zich even later achter de 36 afspraken die nu verder moeten worden uitgewerkt. Ook Ria Heemskerk van Bloeiend Hillegom. Ze zegt nogmaals dat het geen fusie wordt, want ze wil ‘een lepel in de pap’ houden. Gelach klinkt in de zaal.
Maar hebben de raadsleden wel door waarmee ze precies instemmen? Zijn lokale politici in staat dit soort ingewikkelde bestuurlijke processen te doorgronden? Na afloop wil Jan Broekhuis – ambtsketen nog om de nek – wel antwoord geven op die vraag: ‘De raad beseft niet dat ze hiermee autonomie opgeeft,’ zegt hij met een glimlach. ‘Ze denken dat ze straks nog overal over gaan. Maar dat is natuurlijk niet zo.’
De meeste Hillegomse raadsleden zijn dan al aan het bier. ‘Ha, lekker dat het eens een keer vroeg afgelopen is,’ zegt Robbert Janssen van Bloeiend Hillegom aan de bar.
Afvoerputje
Kijk naar de kaart. Hillegom ligt in het noordelijkste puntje van Zuid-Holland. Bovenin een soort landengte die diep Noord-Holland binnendringt. Niet zo gek dat Hillegommers meer met Haarlem hebben dan met Leiden, dat ze als ze ziek zijn naar het Spaarne Ziekenhuis in Hoofddorp gaan, dat ze voor Ajax zijn en niet voor Feyenoord zoals in Lisse. Toch hoort Hillegom bij Zuid-Holland. Het gevolg van de willekeurige beslissing om in 1840 de provinciegrens te trekken langs de opgedroogde Kennemerbeek. Hillegommers zijn bang het ‘afvoerputje’ van Zuid-Holland te worden, zegt fractievoorzitter Frank Evers van Bevolkingsbelangen Hillegom (BBH), de oudste lokale partij. Het zwembad, sportparken, het gemeenteloket: Evers vreest dat al die mooie Hillegomse voorzieningen op den duur zullen verdwijnen. Voor Zuid-Holland en de Bollenstreek liggen ze niet centraal, te ver van Leiden.
Participatiemaatschappij
Wendy heeft het koud. Ze zit in de spreekkamer achter het loket waar burgers met een nummertje wachten. In het gemeentehuis kun je een paspoort aanvragen. Maar je kunt er ook terecht als je het niet meer redt. Dat is nu het geval voor de 45-jarige vrouw met donkere ogen en donker haar die een dik zwart vest om haar schouders heeft geslagen. Ze is haar goede baan kwijt, gescheiden en moet drie kinderen opvoeden. Haar huis en ook het buitenhuis staan te koop, maar er zijn geen kopers. Loketmedewerkster Ilonka vraagt Wendy naar haar financiële situatie. Rekeningafschriften komen op tafel, gas en licht, zorgverzekering. Ze kan niet meer rondkomen. Ilonka geeft haar een verwijzing naar de voedselbank.
Het is heel begrijpelijk dat kleine gemeenten hechten aan hun dienstverlening. Die is persoonlijk, die is dichtbij. Gesprekken als met Wendy worden in Hillegom elke ochtend gevoerd. Het loket zit onder de raadszaal. In de nieuwbouw die met een glazen corridor verbonden is met het witte gemeentehuisje in het dorpscentrum. Er verschijnt een bejaarde dame met rollator die af en toe haar dochter wil bezoeken met een regiotaxi. En er belt een man. Hij verzorgt zijn zieke vrouw, maar wordt in februari zelf geopereerd en kan zijn vrouw niet hulpeloos achterlaten. Ilonka’s collega Agnes vraagt hem of er mensen in zijn omgeving zijn die soms even kunnen kijken. Buren misschien die een maaltijd klaar kunnen maken? Aan de andere kant van de lijn volgt een tirade. Hij wil niet afhankelijk zijn van anderen, hij heeft zijn hele leven belasting betaald en heeft nu ‘recht’ op hulp. Een veel voorkomende reactie, zeggen de loketmedewerkers.
‘Het aantal dementerende ouderen in Hillegrom groeit meer dan elders.’
