Opnieuw relevant, want

Vanavond is de eerste aflevering van de driedelige serie Het zaad van Karbaat te zien op NPO 2. De documentairereeks gaat over vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat die zijn eigen zaad gebruikte om vrouwen te insemineren. We spraken in 2018 met maakster Miriam Guttmann (ze maakte al eerder een korte film over het onderwerp) en een van de kinderen.

Ruim een jaar geleden, op 23 maart, vond Joey Hoofdman (31) de moed om zijn moeder de vraag te stellen die hem al zijn hele leven had beziggehouden: waar kom ik eigenlijk vandaan? Al in zijn jonge jaren had Hoofdman sterk de gedachte dat er bij hem thuis iets niet klopte. Hij verschilde zo enorm van zijn jongere zus en oudere broer en ook zijn vader was anders: timide, teruggetrokken, terwijl Joey zelf juist ondernemend en zelfstandig was. De band verslechterde nadat hij al op zijn vijftiende uit huis ging. Op verjaardagen kwam het met vrienden steeds vaker ter sprake. Wat als je denkt dat je niet van je vader bent?

In 2012 raakte Joey Hoofdman depressief, kort nadat zijn opvoedvader overleed. ‘Ik dacht eerst dat het verliezen van een dierbare de depressie had veroorzaakt, maar na een jarenlang traject met verschillende hulpverleners weet ik dat dat gekoppeld was aan de onzekerheid over mijn afkomst. Dat heeft ontzettend diep gezeten.’

En toen zat hij daar dus, na een stevig gesprek met zijn psychiater, met zijn vriend Mark in de tuin bij zijn moeder. Om eindelijk, struikelend over zijn woorden, die vraag te stellen. Hoofdman: ‘Er was vaak gezegd dat het de grootste moeite had gekost om mij te krijgen, maar wat dat betekende wist ik niet. Mijn moeder vertelde toen dat ze niet naar een ziekenhuis, maar naar een privékliniek was geweest. Veel details wist ze niet meer. Het was aan een dijk in Barendrecht en de arts was ook boer. Het klonk voor mij heel absurd. Mark zat meteen te googelen: boer, arts, dijk, sperma. Toen kwam de Bijdorp-kliniek van dokter Karbaat naar voren.’

Op dat moment waren in de media al meerdere berichten verschenen over mogelijke schandalen rond de vruchtbaarheidskliniek. Donorkind Monique Aarts, die uiteindelijk niet van dokter Karbaat bleek te zijn, deed namelijk ook onderzoek naar haar afkomst. Hoofdman: ‘Mijn moeder sloeg dicht. Het overviel haar. Later belde ik haar nog vanuit de auto, maar ze nam niet meer op. Ik was helemaal hyper, voelde me gesterkt in mijn overtuiging dat er iets niet klopte. Dezelfde dag heb ik via Facebook Messenger contact gezocht met Monique.’

Duizelingwekkende reis

Het was het begin van een duizelingwekkende reis. Via snelle DNA-testen bleek dat Joey inderdaad slechts een ‘halfje’ van zijn tot dan veronderstelde volle broer en zusje. Na enige terughoudendheid hadden zij meegewerkt, onder de voorwaarde dat Joey het krankzinnige idee daarna los zou laten.

Op dat moment was het nog niet duidelijk of Hoofdman ook aan Karbaat viel te linken. Dat werd nog lastiger toen de dokter in april 2017 overleed. Andere donorkinderen die wilden weten of ze genetisch verwant waren aan Karbaat, wilden ook meer informatie.

‘We zijn een colaatje gaan drinken en hebben wangslijm van elkaar afgenomen. En ja, we waren halfbroer en -zus.’

In juni 2017 oordeelde de rechter dat er beslag mocht worden gelegd op spullen van de dokter om zo zijn DNA veilig te stellen. Joey Hoofdman: ‘Tijdens die rechtszaak kwam ik Moniek Wassenaar tegen. We hadden elkaar nog nooit gezien, maar raakten in gesprek en hielden in de rechtszaal elkaars hand vast. Wij werden ontzettend rustig van elkaar en zagen de gelijkenis. Dan weet je nog niets, maar je voelt wel iets. We zijn een colaatje gaan drinken en hebben wangslijm van elkaar afgenomen. En ja, we waren halfbroer en -zus. Dat was een heel emotioneel moment.’

Zo rolde het balletje verder. Meerdere DNA-testen volgden. Meerdere matches volgden. En toen een wettig kind van Karbaat, tegen de laatste wens van diens vader in, in mei 2017 zijn DNA afstond, vielen de eerste kinderen te linken aan de dokter. Voor 99 procent althans. In de zomer van dit jaar komt er een bodemprocedure die het mogelijk moet maken het DNA van dokter Karbaat rechtstreeks te vergelijken met het DNA van donorkinderen die vermoeden dat Karbaat hun biologische verwekker is.

