Ik verfde een deurtje groen en had daarna maandenlang twee zinnen in mijn hoofd, uit de musical The Wiz: ‘I want to be seen green; Wouldn’t be caught dead, red.’ Het wordt gezongen door de onderdanen van de tovenaar van Oz, terwijl ze poserend over de catwalk schrijden – een ode aan en een parodie op de mode, die aan vluchtige trends het gewicht van natuurwetten toekent.
Het leek erop dat ik precies dat aan het doen was, met mijn druipende groene kwast: oneigenzinnig de opgelegde tendens volgen. Mannenmodeblad GQ had het in 2019 al voorspeld: ‘Zeewier, olijf, salie of peer – in 2019 dien je je te kleden alsof je voor Greenpeace werkt.’ Interieurblog Apartment Therapy vertelde me dat groentinten de afgelopen jaren bovengemiddeld veel werden ingetikt in de winkelzoekmachines.
De groentrend is uitzonderlijk hardnekkig. Waar de meeste kleuren het einde van het seizoen niet halen (‘I thought it over, and green is dead,’ buldert de tovenaar van Oz spoedig, wispelturig als de mode), blijft deze onverminderd geliefd. Bijna alle grote verfmerken hadden bij het traditionele uitroepen van hun kleur van het jaar voor 2022 een groen gekozen, en nagenoeg dezelfde tint ook: ergens tussen salie en pistache in. Iets had groen doen blijven. Een teken, wellicht, dat we meer van doen hebben met tijdgeest dan met modetrend.
Troostrijke kleur
Kleurkenners vinden een verklaring in twee turbulente pandemische jaren en leggen uit dat groen een rustige, troostrijke kleur is. Dat we zoeken naar harmonie met onze omgeving en de natuur, waarvoor groen het onmiskenbare symbool is. Een synoniem, zelfs.
We aanschouwden wat we eigenlijk al wisten, namelijk dat de natuur onder druk staat, en zo werd ons verlangen verder aangewakkerd. Schaarste maakt begeerlijk.
Verlangend trekken we hem onze huizen binnen, waar we toevallig ook heel veel meer tijd doorbrachten. En wie naar buiten trok, op zoek naar meer, merkte dat er eigenlijk maar weinig van was, van die natuur. Ze zat nog vol mensen ook. Zo aanschouwden we wat we eigenlijk al wisten, namelijk dat ze onder druk staat, en werd ons verlangen verder aangewakkerd. Schaarste maakt begeerlijk.
Controleerbare natuur
Tegelijk dreef corona de wig tussen ons en de natuur nog wat dieper, door ons aan schermen te kluisteren en zelfs stukjes van onze eigen natuur weg te nemen. Het reukvermogen, bijvoorbeeld.
Zelf kon ik om die reden de groene verf helemaal niet ruiken, en ook het aanbranden van eten niet, kruiden, of de haartjes van mijn kinderen. Sommige luchtjes keerden schoorvoetend terug, maar juist de natuur bleef nog lang afwezig. Met mijn neus in de wind gestoken voelde ik slechts koude lucht naar binnen stromen, en ik begon innig te verlangen naar de geur van blaadjes, aarde, modder, stront desnoods.
Tijdens het verven keken mijn kinderen Lady en de Vagebond, de Disney-film uit 1955, en identificeerde ik me sterk met Snuffel, de bloedhond over wie de anderen fluisteren – roddelen – dat het arme ding niet meer kan ruiken. Snuffels ontkoppeling van zijn hondse natuur is een sensationeel en verdrietig weetje voor zijn omgeving. Al is het hoofdzakelijk een emotionele last, in het luxe hondenleven van Snuffel: hij is een gedomesticeerde hond in een chique wijk, waar de bomen netjes zijn gesnoeid en bevers hun dam bouwen binnen de omheining van een dierentuin. De natuur die we zoeken, is altijd een controleerbare.