Het is de moeizame overgang naar de participatiemaatschappij in een notendop. Hulpverleners moeten minder kijken waar burgers ‘recht’ op hebben en meer naar hun ‘behoefte’. Hillegom en omliggende gemeenten zijn al langer met die ‘kanteling’ bezig, zegt ouderenadviseur Bertine Krewinkel, die een ochtend in de week op het gemeentehuis zit. In 2013 zijn ze begonnen met ‘keukentafelgesprekken’. Op een vraag om hulp van een oudere volgt een bezoek van Krewinkel of een van haar collega’s. Die probeert dan de hele leefsituatie te bekijken. Hard nodig, want ouderen moeten steeds langer thuis wonen. Als een bejaarde eenzaam is, weet Krewinkel wel iemand in de buurt die dat ook is en brengt ze hen met elkaar in contact. Krewinkel is er enthousiast over. Het maakt mensen actiever, iemand die iets krijgt, kan ook iets terugdoen.
Hillegom boekt succesjes met de nieuwe aanpak. Aan alle ouderen met een scootmobiel is gevraagd of ze die echt nodig hebben. De gemeente kreeg een kwart van de wagentjes terug. Een aardige besparing. Maar tegelijkertijd bleken de keukentafelgesprekken ook té succesvol. In 2013 werden er in Hillegom 245 gesprekken gevoerd. En in een fiks aantal gevallen kregen ouderen meer hulp dan waar ze bij het gemeentehuis om hadden gevraagd. En daar wringt de schoen. Hulp dichtbij is voor de burgers heel plezierig. Maar of het daarmee uiteindelijk ook goedkoper wordt – zoals het kabinet wil – is zeer onzeker.
Bestuurlijk geneuzel
Hillegom probeert de eigen burgers te betrekken bij de veranderingen. Alleen is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Van de circa veertig Hillegommers die in de zomer van 2013 naar de informatieavond over bestuurlijke samenwerking in de raadszaal komen, is de helft lid of schaduwlid van een gemeenteraadsfractie. En van de andere helft is een groot deel professioneel betrokken: een buurtregisseuse, een medewerkster van Hillegom Promotie, een journaliste van het Witte Weekblad.
Natuurlijk, de afstand tussen burger en politiek is overal groot. Maar misschien dat de desinteresse van gewone mensen ook iets te maken heeft met de sheet die de burgemeester vanavond als eerste laat zien. ‘Uw inbreng wordt niet meegenomen in het eindrapport’ staat er in grote letters. Dat komt door de planning, legt Jan Broekhuis uit. Over een week verschijnt er een rapport van een extern adviesbureau over de manier waarop de vijf gemeenten in de Bollenstreek het beste met elkaar kunnen gaan samenwerken: een nieuwe regio of toch een fusie. Daar zal deze avond geen invloed meer op uitoefenen.
Nadat in deelsessies is gesproken over de kansen en bedreigingen van een fusie met andere Bollengemeenten, vat de burgemeester het geheel nog eens samen. ‘De beleving is divers,’ zegt hij. ‘De een ziet het als een kans, de ander als een mogelijkheid.’ Geen objectieve samenvatting. Hillegommers hebben vanavond ook hun angsten voor een fusie verwoord.
De burgemeester stuurt een beetje bij. Net zoals hij en zijn wethouders in diezelfde weken in het besloten onderlinge overleg met de andere Bollengemeenten op een fusie aansturen. Als dat korte tijd later uitlekt, zijn in Hillegom de rapen gaar. De lokale partijen roepen Broekhuis op het matje. De burgemeester moet zijn vakantie onderbreken om de gemeenteraad te verzekeren dat dáár de besluiten worden genomen. Samen een grotere gemeente vormen, is wellicht de simpelste en meest democratische oplossing om kleine gemeenten hun nieuwe taken te laten uitvoeren. Maar als de lokale weerstand te groot is, krijg je dat niet voor elkaar.

De gemeenteambtenaren zijn er intussen helemaal klaar mee. Op dat ‘bestuurlijk geneuzel’ kunnen ze niet langer wachten, zeggen ze in de zomer op het gemeentehuis in Hillegom. Er is werk aan de winkel, de decentralisaties komen eraan. Ze hebben al veel eerder aangegeven dat een fusie met het oog op de ‘bedrijfsvoering’ de beste oplossing is. De identiteit van de verschillende dorpen is van ondergeschikt belang. Daarom tuigen de ambtenaren van de vijf Bollengemeenten alvast een ‘projectorganisatie’ op om de nieuwe zorgtaken gezamenlijk aan te pakken. Alsof ze al één gemeente zijn geworden.