Sensationeel

Ook aanwezig bij de rechtszaak in juni: Miriam Guttmann. Ze stond op dat moment aan de vooravond van haar laatste jaar aan de Filmacademie en werd gegrepen door een kort artikel over ‘de sjoemelende spermadokter Karbaat’. Tijdens de rechtszaak, die kort na het overlijden van Karbaat plaatsvond, stapte Guttmann op zoveel mogelijk betrokkenen af, op zoek naar het verhaal achter het nieuws.

In filmmuseum Eye gaat op 26 juni haar indrukwekkende korte film Het zaad van Karbaat in première. Guttmann: ‘Ik heb het geluk dat ik ouders heb die nog bij elkaar zijn, maar ik identificeerde me na het lezen van die artikelen meteen met de kinderen. Hoe moet het zijn als je je hele leven hebt gedacht dat je vader niet je biologische vader is en dat inderdaad zo blijkt te zijn? De teneur van de berichtgeving was toentertijd tamelijk sensationeel. Ik had het gevoel dat er een interessant verhaal schuilging achter het idee van een masturberende vruchtbaarheidsarts: ik wilde laten zien wat het met de levens van heel veel mensen heeft gedaan.’

Joey Hoofdman: ‘Ik dacht in eerste instantie: wat moet zij van ons? Tegelijkertijd was ik enorm bezig met het feit dat deze zaak groter was dan ikzelf. In die tijd dacht ik, redelijk naïef, dat er misschien wel acht of negen kinderen van Karbaat zouden zijn. Ik wilde er voor hen zijn.’

Hoi halfbroertje

Het aantal (donor)kinderen van Karbaat staat inmiddels op 43 volgens het FIOM, het instituut dat zich bezighoudt met afstammingsvragen en verschillende DNA-databanken bijhoudt. De kinderen zitten samen in een WhatsAppgroep waarin ze elkaar op de hoogte houden. Joey Hoofdman: ‘Ik ben er vanaf het begin bij betrokken geweest, toen het nog heel klein was. We vonden makkelijk steun bij elkaar. De band was heel close en er was veel te ontdekken aan elkaar. Maar de groep werd zo groot dat dat steeds moeilijker werd. Het is nu bijna abstract.’

 ‘Je kunt in je eentje niet 43 halfbroers en -zussen opvangen en contact met ze onderhouden.’

Het aantal kinderen is nu al even stabiel op 43, maar het is mogelijk dat er nog meer bij komen. In de WhatsAppgroep zijn onderlinge afspraken over wie toenadering zoekt tot nieuwe donorkinderen – er is inmiddels ruime ervaring in wat het met je doet als je wereld wordt opgeschud. Joey Hoofdman: ‘Je kunt in je eentje niet 43 halfbroers en -zussen opvangen en contact met ze onderhouden. Doordat het er zo veel zijn, kan het ook verstikkend werken. Op papier is het dan familie, gevoelsmatig is dat natuurlijk niet bij alle 43 zo. Het is heel dubbel allemaal. Soms krijg ik een mailtje dat begint met “Hoi halfbroertje van me”. Dat vind ik heel heftig, terwijl diegene het goed bedoelt.’

Het verhaal van Joey Hoofdman is ook anders dan dat van het gros van zijn nieuwe halfbroers en -zussen. In de jaren tachtig en negentig kwamen veel vrouwen bij Karbaat voor een anonieme spermadonor. Karbaat zou Joeys moeder daarentegen helpen met het zaad van haar eigen man, Joeys opvoedvader. Die was minder vruchtbaar geworden nadat hij zich liet steriliseren na zijn eerste huwelijk, en had dat later ongedaan had laten maken.

Maar Karbaat gebruikte zijn eigen zaad.

Puinhoop

Miriam Guttmann: ‘Het is voor het beeld dat je van Karbaat vormt belangrijk dat je de tijdsgeest meeneemt. Ik heb met een donor gesproken die vertelde dat hij twee jaar lang gewoon een potje zaad buiten op zijn trap zette en dat er dan een scootertje langskwam om het op te halen. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Karbaat was in die jaren de Rolls-Royce onder de vruchtbaarheidsartsen. Er was bovendien een tekort aan donoren en de vrouwen die bij Karbaat kwamen, hadden zo’n vurige kinderwens dat ze ook instemden met anonieme donoren.

Je kunt je afvragen waarom sommige vrouwen nu zó boos zijn op Karbaat. Als je akkoord gaat met een anonieme donor, stem je in beginsel met iédereen in. Waarom dan nu klagen als de anonieme donor de behandeld arts blijkt te zijn? Anderzijds is het volgens mij heel invoelbaar dat er hier op zijn minst sprake is van gebroken vertrouwen. Dat laat zich nog steeds voelen.’

‘Ik ben er van overtuigd geraakt dat er veel kinderen rondlopen die niet weten dat ze een donorkind zijn.’