Parabel over vervolging
Of minstens een onschuldige. Zoals in Disney’s Bambi (1942), waarin ze fris, schoon, lief en Eden-achtig is, en slechts wordt verpest door inmenging van de mens. De moord op Bambi’s moeder door een jager is waarschijnlijk de beroemdste in de filmgeschiedenis (Stephen King noemde Bambi de eerste horrorfilm die hij ooit had gezien). Volgens de ecologisch geschiedkundige Ralph Lutts is Bambi enorm bepalend geweest voor hoe we in het Westen de natuur beschouwen, meer dan welke film of welk verhaal ook. Dat is terug te zien op de lijst die het American Film Institute samenstelde van de vijftig grootste filmschurken aller tijden: ‘de mens’ staat op nummer twintig, als de antagonist van Bambi.
En dat terwijl de schrijver van de roman uit 1922 waarop Bambi is gebaseerd, de Oostenrijk-Hongaarse Felix Salten, juist wilde vertellen hoe keihard de wildernis is. Zo stond onlangs in The New Yorker naar aanleiding van een nieuwe vertaling van het boek: ‘Salten benadrukte dat hij Bambi schreef om naïeve lezers te onderwijzen over hoe de natuur echt is: een plek waar leven altijd samengaat met dood, waar uithongering, rivaliteit en roof de norm zijn.’
Het boek Bambi wordt veelal gezien als een parabel over de vervolging van de joden en een reflectie op het antisemitisme dat toen opkwam in Europa.
Niet dat Salten de mens onschuldig achtte – integendeel. Zijn beschrijvingen van de menselijke impact op de natuur zijn nog veel gedetailleerder, gewelddadiger en verdrietiger dan die in de film, lees ik. Ze zouden ook gaan over het geweld dat mensen elkaar aandoen: de menselijke natuur. Saltens boek wordt veelal gezien als een parabel over de vervolging van de joden en een reflectie op het antisemitisme dat toen opkwam in Europa. Als een hond voor zijn baas een vos doodmaakt, bijvoorbeeld, terwijl de vos hem smeekt of hij bij zijn familie mag sterven – ‘We zijn toch praktisch broers, jij en ik?’ – en hem verwijt dat hij naar zijn baas luistert.
De mens als grote pestkop
Vreemd hoe actueel zo’n interpretatie opeens is, met een oorlog om de hoek. Kleine inspanning om in de hond het Russische leger zien, met Poetin als baas, en in de vos het Oekraïense volk.
De mens als grote pestkop van de natuur en van zijn medemens: Bambi’s groene wereld biedt een uitstekende allegorie voor 2022. Zij het wat minder in de tekenfilm, waar de bruutste episodes van het boek, zoals die met de hond en de vos, zijn weggelaten.
Aanvankelijk had Walt Disney wel een scène behouden waarin Bambi samen met een ouder hert een dood mens bekijkt, neergeschoten door een andere jager. Maar het testpubliek was te ontdaan van het aanzicht van een menselijk lijk.
Dat het publiek achteraf eigenlijk ook te teerhartig bleek voor de dood van Bambi’s moeder, had invloed op de films die volgden: Snuffel zou in Lady en de Vagebond eigenlijk onder de wielen van een paardenkoets sterven, maar met de reactie op Bambi in Disney’s geheugen werd dat veranderd.
Ons groene verlangen is er een naar een zelfgekozen natuur (I want to be seen green), braaf en gecontroleerd en veilig.
De afgelopen decennia waren we er nooit zo ver van verwijderd als nu. Een paar weken geleden verscheen een IPCC-rapport waaruit bleek dat het klimaat er nog veel slechter voorstaat dan we eerder dachten. Dichtbij woedt een oorlog. We zijn Bambi die na de vlucht voor de jager (lees: een loeizware coronatijd) de grot uitspringt en roept: ‘We hebben het gered, mama, we hebben het gered!’ – maar dat blijkt dan dus helemaal niet het geval. Zo kan het gevoel van onvermogen dat we al twee jaar meetorsen overweldigende proporties aannemen.
En in al dat onvermogen verven we dan maar een deurtje groen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.