Aanbesteed via een veilingsite
Chinees-Indisch restaurant Oriental, een Plusmarkt en cafetaria Pjotr: de ouderen in zorgcentrum Bloemswaard in Hillegom hebben het allemaal al op looprekafstand in het winkelcentrum. Deze middag opent Gerrit Kleiheeg in het gloednieuwe gebouw ook nog eens een dienstencentrum. Bij de ingang hangen ballonnen, glaasjes jus gaan rond. De eerste huurders krijgen een bloemetje: kapster Petra en creatief therapeute Sandra.
De wethouder wordt aangekondigd als ‘belangrijke trekker’ die ook in moeilijke tijden inspireerde. Op 19 september loodste Gerrit zonder enige tegenstand de uitgewerkte visie voor jeugd- en ouderenzorg door de gemeenteraad. Het debat duurde 23 minuten, de raadsleden vonden het allemaal prachtig. ‘Een fantastisch gebouw,’ roept Gerrit nu door de microfoon. Straks biedt het ook onderdak aan een dependance van het Spaarne Ziekenhuis, de prikdienst, een kinderdagverblijf en een gemeentelijk centrum voor jeugdzorg. Heel belangrijk, zegt Gerrit. ‘Maar het gaat niet om het stapelen van stenen, het gaat hier om mensen. Dat moeten we niet vergeten.’
Hillegom is sterk aan het vergrijzen, heeft hij al eens gezegd. Dus ouderenzorg is een groeiend probleem. En dan is ook nog eens gebleken dat het aantal dementerende ouderen in Hillegom ‘schrikbarend’ groeit, meer dan elders, zegt Joke Rickers die in het winkeltje van Sandra is komen staan. Hoe dat komt, weet niemand. Ricke is directeur van HOZO (de Hillegomse Organisatie voor Zorgverlening aan Ouderen) die dit pand heeft laten bouwen samen met de plaatselijke woningbouwcorporatie. Er is nog ‘vreselijk veel’ onduidelijk, zegt ze. Door de trage besluitvorming in Den Haag, door alle regio’s en subregio’s die zich ermee bemoeien. De gemeente worstelt er enorm mee, zegt ze.
Zelf heeft Joke Ricke het initiatief genomen om met de gemeente en andere zorgaanbieders in Hillegom te gaan praten. Ter voorbereiding. Ze komen samen rond de tafel onder de grote kroonluchter in de gemeenschappelijke zaal van Bloemswaard. En dan praten ze bijvoorbeeld over het vroegtijdig opvangen van signalen van ouderen die hulp nodig hebben. Het stadium dus vóór de keukentafelgesprekken. Kunnen we de postbode niet inschakelen, had iemand laatst gevraagd. De gesprekken moeten in maart gaan uitmonden in een soort plaatselijk zorgakkoord.
Er is Joke Ricke veel aan gelegen mee te blijven doen. Want wat nu als de ouderenzorg voor de Bollengemeenten allemaal vanuit Teylingen georganiseerd gaat worden? Is er dan nog oog voor Hillegomse organisaties zoals HOZO?
En zo zijn er honderden clubs in Nederland met tienduizenden werknemers die zich afvragen of ze de ‘transitie’ zullen overleven nu er nieuwe gemeentelijke opdrachtgevers komen.
En wat betekent dat voor de kwaliteit van de zorg? Ricke heeft een slechte ervaring met samenwerken in de Bollenstreek, vertelt ze. Huishoudelijke hulp voor ouderen wordt er aanbesteed via een veilingsite. Goedkope schoonmaakbedrijven sprongen in de markt en drukten HOZO weg. Die nieuwkomers maken vast goed schoon, zegt ze. Maar ze zijn er niet op getraind andere problemen bij ouderen te signaleren.
Flirt met Katwijk
Een fusie is definitief van de baan, zo blijkt in de herfst. De weerstand is te groot. Op 30 september krijgen de vijf Bollengemeenten een compromis voorgelegd: de ‘Bollenraad’. Een nieuw samenwerkingsverband waaraan de deelnemende gemeenten flink wat budget en bevoegdheden zullen moeten overdragen. De gemeenteraad van Hillegom gaat akkoord. Wonderlijk is opnieuw het optreden van Ria Heemskerk van Bloeiend Hillegom. Ze bezweert dat Hillegom zelfstandig zal blijven en meent ook dat de gemeente ‘geen bevoegdheden’ gaat overdragen. ‘Dat gaat zeker lukken,’ zegt ze.
In Noordwijk loopt het minder gladjes. De gemeenteraad daar schiet de Bollenraad af. De constructie is ‘te zwaar’, de soevereiniteit komt in het gedrang.