De puinhoop bij de Bijdorp-kliniek was groot. Karbaat gebruikte niet alleen zijn eigen zaad, ook de donorpaspoorten klopten niet, het archief was niet op orde en ook na 2004 – het jaar waarin de mogelijkheid tot een anonieme spermadonor werd verboden – werd er met anoniem zaad gewerkt. Vrouwen die na een eerste donorkind nog een tweede of derde wilden van dezelfde donor, werden geïnsemineerd met het zaad van een ander.

Miriam Guttmann: ‘Ouders werd op het hart gedrukt dat ze er nooit met hun kinderen over mochten praten. Ik ben er daardoor van overtuigd geraakt dat er veel kinderen rondlopen die niet weten dat ze een donorkind zijn. Sommige kinderen krijgen pas op het sterfbed van hun ouders horen dat ze genetisch niet hun kind zijn. Of het geheim gaat mee het graf in. Mannelijke onvruchtbaarheid was en is een gigantisch taboe. Er zijn in Nederland tot 2004 naar schatting van het FIOM 40.000 geregistreerde donorkinderen geboren, maar dat aantal zou veel hoger kunnen liggen.’

De herkenning

Joey Hoofdman wantrouwt stambomen inmiddels stelselmatig. ‘Ik spreek weleens mensen die hun hele stamboom hebben uitgewerkt. O, wat heerlijk naïef. Voor mij is het duidelijk: stambomen zijn slechts een prettige manier om bepaalde lijnen te zien, maar DNA liegt niet. Is dat cynisch? Ik raad iedereen die meer te weten wil komen over zichzelf aan een DNA-test te doen. Maar wees je bewust van wat het kan aanrichten.’

De laatste maanden is er meer rust gekomen in het leven van Joey Hoofdman. Als hij in de telecomwinkel staat waar hij werkt, is er niet meer die constante vragenstroom in zijn hoofd. ‘Vorig jaar was die rust er niet. Ik heb toen tijd voor mezelf genomen om alles te verwerken. Nu kan ik er goed mee dealen. Je moet proberen het met open vizier aan te gaan, denk ik. Bij mij overheerst de opluchting. Voor mij is gebleken dat je intuïtie je niet in de steek laat. Je kunt erop vertrouwen. Daar ben ik blij mee.’

Miriam Guttmann: ‘Het is bijzonder hoe Joey het echt aangaat. Niet iedereen durft dat op zo’n manier. Hij kan ook de mooie dingen zien, zoals de herkenning in de halfbroers en -zussen die hij nooit heeft gehad.’

‘Voor mijn moeder is familie het gezin waarin je bent opgegroeid. Als ik het over “mijn halfbroers en -zussen” heb, gaat dat te ver voor haar.’

De band met zijn moeder is voor Hoofdman nog moeizaam. Hier en daar zijn er deuken opgelopen, maar ze proberen er voor elkaar te zijn. ‘Het moeilijke is dat je een loyaliteitsconflict met je eigen familie krijgt. Je bent er opgegroeid, maar zij voelen een bepaalde dreiging. Ik deel nu het DNA met 43 halfbroers en -zussen, maar volgens mijn moeder is het “maar” dna. Voor haar is familie het gezin waarin je bent opgegroeid. Zo staat ze er nog steeds in. Als ik het over “mijn halfbroers en -zussen” heb, gaat dat te ver voor haar. Ik respecteer dat, maar ik zie het anders. Daarom heb ik tijdens de zoektocht even geen contact met haar gehad. Ik wilde het zonder vooroordelen aangaan en niet bij voorbaat afstand creëren.’

Grootheidswaanzin

Met het neerdalen van het stof verdwijnt langzaam Joey Hoofdmans boosheid op Karbaat. Want natuurlijk was die er. Hoe kun je in godsnaam zo onethisch te werk gaan? Hoe kun je zo’n grootheidswaanzin hebben dat je denkt dat je de mensheid helpt door zo te handelen? ‘Ik heb mezelf daardoor moeten herdefiniëren. Wat heb ik van hem? Ik ben niet zoals hij, maar heb ik wel trekjes van hem? Ben ik ook manipulatief? Karbaat schijnt later in zijn leven problemen te hebben gekregen met zijn gezondheid; krijg ik die ook? Dat gaf een enorme onzekerheid over mezelf.’

Die gevoelens blijven de komende jaren in beweging, denkt Joey Hoofdman. Voor Miriam Guttmann reden om na haar afstuderen te gaan werken aan een lange film waarin ze meer aandacht wil besteden aan Karbaat in de context van zijn tijd. Joey Hoofdman: ‘Nu ik de boosheid langzaam heb kunnen parkeren zie ik andere dingen. Ik krijg grijze slapen, dat had hij ook al op jonge leeftijd. Ik ben heel nieuwsgierig naar hem, eigenlijk. Maar ja, hij is dood.’