Aan de wand van zijn werkkamer hangt een kaart van de kop van Zuid-Holland. Ton van Rijnberk staat er met grote gebaren naar te wijzen. De D66-wethouder van Hillegom heeft een rijzige gestalte en een ironische blik in zijn ogen. Ook bij serieuze betogen vraag je je steeds af of hij alles eigenlijk niet een grote grap vindt. Binnen het Hillegomse college is Van Rijnberk verantwoordelijk voor bestuurlijke samenwerking in de regio.
Hillegom gaat verder met Lisse, Teylingen en Noordwijkerhout. Het is niet langer ‘Bollen 5’, het is nu ‘Bollen 4’. Een ‘strategische blunder’ van Noordwijk, zegt Ton, die daar zelf ooit wethouder was. Deze streek wordt bedreigd: versnippering, werkloosheid, bollenteelt die verhuist naar de kop van Noord-Holland en de Flevopolder. Er moet worden aangepakt. Marketing van het hele gebied: de wereldberoemde bollen met de Keukenhof, het bos, de duinen, de zee, Schiphol vlakbij. Het is een geweldige kans.
Maar door het wegvallen van Noordwijk ligt de Bollenstreek toch niet langer aan de kust? Jammer, zegt Ton. Voor Noordwijk dan. Met een weids armgebaar op de kaart trekt de wethouder duin en strand ten noorden van de Noordwijkse bebouwing bij de Bollen 4. Als een Napoleontische veldheer lijkt hij grondgebied van het weerspannige Noordwijk te annexeren. Maar zo bedoelt Ton het niet. Grenzen zijn onbelangrijk, zegt hij. Wie verbiedt ons in onze marketing de duinen en het strand van Noordwijk mee te nemen?
Toch is er een tamelijk idiote situatie ontstaan. De nieuwe zorgtaken worden nu uitgevoerd door de ambtelijke organisatie van vijf Bollengemeenten, want die blijft gewoon bestaan, alsof er niets is gebeurd. En daarboven hangt een Bollenraad van vier gemeenten die gaat functioneren ‘alsof’ het één gemeente is. Terwijl Noordwijk inmiddels een bestuurlijke flirt is begonnen met Katwijk. Wie snapt het nog? ‘Tja,’ zegt Ton van Rijnberk. ‘Mijn keuze is het niet.’
Stapeling van regiootjes
De ziekte heeft een naam. Ze heet ‘bestuurlijke drukte’. De afgelopen decennia is in Nederland een ondoordringbaar oerwoud van samenwerkingsverbanden ontstaan. Hillegom heeft er liefst 26, ongeveer het landelijke gemiddelde. En telkens in wisselende combinaties. Voor de sociale werkvoorziening trekt Hillegom op met Katwijk en Wassenaar, maar voor de belastingen werkt de gemeente samen met Haarlem en Beverwijk. Niemand in Nederland heeft nog overzicht over al die sub-regiootjes. En gemeenteraden hebben er veel van hun bevoegdheden aan overgedragen. Ze komen pas in actie als het mis gaat, en dan is het meestal te laat. Vandaar de veelgehoorde kritiek dat die stapeling van regiootjes erg ondemocratisch is.
Met fusies van gemeenten zouden veel van die samenwerkingsverbanden kunnen worden opgeruimd. Maar het tegendeel gebeurt: fusies lukken niet en dus komen er alleen maar meer samenwerkingsverbanden, zoals nu de Bollenraad.
‘Dit was toch het wereldrecord tijdrekken.’
Het belangrijkste samenwerkingsverband voor Hillegom was tot voor kort Holland Rijnland, de regio rond Leiden. Op deze avond in het najaar komt het Algemeen Bestuur daarvan samen in het fraaie gemeentehuis van Oegstgeest. Het lijkt wel een reünie van regionale bestuurders. Mannen in pakken en vrouwen in mantelpakjes slaan elkaar op de schouders, er klinkt hard gelach. Ton van Rijnberk doet enthousiast mee aan de begroetingen.
Aan Holland Rijnland heeft Hillegom met haar schamele ambtenarenkorps ook een deel van haar denken uitbesteed. Zo baseert Gerrit Kleijheeg zijn plannen voor de jeugdzorg op de visie ‘Hart voor de Jeugd’ die daar binnen Holland Rijnland over is geschreven. Het is ook Holland Rijnland dat tegen Den Haag heeft gezegd dat de aangesloten gemeenten 11 miljoen euro tekort komen voor goede jeugdzorg. Vanavond moet het bestuur van de club nadenken over haar eigen toekomst nu er in de Bollenstreek maar ook elders weer nieuwe sub-regio’s ontstaan.
Burgemeester Henri Lenferink van Leiden leidt Holland Rijnland met ferme hand. Er moet snel een nieuwe koers komen. Gemeenten als Oegstgeest en Teylingen willen wat meer tijd nemen omdat gemeenteraden zich gepasseerd voelen, maar Lenferink zet door: ‘Ik stel voor dat we het zo afmaken. Akkoord? Akkoord!’ Anne Lize van der Stoel, de nieuwe burgemeester van Teylingen, steekt van onmacht haar handen in de lucht. Even daarvoor heeft ze het hoge tempo ‘niet wijs’ genoemd. Een adempauze tot na de gemeenteraadsverkiezingen leek haar verstandiger.
Anderen maken zich tijdens de vergadering minder druk. Wethouder Caecilia Kroon van Lisse leest op haar iPad een Telegraaf-bericht over de gespannen liefdesrelatie tussen Onno Hoes en Albert Verlinde. Ton van Rijnberk zegt de hele vergadering geen woord. Na afloop wordt de reünie voortgezet met wijn en bitterballen. Waarom was je zo stil, Ton? ‘Dit was toch het wereldrecord tijdrekken.’
Knetterduur
Pittig. Zo noemt Gerda de Groot de problemen van jongeren in Hillegom. Ze werkt nu een jaar als coördinator van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) dat samen met andere jeugdinstellingen is gevestigd in een wat vervallen kloostergebouw aan de Mariastraat. Werk dat Gerda eerder deed in Lisse, Noordwijk en Teylingen, andere gemeenten in de Bollenstreek. In Hillegom komt ze veel geldgebrek tegen, vechtscheidingen, hangjongeren, spijbelaars, weinig gevoel voor gezag, noem het allemaal maar op. Natuurlijk is die lijn niet direct door te trekken, weet Gerda. Toch refereert ze aan de geschiedenis van Hillegom, met zijn polderjongens en arme bollenwerkers.

Even kijken we om de hoek van het consultatiebureau. Daar kleden moeders hun dreumes uit in afwachting van de weegschaal. Maar het wachtkamertje verderop, van het Centrum voor Jeugd en Gezin, is leeg. Een paar stoelen op een rijtje, een rek met folders over opvoedproblemen. Het is er zelden druk, zegt Gerda. Ooit was het een ideetje van minister André Rouvoet die de chaos in de jeugdzorg wilde aanpakken. In elke gemeente moest een loket komen waar mensen met hun vragen over opvoeding terecht konden. Een succes werd het niet.
Maar de centra krijgen een tweede kans nu Rijk en Provincie alle zeggenschap over jeugdzorg overdragen aan gemeenten. In de plannen van wethouder Kleijheeg wordt het CJG in Hillegom de spil van alles wat met jeugdzorg te maken heeft. Van hieruit wordt een nieuw op te richten mobiel jeugd- en gezinsteam op pad gestuurd. Gerda is blij met de ‘transitie’. Mensen niet meer van instantie naar instantie sturen, maar een hulpverlener die langskomt en problemen vroeg signaleert. Maar of het veel goedkoper kan, is de vraag, zegt Gerda. De meest problematische kinderen blijven ‘knetterduur’.
De gemeenten in de Bollenstreek gaan dit jaar experimenteren met zo’n mobiel team, maar veel is nog onduidelijk. De wet over de overdracht van de jeugdzorg is op het moment van mijn gesprek met Gerda in november 2013 nog niet door het parlement. En welke deskundigen komen precies in het CJG? Hoeveel geld is ervoor? Hoeveel jongeren hebben welke problemen? Gerda de Groot weet het allemaal nog niet. En dat laatste is een beetje vreemd, want op het gemeentehuis liggen dan al sinds de zomer relevante cijfers. Zo hebben nu nog jaarlijks 183 Hillegomse jongeren contacten met het provinciale Bureau Jeugdzorg. Gerda schrikt er een beetje van. Dat zijn zes klassen vol! Waarom weet ze dat nog niet?
Op het gemeentehuis zal een ambtenaar later die dag zeggen dat ze nog met het ‘beleid’ bezig zijn. Pas daarna wordt het ‘uitgerold’ naar de ‘werkvloer’.
Kritische vragen
Het is waar: Lisse maakt een chiquere indruk dan Hillegom. De restaurants aan het begin van de winkelstraat zien er smaakvol uit. In de etalage van de makelaar zijn huizen van zeven ton geen uitzondering. Aan de overkant van de tafel in de raadzaal zijn burgemeester Lies Spruit van Lisse en PvdA-fractievoorzitter Leon Floor van Noordwijkerhout gaan zitten. Ze zijn van de ‘stuurgroep’ die de Bollenraad aan het voorbereiden is. Ik heb een stoel tussen de verslaggever van het Witte Weekblad van Lisse en die van het Noordwijkerhouts Weekblad. Een dag eerder hebben raadsleden van de Bollen 4 een gezamenlijk beraad gehouden, wij mochten daar niet bij zijn. Nu worden we ‘bijgepraat’.
Het was een heel fijne, inspirerende bijeenkomst, zeggen de bestuurders. Maar wat de afzonderlijke gemeenten precies aan bevoegdheden overhouden en wat naar de Bollenraad gaat, blijft onduidelijk. Ook is er gesteggeld over de stemverhoudingen in de Bollenraad. Daarin komen alle raadsfracties van de vier gemeenten, om de nieuwe sub-regio toch een democratisch karakter te geven.
Als we voorzichtig wat kritische vragen beginnen te stellen, raken de bestuurders aan de andere kant van de tafel geïrriteerd.
‘Ik snap dat het lastig is voor iemand die er van buitenaf invliegt,’ zegt Floor.
‘Waardeer toch eens dat we u bijpraten,’ zegt Spruit. ‘In plaats van steeds te vragen wat er is besloten.’
De sfeer wordt er niet beter op. De Bollenraad heeft veel weg van een compromis waar niemand echt blij mee is. Toch spreekt burgemeester Spruit over het onderlinge vertrouwen tussen de gemeenten. Die heeft ze echt geproefd, zegt ze, ondanks al het gedoe met Noordwijk. Maar moeten dit soort belangrijke besluiten wel genomen worden vlak vóór nieuwe verkiezingen? Tja, zegt Spruit, als je altijd moet nadenken wat er gebeurt na verkiezingen, kun je niets meer besluiten.
Bestuurlijke criminaliteit
Enorme doeken van wit plastic bedekken de meeste bollenvelden rond Hillegom. De verkiezingen van begin maart naderen. Bevolkingsbelangen Hillegom (BBH) van Frank Evers staat er goed voor in de peilingen. Evers heeft zich ontpopt als de grote oppositieleider. Bij de eerste stemming over de Bollenraad waarschuwde hij dat Hillegom straks 80 procent van haar budget en 70 procent van haar bevoegdheden overdraagt. Het begin van het einde. ‘Bestuurlijke criminaliteit’, vond Evers. Onze lokale democratie wordt ‘om zeep’ geholpen.
Frank Evers bestiert boekhandel The Read Shop in de Hoofdstraat. Op deze druilerige wintermiddag drinken we er een kop koffie bij de automaat. Zijn verzet tegen fusie en Bollenraad heeft weerklank gevonden, zegt hij. Als hij mensen in de winkel of op straat ernaar vraagt, weten ze het niet. Maar als hij het uitlegt, schrikken ze. Natuurlijk moet er samengewerkt worden om die nieuwe taken op te kunnen vangen, zegt Frank. Maar waarom moet ook ruimtelijke ordening overgedragen worden? En verkeer? En toerisme? Waarom niet per beleidsterrein samenwerken in losse netwerken? Dan kun je er weer uit als het niet bevalt. Maar of hij de boel na de verkiezingen nog kan terugdraaien? ‘Ik vrees het ergste.’
Een kwart minder voor nieuwe taken: 233 miljoen wordt 175 miljoen
Voor de nieuwe gemeentetaken op het gebied van jeugd, ouderen en werk betaalt het Rijk voor de Bollenstreek nu 233 miljoen euro. De gemeenten moeten het straks met een kwart minder doen: 175 miljoen. Onder haar 20.000 inwoners bevinden zich in Hillegom 599 ww’ers, 206 jonggehandicapten, 195 beperkten die via de AWBZ begeleiding krijgen en 215 die verzorging krijgen. Bureau Jeugdzorg heeft met 183 Hillegommers te maken, 29 krijgen gedwongen zorg, 65 vrijwillig.
(bron: Holland Rijnland)
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.